Out to Africa
is
 (klik op logo)
Mee op reis in 2010?
lees hier verder....
Reisverslagen:
Foto's:
Video's:
Landen info:
Gamepark info:
Dieren info:
Beste reistijd:
| |
Tanzania Nationale parken en Zanzibar van 11-08-2003 tot 06-09-2003
Het is nog geen jaar geleden dat we ons in het grootste
avontuur, tot nu toe, in Afrika bevonden. Nu in augustus van het jaar daarop
staan we klaar voor ons vertrek naar Tanzania. Samen met Jozef Verbruggen van
Untamed Wildlife Safaris hebben we een route en tijdspad uitgestippeld. Een
route die we voor de helft kennen en voor de andere helft niet. De Serengeti,
Ngorongoro Crater en Zanzibar zijn voor ons niet nieuw. De eerste twee hebben
we al twee keer eerder bezocht. Vooral de Serengeti heeft toen zeer veel goede
herinneringen bij ons achter gelaten.
Ruaha National Park, Mikumi National Park en Selous Game
Reserve staan voor het eerst op ons reisschema.
Jozef hebben we voor het eerst op de vakantiebeurs in
Utrecht ontmoet en het klikte meteen.
Ik kan wel weer alle mooie opsommingen maken waardoor we
zo verliefd zijn geworden op dit continent, maar daar kan ik eigenlijk geen
andere en mooiere woorden meer voor vinden dan ik de vorige jaren al gedaan
heb. Waarschijnlijk zijn het mijn beperkingen om het op papier te zetten die
me daarbij belemmeren. Telkens als ik vlak voor het slapen gaan langzaam
wegdroom, kom ik op de mooiste volzinnen en is er in mijn ogen geen schrijver
van formaat die me dan kan evenaren. Nu weet ik wel beter, dromen kunnen wat
dat betreft bedrog zijn.
Geen belemmeringen ken ik bij het gevoel wat ik heb aan
al onze avonturen in het verleden en in de toekomst. Soms dwaalt het gevoel
wel eens zover af dat je er over na gaat denken om je ergens op dat
fantastische continent te vestigen. Twijfels, twijfels en nog eens twijfels
komen dan naar boven. Kunnen we dan nog wel hetzelfde doen dan wat we nu zo
leuk vinden aan Afrika?
Het gaat er om, om iets te vinden zodat je dat wel kunt.
En dat is nou net wat me nog net niet is gelukt. Nu kijk ik met veel plezier
en hoge verwachting uit naar ons volgende avontuur. Het was waarachtig geen
gemakkelijk jaar wat we achter ons hebben liggen en we vinden dat we het
verdienen om weer in volle pracht van Afrika te genieten.
Wat gaat Tanzania ons brengen? We weten het natuurlijk
nog niet. Van één valkuil zijn we ons bewust. We mogen niet terug kijken naar
vorig jaar. Vergelijkingen in de breedste zin zouden onterecht zijn en een
smet kunnen drukken op het avontuur wat we ongetwijfeld weer tegemoet kunnen
zien. Wat dat avontuur ook mag zijn.
Onze lokale reisagent in Tanzania is Msafiri Travel. Een
chauffeur/gids en een kok begeleiden ons tijdens de hele reis. Vier
medereizigers van vorig jaar zijn er nu ook weer bij, te weten Patricia,
Wilfred, Hendri en Anja.
Tanzania was trouwens niet onze eerste keuze voor dit
jaar. Gedacht werd aan Kameroen of een ander West-Afrikaans land. Ik ben er
van overtuigd dat uitstel in dit geval geen afstel is.
10/8 naar Brussel
Het is al weer de zesde keer dat we richting Afrika
vertrekken. De rust, de natuur, het relativeringsvermogen en de ontembare
dwang om weer in een tentje ons avontuur te ondergaan komen met iedere stap
die we zetten dichterbij.
De eerste stappen zetten we in het begin van de middag
richting het station. Wanneer ook Wilfred en Patricia deze eerste stappen
hebben gezet ontmoeten onze voetsporen elkaar op het perron waar de trein
richting Brussel vertrekt. In Den Bosch completeren Anja en Hendri de groep.
Rugzakken bezetten de ingang van één van de wagons van de dubbeldekker die ons
steeds verder naar het zuiden brengt. Zakken drop en ander snoepgoed worden
opengetrokken en het is net of we na een groot reclameblok aan de volgende
aflevering van een reisprogramma beginnen.
In Brussel stappen we over op de trein richting het
vliegveld van Brussel. Daar aangekomen reserveren we vast de stoelen in het
vliegtuig voor de volgende dag. We overnachten in het Ibis hotel in de buurt
van het vliegveld.
Daar aangekomen stallen we onze spullen eerst op de
kleine maar goed verzorgde kamers om daarna buiten het avondeten te bestellen.
De eerste biertjes vormen een traditie die onmiddellijk weer terug doet denken
aan vorig jaar. Het is warm, erg warm. Zoals de hele zomer een goede
voorbereiding was op de warmte die ons in Afrika te wachten staat.
11/8 Brussel - Nairobi
De nacht brengt geen verkoeling. De warmte blijft in de
kamer hangen. Het zweet op mijn lichaam belet me om in slaap te komen. Het is
niet te doen om met het raam dicht rustig te kunnen liggen. Om de zoveel tijd
veeg ik met een handdoek, zittend op de rand van het bed, het zweet van mijn
oververhitte lichaam. Op het gebouw aan de overkant van de weg staat een
enorme ventilator op het dak. Het is kiezen tussen twee kwaden. Wanneer je zo
tegen het wakker blijven aan blijft hangen wordt dat op den duur een dilemma.
Kortom een slopende nacht om snel te vergeten. Om 07.00 uur neem ik een
welverdiende douche en spoel mijn lichaam schoon van het in de nacht
uitgezwete vocht.
We zijn blij dat de nacht voorbij is en ontmoeten elkaar
weer bij het ontbijtbuffet. Het is nog vroeg. De planning is om tegen 08.00
uur te vertrekken richting het vliegveld.
Dat halen we ruim en dat is maar goed ook. Er staat een
enorme rij voor de incheckbalie. De beeldschermen geven aan dat we via Entebbe
in Uganda vliegen. We ontkomen niet aan de verscherpte controles. Ik moet
zelfs even mee in een apart kamertje. Natuurlijk weet ik dat de douanier dit
allemaal voor niets doet. In mijn geval tenminste. Het is voor het eerst dat
we zo nauwkeurig worden gecontroleerd.
Net zo nauwkeurig als ik al weken voor ons vertrek het
verloop van de migrerende wildebeesten van de Serengeti naar de Masai Mara via
internet heb gevolgd. Tot op heden balanceert de groep van miljoenen dieren op
de grens van beide parken bij Klein’s Camp. We mogen nog steeds hopen op een
stukje van de staart van de migratie in het topje van de Serengeti. De
migratie is duidelijk later dan normaal. Midden juli waren de migrerende
dieren nog bij Grumeti River Camp in de Serengeti om langzamer dan normaal
richting het noorden te vertrekken. Eind juli passeerden ze de Sand River in
het noordoosten van de Serengeti. Het leek er op of ze daar een hele tijd
wachten op de rest van de groep om gezamenlijk verder te trekken. Aan het eind
van de eerste week van augustus kwam er weer iets beweging in de migratie.
Hoewel het beginstadium van de grote oversteek naar Kenia begint, blijft de
grote groep wildebeesten nabij Klein’s Camp wachten. In deze periode splitsen
de miljoenen wildebeesten en zebra’s in grofweg een groep van elke diersoort.
Maar nog steeds is de hoofdmigratie in de omgeving van Sand River area. De
verwachting is dat het nog wel even duurt voordat de grote oversteek door de
dieren gewaagd wordt en dit vergroot onze kansen op misschien een glimp van
dit natuurwonder.
Nu een week later zijn ook wij bezig met onze migratie
richting Tanzania. Over twee dagen zijn we in de Serengeti.
We vliegen over de Alpen waar de gletsjers het moeilijk
hebben door de hitte die heel Europa zo in zijn greep heeft. Smaragd groene
meertjes liggen als kralen tussen de bergtoppen. Met de koptelefoon op,
waaruit muziek klinkt met een magisch karakter, glijden we verder door de
lucht en bereiken we de Middellandse zee. Sloepjes, in werkelijkheid
waarschijnlijk reusachtige tankers, laten een kort spoor in het water achter.
Een kustlijn met daarachter een reusachtig bruin gekleurd
land verraad Afrika. Ik zit verzonken in gedachten te denken aan hoe bekende
voorgangers de tocht naar Afrika hebben aanvaardt. Kuki Gallman is één van die
personen. Over haar heb ik vorige week nog een film gezien. In 1999 zijn we
nog in de buurt van haar woonplaats op het Laikipia plateau geweest en hebben
daar rondgetrokken.
De Sahara is oneindig, zo lijkt het. Slechts een paar
sporen in het zand laten zien dat er wegen zijn die zo af en toe op één
kruispunt samen komen. Je moet er niet aan denken dat je hier na een zandstorm
je weg moet vinden zonder navigatiesysteem.
Tegen 22.00 uur landen we veilig op Nairobi Airport. De
grensformaliteiten leveren geen problemen op en al snel staan we met onze
rugzakken in de hal te zoeken naar de contactpersoon die we via Irene Haneveld,
van Savannah Travel en het NGO project voor straat- en weeskinderen in
Nairobi, geregeld hebben. Irene hebben we via onze site leren kennen en haar
project sprak ons meteen aan. Op onze website promoten we haar werk voor de
kinderen. Als tegenprestatie heeft ze aangeboden om de transfers van en naar
het vliegveld en naar Arusha te regelen. Ook heeft ze de hotelovernachtingen
in Nairobi geregeld.
Natuurlijk is het dan even spannend en hoop je dat alles
ook daadwerkelijk geregeld is.
Al snel zien we een bordje met mijn naam. Snel laden we
onze spullen in de auto’s en verdeeld over twee auto’s rijden we richting ons
hotel. De contactpersoon van Irene is Catherine. Wat we niet weten is dat het
meisje, Glaciana, die bij ons in de auto zit via een andere organisatie ons
naar het hotel brengt. Catherine ontmoeten we pas morgenvroeg.
We raken aan de praat over de temperatuurverschillen
tussen Nederland en Kenia. Deze keer wint Nederland het. Glaciana vertelt ons
dat de migratie net in de Masia Mara is aangekomen. We vertellen haar dat we
nog enige hoop hadden om de migratie in het noordelijkste puntje van de
Serengeti te zien. Niet dus.
Ze vraagt ons of we na ons Tanzania avontuur weer via
Nairobi vertrekken en of we dan nog een paar dagen over hebben. We bevestigen
dat positief en vertellen haar dat we de laatste dagen in Nairobi de straat-
en weeskinderen van Irene willen bezoeken om de spullen die we voor ze hebben
meegenomen af te geven. Verder hebben we nog wel wat ideeën om in de omgeving
van Nairobi te doen.
Dan doet Glaciana ons een voorstel. Waarom toch naar die
straat- en weeskinderen? Ze kan wel wat voor ons regelen om de laatste twee
dagen richting de Masai Mara te gaan om de migratie alsnog proberen te zien.
Daar raakt ze een gevoelige snaar. In de overtuiging dat zij de directe
contactpersoon van Irene is en ze een bezoek aan de kinderen eigenlijk een
beetje af raad, zijn we dan ook snel overgehaald. Hoe naïef dat achteraf ook
mag blijken te zijn.
Maar op dit moment zijn we erg blij met deze extra kans
om de migratie te zien.
We komen aan bij Hotel 680. We schrijven ons in en Hendri
en ik gaan daarna nog even mee naar het kantoor waar Claciana werkt. Ze
waarschuwt ons voor de criminaliteit in Nairobi. Speciaal ’s-avonds en
’s-nachts. Het is zowat middernacht en primetime dus. De straten zijn ook erg
rustig en hebben een mystiek sfeertje. Het kantoortje zit boven in één van de
kenmerkende gebouwen in de binnenstad van Nairobi. Een portier, die niet als
zodanig herkenbaar is, laat ons binnen. We regelen het bezoek aan de Masai
Mara en met een voldaan gevoel worden we weer teruggebracht naar ons hotel.
Daar aangekomen zitten Ellen, Patricia, Wilfred en Anja in de hal een
consumptie te drinken. Het is jammer dat Patricia en Wilfred niet mee kunnen
naar de Masai Mara. Beiden moeten ze al eerder vertrekken vanaf Zanzibar.
Ondertussen zijn we al twee dagen aan het reizen en de
vermoeidheid kunnen we niet langer verbergen. Tijd om ons bed op te zoeken.
12/8 Nairobi - Arusha
Gelukkig hebben Ellen en ik een goede nacht. Naar
verwachting worden we om 07.30 uur door de shuttle naar Arusha opgehaald. Voor
het vertrek ontmoeten we Catherina. Een alleraardigst meisje. We verrekenen de
onkosten waarna we snel de shuttle in moeten. Alles verloopt perfect op tijd.
Catherina ontmoeten we bij terugkomst in Nairobi weer.
Nairobi is al lang weer tot leven gekomen wanneer we bij nog
een paar hotels wat mensen op pikken. Het is spitsuur in Nairobi en een wonder
dat iedereen zijn weg kan vinden in deze massa van mensen en auto’s. Maar onze
chauffeur lukt het en uiteindelijk vinden we de weg Nairobi uit. De shuttle zit
ondertussen helemaal vol. Op de weg wordt het steeds rustiger. We rijden
richting het zuiden. De enige belemmeringen die je hier op de weg zeker tegen
komt zijn de vele drempels. De ervaring zal wel geleerd hebben dat ze nodig
zijn.
Bij de grensovergang met Tanzania ontkom je niet aan de
opdringerige Masai vrouwen. Eén van de Masai probeert me een armband aan te
smeren met de smoes, “you get it from me for free”. Terwijl ze dat zegt wil ze
de armband al in mijn hand duwen. Ik weet van vorige reizen dat het een vaak werkende
verkooptruc is. Heb je de armband eenmaal in je hand dan raak je hem van je
levensdagen niet meer kwijt en komt de onvermijdelijke hand om alsnog te
betalen of nog wat anders te kopen. Ik steek mijn hand omhoog zodat de over het
algemeen wat kleinere vrouwen er niet bij kunnen. Het is dan ook wel leuk om te
zien dat ze alsnog een armband om mijn vingers proberen te krijgen om te
proberen dat er één met wat geluk aan mijn vinger blijft hangen.
Kenia uit levert aan de grens geen problemen op. Bij de
grens van Tanzania loopt dat even wat anders. Het controleren van paspoort en
visum verloopt nog wel soepel maar bij terugkomst bij de shuttle blijkt dat
alle bagage van de bus moet. En dat is niet gering.
Eén voor één moeten we met onze bagage naar een kantoortje.
Met de angst alles open te moeten maken zetten we de bagage neer. Dit gaat
flink wat tijd kosten is ons vermoeden. Niets is echter minder waar. Wilfred en
Patricia staan al in het kantoortje wanneer Ellen en ik, gevolgd door Anja en Hendri,
ook binnenkomen. Ook de douanier komt binnen en plaatst met een haal vol flair
een kruis van krijt op onze bagage. Zonder verder iets te zeggen. We wachten
even op wat komen gaat. Niets dus. Ik vraag de douanier of dit het al is. Hij
geeft aan dat hij klaar is en zonder dat er ook maar één rugzak open is geweest
kan alles weer op de auto geladen worden. Ook de rest van de passagiers krijgen
deze pro forma behandeling en sneller dan verwacht vervolgen we onze weg
richting Arusha.
Anderhalf uur later rijden we Arusha binnen. Hier ontmoeten
we onze gids/chauffeur Mfume en kok Petty. We laden onze bagage over in de
landrover. Ik zie een benauwde blik bij Mfume wanneer hij onze bagage ziet.
Toch hebben we volgens ons niet overmatig veel bagage bij ons. Elk jaar wordt
het zelfs minder en gemiddeld halen we de vijftien kilo niet eens. Met wat
gepuzzel lukt het ons om alles in te pakken en vertrekken we naar ons
overnachtingadres in Arusha, “Klub Afriko” genaamd.
Van de hoofdweg slaan we een achteraf weggetje in. We kijken
elkaar aan met een blik van, waar komen we hier terecht? De gleuven in de weg
worden steeds breder en meer oneffen. Moeizaam vind Mfume zijn weg. We krijgen
de indruk dat hij niet precies weet waar Klub Afriko ligt en dit wordt
bevestigd wanneer hij stopt en deze weg in zijn achteruit terug moet nemen. Hij
heeft al een kind op de fiets geraakt dus zou dit goed gaan? Het gaat goed en
we bereiken Klub Afriko. Dachten we in een achterbuurt van Arusha te zijn belandt,
zitten we nu ineens in een oase van groen, rust en luxe. Klub Afriko bestaat
uit zeven leuk ingerichte privé bungalows en een goede keuken met restaurant.
De kamers hebben een bad en patio. Echt een prachtig begin van het avontuur in
Tanzania. We krijgen drie bungalows toegewezen. Ellen en ik krijgen naar zeggen
de honeymoon suite toegewezen. Nu zijn we ook het enige getrouwde stel van de
drie dus …………
Naar elk huisje loopt een pad door het zo typisch Afrikaanse
grove gras. Bananenbomen en planten met prachtige bloeiende bloemen maken de
tuin compleet en prachtig om te zien. Achter in de tuin staat een bibliotheek
waar ik rustig in mijn dagboek werk. Spelende aapjes maken het enige geluid op
dit rustige plekje. Ook de anderen komen er aan en er ontstaat even een
discussie of het nu Vervet Monkey’s zijn of Doodshoofd aapjes. De blauwe ballen
maken duidelijk dat het Vervet Monkey’s zijn. Doodshoofd aapjes zijn ook veel
kleiner en geler en leven zelfs niet eens in Afrika. Dat laatste wist ik
overigens ook niet. Maar in dit deel van Afrika heb ik ze in ieder geval nog
nooit gezien. Iets wat wel blijkt te kloppen dus.
De middag nadert alweer zijn einde en het wordt tijd om van
een heerlijk bad te genieten nu het nog kan. Jammer genoeg is de
(warm)watertoevoer typisch Afrikaans. Geen warm water dus. Als er al water is.
Zo goed en kwaad als het kan was ik me voordat we na een kort slaapje naar het
restaurant vertrekken om te eten. Met Mfume is afgesproken dat we morgen om 08.00
uur vertrekken richting de Serengeti. De avond gebruik ik nog om even wat
spullen over te pakken voor de komende dagen.
Serengeti NP
13/8 Arusha – Serengeti NP
In het restaurant ontbijten we na een heerlijke nacht.
Met Mfume hebben we afgesproken dat we om 08.00 uur worden opgehaald om naar
Serengeti NP af te reizen. We waren vergeten dat Afrika zo zijn eigen tijd
heeft en in een druilerig regentje arriveert Mfume met Petty een uur later dan
afgesproken. Het kost even wat tijd om onze bagage een plaatsje in of op de
landrover te geven. We zijn er van overtuigd dat we niet te veel spullen
hebben meegenomen. Toch lijkt het er op dat de landrover het net gaat redden
om alle spullen mee te nemen. Uiteindelijk vertrekken we om 09.40 uur. Het
weer is nog steeds somber wanneer we bijna Arusha verlaten voor vijf dagen in
de bush. Ik realiseer me dat ik bij het inpakken van de landrover geen flessen
water heb gezien. We zijn nog net niet Arusha uit wanneer ik aan Mfume vraag
of het klopt dat we geen water hebben en of we dat nog moeten halen. Met een
gezicht van “oh, ja” draait hij even later de parkeerplaats van een grote
supermarkt op. Ik vraag me af hoe Mfume zoiets heeft kunnen vergeten. Vijf
dagen in de bush betekent dat we heel wat liters drank nodig hebben. Daarvan
is natuurlijk niet alles water. Nog wat lichte versnaperingen maken onze
inkopen compleet. Met een winkelwagen vol aankopen komen we terug bij de
landrover. Het hoofd van Mfume spreekt boekdelen. “Hoe krijgen we dit mee”,
moet hij zich afgevraagd hebben. Een aanhanger zou niet overbodig geweest
zijn. Het zitgedeelte van de landrover is nu ook compleet ingepakt. Tijdens
het inladen passen we op ons tellen voor een jongen die om de auto rond hangt.
Hij wacht duidelijk zijn kans af om een graai in de auto of één van de dozen
te doen. We maken hem duidelijk dat zijn aanwezigheid niet op prijs wordt
gesteld. Na drie keer herhalen lijkt het over te komen wat we van hem
verwachten en loopt hij weg.
Het kost iedereen moeite om een plekje in de auto te
vinden en om enigszins comfortabel te zitten.
Eindelijk laten we Arusha achter ons. Het is droog
geworden en zodra we Arusha uit zijn, wordt het een stuk rustiger op en langs
de weg. Na een uur rijden slaan we rechts af richting de Ngorongoro
Conservation Area.
Met verbazing kijk ik naar de geasfalteerde weg die voor ons ligt. De weg naar
de Ngorongoro Conservation Area blijkt tot Mto wa Mbu al helemaal geasfalteerd
te zijn. Mto wa Mbu ligt bij Lake Manyara NP en vanaf hier zijn ze ook bezig
de weg te asfalteren.
Moet je nu blij zijn met deze ontwikkelingen of juist
niet. Het is maar net hoe je het bekijkt. Maar een beetje angst dat de
Ngorongoro Crater en Serengeti NP nu helemaal overspoeld worden met toeristen
bekruipt me wel. Hoewel het lijkt of we behoorlijk door rijden, worden we
steeds ingehaald door andere auto’s. Onderweg ontdekt Hendri dat er vonken
onder de motorkap vandaan komen. Mfume stopt en opent de motorkap. De accu
ligt helemaal los. Mfume bekent dat dit ook de vertraging van vanmorgen heeft
veroorzaakt. De kabels worden vastgezet en we vervolgen de tweede helft van de
weg richting Serengeti NP.
Zo langzamerhand beginnen de heuvels en ondervindt de
landrover problemen bij het nemen van de lichtste heuvels. Gemakkelijk worden
we door andere auto’s gepasseerd. De reis begint zo langzamerhand langer te
duren dan ik van te voren ingeschat heb. Huizen en struiken langs de kant van
de weg zitten onder het door de auto’s omhoog gewaaide rode stof. Een typisch
Afrikaans gezicht.
In een niet al te hoog tempo bereiken we de gate van de
Ngorongoro Conservation Area. We stappen de auto uit om even de benen te
strekken en genieten van de Blue Monkeys bij de gate terwijl Mfume de entree
in het park regelt. Althans dat laatste dachten we. Nadat we de auto
instappen, willen we verder. Bij de gate worden we aangehouden en blijkt Mfume
in het kwartier dat hij bij de gate rond liep, helemaal niets geregeld te
hebben. Opnieuw moet hij dus de auto uit om de entree te regelen. Met
gefronste voorhoofden ondergaan we dit alles.
De weg naar de lippen van de krater is fantastisch. De
donkerrode weg kronkelt door het op regenwoud lijkende bos omhoog. Vlak onder
de kraterrand hangen mossen als gordijnen aan de bomen. De landrover haalt het
maar net om boven te komen. Zodoende hebben we genoeg tijd om van dit
natuurschoon te genieten. Het gaat werkelijk allemaal in een slakkengangetje.
Uiteindelijk bereiken we de top en worden we beloond met een fantastisch
uitzicht over en in de krater. Ondanks de frisse wind die hier waait genieten
we van dit wereldwonder. Echt genieten kan ik eigenlijk ook weer niet. Niet
omdat ik dit al twee keer heb gezien. Nee, dat zeker niet. Ik maak me zorgen
over de tijd. Wanneer we in dit tempo door rijden, maak ik me zorgen of we de
campsite in Serenget NP vandaag nog wel bereiken.
Voorgaande keren deden we er veel korter over om de
Serengeti te bereiken en nu zijn we na hetzelfde aantal uren pas boven op de
krater terwijl de weg op zich veel beter is.
Een licht dubbelzijdig gevoel bekruipt me onderhand een
beetje bij de huidige gang van zaken. Gelukkig geeft Mfume het signaal om
verder te gaan. Hoewel we nu iets meer vaart kunnen maken, is de weg over de
kraterrand niet een weg om in volle vaart te nemen. Maar zonder tegenslag
bereiken we de vlakte tussen de krater en de Serengeti. De weg lijkt steeds
meer op een wasbord. Zo af en toe moet Mfume flink gas terug nemen om alles
onder controle te houden. Dit terwijl andere auto’s ons fluitend passeren. De
tijdsdruk begint mij steeds meer parten te spelen. Ik weet immers hoe ver het
nog naar de Naabi Hill Gate van de Serengeti en de campsite bij Seronera is.
Het zal er om spannen of we de gate voor zes uur nog bereiken. De kale gele
vlakte glijdt of eigenlijk hobbelt ondertussen langzaam maar gestaag langs ons
heen. Tijd om de thomson’s gazelles, grant’s gazelles en kori bustards goed te
bekijken hebben we niet.
Eindelijk, iets over half zes, bereiken we Naabi Hill
Gate. Met een bocht naar links rijden we de parkeerplaats op. Nog even een
bocht naar rechts en Mfume kan de landrover in één van de vakken parkeren. Het
lijkt allemaal te lukken. Dan geeft Mfume nog wat gas bij en met een flinke
knal komen we tot stilstand tegen een muurtje.
De motor slaat af en verbaasd zitten we elkaar aan te
kijken. Mfume zit er bij met de meest verlegen en schlemielige lach die je
kunt bedenken. We stappen maar uit zoals we dat normaal gesproken ook gedaan
zouden hebben. Van getuigen, waaronder twee giraffen aan de rand van de
acaciastruiken en Duitse en Italiaanse toeristen, krijgen we meteen de
aandacht.
Om de landrover los te krijgen van het muurtje probeert
Mfume de motor weer aan de gang te krijgen. Dit lukt niet en we proberen hem
te helpen door de landrover achteruit te drukken. Er is geen beweging in te
krijgen. De remmen zijn finaal vast gelopen.
Dan maar de motorkap omhoog. Er komen medewerkers van de
gate aangelopen inclusief de medewerkers die vrij hebben. Eén van die mensen
is volgens ons de baas. Met zekerheid valt dit niet te zeggen omdat in dit
soort situaties iedereen zich wil profileren door de baas te spelen. Mfume
staat in ieder geval behoorlijk onder druk. Er wordt gedreigd om zijn licentie
af te nemen. Als dat maar niet gebeurt. Er moet in ieder geval onderhandeld
worden over hoe de schade vergoedt gaat worden. Tussendoor regelt Mfume nog
wel de toegang tot de Serengeti. Ook dit gaat in drie keer. Eerst komt hij
terug lopen omdat hij een formulier vergeten is. Hij pakt het uit zijn mapje
met formulieren en loopt weer terug naar het kantoortje. Het duurt even
voordat hij in een sloffend looppasje terug komt lopen. Met weer zo een
schlemielige lach zegt hij, “nog een formulier vergeten”. Weer pakt hij een
formulier uit zijn mapje en loopt terug. Ons lijkt het verstandiger dat ie
even dat mapje mee neemt. Dat scheelt hem toch flink wat meters lopen. Maar
het komt allemaal goed. Met de formulieren althans. De landrover is een heel
ander verhaal.
De motorkap staat ondertussen omhoog. De kabels van de
accu, die toch al niet goed vast zaten, liggen vrijwel los van de accu. Wat je
de medewerkers na moet geven is dat ze erg behulpzaam zijn. Zelfs de, zoals
wij dus denken, baas. Hij buigt zich voorover onder de motorkap en pakt één
van de kabels vast. Vrijwel direct komt hij met een snelle beweging weer onder
de motorkap vandaan gevolgd door een enorme steekvlam. A-technisch als ik ben,
denk ik dat dit het einde van de landrover is. Maar gelukkig is dat niet zo.
Voorlopig althans. Het wordt al donker en er komt een bewaker met geweer naar
ons toe lopen om onze veiligheid te garanderen. Alle toeristen, die nog net op
tijd het park in konden, zijn al lang weg en zitten al op hun campsite of in
hun luxe lodge. We lopen met de bewaker mee naar de slagboom. Hij vertelt ons
dat zodra het donker wordt, leeuwen en hyena’s deze plek bezoeken. Ze komen
dan van het plasje water genieten wat zich dagelijks vormt onder een kraan. De
kraan staat tussen een paar acaciaboompjes in het verlengde tussen de slagboom
en het kantoortje.
De auto kan al wel weer gestart worden maar de remmen
zitten nog steeds muurvast. Met man en macht proberen ze weer wat beweging in
de auto te krijgen. Het is al 21.00 uur en een hyena cirkelt om ons heen. Voor
de vorm laadt de bewaker zijn karabijn. Een eenzame hyena zal ons echter niet
zo maar aanvallen. Het zorgt wel voor wat afleiding. De stemmingen in de groep
zijn wisselend. Dan, tegen 21.30 uur, horen we positieve geluiden. Het
positieve geluid wordt afgezwakt wanneer de landrover even iets achteruit moet
rijden om zijn weg te kunnen vervolgen. Piepende en schurende geluiden
vergezellen een langzame start. Mfume trekt de landrover echter door de remmen
heen. Vol trots komt Mfume aanrijden en weet ons bovendien te vertellen dat
we, tegen de regels in, toestemming hebben om alsnog het park in te rijden. Ik
hang door het raampje bij de bijrijderstoel waar Petty zit. Achter me hoor ik
Ellen al zeggen dat ze dat niet ziet zitten. En terecht. Ik vertel Mfume dat
we de huidige gezondheid van de auto te zwak vinden om zo maar de ongeveer
veertig kilometer naar de campsite te aanvaarden. Stel dat de landrover het
begeeft! Niemand rijdt om deze tijd nog in de Serengeti. We zouden de hele
nacht in de landrover moeten blijven wanneer we pech zouden krijgen. Nee, veel
te gevaarlijk. Ik eis van Mfume dat hij regelt dat we in de buurt van de gate
mogen overnachten. Mfume reageert met een onderdanige knik en de woorden,
“hmm, I think you are wright.” We krijgen alle medewerking van de medewerkers
van de gate en een paar vergezellen ons richting een special campsite. We
rijden met de klok mee om Naabi Hill heen. Voorgegaan door een auto met daarin
ook de baas van de gate. Mfume volgt de auto op zijn hielen over het smalle
pad. Dat Mfume er met zijn kop niet bij is blijkt uit het feit dat hij het
weet te presteren het spoor van de auto te verliezen wanneer onze voorganger
een flauwe bocht naar rechts maakt. We volgden ze echt op nog geen tien meter
in een slakkentempo en nog gaat het fout. We zien het komische er wel van in
maar meteen ook het trieste.
Aan de voet van Naabi Hill stoppen we tussen de bomen en
struiken. Hier slaan we ons welverdiende kamp op. De hele dag hebben we
nauwelijks gegeten. Ik heb er ook nauwelijks aan gedacht. Het is over tienen
wanneer we de tentjes beginnen op te zetten. We maken een kampvuur waarop
Petty haar best doet om iets lekker voor ons te maken. Het avontuurlijke komt
in ons boven en we beginnen met een zaklantaarn om ons heen te schijnen. Mfume
kan niet eens zijn eigen tent op zetten naar nu blijkt. We helpen hem dus maar
even. Hé, zijn dat geen oogjes daar tussen de struiken? We schijnen nog eens
goed richting de oogjes en de weerkaatsing in de ogen bevestigt ons vermoeden.
Zou het een leeuw zijn? Nee, die hebben toch een andere kleur ogen? Mfume,
komt achter ons staan. We vragen hem of hij weet welk dier het is.
Waarschijnlijk om ons tegemoet te komen in de ellende geeft hij aan dat het
een leeuw is. Ook de baas van de gate komt bij ons staan en zonder er over na
te hoeven denken weet hij dat het om een reedbuck gaat. Ik heb niet gemerkt
dat Mfume weg liep maar opeens staan we weer alleen richting de reedbuck te
schijnen. Mfume, wat moeten we met hem?
Petty doet haar uiterste best om ons nog iets lekkers
voor te schotelen. Ze voelt zich duidelijk ongemakkelijk bij de gebeurtenissen
van vandaag. Eigenlijk heeft de special campsite wel iets bijzonders. Maar we
hadden natuurlijk liever gehad dat alles wat voorspoediger was verlopen
Tegen de drie weken die we nog met Mfume moeten reizen,
zie ik eigenlijk nog het meeste op. Na het eten zoeken we snel ons bed op om
de zaken maar even te laten rusten.
14/8 Serengeti NP
Afgesproken is dat we om 06.00 uur opstaan en dat we
08.00 uur klaar zijn voor vertrek de Serengeti in. Dit moet gemakkelijk
kunnen. De nacht was perfect. Goed geslapen en niet te veel last gehad van
onze ervaringen van gisteren.
Een bleek zonnetje laat zich aan de horizon zien en het
kampvuur doet verwoede pogingen om op gang te komen. Om ons heen worden de
vogels, zoals starlings en hornbills, aangetrokken door het brood wat
geroosterd wordt.
Het is de bedoeling om vanochtend eerst langs de campsite
te rijden waar we eigenlijk gisteren hadden moeten aankomen. Daarna rijdt
Mfume door naar de garage die dicht bij Seronera Lodge ligt. Hopelijk kost dat
niet al te veel tijd zodat we vanmiddag nog een gamedrive kunnen maken.
Misschien zien we zelfs op de weg naar de campsite toe al wel wat spannends.
Mfume staat maar wat te draaien en te keren. Hij weet
zich geen houding te geven en toont weinig initiatieven. Zo gebeurt het dat we
hem toch duidelijk aan moeten sporen om uiteindelijk nog om 08.00 uur te
vertrekken. We hebben er namelijk zin in en willen uiteindelijk nog wel zo
lang mogelijk van de Serengeti genieten. Het is vervelend om steeds omgeven te
worden door negatieve invloeden maar het inpakken van de landrover is verre
van praktisch. Ook hier is het initiatief van Mfume ver te zoeken. In plaats
dat hij nu eens goed zijn best gaat doen, straalt hij een redelijk verslagen
indruk uit.
Om 08.30 uur vertrekken we. Je moet oppassen niet cynisch
te worden maar het is een wonder dat Mfume de weg terug naar de gate weet te
vinden. Tegen deze tijd is er verder niemand die de Serengeti in of uit wil.
We worden hartelijk begroet door het personeel.
Met een lichte glooiing in de weg naar beneden rijden we
de Serengeti in. We rijden tussen de acaciabomen door de vlakte op. Op de
scheiding van de vlakte met de door acacia omringde Naabi Hill zien we een
grote vogel in een acacia. Mfume spreekt één van zijn eerste woorden die
ochtend en weet ons te vertellen dat het om een eagle gaat. We kijken elkaar
aan en weten wel beter. Het is een gier. In de onmiddellijke omgeving staat
een topi. Mfume wil zijn beste kant waarschijnlijk laten zien en geeft aan dat
het een kudu is. Het begint lachwekkend te worden en Hendri vraagt nog wat
voor een soort kudu het is. Dat weet hij niet. Nou wij weten het wel. Een kudu
komt niet eens in de Serengeti voor.
Voor ons ligt een lange weg met wat flauwe bochten met
aan beide kanten een goudgele vlakte. De weg lijkt nog steeds op een wasbord
en met krap aan dertig kilometer per uur rijden we richting het Seronera
gebied. De eerste kopjes liggen voor ons. Kopjes zijn kenmerkend voor de
Serengeti en zijn rotsformaties die uit het niets uit de vlakte omhoog komen.
Oh nee he, de landrover stopt en wil niet meer starten.
De motorkap gaat omhoog. Ik kan wel gaan kijken maar heb er totaal geen
verstand van. Dat laat ik dus maar aan anderen over. Het ene moment hangt
Mfume onder de motorkap en dan weer ligt hij onder de auto. Zijn shirt en zijn
armen zitten binnen de kortste keren onder de olie of benzine. Uiteindelijk
blijkt de benzinepomp of toevoer kapot te zijn. De landrover kan hier niet
gerepareerd worden.
Inmiddels zijn we met ons allen de landrover uitgestapt.
Daar staan we dan. Midden op de vlakte van de Serengeti zonder een
wegenwachtpaal in de buurt. Dit zou ons vannacht maar zijn overkomen. Wat ben
ik blij dat we gisteravond voet bij stuk hebben gehouden om niet de Serengeti
in te rijden.
Er komt een overlandtruck aan rijden. De inzittenden
weten ons te vertellen dat ze even verderop een aantal leeuwen gezien hebben.
Voor ons het signaal om niet van de auto vandaan te lopen. Mfume komt met de
oplossing om een auto aan te houden waarmee hij terug naar de gate kan rijden
om te regelen dat we hier weg komen. Nu is er één ding wat een gids nooit mag
doen en dat is zijn klanten alleen te laten in een park. Ik zeg hem dan ook
dat ik het hier niet me eens ben. Dan komt Petty met het voorstel dat zij
terug gaat naar Arusha om daar contact op te nemen met Leina. Ook dit vind ik
geen goede oplossing. Dit zou ons twee dagen kosten. Op de dag dat we volgens
de reisroute weer uit de Serengeti vertrekken, zou er pas hulp zijn.
Ik vertel Mfume en Petty dat op ongeveer twintig
kilometer afstand de Seronera Lodge ligt vanwaar we kunnen bellen of een telex
kunnen sturen. Petty en ik gaan daar dan met zoveel mogelijk anderen naar toe
om hulp te regelen. Petty kan Leina bellen en ik bel dan Jozef in Nederland om
van zijn kant druk te leggen op Leina. Gelukkig hoeven we niet lang te
wachten. In de auto die voor ons stopt zit alleen een chauffeur. We kunnen dus
met ons allen mee en Mfume blijft achter om op de landrover en de bagage te
passen. De auto mist de achterbanken. We kruipen zo goed en zo kwaad als het
kan achterin en geven een seintje dat we kunnen vertrekken.
Vanaf het eerste moment merken we dat deze auto veel meer
vermogen heeft. Van het wasborteffect merken we nauwelijks meer wat. Wat een
verschil. Dan wordt onze aandacht meteen op iets anders gericht. Nog geen
driehonderd meter van de plek waar we met pech staan lopen vier leeuwen de
kant van de landrover op. We zijn met stomheid geslagen en beseffen dat er zo
maar ongelukken hadden kunnen gebeuren. De leeuwen passeren ons aan de rand
van de weg in het halfhoge goudgele gras. Af en toe staan de leeuwen even stil
om zich te oriënteren. Hoe eindigt dit? Nee, dit kan allemaal zo niet langer.
Inzet van het telefoon gesprek wordt een nieuwe auto en een nieuwe
gids/chauffeur.
In een sneltreinvaart naderen we de Seronera Lodge. Rock
hyraxen heten ons welkom bij de ingang van de lodge. Ik heb er weinig oog
voor. Terwijl de rest richting de bar loopt om wat te drinken, vragen Petty en
ik of we mogen bellen. Dat mag. Petty belt naar Dar es Salaam om Leina uit te
leggen at er allemaal gebeurt is. Tijdens het telefoongesprek wordt ze steeds
emotioneler en verheft ze haar stem steeds meer naar gelang het gesprek duurt.
Wanneer ze uitgesproken is legt ze de telefoon neer en begint te huilen. Ik
heb met haar te doen. Ze doet zo goed haar best om het ons onder deze
omstandigheden nog zoveel mogelijk naar de zin te maken. Leina heeft belooft
haar binnenkort terug te bellen.
Jozef is op dit moment niet bereikbaar. Maar zijn
medewerker belooft dat hij terugbelt en actie zal ondernemen. Het duurt
allemaal even maar zoals belooft belt Leina terug. Ze vraagt ook naar mij en
laat merken dat ze met de situatie aan is. Ze wil zelfs wel regelen dat we
vannacht in de lodge mogen slapen. Natuurlijk lukt dat niet want we zitten in
het hoogseizoen. Maar we slapen ook veel liever in onze tentjes. Of Jozef zijn
werk ook al heeft gedaan weet ik niet maar ze geeft aan onmiddellijk een
vlucht te regelen richting Arusha zodat ze vanavond maar uiterlijk morgenvroeg
bij ons is. Met een nieuwe landrover en met een andere gids. Natuurlijk zijn
we daar blij mee maar voorlopig kost dit ons wel de helft van ons Serengeti
avontuur. Oh ja, natuurlijk heeft Petty ook nog even de garage gebeld om Mfume
van de straat te plukken.
We gaan naar de anderen in de bar en doen ons verhaal.
Natuurlijk heeft dit allemaal zijn weerslag op de groep en heeft iedereen zo
zijn eigen mening over dit alles en de gekozen oplossing. De feiten zijn
momenteel echter niet anders. Voorlopig blijven we hier maar even zitten
totdat we bericht hebben van Mfume. Mfume verwacht in de loop van de middag de
landrover eventueel gerepareerd te hebben. De hoop is dat we vanmiddag
misschien nog een kleine gamedrive kunnen maken. Ik verdrijf mijn tijd met het
filmen van een Hyrax en een paar Red-headed Agama’s. Maar deze manier van
tijdverdrijf kan ook niet uren duren.
Van Leina hebben we nog wel het aanbod gekregen om de
lunch hier in de lodge te gebruiken. Grote schalen vol met verschillende
hapjes bedekken de tafels. Hier merk je waarvoor een lodge niet goedkoop is.
Wat een uitgebreide lunch. Nu kom ik elke vakantie in Afrika al aan, maar hier
zou ik in een paar dagen echt moddervet worden.
Terug in de bar ontmoeten we Wander. Wander is een
Nederlander en reist jaarlijks in zijn eentje richting de Serengeti om daar
prachtige natuurfoto’s te maken. Hij hoort ons verhaal aan en laat een paar
vergrotingen zien van zijn prachtige foto’s. Dan komt hij met een uitnodiging.
We mogen de avond gamedrive met hem mee. Hij zit toch altijd alleen met zijn
gids in de auto en wil best een beetje gezelligheid om zich heen. We kunnen
onze blijdschap niet onderdrukken en gaan graag in op zijn uitnodiging. We
spreken om 16.00 uur af bij de ingang van de lodge.
Net wanneer we op gamedrive willen gaan komt Mfume
aangelopen. Hij vertelt ons dat de landrover nog steeds kapot is en dat we nu
door een andere auto naar de campsite kunnen worden gebracht. We vertellen hem
dat we eerst een gamedrive gaan maken en dat de gids van Wander ons wel op de
campsite wil afzetten. We laten Mfume ietwat beduusd achter en vertrekken.
We kunnen ons geluk niet op en voelen ons als een vis in
het water wanneer we in de auto staan en genieten van de wind door onze haren.
Het speuren gaat beginnen. Lang hoeven we niet te wachten. We rijden naar een
hippopool en impala’s, topi’s, thomson’s gazelles, vervet monkey’s, olifanten,
warthogs, hippo’s, een hyena en reetbokken. We stoppen bij een acaciastruik.
Bovenop de struik zit een lilac-breasted roller. Dit is één van mijn favoriete
vogels. Wanneer ze wegvliegen, kleuren de vleugels prachtig lichtblauw op.
Dansend in de lucht neemt de vogel afscheid van ons. We rijden door en voor
ons staan twee overlandtrucks stil. We rijden er naar toe. Een groep van elf
leeuwen ligt in het half hoge gras. Het is rumoerig en hoewel we de eerste
jaren zelf met zo een truck de parken in geweest zijn mogen ze van ons verder
rijden. Niet veel later doen ze dat ook en samen met een andere auto staan we
te genieten van de leeuwen. Ze zien er niet best uit. Sommigen zijn erg mager
of lopen mank. Het zijn duidelijk zware tijden zo aan het einde van de droge
periode.
De chauffeurs overleggen even met elkaar en wanneer ze
het samen eens zijn rijden ze even de weg af om rustig op enkele meters van de
leeuwen te gaan staan.
De zakkende zon kleurt de leeuwen en het gras prachtig
op. Op dit moment is er niemand meer die aan gisteren en vanochtend denkt. We
kunnen niet te lang van de weg af blijven. Dat is immers niet toegestaan. De
zon zoekt steeds verder de horizon op en Wander vraagt of het zo genoeg is.
Dankbaar voor wat hij ons heeft gegeven stemmen we in met het vertrek richting
de lodge en campsite.
Op de weg terug zien we nog het nodige wild. Twee
secretary birds zijn boven op een acaciastruik bezig een nest te bouwen. Dit
gaat uiterst behoedzaak en met de nodige ceremonie. Langzaam buigen ze bij
toerbeurt door de parmantige dunne poten die zo dodelijk kunnen zijn. Een
secretary bird is een roofvogel en dood slangen door ze dood te trappen.
Impala’s, olifanten en een waterbuck passeren we voordat
we uiteindelijk bij onze campsite worden afgezet.
Petty heeft met behulp van een paar collega’s onze tenten
al opgezet en is bezig met het koken van ons eten. Ze probeert op deze fijne
manier ons toch een beetje op ons gemak te stellen. Ze is verschrikkelijk
aardig. De landrover en Mfume zijn nog steeds niet terug. Inmiddels is het
donker geworden. Hoe gaat het morgen? Mfume wordt tijdens het eten met een
andere auto terug gebracht en ziet er verschrikkelijk uit. Er zit bijna geen
draad van zijn kleding niet onder de olie. Hoe zou het met onze auto zijn?
Mfume vertelt ons dat de landrover nog steeds niet gerepareerd is. Morgen
kunnen we dus niet in alle vroegte vertrekken voor een gamedrive. Het slechte
nieuws drinken we maar weg met een paar alcoholische drankjes. In het
bijzonder de Sambuca was favoriet en deed ons terugdenken aan vorig jaar. Het
jaar dat we zo een fantastische trip door Botswana hebben gemaakt en waar
alles zo perfect geregeld was.
15/8 Serengeti NP
De ene na de andere auto vertrekt op gamedrive. Weemoedig
blijven we op de campsite achter. Niet begrijpend dat enkele achterblijvers
geen gebruik maken van de mogelijkheid die zij wel hebben om op gamedrive te
gaan.
De tijd doden we met het schoonmaken van foto- en
filmapparatuur. Elke naderende auto bekijken we met arendsogen. Zijn dat Leina
en onze nieuwe gids? Na een paar teleurstellingen zoek ik de tent op om wat
slaap in te halen. Mfume is vanmorgen vertrokken naar de garage.
Nauwelijks lig ik op mijn self inflatable matje of ik
hoor opnieuw een auto aankomen. Uit de woorden van de anderen maak ik op dat
het dit keer wel Leina is die er aan komt. Ze heeft de nieuwe gids ook
meegenomen en wat net zo belangrijk is …… Een nieuwe landrover.
We maken kennis en ze geeft aan dat het misschien beter
is om nu eerst nog snel een gamedrive te maken en het daarna, tijdens de lunch
over alle tegenslag te hebben.
We zijn het met haar eens en weten niet hoe snel we in de
landrover moeten stappen.
Onze nieuwe gids heet Makuru. Hij is hier in de Serengeti
geboren en kent dit gebied dus als zijn broekzak. Makuru is duidelijk van een
ander kaliber gids. We zijn nauwelijks een half uurtje onderweg of hij heeft
al meer zinnige dingen gezegd als Mfume de voorgaande dagen.
Uit wat hij verteld blijkt dat hij veel kennis heeft van
de flora en fauna. Zebra’s, topi’s en struisvogels zijn de eerste dieren die
we zien. De struisvogel is druk aan het eten en met elke haal aan het gras
werkt hij zaden na binnen. Deze slaat hij op in zijn lange hals. Wanneer er
zich een krop met zaden heeft gevormd, laat hij de krop in zijn hals als een
lift langzaam naar beneden zaken.
We rijden over de vlaktes en bereiken de kopjes waar de
Serengeti zo bekent om is. Op één van de kopjes ligt een mannetjes leeuw en
een leeuwin. Van hier uit hebben ze een prachtig uitzicht over de vlaktes.
Bij een volgend kopje zit in een hol een uil op een rots.
De kleuren van de uil zijn nagenoeg de zelfde als die van de kopjes waardoor
de uil prachtig op gaat in zijn omgeving.
We gaan van de weg af en rijden nu echt over de nagenoeg
kale vlaktes. Makuru legt uit waarom we hier wel van de weg af mogen. Het
geeft een speciaal gevoel wanneer je zo over de vlakte rijdt. Geen weg en geen
andere auto. Regelmatig zijn op de vlaktes geen dieren te vinden. Dan opeens
rijdt je weer door een grote groepen thomson’s gazelles en topi’s. Af en toe
staat er een verloren acacia boompje. Onder één van die boompjes liggen twee
mannetjes leeuwen parmantig naast elkaar. Alle dieren zoeken op dit tijdstip
van de dag de schaduw op waar dat kan. Ook een hyena benut zo een plekje. We
naderen een familie olifanten. Midden op de goudgele vlakte vinden we een oase
met vel groen gras en riet. Een prachtige schakering van kleuren en een teken
dat er water is. De familie olifanten maakt van de gelegenheid gebruik en
neemt een modderbad ter bescherming tegen de zon en de parasieten. De licht
grijze huiden van de olifanten worden donker grijze huiden en glimmen van de
modder waarop de zon reflecteert. De olifanten komen door het water onze kant
op. Dan staan ze even stil. Alsof ze door een stille stem te horen krijgen wat
te doen. Een zelfde stem die hun ook weer zegt om verder te lopen. Dat doen ze
dan ook en komen nog meer onze kant op. Makuru start de motor om plaats te
maken. Geruisloos komen de olifanten het water uit op de plek waar wij tien
seconden geleden nog stonden. We keren de landrover om de olifanten nog even
te volgen. De verzorging van de huid gaat verder. Over de huid wordt met een
handige zwaai van de slurf zand gestrooid. Met de slurf zuigt één van de
olifanten zand op om vervolgens het zand in zijn oor te blazen. Een wolk van
zand omgeeft het oor en een kleine waterval van zand loopt het oor uit.
Een mooi moment om terug te gaan naar de campsite.
Daar aangekomen staat er een lekkere lunch klaar. Tijdens
de lunch bepraten we met Leina wat er de laatste dagen is gebeurd. Leina is
een Masai en onze eerste indruk is dat het nu allemaal goed komt. Ze heeft
contact gehad me Jozef. We sluiten af met de mededeling van Leina dat ze ons,
ter compensatie van het geleden leed, op Zanzibar gaat upgraden naar een beter
hotel en een weddenschap dat we niet meer dan zes auto’s in Selous GR tegen
zullen komen. Zijn het meer auto’s dan trakteert ze op een etentje op
Zanzibar.
De middag zitten we verder uit in de schaduw van een boom
en praten over verschillende Afrika gerelateerde onderwerpen. Voor we het
beseffen is het alweer tijd voor de volgende gamedrive. We starten met
fantastische panorama’s. Er ontwikkelen zich aan de horizon donker blauwe
wolken en met de laagstaande zon in de rug geeft dit een schitterend
kleurenspel. De lucht diep donkerblauw en de enorme vlaktes vel goudgeel
gekleurd. Erg bijzonder. Een eenzame fraai gevormde kale boom staat op de
vlakte en kleurt fantastisch op.
Het spotten van wilde dieren verloopt al even gelukkig.
Natuurlijk zien we de haast gebruikelijke dieren. Maar we krijgen ook veel
bijzonders voorgeschoteld.
Het begint allemaal met een grote groep olifanten. Aan
beide kanten van de weg staat een gedeelte van de groep olifanten. Links van
de weg testen twee jonge mannetjes hun krachten om zo hun rangorde te bepalen.
Dit schermen met de slurven en het elkaar naar achter duwen duurt minuten.
Rechts van de weg loopt een heel klein olifantje richting de landrover. Een
volwassen vrouwtje staat tussen ons en het jonge olifantje in en laat met haar
oren zien dat we te dicht bij staan. Voor ons het teken iets terug te rijden.
Voor ons steekt de grootste olifant van de familie olifanten de weg over en
begint rustig van een acaciastruik te eten. We wachten tot we door kunnen
rijden. We moeten dan wel tussen beide subgroepen door rijden. Makuru wacht op
het juiste moment om gas te geven. Nu stoppen zou fataal zijn. Zelfs wanneer
een klein olifantje vlak voor ons toch probeert de weg nog over te steken. Het
olifantje bedenkt zich en met een bocht om een acaciastruik zoekt ze de
veiligheid van het gras weer op. Het gras bedekt echter een greppel of gat in
de grond en met één van haar voorpoten zakt ze weg en valt voor over. Gelukkig
staat ze ongedeerd weer op en vervolgt haar weg richting de veiligheid van de
groep. Ondanks dat het natuurlijk erg zielig is, is het ook erg komisch om te
zien.
Vervolgens zien we drie leeuwen. Alle drie liggen ze
heerlijk uit te rusten. Totdat één van de leeuwen gaat zitten en de vlakte
afspeurt naar prooi. De leeuw past perfect in het mooie plaatje. Gele vlakte,
donkere horizon en prachtig gevormde acaciabomen op de achtergrond.
We bereiken een strook met acaciabomen en acaciastruiken.
Er staat een auto stil en Makuru ziet het al lang. Wij moeten nog flink zoeken
naar het luipaard. Meer het speurwerk wordt beloond. Nog geen tien minuten
later en nauwelijks een paar kilometer verderop zien we een tweede luipaard.
Deze ligt op het dak van een acaciaboom een jonge gier op te peuzelen wat daar
in zijn nest lag. We rijden weer verder en het is niet te geloven maar binnen
tien minuten zien we weer een luipaard. Ook deze ligt in de boom. Makuru laat
ons weten dat hij dit, ondanks dat hij hier geboren en getogen is, nog nooit
gehoord of meegemaakt heeft. Het is natuurlijk ook uniek om in nauwelijks een
kwartier tijd drie verschillende luipaarden te zien.
De zon zakt al flink richting de horizon wat de
kleurenpracht van het landschap nog beter uit laat komen. Tijd om naar de
campsite te gaan. Maar we krijgen de kans gewoon niet. Voor ons loopt een
familie leeuwen. Zo op het eerste gezicht drie vrouwtjes met ongeveer acht
jonge leeuwtjes. Terwijl onze aandacht richting deze familie gaat, worden we
er op gewezen dat de familie nog groter is. Twee grote koppen van mannetjes
leeuwen steken boven het gras uit. Ze liggen in het halfhoge gras en houden
hun gezin in de gaten. Langzaam beweegt de groep zich voort. De kleintjes
leggen de afstand spelenderwijs af. De moeders wisselen het lopen met een
korte rustbeurt af. Op het moment dat één van de vrouwtjes gaat liggen lopen
een paar kleine leeuwtjes op haar af om aandacht te vragen. Zodra ze de
aandacht niet krijgen zoeken ze het gezelschap van elkaar weer op. Dan zien we dat
één van de vrouwtjes haar staart grotendeels verloren heeft. Een felrode kleur
bewijst dat het nog maar recent gebeurt is.
Het schijnt haar niet te deren en met gemak doorstaat ze
de spielereien van de speelse kleine leeuwtjes.
De lucht dreigt met regen en het is tijd om nu echt
richting de campsite te gaan. Een prachtige gamedrive nadert zijn einde. De
lucht is nog verlicht door de zon, die al achter de horizon is verdwenen. Een
enorme stapelwolk vangt dit licht op en steekt spierwit af tegen de hemel.
Tijdens het eten bepalen zingende Italianen de sfeer. Bij
ons is het wat minder rumoerig. Mfume is aangeschoven en zit er als een kleine
verslagen jongen bij. Ik probeer nog wel even een zinvol gesprek met hem aan
te gaan. Hij heeft echter niet veel te zeggen en kruipt terug in zijn schulp.
Met Leina wisselen we nog wel even wat informatie uit voor dat we de tent
opzoeken.
Er zijn leeuwen in de buurt gesignaleerd. We worden
geadviseerd voorzichtig te zijn wanneer we vannacht onze tent uit moeten.
16/8 Serengeti NP
Ondanks dat we vannacht de hyena’s horen hebben we een
goede nachtrust. Sommigen van ons hebben zelfs leeuwen gehoord. Klokslag 06.00
uur nemen we afscheid van Leina en Mfume en vertrekken op gamedrive. Leina
geeft aan dat we elkaar in Mikumi opnieuw ontmoeten.
Het is nog donker en tamelijk fris. Kale struiken langs
de kant van de weg lijken in de koplamp net schimmen wanneer we ze passeren.
Langzaam kleurt de horizon ligt op. Een hippo zoekt het water weer op na zijn
nachtelijke schranspartij.
Terwijl de zon zijn best doet om zich van de horizon te
ontdoen, stijgt in de verte een luchtballon op. Er staan een paar auto’s stil
en we sluiten aan in de rij. Iedereen kijkt naar rechts. Dan zien we het. Vier
leeuwen komen vanaf de vlakte recht op ons toelopen. Twee vrouwtjes gevolgd
door twee mannetjes. Door de zoeker van mijn videocamera is het een imposant
gezicht zoals de twee mannetjes vol zelfvertrouwen de sporen van de vrouwtjes
volgen. Ze komen recht op ons af. Ook de luchtballon vaart onze kant op en
vlak voor ons kruisen ze elkaars wegen. De luchtballon op ongeveer
vijfentwintig meter van de grond. Eén van de mannetjes leeuwen kijkt omhoog
naar het reusachtige gevaarte. Zijn lichaam verraad een lichte schrik wanneer
de brander van luchtballon aan gaat om weer hoogte te winnen.
De leeuwen zoeken een weg tussen de auto’s door en
benutten aan de andere kant van de auto’s de kans om hun dorst te lessen.
Terwijl andere auto’s de leeuwen proberen te volgen
rijden wij een andere kant op. We proberen andere auto’s te ontwijken. Wanneer
je zestig kilometer van een lodge bent mag je in de Serengeti ook van de weg
af en over de vlaktes rijden. Iets wat we niet wisten. Het geeft je een erg
vrij gevoel om zo over de vlakte te rijden. Er is geen weg meer in de omgeving
te herkennen. Thomson’s gazelles, topi’s en hartebeesten komen we in grote
aantallen tegen. Een hyena moeder met jong vluchten achter een termietenheuvel
weg wanneer we ze naderen en bad-eared foxes zoeken de ingang van hun hol. Het
grootste gedeelte van de ochtend rijden we zo over de vlakte totdat we
uiteindelijk weer op een weg uitkomen. De ochtend loopt al weer op zijn einde
wanneer we van een tegenligger horen dat verderop zes cheeta’s gesignaleerd
zijn. Hoewel er tussen de gidsen hoofdzakelijk in het Swahili gecommuniceerd
wordt, herkennen we al wel dat het om cheeta’s gaat. We rijden er naar toe. Er
staan al wat auto’s. Wanneer we de auto’s bereiken zien we inderdaad vijf
schitterende cheeta’s tegen een termietenheuvel aan liggen. Het is een moeder
met vijf al bijna volgroeide jonge cheeta’s. Dit moet wel een fantastische
moeder zijn om vijf jongen groot te brengen.
We nemen de tijd om van dit mooie plaatje te genieten.
Hoewel er op zich niets spectaculairs gebeurt, zit er toch wel wat beweging in
voornamelijk de jonge cheeta’s. Op de achtergrond passeren een paar thompson’s
gazelles op een gepaste afstand. Uiteindelijk staan we nog als enige van de
cheeta’s te genieten. Onze magen geven echter het signaal dat het tijd is om
terug te gaan naar de campsite. Hoewel het me prachtig lijkt om zes cheeta’s
samen over de vlakte te zien lopen, wachten we er maar niet op. Via een
alternatieve route rijden we richting onze campsite. Olifanten en giraffes
passeren we voordat we uiteindelijk op de campsite aankomen en aan ons verlate
ontbijt te beginnen.
Op de campsite is het een stuk rustiger geworden. De zon
heeft ongeveer zijn hoogste punt bereikt. Daarom zoeken we de schaduw op van
één van de gebouwtjes om te ontbijten. De gebouwtjes zijn niet meer dan vier
muurtjes van een halve meter hoog met een rieten dak er boven. Voor de rest
zorgt gaas er voor dat we ‘s-nachts onze spullen in de gebouwtjes kunnen
opslaan en veiligstellen voor hyena’s. Het is er lekker koel. Voor andere
reizigers wordt de lunch al klaar gezet. Dit trekt onmiddellijk een paar
vogels aan. Even gebruiken ze het gaas als tussenstop om vervolgens te
profiteren van wat er aan eetbaars op de tafeltjes staat.
Het verlate ontbijt smaakt ons best en wanneer we twee
uur later ook al de lunch aangeboden krijgen behoort mijn knorrende maag van
vanmorgen al weer tot het verre verleden.
De tijd verstrijkt met het bijhouden van het reisverslag
en tegen 16.00 uur vertrekken we voor een volgende gamedrive. Het is de
bedoeling dat we richting Lobo area in het noorden van de Serengeti rijden.
Volgens Makuru komt in dit gebied de Tseetseevlieg meer voor. De vlieg waar
Ellen tijdens eerdere reizen al nare ervaringen mee heeft gehad. Op de één of
andere manier reageert Ellen altijd heftig op een steek van dit paniek
veroorzakende beestje. In Uganda hielt Ellen er een half opgezwollen gezicht
aan over. Makuru vertelt ons er rekening mee te houden.
Ook in Lobo area zien we veel van de meest voorkomende
dieren in de Serengeti. Langs een riviertje ligt een tweetal leeuwen uit te
rusten. Dit gebied is zoveel anders dan de vlakte van vanmorgen. Veel meer
acaciastruiken en bomen vormen samen een gebied waar achter elke struik iets
bijzonders kan liggen. De riviertjes zijn er de oorzaak van dat hier dus meer
tseetseevliegen zitten dan in andere gebieden van de Serengeti. Voor ons loopt
een familie baboons langs en over de weg. De kleinsten van de familie zorgen
voor wat komische momenten. Zo valt er eentje van de rug van de moeder en
springt er eentje wat al te vrolijk rond zodat hij van een zandrichel afglijdt
die de weg afbakent. Terwijl we van dit alles staan te genieten springt een
volwassen baboon op de bumper aan de voorkant van de auto. Tegen de gril
aanzittend kijkt hij in de auto. Er valt echter niets te halen en met een
parmantig sprongetje zoekt hij de rest van zijn familie weer op. Nu is
stilstaan met een auto in een gebied met tseetseevliegen niet het meest
verstandige wat je kunt doen en de gevolgen zijn dan ook meteen zichtbaar.
Slaande bewegingen met of zonder dodelijk wapen in de hand zijn de paniek
reacties. Deze hinderlijke beestjes zijn echter niet zomaar met één klap klein
c.q. dood te krijgen. Doorrijden is de eerste oplossing. Daarna zorgen dat
deze vampiers onder de vliegen door één van de raampjes weggeslagen kunnen
worden. Het resultaat van deze schermpartij is dat Anja, Ellen, Patricia en
Wilfred gestoken zijn. Bij de tegenpartij hebben we geen slachtoffers weten te
maken voor zover we weten. Ellen heeft binnen de kortste keren weer een
bovengemiddelde bult op haar been. We geven ons gewonnen en verlaten Lobo area
om van de prachtig gekleurde vlaktes te genieten.
Rechts van de weg staat een familie olifanten. Een van de
jonge olifanten is wat afgedwaald en probeert zijn familie weer te bereiken
voordat we hem ingehaald hebben. Op zich staan de olifanten op een redelijke
afstand van de weg maar de opgejaagde jonge olifant veroorzaakt een reactie
binnen de hele familie olifanten. We zijn de olifanten gepasseerd en staan
achteruit kijkend van ze te genieten. Alsof er signaal gegeven wordt stormt
ineens de hele groep op ons af. Gelukkig hebben we genoeg afstand gehouden.
Het is lastig om te omschrijven hoe het is wanneer een groep van over de tien
olifanten op je af komt stormen. De vier voorste olifanten in een voorste
aanvalslinie. Is het nu bedreigend, spectaculair, spannend of gewoon dom dat
we hier nog staan? Patricia besluit voor dat laatste. Zonder aarzeling komt er
een “Go, go, go, go, go” uit haar mond. Makuru aarzelt niet. Hij kan de
toestormende olifanten vanuit zijn positie niet goed zien. Met een flinke duw
op het gaspedaal wordt de afstand tussen ons en de olifanten minder snel
klein. Nu was de afstand nog niet zo klein dat we in de gevarenzone zaten,
maar hoe snel is een olifant nu precies? Dit alles gebeurde allemaal zo snel
dat geen van ons de gelegenheid had om dit op beeld op te nemen. Hoewel in het
bijzonder de vier voorste olifanten voor altijd op mijn netvlies zullen
blijven staan.
We rijden terug naar de campsite. De zon laat al een rode
gloed aan de horizon achter. Na het eten genieten we nog even van de
sterrenhemel. Een paar medebewoners van de campsite meent in het donker nog
even een korte wandeling te moeten maken over de enige weg die naar deze
campsite gaat. De mensen weten niet hoe gevaarlijk en dom ze bezig zijn.
Net als de mensen die op deze campsite richting een giraffe liepen die onze campsite
bezocht. Ze vonden toch echt dat ze zo dicht mogelijk bij de wilde giraffe,
waarvan een trap dodelijk is, moesten staan om een unieke foto te kunnen
maken. Ik hield mijn videocamera al wel klaar om eventueel andere unieke
opnames te maken
Ngorongoro Crater
17/8 Serengeti NP - Ngorongoro Crater
Vannacht hebben we weer een hyena gehoord. Vanuit haar
slaapzak feliciteert Ellen me met mijn verjaardag. Vandaag kunnen we wat
langer blijven liggen. Vanochtend vertrekken we richting de krater. Het pakken
van de landrover verloopt wat traag maar dat is begrijpelijk omdat Makuru voor
het eerst moet inventariseren wat er allemaal mee moet. We hebben de tijd.
Gelukkig hebben we na de valse start toch nog van de
Serengeti kunnen genieten. We hebben, net als bij eerdere bezoeken aan dit
prachtige park, veel mooie en bijzonder dingen gezien.
Dit is vast niet de laatste keer geweest dat we de
Serengeti bezoeken.
Met een nieuwsgierig gevoel naar ons volgende avontuur in
de Ngorongoro Crater vertrekken we. De weg de Serengeti uit trakteert ons op
nog twee leeuwen. Ze liggen aan een vennetje. Dan zie ik opeens die korte
staart bij een van de leeuwinnen. Het is dezelfde leeuwin als eergisteravond.
De wond aan de staart is niet meer vers. De lichtrode kleur heeft plaats
gemaakt voor een donkere wond voorzien van korsten. De wond ziet er droog en
schoon uit en het ziet er niet naar uit dat ze veel last heeft van de verloren
staart. Ondanks dat de huid tot de billen is verdwenen. Er zit niet veel actie
in de leeuwen.
De weg die we op de heenweg nog de benaming “wasbord”
gaven, glijdt nu onder ons door. Wat een verschil met de eerste landrover. Nu
blijkt echt dat het aan de auto lag en niet aan onze hoeveelheid bepakking.
Vlak voor we de gate bereiken zien we opnieuw twee leeuwen liggen. Nu tegen de
helling van de zijkant van de weg aan en in de schaduw van een paar boompjes.
De leeuwen zijn mager. Een van hen ligt op en stukje hout te bijten. Komt daar
dat spreekwoord vandaan? Desondanks zien ze er prachtig uit. Het zijn jonge
mannetjes die het waarschijnlijk in deze droge tijd erg moeilijk hebben.
Misschien hebben ze de groep onlangs moeten verlaten en moeten ze sinds kort
voor hun zelf zorgen.
In de landrover is nog maar weinig ruimte over waardoor
Ellen niet in de positie is om foto’s te maken. Gelukkig krijg ik ze wel op
film. Petty zit achter in de landrover op een koelbox waar een kussentje
bovenop is gelegd. Tussen haar en het dak zit nauwelijks een centimeter.
Met deze wegen kan ze zich niet veroorloven om in te
dutten. Dat zou met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een bult op
haar hoofd betekenen.
Bij de gate ontmoeten we de hulpvaardige mensen die ons
op de heenweg hebben bijgestaan.
Met een vriendelijke zwaai met beide handen, zoals zoveel
Afrikanen dat doen, laat hij blijken dat hij ons herkent. Met een meewarige
lach laat hij nog even weten wat hij van Mfume vond. Gelukkig zijn we dus niet
de enigen.
We rijden door richting de krater. De vlaktes tussen de
Seregenti en de krater vliegen haast voorbij. We rijden nu weer in de
Ngorongoro conservation area. Vlak voor we de eerste heuvels bereiken bezoeken
we een masai dorpje “manyatta”. Het ligt links van de weg en is ingesteld op
toeristen. Ondanks dat vind ik een bezoekje toch altijd leuk. Voor mij en
Ellen is dit niet het eerste bezoekje in een masai dorp. Voor de anderen wel.
Bij binnenkomst in de kraal staan vrouwen en mannen klaar om te dansen en te
zingen.
De masai blijft toch de bekendste stam van Afrika. Masai
betekent: hij die de taal van de Maa spreekt. De Masai zijn bekend geworden
als gevolg van het feit dat ze zich ophielden op plaatsen die ook veel door
toeristen bezocht werden. Ze zijn opvallend en vaak knap van uiterlijk.
Behalve in het dorpje wat we nu bezoeken dan toevallig.
Het zwaarste werk wordt overwegend nog steeds door de
vrouwen gedaan. De taakverdeling is overwegend zo dat de vrouwen hutten
bouwen, zorgen voor voedsel en brandhout en water halen. Soms van heel ver.
Het hoeden van vee doen de jonge jongens die nog niet oud genoeg zijn om
krijger “moran” te worden. Moran werden ze vroeger door een leeuw te doden. Nu
zijn deze tradities haast verdwenen. Omdat de krijgers er niet veel meer op
uit te trekken om vee terug te roven, doen ze nog maar weinig. Vee was immers
altijd het belangrijkste in het leven van de Masai. Ze dachten dat al het vee
op de wereld van hun was en vochten dus om al het vee wat ze tegen kwamen. Nu
is het anders en leven de krijgers een lui leven volgens velen.
We lopen verder het dorpje in. In het midden is een
cirkel gemaakt waaraan allemaal te verkopen souvenirs zijn gehangen.
Daaromheen staan de sobere huisjes, gemaakt van boomstammen en takken bedekt
met koeienmest met daarop een dak van stro. We krijgen een uitnodiging om
binnen te komen in één van de huisjes. Een vrouw ligt op haar bed en met een
gebaar wordt ons gevraagd om op de bedden te gaan zitten. We krijgen een korte
uitleg over het leven van de Masai. Petty fungeert waarnodig als tolk.
We lopen naar achter in het dorpje. Hier is vrijwel
niemand te bekennen. Eén van de krijgers komt aanlopen om me wat te verkopen.
In principe heb ik wel belangstelling voor een deken. Hij loopt weg en komt
terug met twee gebruikte kleden. De geur van het leven van de Masai komt van
het kleed af. Op zich wel puur maar de geur overheerst toch iets te veel. Ik
heb een soort bel gezien. Het is van metaal en heeft de vorm een holle banaan.
In de lengte zit aan de binnenkant een gleuf waarin drie metalen knikkers
zitten. Aan beide uiteinden zit een leren riempje. Als uitleg krijgen we dat
de Masai dit werktuig gebruikt wanneer hij over de savanne wandelt. Het geluid
van de knikkers in de metalen banaan waarschuwt de leeuwen dat er iemand
aankomt waardoor er geen onverwachte confrontaties ontstaan. Een andere uitleg
is dat het om de hals van een geit wordt gehangen wanneer het over de vlakte
loopt. Wel met het zelfde doel. Wat het ook mag zijn. Ik heb het nog nooit
gezien en vind het wel bijzonder. Na wat onderhandelen koop ik hem voor een
redelijke prijs.
Het bezoek aan de manyatta loopt al weer ten einde. We
nemen afscheid en vertrekken voor de laatste kilometers richting de krater.
Op de campsite aangekomen staan een paar jonge Masai
jongens in traditionele kleding kattenkwaad uit te halen. De traditionele
kleding verraad dat ze onlangs besneden zijn. Zwarte kleding en een wit masker
op het gezicht geschilderd. Het is momenteel vrij rustig op de campsite. Dat
zal nog wel veranderen. We pakken de landrover uit en zetten meteen de tenten
op. Net als in de Serengeti zijn ook op deze campsite een paar eenvoudige
gebouwen neer gezet. Eén om te koken en één om als restaurantje te dienen. In
een paar jaar kan er veel veranderen. Hoewel ik me hier boven op de lippen van
de krater er wel iets bij voor kan stellen. Je kunt nu lekker uit de wind en
regen blijven. Beiden zijn typisch voor deze campsite die vaak in de wolken
verdwijnt.
Zodra we de tenten hebben opgezet, alles veilig hebben
opgeborgen en Makuru een lekke band verwisseld heeft, vertrekken we voor onze
eerste gamedrive in de krater.
Het is de derde keer dat we de krater bezoeken. De krater
wordt door velen een wereldnatuurwonder, paradijs op aarde, tuin van Eden of
zelfs Ark van Noach genoemd genoemd. De eerste twee bezoekjes hebben ons daar
nooit echt van kunnen overtuigen. Natuurlijk, het landschap is prachtig en
afwisselend. Met het spotten van dieren heeft het echter nooit mee gezeten.
Maar na de eerste keer zat er wel een stijgende lijn in en wie weet wordt die
lijn voort gezet.
Via een smalle weg dalen we de kraterwand af. Er staat
behoorlijk wat wind. Het witte zout van het behoorlijk opgedroogde kratermeer
komt als een stofwolk om hoog en geeft met een sluier van stof de windrichting
aan. We rijden links om Lake Magadi heen richting Mandusi Swamp. De wegen zijn
erg droog en het stof is en aanslag op onze foto- en filmapparatuur.
De videocamera van Hendri laat het afweten. Net als vorig
jaar. Hopelijk is het maar tijdelijk.
De eerste dieren die we zien zijn zebra’s en een buffel.
De tweede helft van de gamedrive wordt ingeleid door het rijden door de sluier
van stof. Denkbeeldig zou je kunnen stellen dat we hiermee in een ander
gedeelte van de krater komen. Opeens zijn er veel meer dieren. Hyena’s en
grote groepen wildebeesten en zebra’s. Zoveel zebra’s en wildebeesten heb ik
nog nooit gezien en we rijden er tussen in. Het geluid van de wildebeesten is
onmiskenbaar en eigenlijk erg geestig. De zon zakt tegen de lippen van de
kraterwand. Dit geeft een prachtige lichtinval over de ruggen van de duizenden
wildebeesten en zebra’s. Het is al 17.00 uur geweest en om 18.00 uur moeten we
de krater uit zijn. Tijd dus om verder te rijden richting de gate via Gorigor
Swamp. Een paar waterbokken, olifanten en verborgen in het riet aan de rand
van het moeras zien we nog een paar leeuwen. Met nog een klein kwartiertje te
gaan zetten we de weg omhoog in naar de gate. De weg kronkelt en vanaf
verschillende punten hebben we een prachtig uitzicht over de krater.
Voordat we richting de campsite rijden haalt Makuru eerst
de gerepareerde band op. Op de campsite staan nu meer tentjes van collega
safarigangers. We leggen onze spullen in onze tentjes en lopen richting het
gebouw wat we maar restaurant zullen noemen. Onze plek is herkenbaar door de
ballonen die er hangen voor mijn verjaardag. Petty schijnt al twee dagen met
het voorbereiden van iets extra’s bezig te zijn. Alleen een paar olielampen
verlichten het interieur. Bij elkaar zitten we met vijftig personen verspreid
over twaalf eenvoudig gemaakte tafeltjes. Het eten bestaat uit kip, samosa’s,
chapati’s en beignets. De kip heeft een eigenaardige geur en voor het eerst in
Afrika vertrouwen we het eten niet helemaal. De rest was trouwens
overheerlijk. Als toetje komt Petty met een taart en een uit een meloen
gesneden mandje aanlopen. Op beide nagerechten staan de felicitaties voor mijn
verjaardag.
Erg leuk. Ik krijg een paar cadeautjes en wanneer Petty
zegt, “But you are not singing” is dat het signaal
om me zingend nog eens te feliciteren.
Verrassend is het wanneer dit voor het grootste gedeelte
van de andere toeristen aanleiding is om mij, ieder in hun eigen taal, ook
geluk te wensen. Zo wordt ik toegezongen in het Spaans, Bask, Duits, Engels,
Fins, Zweeds en nog eens Spaans. Wat een bijzondere verjaardag is dat om op de
lippen van de Ngorongoro Crater toegezongen te worden door verschillende
nationaliteiten. Met een, op verzoek korte speach, het eten van de taart en
het drinken van sekt sluiten we de feestelijkheden af.
Nog even drinken we wat na voordat we de tenten op
zoeken. Terwijl we na de tent lopen, schijnen we met de zaklantaarn in het
rond. Plots vangt onze lichtstraal drie paar ogen. Zijn het hyena’s? We denken
van wel. Bij de tent aangekomen zien we dat er een paar ballonnen boven op
onze tent zijn geknoopt. Nog een keer schijn ik in het rond. De ogen lichten
niet meer op. De hyena’s zijn zeker verdwenen.
18/8 Ngorongoro Crater – Wild palm camp
Het is nog vroeg in de nacht wanneer Ellen wakker wordt
door een doffe klap tegen de tent. Even later volgt een tweede klap die ik ook
mee krijg. Beiden zitten we recht op in de tent. Rond de tent horen we
gesnuffel. Zijn het de hyena’s? Dat zou zo maar eens kunnen. Ik herinner me de
ballonnen boven op de tent. Zouden de ballonnen de aandacht van de hyena’s
trekken? Opnieuw horen we het gesnuffel rond om de tent. Natuurlijk zijn de
hyena’s nieuwsgierig geworden door de ballonnen die willoos in de wind heen en
weer bewegen.
De nieuwsgierigheid kan maar op één manier overwonnen
worden en dat is door de ballonnen te pakken. Dat maakt het doffe geluid. Voor
ons is dit de enige verklaring. Ik pak mijn Mc-lite. Wanneer ik weer het
gesnuffel hoor haal ik uit. Met een knal sla ik een paar keer tegen het
tentdoek. Dan is het stil. Aandachtig luisteren we met ons tweeën. Normaal
hebben we de flappen van onze raampjes omhoog en kunnen we door het
muskietengaas zien wat er om ons heen gebeurt. Omdat het boven op de krater
vaak te koud en te regenachtig is zitten de luiken nu dicht.
Ik roep de anderen in hun tent en vraag ze om
gelijktijdig met mij de tent uit te komen. Op mijn signaal stappen we met ons
drieën uit de tent. Daar sta ik dan in het snel omgewikkelde masaikleed dat ik
een paar uur geleden nog voor mijn verjaardag heb gekregen. Er is niets te
zien. Voordat ik de tent weer in kruip haal ik de ballonnen van de tent. Even
praten Ellen en ik nog na over deze belevenis. De rest van de nacht krijg ik
nauwelijks meer mee.
Om zes uur staan we op om even later weer de kraterwand
af te dalen voor een tweede gamedrive in de krater. We zitten stevig ingepakt
in de auto. Het is erg fris. Achter de kraterwand komt een flets blauw licht
te voorschijn. De eerste signalen dat de zon zijn best doet om weer boven de
kraterwand uit te komen. Bij de gate wachten we op de opzichters. Samen met
een andere auto zijn we de eersten die de afdaling maken. Voor ons uit loopt
een hyena de zelfde weg naar beneden richting het kratermeer. Daar liggen nog
eens tien hyena’s. De hyena’s staan op het punt om zich over de vlakte te
verspreiden. Net alsof ze even werkoverleg hebben gehad en weer aan het
dagelijkse werk gaan.
Wij slaan rechts af en rijden richting het bos. Daar
aangekomen staat een olifant langs de kant van de weg van een acaciaboom te
eten. Het is goed te zien hoe de olifant zijn slurf en slagtanden gebruikt om
takken klem te zetten en vervolgens, met een neerwaartse beweging van het
hoofd, van de boom te trekken. Alleen wanneer we hem passeren laat hij met
wijd uitstaande oren merken dat hij ons in de gaten heeft. Verder ziet het bos
er prachtig maar verlaten uit. Bij het uitrijden van het bos denkt Makuru in
de verte een neushoorn te zien. Er naar toe rijden kunnen we niet omdat een
tak over de weg ons laten weten dat we deze weg niet in mogen. Tegen de klok
in rijden we verder de krater in. Het aantal wildebeesten, zebra’s en hyena’s
is overweldigend. Warthogs, bat-eared foxes, jackals, thomson’s gazelles,
buffels en hippo’s spotten we ook eenvoudig. Twee hyena’s laten zich half uit
hun hol liggend van erg dichtbij fotograferen. De half dicht zittende ogen
doen vermoeden dat we de hyena tijdens zijn dutje storen. Even gaat de kop
nieuwsgierig omhoog om vervolgens weer in het mulle zand te zakken. Naarmate
we meer achter in de krater komen, des te rustiger wordt het met de dieren.
Een paar hyena’s en wat warthog’s, daar blijft het bij.
Voor ons een reden om na een korte verkenning van het
gebied weer terug te keren naar het eerder bezochte gedeelte van de krater.
Daar aangekomen komen we midden tussen grote groepen wildebeesten en zebra’s
te staan. Voor onze landrover steekt aan lang lint van wildebeesten de weg
over om in de Gorigor Swamp wat te drinken. Terwijl de wildebeesten voor ons
de weg oversteken, steken achter ons de uitgedronken wildebeesten weer terug
de weg over. Het zijn er minstens een paar duizend. Dit alles in een erg
rustig tempo en voorzien van de zo bekende en aanstekelijke geluiden die de
wildebeesten produceren.
We naderen het bos weer wanneer we links van de weg een
cheeta zien. Ik dacht dat ze hier niet leefden. Immers in de afgebakende
ruimte van de krater is de concurrentie tussen roofdieren, inclusief de in
ruime mate aanwezige hyena’s, moordend. Een cheeta zal nauwelijks tijd hebben
om van zijn gevangen prooi te genieten. Elke gevecht om zijn prooi met
leeuwen, hyena’s en zelfs luipaarden verliest de cheeta. Maar het schijnt dat
ze opnieuw geïntroduceerd zijn in de krater. Voor de cheeta en de krater is te
hopen dat deze introductie goed afloopt.
We staan stil te genieten van dit dus unieke plaatje. De
cheeta ligt vlak langs de weg in het halfhoge gras. Een jackal loopt niets
vermoedend richting de cheeta. Op een kleine tien meter stopt de jackal.
Waarschijnlijk geeft één van zijn zintuigen het signaal dat er iets niet pluis
is.
De kop van de jackal gaat iets omhoog en op het moment
dat ze oog in oog staan sprint de cheeta op halve snelheid richting de cheeta.
Voldoende om de jackal te verjagen die hem stoorde tijdens misschien wel zijn
voorbereiding voor de jacht. De cheeta loopt in een versneld tempo, waar de
frustratie vanaf straalt, richting een paar thomson’s gazelles in de verte om
vervolgens in het hoge gras te verdwijnen.
Het is zowat 10.00 uur wanneer we krater verlaten. Het is
de bedoeling dat we vandaag richting Ruaha NP vertrekken. Daarvoor hebben we
twee dagen nodig en daarom willen we dat de tussenstop in ieder geval langs de
weg van Arusha naar Dodoma ligt.
Na de brunch pakken we onze spullen. Rechts van ons zorgt
een waterval van wolken over de kraterwand voor een spectaculair vergezicht.
Onderweg naar de t-splitsing Arusha – Dodoma – Ngorongoro Area zoeken we tegen
misschien wel beter weten in nog even naar wat curio’s. De prijzen zijn hier
namelijk zo hoog, door de niet op onderhandelen ingestelde Amerikanen, dat van
een koop haast geen sprake kan zijn. Mijn interesse gaat uit naar een in leren
riemen vastgezette buidel. Hierin haalde de Masai vroeger bij de medicijnman
hun medicijnen. Althans dat moet ik van de verkoper geloven. Precies zoals ik
moet geloven dat er niets meer van de prijs afkan. Maar dan kent hij mij nog
niet. Met onderhandelen in Afrika heb ik inmiddels mijn sporen wel verdiend.
Het is weer zo een curio waar ik weer spoorslags verliefd op ben geworden. Ik
heb het nog niet eerder gezien. Dus voor mij is het uniek.
Het is al wel eens eerder gebeurd dat dit soort
onderhandelingen er de oorzaak van is dat de stop wat langer duurt dan
gepland. Maar het resultaat is er naar. Na overleg tussen de verkoper en zijn
baas mag het verkocht worden. Handig speelt de verkoper op de situatie in met
de vraag om hem nog wat geld toe te stoppen. Hoewel ik er aan toegeef voel ik
me er niet ongelukkig door. Immers de onderhandelingen waren weer voorzien van
de typisch Afrikaanse gebruiken, te weten humor, respect en geduld.
Op de t-splitsing tanken we. Onmiddellijk staan er een
tiental Masai vrouwen om de landrover. Ze hebben pech. Aan Ellen en mij raken
ze niets kwijt. De verkooppraktijken zijn hier meteen weer een stukje
agressiever en het kost veel moeite om de vrouwen er van te overtuigen dat hun
moeite voor niets is.
Gelukkig kunnen we de weg richting Dodoma snel vervolgen.
De middag is inmiddels al ver in de tweede helft. Ver rijden we dus niet meer.
Bij het bordje Wild Palm Camp slaan we rechts af een paar meter breed zandpad
in. Het gebied is erg droog. Tussen de dorre struiken staan een paar palmbomen
als een oase herkenbaar het signaal te geven dat we daar moeten zijn. Of het
nu wilde palmen zijn of niet, we zijn aangekomen op de plek waar we de komende
nacht overnachten. Wild Palm Camp is een basic campsite met een paar
voorzieningen zoals douche, toilet, een overdekte keuken en eetgelegenheid.
Misschien is het koude bier wat hier te krijgen is wel het meest aangename.
Nee, dat klopt niet. Deze plek is prima in orde. Petty gaat onmiddellijk aan
de slag in de keuken. Wij zetten onze tent op waarna we naast een wilde palm
onder het genot van een biertje het dagboek bijwerken of wat andere
noodzakelijke dingetjes regelen.
19/8 Wild palm camp – Dodoma
Een lange en moeizame dag ligt voor ons. Makuru kondigde
gisteravond aan dat tegenslag hier na elke bocht op de loer kan liggen. Zit
het vandaag tegen, dan kan het lang duren voordat we hulp krijgen. Het is de
meest rechtstreekse weg naar Dodoma en voert ons door Rift Valley. Wanneer het
vandaag goed gaat, dan gaat de rest van de rit richting Ruaha NP ook goed.
Maar voor we vertrekken zit het al niet echt mee. Het
opruimen en het pakken van de landrover duurt veel langer dan noodzakelijk. Na
veel passen en meten ligt uiteindelijk alles naar tevredenheid van Makuru op
en in de auto. Het is 08.15 uur wanneer we vertrekken. Een uur later dan
gepland.
We rijden over een weg van stof en grof gravel. De weg
loopt bol waardoor de zijkanten naar beneden lopen richting de berm. Hierdoor
hangen we soms redelijk scheef richting de kant van de weg. Ons vertrouwen
heeft vorig jaar na het omkieperen in Savuti Channel een deukje opgelopen.
Vaker dan ons lief is zitten we vastgeklampt aan degene die naast ons zit met
de adem ingehouden en met grote ogen vol ontzag. Een enkeling kan soms zelfs
een gilletje niet onderdrukken.
Het grijs grauwe landschap wisselt in een prachtig groen
landschap met een weg die als een bruin rode ader op zoek is naar het
eindstation. De wisselingen van het landschap heeft alles te maken met de Rift
Valley. Een paar keer moeten we door Rift Valley heen. Door het hoogte
verschil en de daaraan verbonden temperatuursverschillen is de weg nooit
ééntonig.
Plantages maken plaats voor dorre gebieden die vervolgens
weer overgaan in plantages. We hebben het tempo er goed inzitten. Fietsers en
voetgangers worden voor onze komst gewaarschuwd door een zenuwachtig
geclaxonneer van Makuru. Het is eenvoudig te zien of onze medeweggebruikers
ons horen of zien. Tot aan het komische toe springen ze of van hun fiets af om
zo snel mogelijk door de greppel in veiligheid te komen of slaan ze de greppel
maar over omdat ze denken niet genoeg tijd te hebben. Soms is de paniek zo
groot dat de arme mensen half vallend in de greppel terecht komen om
vervolgens verschrikt om te kijken. Een enkeling zwaait zelfs nog. Dit is de
weg naar de hoofdstad Dodoma. Een weg die echter nauwelijks gebruikt wordt. We
zien nauwelijks andere auto’s. Laat staan andere mzungu’s.
Voor de lunch stoppen we langs de kant van de weg net
buiten een plaatsje. Onmiddellijk staan er kinderen om ons heen. In eerste
instantie blijven ze nog op een natuurlijke en respectabele afstand om
vervolgens door nieuwsgierigheid gedwongen steeds dichterbij te komen.
Eén van de jongens heeft een van plastic zakken gemaakte
voetbal. Ik nodig hem uit om de bal naar me toe te trappen. Hij gaat op de
uitnodiging in en we belanden zo in een spelletje hoog houden van de bal.
Petty benut haar tijd met heel andere dingen. Zij plaagt een jongen met een
ondeugende uitstraling door net te doen of ze hem wil versieren. Dit tot
hilariteit van de rest van de kinderen.
Het is nog ongeveer een uur rijden naar Dodoma. Door het
heen en weer schudden van de auto dommel ik in dat uur regelmatig wat in. Voor
ik het dus besef rijden we Dodoma binnen. Makuru gaat op zoek naar het Nam
Hotel. Zo op het eerste gezicht geen slechte keuze om hier te overnachten. De
kamers voldoen en we maken van de gelegenheid gebruik om het vuil van de
eerste week van ons af te schrobben, onze bagage te herpakken en batterijen op
te laden.
Wanneer dat allemaal geregeld is, gebruiken we de tijd
tot het eten om in de tuin van het hotel een lekker koud biertje te drinken.
Tijdens het drinken neem ik nog even de route door op het reisschema wat ik
aan het begin van de reis heb ontvangen. Het valt me nu pas op dat er een dag
in Sau Inn op Zanzibar niet op staat. Makuru moet Leina toch nog bellen. Ik
loop maar meteen met hem mee om het meteen te regelen. Tegen de tijd dat ik
terug ben is het tijd om te eten. We doen onze bestelling. Het blijkt dat het
hotel niet op onze komst heeft gerekend. Normaal blijven gasten hier niet
eten. Laat staan een stelletje Mzungu’s. Van alles moet nog in de winkels
gehaald worden om aan onze wensen te voldoen. Dit alles gebeurt op een typisch
Afrikaanse manier. Eerste wordt er iets gehaald bij de ene winkel. Dan haalt
een ander weer wat bij een andere winkel. Tot slot haalt en derde weer iets
bij weer een andere winkel. Zo zien we alles voorbij komen wat we zo meteen op
ons bordje gepresenteerd krijgen. Verrassend snel is het eten klaar en het
smaakt goed. Dan komt het afrekenen. Ook dit levert problemen op. Rekenen,
rekenen en nog eens rekenen. We hadden ook nooit moeten vragen om de rekening
even te splitsen.
Tegen negenen zoeken we ons bed op. De reisdag met alle opgedane indrukken heeft ons
vermoeid. In bed werk in nog even het reisverslag bij. Morgen hebben we nog
een lange reisdag richting Ruaha NP.
Ruaha NP
20/8 Dodoma – Ruaha NP
Gewekt door aan de en kant van het hotel een haan en aan
de andere kant een moskee beginnen we onze tweede reisdag. Een vluchtig
ontbijt en dan vertrekken we via kruipdoor en sluipdoor weggetjes richting
Iranga. Dodoma is de hoofdstad met de allure van een middelmatig
provinciestadje. Geen hoogbouw en erg rommelig. Nu geldt dat laatste eigenlijk
voor alle steden en plaatsjes waar we doorheen komen. Het duurt even voor we
de hoofdweg richting Iranga vinden. Zodra we enkele kilometers buiten Dodoma
zijn wordt het wat rustiger op de weg. Heel lang zien we geen auto meer. We
passeren kleine dorpjes waar we altijd het zelfde zien gebeuren. Mensen die in
de schaduw de inmiddels de oplopende temperatuur proberen te ontlopen, kleine
winkeltjes van reparatieplaatsen voor fietsen tot slagerijtjes en kleine
eettentjes.
Midden tussen Dodoma en Iranga is een dam gebouwd. Achter
de dam ligt een groot meer. In deze directe omgeving mogen geen foto’s gemaakt
worden, de bewaking is streng en je mag niet stoppen. Even wachten dus maar
met de plaspauze. Hoewel het landschap droog is, zijn we verrast door de mooie
omgeving. Een gebied met veel baobab’s, bergen en opnieuw Rift Valley laten we
achter ons. Tijdens de plaspauze kijken we per toeval op de auto. Enorm veel
stof en een rugzak die volledig los getrild klaar ligt om na nog één kleine
oneffenheid in de weg de eenzaamheid op te zoeken. Het blijkt om mijn eigen
rugzak te gaan. Gelukkig komen we er nu achter en kunnen we alles opnieuw en
vooral nog net op tijd vastbinden.
Het is nog ongeveer anderhalf uur rijden naar Iringa.
Wanneer we de tijd en de afstand bijna overbrugt hebben, krijgen we bij een
lichte stijging in de weg een lekke band. Vanaf hier is het nog ongeveer
honderdvijfentwintig kilometer naar Ruaha NP. Ik kan het niet helpen dat ik
net als gisteren een gedeelte van deze laatste kilometers knikkebollend
doorbreng.
Op een punt waar de weg zich splitst, kiest Makuru er
voor om rechts aan te houden. Volgens hem is het een “shortcut”. Na ongeveer
een kilometer komt ons een tegenligger tegemoet rijden die ons vertelt dat een
verderop liggende brug het heeft begeven. Voor ons betekent dit omkeren en via
de linker afslag op de splitsing onze weg vervolgen. Een bord op de splitsing
laat ons weten dat het nog zestig kilometer naar de gate is. Sporen van
olifanten, impala’s en giraffen zijn de eerste signalen dat we in de buurt
komen.
Tegen 16.30 uur bereiken we de gate. Een brug over de
Ruaha river geeft toegang tot het nationale park. Makuru en Petty regelen de
formaliteiten. Ondertussen verkennen wij de omgeving tot halverwege de brug.
Dat levert toch al snel een paar hippo’s, een krokodil, twee giraffes en een
fantastisch uitzicht op over de laagstaande rivier. De formaliteiten zijn snel
geregeld. Het kamp ligt ongeveer acht kilometer vanaf hier langs de rivier. Op
de weg er naar toe zien we kudu’s, impala’s, giraffes, zebra’s en buffels.
Op het kamp staan banda’s gemaakt van groen geverfde
golfplaten. Op het dak is riet over de golfplaten neergelegd om de ergste
hitte buiten te houden. Een haast onmogelijk zaak.
Vlak nadat we zijn gearriveerd komt ook een overlandtruck
aangereden. Iedereen van ons is redelijk uitgeteld na de twee lange reisdagen.
We pakken onze spullen uit en van de landrover en verplaatsen alles naar de
banda’s. Daarbij passeren we een bord met de tekst, “Elephants are wild dangerous, keep away from them”.
Het zal hier wel met een reden neergezet zijn.
Langs de rivier is een plek gereserveerd om een kampvuur
te maken en van de intredende duisternis te genieten. Dat gaan we dan ook maar
doen. Vooral Wilfred en Hendri kunnen zich de komende dagen heerlijk uitleven
met het onderhouden van het kampvuur. Geluiden van een African fish-eagle en
hippo’s luiden de avond in. We krijgen bezoek van een familie baboons en aan
de oever ligt een krokodil te wachten op wat eetbaars.
Petty is inmiddels weer druk in de keuken. Een lekkere
maaltijd sluit deze dag perfect af.
21/8 Ruaha NP
Afgesproken is om 06.00 uur klaar te staan voor onze
eerste gamedrive in Ruaha. Snel een bakje koffie en wat boterhammen mee in de
landrover. Wij zijn er helemaal klaar nadat we ook Makuru wakker hebben
gemaakt. Het is nog donker wanneer we vertrekken.
Ruaha NP ligt in het zuiden van Tanzania en is het op één
na grootste park van het land met een oppervlakte van ongeveer 10.300
vierkantekilometer. Het park is ontstaan in het jaar 1910 als deel van het
Saba Game Reserve waarna het in het jaar 1964 als nationaal park op de kaart
is gezet. Ruaha is interessant omdat in het park een overgangszone is tussen
de flora en fauna van oostelijk en zuidelijk Afrika. Ruaha is het meest
zuidelijk gelegen park waar de grant’s gazelle, lesser kudu en de gestreepte
hyena voorkomen. Ongeveer twintig procent van het park ligt langs de rivier de
Great Ruaha. Hier komen de meeste toeristen. Net als ons.
Tijdens de eerste kilometers zien we een giraffe. Het is
nog steeds donker maar met de lampen van de landrover op hem gericht, zien we
hoe de giraffe rustig op de grond ligt te herkauwen. Verder blijft het rustig.
Bij de rivier aangekomen volgen we deze via een kronkelend pad. We naderen een
bos met winterthorn en tamarinde bomen. Inmiddels is de invloed van de zon
duidelijk zichtbaar hoewel de zon zich nog steeds achter de bergen verschuilt.
We maken weer een bocht richting de half droog gevallen rivier. Opeens zien we
een donker bemaande mannetjes leeuw liggen. In zijn onmiddellijke omgeving
liggen een aantal vrouwtjes en jonge leeuwen. Langzaam naderen we de groep. Op
deze manier proberen we de groep leeuwen niet te veel te storen waardoor ze
zich mogelijk zouden kunnen verplaatsen. We tellen steeds meer leeuwen. De
jonge leeuwen zijn onder te verdelen in drie leeftijdsgroepen. Er zijn hele
kleintjes bij. We hebben eigenlijk tot op dit moment nog niets bijzonders
gezien tijdens de gamedrive en nu staan we plotseling voor deze grote groep
leeuwen. De volwassen leeuwen liggen rustig van de nachtelijke activiteiten
bij te komen terwijl de jongste leeuwtjes actief op de rand van de oever met
elkaar spelen of proberen aan wat melk bij hun moeder te komen. Met een
pijnlijke grimas laat de moeder dit echter niet toe waardoor de jonge
leeuwtjes weer op zich zelf zijn aangewezen. Steeds meer leeuwen dalen de
oeverwand af. Met een bocht om een paar bomen heen, proberen we ze weer in
beeld te krijgen. Het mannetje blijft zonder zich ook maar ergens druk om te
maken liggen.
We staan nu op de rand van de oever en kijken een tweetal
meters de rivierbedding in. Wat zich hier afspeelt is nauwelijks met een pen
te beschrijven. Het is net of we op de speelplaats van deze familie zijn
terecht gekomen. De kleinste leeuwtjes spelen met elkaar, soms bruut gestoord
door de oudere jonkies. Elkaar bespringen, haken, achtervolgen en besluipen,
van alles gebeurt er. Wanneer het wat te hardhandig gaat is een nauwelijks
hoorbaar gemiauw van de kleinste leeuwtjes het gevolg. De toneeluitvoering
duurt al anderhalf uur wanneer ze zich één voor één weer verplaatsen vanuit de
rivierbedding op de oever.
De meeste volwassen leeuwen liggen hier nog steeds
wanneer de jeugd zich weer bij hun voegt. De leeuwen zien er niet naar uit
alsof ze onlangs nog goed gegeten hebben. Maar mager zijn ze zeker ook niet.
Wie weet zien we de komende twee dagen nog wel een kill. Een familie als deze
zal toch vaak moeten jagen. De jonge leeuwen oefen in ieder geval alvast met
de opgedroogde bladeren van een palmboom. Het is prachtig om te zien hoe de
kleinste leeuwtjes met het blad heen en weer slepen en doen alsof ze de
laatste adem uit het blad willen wurgen.
Er komt langzaam beweging in het mannetje. Hij start het
ochtendtoilet door zich helemaal schoon te likken. We staan op nauwelijks drie
meter van hem vandaan en kunnen goed volgen hoe hij zijn tanden bloot legt om
een hinderlijke kriebel in zijn lies te onderdrukken. Onder begeleiding van
een indrukwekkend geluid schut hij zijn kop om zijn manen te ordenen. Er komt
een jonge leeuw naar hem toegelopen om hem te begroeten. Meteen neem ik mijn
video weer in de aanslag want meestal gebeurt er dan wel wat. Ook nu is dat
zo. De baas van de familie is er niet helemaal van gediend. Terwijl het jonge
leeuwtje met zijn vele malen kleinere kopje richting de enorme kop van zijn
vader gaat, grauwt het mannetje van zich af waarmee hij zowat het kleine kopje
in zijn bek heeft. Het leeuwtje loopt door alsof er niets aan de hand is. Ook
paps staat op en loopt richting een vrouwtje om te ruiken of ze gereed is om
te paren. Met een grimas op zijn kop probeert hij er achter te komen of de
tijd rijp is om zich voort te planten. Kennelijk is het nog niet zover. Hij
heeft zich alweer genoeg uitgesloofd en gaat weer liggen.
Aan de andere kant van de landrover loopt op respectabele
afstand een groep impala’s. Waarschijnlijk willen ze wat drinken uit de
rivier. Zowel de leeuwen en de impala’s zijn van de aanwezigheid van elkaar op de
hoogte. De impala’s laten dit horen met een snerpend gefluit.
Terwijl de jongste leeuwtjes nog wat proberen te drinken
bij hun moeder, keert de rust in de familie terug. We zijn ongeveer drie uur
getuige geweest van hoe het er tijdens een gewone dag van een familie leeuwen
aan toe gaat. We prijzen ons gelukkig.
We gaan verder op verkenning door Ruaha. We passeren de
groep impala’s en dan is het weer een tijdje rustig. Giraffes, een paar
olifanten, impala’s en zebra’s komen we sporadisch tegen.
Tot op heden hebben we verder nog geen enkele andere auto
gezien. Een exclusief gevoel.
We slaan een smal pad in wat ons langs een paar
rotsformaties brengt. Het landschap is prachtig en afwisselend. Acacia’s,
baobabs en sausage trees kenmerken het landschap met heuvels en de vlaktes
waarop geel verdort gras staat. We passeren een paar zebra’s en rijden een
grote groep impala’s tegemoet die halverwege een heuvel staat. De groep
impala’s splitst zich en we horen weer dat snerpende gefluit. Zou dat door ons
komen? Het antwoord komt snel.
Bij twee baobabs schiet een luipaard schichtig weg. Het
luipaard was de impala’s al tot op korte afstand genaderd voor een misschien
wel alles beslissende sprong. Het is duidelijk dat we onbewust zijn jacht
hebben verstoord. Maar één van de impala’s mag zich gelukkig prijzen. We
proberen nog even om het luipaard te vinden. Dat lukt niet. Het luipaard houdt
zich schuil in de geul tussen de twee heuvels. Een groep eland antilopen zoekt
het daarom wat hogerop op de andere heuvel. We rijden er naar toe om te kijken
of we van die kant nog een glimp van het luipaard kunnen opvangen. Ook dit
heeft geen succes en we rijden door richting het kamp. Het is ongeveer elf uur
en we hebben een prachtige ochtend achter ons wanneer Petty met de brunch
komt. Wat een verwennerij. We merken nu pas dat de temperatuur flink is
gestegen. Lekker relaxen dus met een boek of door het bijwerken van het
reisverslag.
Het is nog steeds erg warm wanneer we om 15.30 uur
vertrekken voor een volgende gamedrive. Natuurlijk zijn we nieuwsgierig naar
de leeuwen van vanochtend. Zijn ze er nog? En zo ja, krijgen we dan weer
zoveel mooie tafereeltjes te zien? Makuru rijdt inderdaad de richting van de
leeuwen op. Dieren laten zich vanwege de hitte niet zien. Alleen wij als
opportunistische gelukszoekers zijn in beweging. Wanneer we de plek van
vanochtend bereiken zijn de leeuwen verdwenen. Makuru spot ze echter ongeveer
tweehonderd meter verderop. In de schaduw liggen de leeuwen op de rand van de
oeverwand naar beneden te kijken over de Ruaha rivier. Verscholen achter de
struiken liggen ze te wachten op de dorstige dieren die ongetwijfeld een keer
komen drinken. Het mannetje ligt op zijn rug met alle vier de poten omhoog. Zo
relaxt als hij ligt, kunnen wij niet zitten. De zon schijnt meedogenloos op
onze ruggen en hoofden. Om in de schaduw te staan verliezen we of de leeuwen
uit het oog of we moeten de leeuwen te veel storen. Het besluit om verder te
rijden is dan ook snel gemaakt.
We volgen de rivier. Een familie olifanten staat ons
ontspannen op te wachten. We stoppen en het is erg stil. Wanneer de matriarch
het teken geeft om te lopen, volgt de hele familie. Als laatste in de lijn
rijden wij over het pad achter de olifanten aan. Het enige geluid komt van de
landrover. De olifanten lopen zonder geluid te maken richting de rivier. Het
is net of je voor even deel uit maakt van de familie. Wanneer ze rechts het
pad afgaan, bereiken ze de oever en dalen ze af naar de rivier. Vanaf hier
zien we dat meer families olifanten hun dorst lessen.
Andere dieren die we zien zijn veel giraffes en impala’s.
Voor de rest blijft het rustig en we zien niet veel spectaculairs. Het
landschap blijft natuurlijk fantastisch.
Het is schemerig wanneer we terug zijn op het kamp. De
wind steekt wat op en doet de vlammen van het kampvuur aanwakkeren. Een groep
van ongeveer tweehonderd African spoonbills en yellow-billed storks komt
aanvliegen boven de rivier. We rennen naar de rand van de oever om getuige te
zijn van dit mooie schouwspel. Het geluid van de vleugels en het landen in het
water maakt indruk. Ze landen vlak voor ons om even later weer met de hele
groep te vertrekken. Terug om het kampvuur en met een lekker koud biertje in
de hand maken we de plannen voor morgen. Makuru stelt voor om tegen 07.30 uur
te vertrekken. We vinden dat wel wat laat. Met het argument dat de dieren het
meest actief zijn voor die tijd, overtuigen we Makuru meteen om toch maar weer
om 06.00 uur te vertrekken.
22/8 Ruaha NP
Vannacht heeft er tegen de banda van Wilfred en Patricia
een olifant gestaan. Gewekt door wat geluiden ging Wilfred maar even door het
raampje kijken wat er aan de hand is. Het uitzicht werd volledig ingenomen
door een enorme kont van een olifant. Wanneer je zo duf door een raampje kijkt
moet er toch van alles in je dachten op komen voordat je aan een kont van een
olifant denkt?
Met wat boterhammen die als pre-brunch dienen, vertrekken
we terwijl het nog donker is. Verscholen in de struiken zien we kudu’s als
schimmen richting ons kijken. Kudu’s die door ons nog steeds gekscherend
“topi’s” worden genoemd als gevolg van de uitspraak van Mfume.
Na een paar giraffes blijft het qua dieren erg rustig.
Voor het eerst zien we mat meer auto’s die ook naarstig op zoek zijn naar wat
dieren. We proberen de in Ruaha regelmatig gespotte wilde honden op te sporen.
Witte opgedroogde keutels zien we regelmatig, als getuige van hun bestaan,
liggen. Nu zouden deze keutels qua kleur ook van hyena’s kunnen zijn, maar
gelet op het aantal en de gegroepeerde ligging van de keutels gaat het hier
toch echt om de keutels van wilde honden.
Zo af en toe passeren we wat zebra’s, giraffes, impala’s,
warthogs, dik diks en klipspringers. De dieren in Ruaha zijn schuwer dan in de
Serengeti of de Ngorongoro crater. De dieren zijn over het algemeen niet tot
op korte afstand te naderen. Links van de weg liggen drie leeuwinnen. De
leeuwen in het park zijn eigenlijk de enige dieren die zich niet of nauwelijks
wat van ons aantrekken. Zodoende zijn de leeuwen wel tot op korte afstand te
benaderen.
Ineens horen we het snerpende gefluit van impala’s. We
weten ondertussen wat dat betekent. Gevaar. Iedereen is meteen alert. Tussen
de acaciastruiken zien we wat impala’s staan. De koppen verraden welke kant we
moeten zoeken. Wat zal het zijn? Een luipaard? We verkennen het gebied en zien
uiteindelijk een silhouet. De kop steekt iets boven het gras uit. Het is
lastig te ontdekken welk dier het nu is. De één zegt een luipaard en de ander,
waaronder Ellen, is er van overtuigd dat het een hyena is. Het is lastig te
zien. Dan beweegt het dier zich even waardoor een aantal herkenningspunten
meer duidelijk worden. Het is een hyena.
De temperatuur loopt al weer flink op. Na een bezoekje
aan een uitkijkpunt met een fantastisch overzicht over een gedeelte van Ruaha,
rijden we terug naar het kamp. Een paar buffels luiden het einde van deze
gamedrive in. Het besef dat we gisteren veel geluk hebben gehad met de
spelende leeuwen dringt tot ons door. Op de oever staan twee kleine open
houten banda’s waar je in de schaduw prachtige uit kunt kijken over de rivier
en de oever aan de overkant. Een paar olifanten, impala’s en giraffes bevolken
de oever aan de overkant. Een giraffe steekt langzaam en voorzichtig de rivier
met de drooggevallen zandbanken over. Hij komt precies onze kant op lopen. We
zitten nagenoeg bewegings- en geruisloos te wachten op wat komen gaat. Met
elke stap die de giraffe zet komt hij dichter bij. Af en toe blijft de giraffe
verkennend staan om vervolgens weer een volgende stap te zetten. Uiteindelijk
loopt de giraffe op ongeveer twintig meter voor ons en de oever langs om met
een bocht op zoek te gaan naar verse acaciatakken die even verder op langs de
rivier te vinden zijn.
Het is weer erg warm en na een dutje en wat schrijfwerk
neem ik een lekkere verkoelende douche. Het is zalig om even het stof en de
viezigheid van de laatste dagen weg te spoelen met warm water.
Het is 16.00 uur en tijd voor onze volgende gamedrive. We
maken er geen lange gamedrive van. We rijden richting een natuurlijke dam in
de rivier. Hier bezit de rivier meer water dan we tot op heden gezien hebben.
Tussen rotsformaties door stroomt het water richting de dam om zich op een
open plek tot een soort meertje, omzoomt met een soort zandstrand, om te
vormen. Krokodillen verhogen hun lichaamstemperatuur door in het warme zand in
de zon te liggen. Het is een mooi plekje waar je zo aan het strand zou willen
gaan liggen. Een paar palmbomen vervolmaken het exotische plaatje.
Drie giraffen lopen gezamenlijk over een heuvelrug weer
dieper het park in. Het is rustig met de dieren. Erg rustig. Het prachtige
park is tot rust gekomen. Drie olifanten en een paar buffels zien we vlak
voordat we ons kamp binnen rijden. In de verte, aan de overkant van de rivier
loopt een enorme kudde buffels. We steken het kampvuur aan. Net als gisteren
strijkt een grote groep African spoonbills en yellow-billed storks voor ons
neer in de rivier om snel wat te eten en weer door te vliegen. Het is donker
wanneer Petty naar ons toe komt lopen om te vertellen dat het eten klaar is.
We pakken onze spullen en zo nadert het einde van een tweede volle dag in
Ruaha NP.
Mikumi NP
23/8 Ruaha NP – Mikumi
Met gemengde gevoelens verlaten we Ruaha NP. Qua
landschap is het een “must see”. Ook het weinige aantal bezoekers is iets wat
het erg aantrekkelijk maakt om de verre rit hier naar toe te maken. Om echter
die dieren van dichtbij te kunnen zien en om ook bijzondere dingen te zien,
heb je hier wat meer geluk nodig dan in bijvoorbeeld de noordelijke parken van
Tanzania. Daarom mogen we ons extra gelukkig prijzen met de fantastische
momenten bij de leeuwen familie. Verder heeft het park voldoende hoofd- en
zijwegen om op te rijden. Nadeel is dat grote gebieden erg vol met struiken
staan zodat de toch al schuwe dieren snel uit het zicht zijn verdwenen. Een
ander minpuntje is misschien wel dat de verscheidenheid van dieren wat minder
is. Maar wanneer iemand me de vraag zou stellen of ik hier weer naar toe zou
willen, kan ik dat alleen maar positief beantwoorden.
We verlaten over de brug waarover we gekomen zijn het
park. Het eerste gedeelte naar Iringa is goed te rijden. Het tweede gedeelte
van de weg staat in het teken van het ontwijken van de vele potholes. De
buitenwijken van Iringa stralen een grote armoede uit. Bij een garage
verwisselen we snel een oliefilter. Er waait een stevige wind. In de krant,
die Petty gekocht heeft lezen we dat Idi Amin overleden is en dat Ruud van
Nystelrooy een of ander record gebroken heeft. Dit zijn de enige
nieuwsberichten die we tot ons nemen. In het centrum van Iringa doen we, net
als op de heenweg naar Ruaha NP, inkopen en tankt Makuru de landrover weer tot
de nok toe vol. We hebben weer voor vijf dagen proviand nodig. Het resultaat
is dat de landrover weer afgeladen vol zit. Bij het tankstation stopt een bus.
Vol bewondering sta ik er naar te kijken. Dat dit nog kan rijden. Het is
volgens mij de oudste bus van de wereld en in al zijn oudheid en gebreken is
het monumentale wrak fantastisch om te mogen zien. Ik wist niet dat een bus
zoveel bewondering in me naar boven kon halen.
Via de bergen verlaten we Iringa richting Mikumi. Wegens
werkzaamheden is er maar één rijbaan beschikbaar. Onmiddellijk maken lokale
verkopers van maïs en andere langs de weg klaargemaakte etenswaar gebruik van
de ontstane file. De weg naar Mikumi is eentonig. Dorre bomen bedekken de
bergen en ik val in slaap. Vlak voor Mikumi word ik wakker. Zo te zien zit
iedereen er een beetje doorheen. Mikumi straalt niet uit dat er veel te doen
is. Toch is dit één van de weinige verbindingswegen tussen het zuiden en de
grote kustplaats Dar es Salaam.
Op het terrein van de Vocational Education and Training
Authority parkeren we de landrover en pakken onze spullen uit. Hier hebben we
normale bedden tot onze beschikking en blijven we de komende twee nachten. We
hebben nog wat boodschappen nodig en proberen met een paar van ons in Makuru
te slagen. Als het goed is komt Leina ons hier nog opzoeken. Makuru heeft nog
geld nodig voor de rest van de reis en ze komt dit vanuit Dar es Salaam
brengen. Ze kan ons dan meteen bij praten hoe het nu met de dag in Sau Inn op
Zanzibar geregeld is die niet in haar reisschema opgenomen is.
De avond is al redelijk gevorderd en we zijn allemaal wel
aan wat slaap toe. Leina is nog steeds niet geweest. Het is morgen weer vroeg
dag dus langer wachten op Leina doen we niet.
24/8 Mikumi
Petty is al lang weer op om het ontbijt te maken. Het is
07.00 uur wanneer we na lange tijd eindelijk weer eens een bed uit kunnen
komen. Hoewel we een safari niet anders zouden willen maken dan in tentjes,
met daar automatisch aan verbonden het slapen op een matje en in een slaapzak,
is dit toch een lekkere afwisseling.
Leina is vannacht nog geweest. We hebben er niets van mee
gekregen. Om 08.30 uur vertrekken we. Erg laat voor een gamedrive maar we
blijvende hele dag in Mikumi NP. Een lunchbox gaat mee. Een paar kilometer
buiten Mikumi ligt de ingang van het nationale park.
Een geasfalteerde weg splits Mikumi NP in een noordelijk
en een zuidelijk gedeelte. Voordat we de gate bereiken zien we al wat dieren
langs de kant van de weg. Het zijn giraffes, olifanten, zebra’s en impala’s.
We slaan links af en bereiken de gate. Hier is een klein museum die ons de
gevolgen laat zien die de weg van het zuiden naar Dar es Salaam te vaak heeft.
Foto’s van een dode hippo, een plat gereden luipaard en impala’s zijn de
stille getuigen van het effect van de weg door het park. Ondanks de vele
drempels in de weg weten de auto’s en vrachtwagens toch nog te hoge snelheden
te ontwikkelen.
We rijden Mikumi NP binnen. Mikumi NP is erg populair
door de goede bereikbaarheid. Het park is in 1964 aangewezen als nationaal
park. Pas in 1975 zijn de grenzen bepaald zoals ze nu liggen. Mikumi NP wordt
aan drie kanten omgeven door bergen als natuurlijke grens. Vanaf het zuiden
via de westkant naar het noorden door de Lumango Mountains en in het oosten
door de Uluguru Mountains. Met een oppervlakte van 3230 vierkante kilometer
behoort het tot de kleinere nationale parken.
Direct na binnenkomst in het park begint de vlakte. Een
lege vlakte wel te verstaan. Er zijn zo in het begin geen dier te
onderscheiden. We slaan rechts af. Rechts van ons staan voornamelijk struiken
waar nauwelijks nog bladeren aan zitten. Links van ons is de vlakte. Af en toe
zien we een reedbok, een giraffe of een olifant. Meestal staan de dieren erg
ver weg of verdwijnen ze zodra we voorzichtig naderen. Het wegennet in het
park maakt het niet makkelijk om dichter bij de dieren te komen. We passeren
een paar wildebeesten en zebra’s voor we bij de hippopool aankomen. Aan de
overkant komt een grotere groep wildebeesten aanlopen. Voorzichtig wagen ze
zich iets het water in om in een lange rij naast elkaar te drinken. Dicht bij
de hippopool vinden we nog een paar leeuwensporen. Dat is ook meteen het
laatste noemenswaardige feit. Het lijkt wel uitgestorven en het wegennet laat
ook weinig aan avontuur over.
Het einde van de ochtend is dichtbij wanneer we in
overleg besluiten dat Mikumi NP ons vandaag niet veel te bieden heeft. We
hebben na zoveel geluk nu gewoon een keer pech. Het is best mogelijk dat veel
van de dieren zijn gemigreerd richting Selous GR. Een reserve wat we de
komende dagen bezoeken.
We rijden terug naar ons guesthouse waar we onze lunch
gebruiken. De plannen voor de rest van de dag worden bijgesteld. Dit
resulteert er in dat we vanmiddag in het plaatsje Mikumi wat gaan drinken. Op
de heen- en terugweg hebben we een aantal biljarttafels zien staan. Onder het
genot van een paar biertjes spelen we een aantal spelletjes. Met grote ogen
wordt elke stoot met de keu, waarop haast geen krijt op de pomerans te krijgen
is, gevolgd door locale kinderen. Een groot gedeelte van de middag brengen we
zo door.
Authority horen we dat tussen Makuru en Leina een discussie is ontstaan over
het aantal nachten in Selous GR. Dit soort dingen begint zo langzamerhand als
rode draad door de vakantie te lopen. Erg vervelend en met de nodige invloed
op de groep. Eerst het hele gedoe met Mfume. Dan een dag te weinig geboekt in
Sau Inn op Zanzibar. Nu dan weer de discussie over het aantal nachten in
Selous GR. Hoe is deze discussie nu weer ontstaan? Over de situatie van Sau
Inn hebben we ook nog geen oplossing van Leina aangedragen gekregen. Verder
wordt van elk voorstel tot compensatie niets waargemaakt. Liever hebben we
geen compensatie maar dat de makkelijk te regelen dingen gewoon geregeld zijn.
Nu komt er dus het probleem van Selous bij. Makuru probeert Leina telefonisch
te bereiken. Dat lukt niet. Nu blijkt Leina gisteren geld aan Makuru te hebben
gegeven voor de rest van de reis. In plaats dat ze dit in lokaal geld heeft
gedaan, heeft ze Makuru US-dollars gegeven. In de omgeving van Mikumi wordt
dit nauwelijks of slechts tegen een bijzonder hoge wisselkoers geaccepteerd.
Reden waarom Makuru Leina eerder vanmiddag al heeft gebeld met de mededeling
dat hij zo niet met het geld uitkomt. Het voorstel van Leina om dan de eerste
nacht maar niet in Selous te slapen vindt zowel bij Makuru als bij ons geen
gehoor.
Leina drijft Makuru zowat tot het uiterste. Laten we maar
afwachten wat er gaat gebeuren. Makuru geeft aan dat wij beslist de route
volgen zoals aangegeven en dat het geld er wel komt. Morgen is er nog wel tijd
om in Morogoro wat te regelen.
Selous GR
25/8 Mikumi – Selous Game Reserve ( Mbega campsite )
De weg naar Selous, via Mikumi NP en Morogoro, voert ons
eerst over de verharde weg. Bij Mikumi zien we langs de kant van de weg haast
net zoveel wilde dieren als gisteren in het park zelf. Daarbij overdrijf ik
wel wat trouwens. Zebra’s, olifanten, giraffes, impala’s en baboons lopen
langs de weg of steken de weg over. Het is ongelofelijk hoe de vele afgeladen
bussen met hoge snelheid zowat over de weg vliegen.
In Morogoro proberen we bij een internetcafé Leina te
bereiken. Morogoro is tamelijk groot en stoffig. Een grote markt is centraal
gelegen. Het is erg druk. We parkeren bij een benzinepompstation. Het is net
of alle inwoners van de 130.000 inwoners tellende plaats op de hoofdstraat of
op de markt lopen. Morogoro is omgeven door een vruchtbaar gebied en is de
laatste stad voordat het Uluguru gebergte begint. Maar eerst proberen we dus
Leina te bereiken. Terwijl de anderen bij het pompstation blijven, proberen
Makuru en ik in het internetcafé ons geluk. Makuru via de telefoon en ik per
email. Makuru heeft Leina na een aantal pogingen aan de lijn. Het hele
internetcafé kan meegenieten. Zo gaat Makuru tegen zijn bazin te keer. Ik typ
geen letter meer en luister van een afstandje mee zodat Makuru vrijuit kan
blijven praten. Opgewonden gooit Makuru de hoorn neer. Hij wil eigenlijk dat
ik en de groep zo weinig mogelijk met de problemen geconfronteerd worden. Het
is immers onze vakantie, stelt hij. Tussen de woorden door merk ik dat hij
zijn zin niet heeft gekregen. Dat zou voor ons dus een dag minder in Selous GR
betekenen. Hoewel Makuru het slechte humeur niet kan onderdrukken, geeft hij
aan dat we gewoon het reisschema volgen en dat ze het maar moet regelen.
Desnoods achteraf. Het probleem is dat we ons kamp aan de andere kant van
Selous GR hebben en dus eerst door Selous GR moeten rijden om daar te komen.
Ook voor de boottocht over de Rufiji heeft hij vanwege de slechte wisselkoers
voor de dollars te weinig geld overgehouden.
Aan de andere kant besef ik wel dat Leina aan deze reis
geen rode cent zal verdienen. Ik denk zelfs dat ze er financieel bij inschiet.
Als ze er dan maar veel van leert. Misschien kan ze het dan nog als een soort
investering wegboeken.
We vertrekken en de weerslag op de groep wordt
onmiddellijk gecompenseerd door één van de mooiste, zoniet de mooiste, weg die
we door Afrika gereden hebben. We rijden door het Uluguru gebergte. Een rode
weg door een groen landschap brengt ons via Msumbisi en Kisaki aan de grens
van Selous Game Reserve. Onderweg lopen mensen in rijk gekleurde kleding de
diversiteit aan kleuren compleet te maken. Uit de huisjes die zo rood als de
weg zelf zijn komen kinderen ons begroeten met de woorden, “How are you, how
are you” of “Mzungu, mzungu”. Omdat de weg op verschillende plaatsen moeilijk
begaanbaar is krijgen de blije kinderen hier ook alle gelegenheid voor. Vaak
heeft de omgeving alles weg van een regenwoud. Fietsers en voetgangers zoeken
ook hier vaak met een parmantige sprong de veiligheid van de berm op wanneer
wij er aan komen. Vaak wijkt Makuru op het laatste moment uit om een grote
kuil te ontwijken. De locale bewoners zullen wat dat betreft wel door schade
en schande wijs geworden zijn. De meeste bezoekers van Selous GR komen
trouwens niet via de weg maar vliegen. Ze missen alle mooie plekjes die we
tegenkomen. Ik kan me voorstellen dat in de regentijd deze weg niet of
nauwelijks te nemen is. Diepe geulen in de weg zijn de stille getuigen van de
flinke stromen water die hier tijdens de regentijd heen weg naar beneden
moeten zoeken.
We bereiken Kisaki. Kisaki is het laatste plaatsje
voordat we Selous binnen rijden. Hier stoppen we om een paar stengels
suikerriet te kopen. Regelmatig zie je de lokale bevolking hiermee lopen en we
willen het zelf wel eens proberen. Het is hier in het bos allemaal zo smal dat
we meteen de hele weg blokkeren. Aan beide zijde van weg staan kleine huisjes
waarvan het merendeel als winkeltje is ingericht. Het is even uitproberen hoe
het suikerriet te eten maar op zich smaakt het prima.
Even buiten het dorp kruisen we door het water een
riviertje met daarin spelende naakte kinderen. Zodra we de oever op rijden
slaan we links af en na een aantal keren de Uhuru spoorlijn te kruisen
bereiken we de gate van Selous GR. We staan op het punt om het 55.000
vierkantekilometer grote reservaat binnen te gaan. Hoe groot is dat eigenlijk?
Nou neem heel Nederland en de helft van België en dan ben je er ongeveer.
Moeilijk voor te stellen allemaal. Het reservaat heeft veel riviertjes en
meertjes waardoor het met elkaar het grootste zoetwaterbekken van Oost-Afrika
is. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben hier de Duitsers nog tegen de
Engelsen gevochten. Hoe verzin je het. Ik kan me er geen voorstelling van
maken. Tot op heden zijn grote gebieden van dit reservaat ontoegankelijk. De
dieren zijn in aantal ook minder dan bijvoorbeeld de Serengeti. Door het erg
lage aantal bezoekers zijn ze ook minder gewend aan auto’s. Niet voor niets
ging Leina met mij de weddenschap aan dat we hier tijdens ons verblijf niet
meer dan zes auto’s te zien krijgen. In een gedeelte van het park mag onder
begeleiding gejaagd worden waardoor de dieren ook schuwer zijn.
Vanaf deze gate moeten we 85 kilometer rijden tot onze
campsite. Een brede weg met aan weerszijden een enorme dichte begroeiing met
acacia thorn bush of whispering thorns. De acaciastruiken hebben een
lichtgrijze gloed van de enorme naalden die er op zitten. Dieren die we tegen
komen, zoals een groep buffels, giraffes en impala’s, zoeken zonder er over na
te denken beschutting tussen de struiken. Het zou mij gegarandeerd vijf
minuten kosten om niet gehavend langs zo een struik te komen. Maar meteen is
wel herkenbaar dat de dieren inderdaad erg schuw zijn. Tegen 17.00 uur
bereiken via een smal pad Mbega campsite. Verscholen tussen de bomen en op de
oever van de Rufiji rivier slaan we ons kamp op. Vlak nadat we ons gesetteld
hebben komt er een auto aangereden. Hierin zitten Veerle en David. Twee Belgen
waarmee het meteen gezellig keuvelen is. David werkt voor Via Via en Joker op
Zanzibar en is nu met zijn vriendin op vakantie. Voor mij is trouwens het
tellen begonnen. Nauwelijks zijn we onze verkenning in Selous GR begonnen of
we hebben al één auto gezien. Ik denk dat ik de weddenschap met Leina ga
winnen als het zo doorgaat.
Na het eten raken we weer in gesprek met het bijzonder
aardige stel en wisselen ervaringen uit. Terwijl we om het tafeltje met elkaar
praten, horen we boven ons geritsel. Het licht van de zaklantaarn vangt een
bushbaby. De eerste die wie in Afrika zien. Even later komt een genet cat in
het kamp en laat zich tot op korte afstand naderen. Prachtig om deze
nachtdieren zo in je directe omgeving te vinden.
26/8 Selous Game Reserve ( Mbega campsite )
De ochtend gamedrive begint om 06.30 uur. Net nadat de
zon is opgekomen. Een vluchtig ontbijt moet zorgen dat we de beesten niet nog
schuwer maken met onze knorrende magen.
Ik ben erg nieuwsgierig naar wat Selous ons brengen gaat.
We volgen door het mulle zand een stuk de hoofdweg. Na een kwartiertje slaan
we links af een smaller pad in. De weg kronkelt zich tussen het bos en de
thorn bushes door. Plotseling staan we voor een grote opening in de bush. Een
oase lijkt het wel. Een groot meer omgeven door palmbomen ligt voor ons.
Verschillende hippo families bewonen het meer met krokodillen als buren. Voor
de rest bevolken vogels de oevers zoals de spoonbill, yellow-billed stork,
egrets en herons. Opvallend is dat er geen antiloop te vinden is die hier
drinkt. Een giraffe is de enige die in de vroege ochtend diep door de knieën
durft te gaan om te drinken. Drie keer zakt hij naar beneden om weer met een
elegante haal van zijn hoofd naar boven te komen. Spetters water vliegen door
de lucht. Het lijkt allemaal in slow motion te gaan. Het is hier werkelijk
prachtig en we verkennen de oevers en directe omgeving van het meer. Achter
elke struik, boom of bocht kan hier een roofdier liggen om zonder al te veel
moeite een dier te bespringen die druk bezig is met drinken. Maar dan moeten
er wel prooidieren zijn en momenteel zijn die er niet. We rijden terug het bos
in. Giraffes, eland antilopen, hartebeesten en hippo’s lopen voor ons uit de
bush in. Je hebt hier zoveel mogelijkheden om af te slaan en te zoeken naar
iets spannends. Voortdurend ben je attent want voor je het weet rijdt je iets
voorbij. Het pad brengt ons bij een tweede gelijk uitziend meer. Opeens liggen
daar de eerste leeuwen van Selous voor ons. Twee volwassen mannetjes en vier
vrouwtjes. De mannetjes zijn beslist niet de mooiste leeuwen die we hebben
gezien. Gehavende koppen en wat slijm in de bek geven de al wat op leeftijd
zijnde mannetjes een verlopen uiterlijk. We hebben de indruk dat ze niet al te
lang geleden nog gegeten hebben. We rijden rond de struiken. Af en toe bereikt
een geur van rottend vlees ons. De zoektocht naar de restanten van een kadaver
levert echter niets op en we blijven nog even bij de leeuwen staan om te
kijken of er nog wat gebeurt. Ze liggen in de overgang van de bush naar het
meer. Het is hier prachtig.
Op dezelfde manier bezoeken we nog een paar meertjes die
geschakeerd achter elkaar liggen. Het ene meertje heeft wat meer water als het
andere. Waar het water zich terug heeft getrokken, vormen kleine scheuten gras
een groen kleed om het meer. Opnieuw zien we een giraffe drinken. Met zo een
lange nek kost het veel moeite om aan water te komen.
De ruggen van hippo’s liggen als rotsen boven het water
uit. Wanneer we over de oever aan komen rijden snellen ze dieper het water in.
Net zoals de meeste dieren voor ons weg vluchten. In tegenstelling tot de
dieren in andere, meer bezochte, parken geeft dit weer een hele andere kijk op
de dieren. Giraffes galopperen in een vertraagt ogend tempo voor ons uit tot
ze een opening in de bush vinden om tussen te verdwijnen. Wildebeesten,
zebra’s en buffels gedragen zich al niet anders.
Wat rommelende geluiden in de buik zijn het signaal dat
de ochtend vordert. De weg terug naar de campsite is ingezet wanneer we een
tweede groep leeuwen zien. Twee vrouwtjes met twee jonge leeuwen liggen tussen
de struiken. Drie auto’s staan al van de leeuwen te genieten. Ook wij zoeken
een plaatsje. Meteen gaat alle aandacht naar de leeuwen. Ik zou zowat vergeten
dat het aantal auto’s in Selous al op vier gekomen is. Het ziet er dus slecht
uit voor Leina. De jonge leeuwtjes zien er prachtig uit. De moeders liggen
rustig te slapen alsof ze geen idee hebben dat ze de volle aandacht hebben.
Wanneer een leeuwtje richting de moeder loopt en haar begroet, slaat de moeder
een poot om het kleintje heen waardoor het tussen haar voorpoten komt te
liggen. Een paar flinke likken van de leeuwin maken alles nog aandoenlijker.
De hoofdpijn waar ik vanochtend mee op stond wordt steeds
erger. Zo erg dat de hoofdpijn overgaat in een misselijkheid waardoor ik
steeds vaker de neiging krijg tot overgeven. Zou ik te weinig gedronken
hebben? Juist in dit soort gevallen heb je geen zin om te drinken maar op
aanraden van iedereen doe ik het toch maar.
Terug op de campsite ga ik meteen naar het toilet om
daarna meteen de tent op te zoeken om wat te rusten en hopelijk wat te slapen.
Dat laatste lukt gelukkig voor een uurtje en ik word wat fitter wakker. Petty
heeft wat van de lunch voor me achteruit gelegd. Ondanks dat het me tegen
staat eet ik toch maar wat en hoop dat het me wat sterkt.
Vlak bij de campsite ligt een tented camp. De eigenaar is
langs geweest om te vertellen dat ze daar een bar hebben met heerlijke koude
drankjes en dat we daar mogen douchen wanneer we willen. Ik benut de rust om
mijn dagboek bij te werken aan de oever van de rivier.
Ik voel me gelukkig een stuk beter dan de laatste uren.
Met de mededeling dat bij het tented camp heerlijke cashewnoten worden gebrand
keert iedereen terug. Het is tijd voor de avond-gamedrive. Opnieuw volgen we
het eerste kwartier de doorgaande weg in het park. Nu slaan we niet links af
maar rechts af. We rijden een totaal ander ogend gebied in dan vanochtend.
Hier zijn niet de meertjes en de palmbomen. Wel staan er zo af en toe wat
thorn bushes maar het merendeel bestaat gewoon uit een bos met loofbomen
afgewisseld door open plekken in het bos. Giraffes laten zich ook hier zien.
Net als de warthogs en impala’s. Wat wel bijzonder is, is de African civet die
net de beschutting van een paar struiken opzoekt wanneer we aankomen rijden.
Eerst dacht Makuru aan een honey badger. Ik geef aan dat het dier wat we nu
zien wel erg groot is voor een honey badger. Stiekem hoop ik op een jonge
luipaard. Makuru geeft aan dat de lichaamshouding van een luipaard in deze
situaties anders zou zijn. Een luipaard zou meer door de poten zakken wanneer
het stil staat en voelt dat hij bekeken wordt. Nee, het is een flink uit de
kluiten gewassen African civet. Achteraf geraadpleegde boeken bevestigen dit.
Even is het rustig met de dieren. Opeens roept Makuru,
“een luipaard”. Gelukkig kijk ik meteen de goede kant op en zie hoe het
luipaard tussen de acacia struiken verdwijnt. Midden tussen de struiken staat
een boom. Makuru wijst ons op de dode impala die vlak onder het dak van de
boom over een dikke tak ligt. Onder de boom ligt een hyena te wachten op het
moment dat er voor hem een stuk over blijft. De impala is al voor de helft
opgegeten. Het ziet er niet naar uit dat het luipaard voor het donker terug
keert.
In tegenstelling tot de hyena hebben wij niet het geduld
en rijden we door richting de hoofdweg. Dat blijkt niet meer al te ver weg te
zijn. Links af is de richting van onze campsite. Wij slaan rechts af. Niet
voor niets. Na ongeveer vierhonderd meter stopt Makuru. Langzaam rijdt hij
iets achteruit en dan weer wat vooruit om goed tussen acaciastruiken door te
kunnen kijken. Makuru geeft aan dat hij denkt dat een eindje van de weg af een
groep leeuwen ligt. Voordat we er naar toe rijden verontschuldigt hij zich al
voor het geval hij het mis heeft. Tussen de struiken door manoeuvreert Makuru
de auto behendig richting de leeuwen. Althans daar gaan we van uit. Wij zien
immers nog niets. Pas wanneer we de helft dichterbij zijn gekomen, krijgen ook
wij de leeuwen in ons vizier. Het zijn in het totaal negen leeuwen. Wat een
fantastische spot van Makuru. Vier vrouwtjes en vijf jonge leeuwen liggen voor
ons. Lange tijd nemen we de groep in ons op. Een paar van de leeuwtjes heeft
duidelijk last van hinderlijke insecten. Regelmatige maken ze een wat
schrikachtige beweging wanneer ze door een insect gestoken worden. Voor we het
weten staan we ruim een half uur te genieten. De zon is al onder en het wordt
tijd dat we richting de campsite gaan om niet in het donker de weg terug te
moeten vinden.
Tijdens en na het eten praten we met onze zuiderburen
over de afgelopen dag en wisselen onze ervaringen met elkaar. Veerle vertelt
enthousiast over haar eerste ervaringen in Afrika. Ze kan niet onderdrukken
dat het enthousiasme wat minder wordt zodra de woorden malaria, bilharzia, etc
ter sprake komen. Maar dat is maar heel even.
27/8 Selous Game Reserve ( Mbega campsite )
Na een slechte nacht waarin ik nauwelijks geslapen heb
van de hoofdpijn en de nijging tot diarree stap ik de tent uit. Bang voor een
ochtend zoals het einde van gisterochtend stap ik de auto in. Gisteravond
hadden we het er al even over om eerst langs de boom te gaan met het kadaver
van de impala. Misschien zien we in de vroege ochtend nog het luipaard.
Voor we daar aankomen, zien we eerst de negen leeuwen van
gisteravond weer op vrijwel de zelfde plek. Nu liggen ze langs de weg. De
jonge leeuwtjes zijn wat speelser dan gisteren. Ja, daar kunnen we natuurlijk
niet zomaar even langs rijden. Er worden weer volop foto’s gemaakt en de
videocamera heeft ook weer een behoorlijk aantal minuten meer op de teller
staan.
Toch nog maar even kijken naar de bewuste boom. Bij
aankomst denkt Hendri het luipaard weg te zien springen. De impala ligt er nog
wel. Wanneer ik me niet vergis zit er wel veel minder vlees aan. Ook de hyena
van gisteren ligt er nog. Dit keer is het de hyena die minder geduld heeft.
Ook wij zien het nut om veel langer te wachten niet in en vertrekken. Hoewel
spectaculaire dingen uitblijven, zien we nog wel het een en ander aan wilde
dieren zoals; olifanten, eland antilopen, impala’s, giraffes, krokodillen,
hippo’s, kudu’s en een reedbuck. Tegen elf uur rijden we weer terug naar de
campsite. Na de lunch gaan we nog even wat drinken bij het verderop gelegen
barretje. Ik voel me nog steeds niet honderd procent en probeer om met een
douche en het inhalen van wat slaap weer boven op te komen. Op het programma
van vanmiddag staat een boottocht over de Rufiji rivier. Iets waar ik nu niet
aan moet denken. Gisteren kon ik de misselijkheid en braakneiging nog wel
onderdrukken. De brandende zon en het dobberen op het water doen me vermoeden
dat me dat nu niet gaat lukken. Om 14.00 uur vertrekt iedereen voor de
boottocht. In een luie stoel in de schaduw en met uitkijk over de Rufiji
rivier maak ik gebruik van de rust om wat te herstellen.
Tegen het einde van de middag loop ik weer terug richting
de campsite. Daar hoor ik van Makuru dat Leina het geld, waar in Morogoro nog
zoveel om te doen was, geregeld heeft. Hiermee heeft Makuru zijn gelijk
gekregen. Het gaat allemaal niet eenvoudig maar uiteindelijk lukt het allemaal
toch. Nu de extra dag op Zanzibar nog. Geduld is een schone zaak. Zeker
tijdens deze reis gaat dat spreekwoord op. Net nog, toen ik mijn drankje in de
bar moest afrekenen en als enige klant nog aanwezig, ging het nog op. De
rekening was 1500 Tanzaniaanse shillingen. Ik betaalde met 5000 Tanzaniaanse
shillingen en moest zeker een kwartier wachten op het wisselgeld. Leuk toch,
die Afrikaanse manier van leven?
Ik duik mijn tent nog even in om wat slaap in te halen en
weer fit en monter te zijn voor wanneer iedereen weer terug is. Wanneer het al
donker is word ik wakker. Ze zijn nog niet terug. Op zich wat vreemd omdat ze
zeker in het donker niet zullen varen en eigenlijk al wel terug zouden moeten
zijn. Hoewel een echte ongerustheid uitblijft, moet er toch iets aan de hand
zijn waarom ze zo laat terug zijn. Mijn geduld wordt nog even op de proef
gesteld voordat ik de eerste geluiden van een auto hoor. Even later arriveert
eerst de verlichting op de campsite gevolgd door de landrover zelf. Bij het
uitstappen zie ik het al aan de gezichten. Ik heb wat gemist. Zijn het de
wilde honden waar we vanaf Ruaha NP al op gehoopt hebben? Dat is eigenlijk het
eerste wat door mijn hoofd schiet. Kans op een tweede gedachte krijg ik niet.
Hendri is degene die me het nieuws vol enthousiasme vertelt in het bijzijn van
de anderen.
Al op de heenweg hebben ze een groep leeuwen gezien bij
een kadaver van een eland antilope. Een eland die de leeuwen nog geen twee uur
van te voren gedood hebben. De ingewanden en alles lagen er nog naast. Ellen
bevestigt het met een gezicht wat gelijktijdig vreugde maar ook verdriet
uitstraalt. Verdriet voor mij. Op de terugweg van de boottocht hebben ze
opnieuw een tijd bij de leeuwen gestaan en gezien hoe de leeuwen zich tegoed
deden aan het kadaver. Videobeelden en foto’s van de digitale camera
bevestigen alles wat gezegd wordt. Ik kan niet ontkennen dat het me raakt.
Natuurlijk zou ik er graag bij zijn geweest. Maar de feiten zijn niet anders.
Voor iedereen heeft Selous op deze manier op het laatste moment haar best
gedaan en ik mag gelukkig nog meekijken via de gevoelige plaat.
Over de boottocht heeft eigenlijk nauwelijks het iemand.
Weinig schaduw en weinig spectaculairs tijdens de boottocht. Nu komt het bij
iedereen pas op dat ze beter vanaf het beging bij de leeuwen hadden kunnen
blijven staan. Natuurlijk gaat het vanavond nergens anders meer over. Terecht.
Ik zou er ook helemaal vol van hebben gezeten.
Zanzibar
28/8 Selous Game Reserve ( Mbega campsite ) – Zanzibar
Vandaag hebben we een lange rit richting Dar es Salaam
voor de boeg. In Dar es Salaam nemen we de boot naar Zanzibar. Het is zowat
08.00 uur wanneer we alles in of op de landrover hebben geladen. Via een
hobbelige zandweg laten we Mbega campsite achter ons. Via een aantal
langgerekte dorpjes rijden we richting het noorden. Over het algemeen is het
erg rustig in de dorpjes. In één van de dorpjes staan veel schoolkinderen in
uniform. Op het moment dat we langs rijden gaat er een luid gejoel op en
zwaaien ze ons na. Kuilen in de weg verrassen ons soms waardoor we flink door
elkaar worden geschut. Even nadat de zandweg over is gegaan in asfalt,
gebruiken we onze lunch langs de kant van de weg. Vanaf hier is het nog
ongeveer een uur rijden naar Dar es Salaam.
We hebben in Dar es Salaam op een curio market met Leina
afgesproken. Dit is de plaats om op jacht te gaan naar wat koopjes. Maar dit
is ook de plaats waar we afscheid moeten nemen van Petty en Makuru. Op het
moment dat Leina aan komt rijden zijn we nog druk bezig met onderhandelen over
wat aankopen. De markt bestaat uit een lange rij winkeltjes. Volgens mij heb
ik elk winkeltje wel drie keer gezien.
Maar onontkoombaar is het moment dat we definitief
afscheid moeten nemen van Petty en Makuru. Leina brengt ons via een mini
stadstour naar de haven. Via de wat betere wijken en de nieuwe Amerikaanse
ambassade bereiken we de haven een half uur voordat de boot vertrekt.
Duidelijk is te zien dat Dar es Salaam aan het verfraaien is. Grauwe huizen
worden geschilderd en grote gebouwen worden opgeknapt of opnieuw neergezet.
Tijdens het rijden vertelt Leina dat de extra dag in Sau Inn op Zanzibar
geregeld is.
Wat is de overgang groot zeg. Wat een drukte en wat een
lawaai. Na zoveel dagen in de bush is het echt omschakelen. Gelukkig hebben we
van Leina al kaartjes voor de boot gekregen. Via de verscherpte controle
kunnen we de boot op. Het lukt allemaal maar net met de bagage en de gekochte
curio’s. De boot zit helemaal vol en het is erg hectisch. Het duurt even voor
we vertrekken. Met een verwachte overtocht van iets minder dan twee uur laat
ik me onderuit zakken om maar zo weinig mogelijk van dit alles mee te krijgen.
Op zee is er redelijk wat golfslag. In het begin gaat het allemaal nog wel. De
tweede helft van de reis moet ik toch de ogen dicht houden en me ontspannen om
een opkomende misselijkheid te onderdrukken.
Het einde is in zicht. De kustlijn van Zanzibar doemt op.
Op het moment dat de boot aanlegt is het meteen een chaos van jewelste. Het
lijkt of er net zoveel mensen in willen als er uit. Terwijl het toch de
bedoeling is dat de boot leeg wordt. Iedereen kiest zijn eigen route door met
de bagage een weg te banen waar het eigenlijk niet kan. De haven van Zanzibar
is zowaar nog hectischer dan de haven in Dar es Salaam.
Samen met Wilfred en Patricia sta ik op de wal te wachten
op de anderen die duidelijk een minder gelukkige route hebben gekozen. Terwijl
de anderen aan komen lopen, spreekt een man met een baard en een muts, waaruit
op te maken valt dat hij moslim is, ons aan. Hij stelt zich voor als onze
gids. Nu kan iedereen dat wel zeggen maar hij bewijst het door onze achternaam
te noemen. Zijn naam is Hamin. Tijdens ons verblijf op Zanzibar is hij onze
contactpersoon.
Met een handgebaar vraagt hij ons om hem te volgen. Eerst
langs de immigration office en dan naar de poort waardoor je eigenlijk meteen
het oude Stone Town in loopt. Het laatste stukje naar ons hotel gaan we met de
auto. Nog geen drie minuten duurt het voordat we in de buurt van ons hotel
afgezet worden. De naam van het hotel is Safaris lodge. Vanaf de auto is het
twee minuten lopen door de smalle autovrije straatjes. De zon is al lang onder
wanneer we ingecheckt richting onze kamer lopen. De komende twee nachten
slapen we hier.
Met de mededeling dat we morgen een stads- en spicetour
gaan maken vertrekt de ietwat norse en bazige man weer. Net zo snel als hij
gekomen is.
We hebben eigenlijk wel honger. Snel zijn we het met
elkaar eens over de plek waar we gaan eten. Ik weet van de vorige keer op
Zanzibar nog dat bij de Forodhani gardens elke avond een markt is met
kraampjes waar de lokale bevolking eten verkoopt. In 1999 is het toen goed
bevallen en dat doet het nu ook weer. De kraampjes met vlees en vis stralen
een gezellige exotische sfeer uit. Er is veel keuze en na een aantal keren
alle kraampjes gepasseerd te zijn zit ik vol. Het is nauwelijks voor te
stellen dat we vierentwintig uur geleden nog in Selous GR zaten. Volgegeten
lopen we terug naar ons hotel.
Vanuit onze kamer kijken we uit op een huis waar een
grote groep jongens, allemaal gekleed in lange witte gewaden, zich in een
kamer verzamelen. Wanneer het niet snel genoeg gaat, krijgen ze met een stokje
een tikje op de kont. Net zoals de masai dat bij hun vee doet wanneer de
koeien vlug aan de kant moeten voor naderende auto’s. Niet dat er sprake is
van mishandeling trouwens. Zo erg lijkt het allemaal niet. Maar volgens mij is
er wel iets gaande met een duidelijk religieus karakter. Wanneer iedereen zijn
plek gevonden heeft wordt er gezongen of gebeden. Ik weet het niet. Maar gelet
op het volume wachten wij maar even met het slapen gaan.
29/8 Zanzibar (Stone Town)
Na een ontbijt in het eenvoudige restaurant op het
dakterras van het hotel, staan we om negen uur klaar in de hal. Hamin is geen
seconde te laat en heeft een gids meegenomen die ons vandaag meer van Zanzibar
laat zien. Vanmorgen wandelen we door Stown Town en vanmiddag maken we een
spice tour.
We slaan rechts af wanneer we het hotel verlaten en lopen
via smalle straatjes naar de Nyumba Ya Moto Street en komen uit bij The House
of Wonders ofwel Beit-el-Ajaib. In de smalle steegjes film ik een paar
gebouwen. Op de bovenste verdieping staan toevallig wat moslim vrouwen. Een
locale passant ziet dat en een eerste opmerking over het filmen kan ik al in
mijn zak steken. Het filmen van de locale bevolking ligt hier duidelijk
gevoelig. De eigenlijke stadstour begint bij de The House of Wonders.
We krijgen uitleg over de relatie tussen Zanzibar en
Tanzania, de verschillende geloven en de geschiedenis van de Arabieren, de
Indiërs en de slavenhandel op Zanzibar.
We gaan bij The House of Wonders naar binnen. The House
of Wonders werd in 1883 in opdracht van de sultan Barghash neergezet. Het
gebouw bestaat uit vier woonlagen en veranda’s waardoor het een heel ander
uiterlijk heeft dan de rest van de gebouwen in Stown Town. In 1896 werd het
beschoten door de Britse marine in een poging om de sultan tot aftreden te
dwingen. The House of Wonders was het eerste gebouw met elektriciteit.
Vanaf hier lopen we naar het Arabisch fort (Ngome Kongwe)
dat in 1710 als verdedigingswerk in gebruik werd genomen. Ook werden hier de
krijgsgevangenen op gesloten. Tegenwoordig is het een theater en cultureel
centrum.
We lopen weer het centrum van Stown Town in en passeren
veel fraaie deuren van even fraaie kenmerkende gebouwen. Deuren en gebouwen
waar Stown Town zo bekent om is. Als laatste in Stone Town bezoeken de
slavenmarkt. Het is erg indrukwekkend om te zien waar vele mensen, geketend in
een kleine ruimte, werden opgesloten tussen de zieken en de doden. Het
kunstwerk van beeldhouwster Clara Sornas geeft het gevoel wat je hier krijgt
goed weer. Slaven staan geketend in een gat in de grond met nog net hun hoofd
boven de grond. Van een totaal andere dimensie zijn de andere markten waar we
overheen lopen. De groente- en de vis markt. Her en der in Stown Town
overheersen de geuren van kruiden. De geur van vis doet al die lekkere geuren
meteen verdwijnen.
Met de minibus verlaten we Stown Town en rijden naar de
Maruhubi ruïnes. De weg de stad uit ziet er verschrikkelijk uit. Wat een troep
en wat een drukte. Dit is Zanzibar van zijn slechtste kant.
Bij de Maruhubi ruïnes aangekomen is dat weer wat anders.
De voormalige pracht en praal van Maruhubi ruïnes heeft zijn uitstraling al
lang verloren. Net als The House of Wonders werd Maruhubi ruïnes in opdracht
van sultan Barghash omstreeks 1880 neergezet en in 1882 geopend. Hier leefden
zijn vrouw en nog negenennegentig minnaressen. De minnaressen waren meestal de
mooiste slavinnen die er beschikbaar waren. Het getal negenennegentig was voor
de sultan waarschijnlijk heilig. De oprijlaan naar het voormalige paleis telde
negenennegentig palmbomen. De leefstijl van de sultan werd trouwens niet door
iedereen gerespecteerd en uit protest werd het paleis al weer in 1899 in brand
gestoken.
We rijden verder naar het noorden en beginnen zo aan de
spice tour. Op een lokale plantage worden we welkom geheten. Een rondje over
de plantage laat ons de verschillende kruiden ruiken en proeven. Van vanille
tot gember, van kaneel tot koenjit en nog veel meer kruiden passeren onze
neus. Ook verschillende soorten fruit proeven we. Van de door een kleine
jongen uit een boom gehaalde kokosnoot, de custard apple, ananas, lychees tot
passievruchten. Ongeveer een uur worden we zo geïnformeerd over misschien wel
de grootste exportmiddelen van Zanzibar. Voor we vertrekken kopen we
natuurlijk een behoorlijke voorraad aan kruiden voor thuis.
De lunch krijgen we in het huis van Hamin. Zijn vrouw
heeft een heerlijk gekruid gerecht voor ons gemaakt. Ze vraagt of we interesse
hebben om een henna tatoeage te zetten. Niemand weigert. In het kleine
kamertje voorzien van televisie en DVD-speler krijgt iedereen de beschildering
waar hij of zij om gevraagd heeft.
De tweede helft van de middag is nog niet begonnen
wanneer we terug zijn in Stown Town. Genoeg tijd om zelf nog wat te
ondernemen. Ellen zoekt nog een leuk lang gewaad. Winkeltjes genoeg maar een
keuze maken is lastig. Uiteindelijk vinden we er één die en leuk en goed qua
prijs is.
Via Mizingani Road lopen we richting het hotel. Eerst
maar eens naar het thuisfront mailen. Dat lukt en wanneer het schemer is
bereik ik het hotel. Ellen is inmiddels gedoucht en ook ik maak me klaar voor
vanavond. Als het goed is komt Leina hier naar toe en gaan we uit eten.
Ik ben nieuwsgierig hoe ze het opvat wanneer ze hoort dat
we meer dan zes auto’s in Selous GR hebben gezien. Tegen zeven uur is Leina
er. We besluiten bij Mercury’s bar, genoemd naar de hier geboren Freddy
Mercury, te eten. Gisteren en vanmiddag hebben we hier wat gedronken en het
straalt gezelligheid uit.
Via een kortere weg dan die we telkens namen, komen we
bij Mercury’s bar aan. Tijdens het eten worden alle ervaringen nog eens rustig
uitgewisseld. Me nu nog eens opwinden over wat er allemaal is gebeurt, heeft
geen zin meer. Het ware verhaal hoor je trouwens toch niet denk ik.
Ook andere algemenere ervaringen van reizen door Afrika
komen ter sprake en natuurlijk de weddenschap. Net als eerdere toezeggingen
komt Leina bij het afrekenen haar afspraak voor de verloren weddenschap niet
na. Bijzonder. Ik kan er geen probleem van maken. Ze zal al te veel geld aan
ons kwijt zijn geweest denk ik maar. Op straat nemen we afscheid van Leina.
Morgenvroeg brengt ze ons nog naar Sau Inn aan de oostkant van Zanzibar.
30/8 Zanzibar (Sau Inn)
We hebben gisteren gevraagd om vanmorgen zo vroeg
mogelijk te vertrekken. Dit omdat het voor Patricia en Wilfred vandaag de
enige dag is om van het strand aan de oostkust van Zanzibar te genieten. Voor
hen is de laatste volle vakantiedag aangebroken. Morgenvroeg vliegen ze terug
richting Nairobi om vandaar uit de zelfde dag nog door te vliegen naar
Brussel.
Genoeg reden dus om zo vroeg mogelijk en zo lang mogelijk
van het strand en de zee te genieten. Zelf hebben we na vandaag, samen met
Hendri en Anja, nog twee volle dagen om te relaxen.
Voor we van de zee en het strand genieten willen we nog
wel de red colobus monkeys in Jozani Forest opzoeken. De weg naar Sau Inn
voert door Jozani Forest en het kost dus niet al te veel tijd om de zeldzame
de red colobus monkeys te bezoeken. De red colobus monkeys zijn gewend aan
mensen en hoewel ze vrijelijk kunnen bewegen, zijn ze tot op korte afstand te
naderen.
Ook nu weer. We hoeven niet eens ver te lopen of de red
colobus monkeys laten zich al zien. Eén ding is zeker. Dit kost ons weer een
filmpje aan foto’s. Behendig springen de red colobus monkeys heen en weer.
Gevolgd door een paar witte mensen. Hoewel er voldoende voedsel voor ze is,
werken ze in hoog tempo de blaadjes van struiken naar binnen. Soms kunnen ze
het smakken niet onderdrukken. Af en toe is de afstand tussen mijn videocamera
en het aapje minder dan een meter. Ze trekken er zich niets van aan. Als je
maar geen onverwachtse bewegingen maakt en ze niet in een benarde positie
brengt.
Van Jozani Forest hebben we nauwelijks wat gezien. Een
klein uurtje brengen we door met de red colobus monkeys wanneer we besluiten
verder te rijden naar Sau Inn. Sau Inn ligt bij het plaatsje Jambiani. Dertien
kilometer na Jozani Forest bereiken we de oostkust. Vanaf hier is het nog eens
een kleine vijftien kilometer langs de kust richting het zuiden en over een
zandweg met flinke kuilen.
We hebben eigenlijk nog geen rustig afgelegen strand
gezien wanneer we Sau Inn bereiken. Veel van de ruimte tussen de weg en de zee
is al ingenomen door de lokale bevolking of door de in aantal steeds meer
wordende hotels c.q. resorts.
Sau Inn verrast ons aangenaam. Een goede ontvangst. Een
mooi zwembad. Eenvoudige maar mooie kamers met een groot bed. Verder bezit Sau
Inn en een prachtig uitzicht over de turcuoise gekleurde zee die zich op dit
moment een groot stuk heeft teruggetrokken tot nabij het rif. We maken voor
vanmiddag meteen een afspraak om bij het rif te snorkelen.
Met een kleine dhow varen we uit. Jaloers bekijk ik hoe
de twee bestuurders van dit smalle zeilbootje behendig over de boot bewegen.
Met beide handen op de rand van de boot zit ik om me heen te kijken alsof ik
dagelijks zeil. Maar ze moesten eens weten hoe tegennatuurlijk dit voor me
voelt. Opeens schiet er een schilpad op volle snelheid onder de boot door.
Nooit gedacht dat ze zo snel kunnen zwemmen.
We bereiken het rif en het zeil gaat naar beneden.
Wilfred, Hendri en ik trekken de zwemvliezen aan en zetten de zwembril,
voorzien van snorkel, op. Een hele prestatie in dat smalle bootje dat zo heen
en weer schommelt. Het gaat Wilfred en Hendri veel makkelijker af en ze liggen
al lang in het water te dobberen, terwijl ik aan mijn tweede zwemvlies begin.
Alles natuurlijk wel onder die ogenschijnlijke nonchalante houding om maar te
laten blijken dat ik alles onder controle heb. Uiteindelijk ben ook ik zo ver
dat ik in het water lig. Het is de tweede keer dat ik snorkel. Even wennen
dus. Toch krijg ik elke keer, wanneer ik probeer te genieten, zeewater naar
binnen. Onrustig en wild heen en weer trappelend, om maar met het hoofd boven
water te blijven, kom ik dan weer boven om op adem te komen. Ook met het
zwemmen lukt het niet zo. Het is net of de zwemvliezen me te weinig helpen.
Bij elke trap voel ik dat de zwemvliezen doorknakken. Bij controle blijkt dat
in beide zwemvliezen een breuk vlak voor mijn tenen zit. Het zit wel lekker
mee dus. Wilfred en Hendri zwemmen ondertussen als volleerde snorkelaars in
het rond. Ik had net zo goed van een hoge brug het water in kunnen kijken. Dan
had ik meer vis gezien als nu.
Maar langzamerhand gaat het iets beter en krijg ik wat
meer tijd om het hoofd onder water te houden. Verschillende mooi gekleurde
visjes, zoals een paar anemoonvisjes, zie ik om stukken koraal zwemmen. Ook
een slang ontgaat me niet. De slang ligt in het zand naast een groot stuk
koraal. Ik wil Wilfred en Hendri waarschuwen. Ze zwemmen een stukje van me
vandaan en natuurlijk voor een groot deel van de tijd met het hoofd onder
water. Ik kan dus schreeuwen wat ik wil, maar krijg geen contact. Ik ga er dus
zelf maar weer even van genieten. Opnieuw duw ik mijn gezicht onder water.
Waar is die slang en waar is dat stuk koraal gebleven? De stroming heeft me
een stuk meegenomen. Ik probeer de juiste plek nog wel weer terug te vinden.
Dat lukt jammer genoeg niet. Het enige resultaat van deze zoekactie is dat ik
uitgeput weer even rust moet pakken. Die zwemvliezen zijn toch niet echt
handig. Door die breuken in de zwemvliezen moet ik extra hard trappen om tegen
het tij in te zwemmen. Nog even probeer ik van al het schoons onder water te
genieten. Maar het lukt me niet. Ik ben hartstikke moe van al die extra
trapbewegingen en voordat de afstand naar de dhow te groot wordt, kies ik
ervoor om nu al de weg terug in te zetten.
Gelukkig hebben Wilfred en Hendi veel meer lol.
Regelmatig komen ze boven om elkaar in te lichten over wat ze zien. Ik bekijk
het liever van de rand van de dhow.
De zon brand lekker op mijn lichaam. De schouders van
Wilfred die nog steeds in het water ligt kleuren net zo rood als die mooie
zeester die ik ook nog heb gezien. Het is net of Wilfred van elke minuut die
hij hier heeft twee keer wil genieten. En terecht. Na een klein uurtje hebben
Wilfred en Hendri het ook wel gezien en zwemmen terug richting de dhow. In
tegenstelling tot mij, hebben ze het tij mee en bereiken sneller dan verwacht
de dhow. Gevolg is dat Wilfred met zijn hoofd tegen de dhow aan zwemt. Niets
ernstigs maar wel komisch.
Tegen 15.00 uur zijn we terug op het strand. De zee is
inmiddels tot aan de muur van het terras gestegen. De rest van de middag
genieten we op het terras van de zon en van het zwembad.
Vanavond eten we in het restaurant van Sau Inn. Het is
verre van druk en toch gaat alles niet zoals het zou moeten. Verkeerde
bestellingen worden geserveerd, dingen worden vergeten en de ober is
nauwelijks te volgen door zijn gebrekkige engels. Zijn uitstraling maakt dat
je er geen moment kwaad op kunt worden, voorzover je daar al zin in hebt.
Hij pakt ons helemaal in wanneer hij weer iets vergeet te
brengen waar we om gevraagd hebben. Na ongeveer tien minuten herhalen we de
vraag. Met de mededeling dat hij het niet vergeten was maar er gewoonweg even
niet aan dacht, verontschuldigt hij zich. Zeg nou zelf, dan kun je toch niet
kwaad worden.
31/8 Zanzibar (Sau Inn)
Het is nog er vroeg wanneer we ons bed uit komen om
Patricia en Wilfred uit te zwaaien. De zon is nog niet op. Met Leina en Hamin
is afgesproken dat Patricia en Wilfred om 05.45 uur opgehaald worden. Het
vliegtuig van Zanzibar naar Nairobi vertrekt om 10.00 uur.
Langzaam komt de zon op. Aan de horizon is behoorlijk
veel bewolking. We staan van de zee en de opkomende zon te genieten. Patricia
en Wilfred kunnen dat niet. Het is al ver over 06.00 uur en er is nog niemand
verschenen om ze op te halen. Nu duurt wachten altijd lang, maar wanneer je
een vliegtuig moet halen komt er wel een bepaalde spanning bij kijken.
Met elke tik die de klok geduldig door tikt, neemt het
ongeduld bij Patricia en Wilfred toe. Inmiddels is het 06.45 uur. Nog steeds
geen enkel teken dat het vervoer er is. Langer wachten kan gewoon niet. Zelf
alsnog maar vervoer regelen dus. Gelukkig lukt dit vrij snel bij Sau Inn. Kost
wel 40 USD maar het vliegtuig wacht niet. Het is om flink sacherijnig van te
worden hoe de zaken door Leina geregeld worden. Het zoveelste negatieve
voorval en wel op een cruciaal moment.
In een hoog tempo leggen we de spullen in de auto en met
een zelfde hoog tempo vertrekken Patricia en Wilfred na een kort afscheid.
Voor hun zit de vakantie er op. Je kunt je haast niet voorstellen dat ze
morgenvroeg al weer thuis zijn.
Wij hebben nog twee dagen Zanzibar voor de boeg en dan
nog een kort bezoek aan de Masai Mara.
Vandaag staat in het teken van luieren, zonnen, zwemmen,
lezen en het spelen van het spelletje Bao. Bao is een spel dat veel op
Zanzibar gespeeld wordt.
Regelmatig komen vrouwen over het strand aanlopen en
vragen ons of we gemasseerd willen worden. Telkens is ons antwoord negatief.
Jongens proberen op dezelfde manier fruit aan ons te slijten. Zij hebben meer
succes. Custard apple en lychees zijn onze favorieten.
In de middag spelen we nog even met een paar lokale
jongens een potje flesjesvoetbal. Met flesjesvoetbal is het de bedoeling om
bij je tegenstander de fles met de bal om te trappen waarbij zoveel mogelijk
water uit de fles loopt. De fles mag pas weer overeind gezet worden wanneer
degene, waarvan de fles omver ligt, de bal heeft opgehaald.
In de zon en op het zandstrand is dit een spelletje wat
je niet al te lang volhoud. Zeker niet tegenover die bewegelijke jongetjes.
Vanmiddag verkennen we een klein stukje strand en gaan op
zoek naar een restaurantje waar we vanavond kunnen eten. We hoeven niet ver te
zoeken. Het eten smaakt er erg goed en de bediening is er een stuk vlotter. Zo
komt er een einde aan de eerste stranddag. Een stuk bruiner dan vanmorgen
lopen we via het strand terug naar Sau Inn om lekker te gaan slapen.
1/9 Zanzibar (Sau Inn)
Na een lekkere lange nacht slapen we ook nog eens lekker
uit. Wat is dat lang geleden. Vandaag wordt weer een stranddag. Net als
gisteren genieten we van de zon en het luie leventje. Af en toe een spelletje
Bao afgewisseld met het bij werken van het reisverslag en met zwemmen.
Eigenlijk gaat zo een dag nog best snel. Voor je het weet
zit je al weer aan de lunch. Verder doen we eigelijk helemaal niets. Ook
vanmiddag niet. Het enige verschil met gisteren is dat we het partijtje
voetbal ingewisseld hebben voor een paar cocktails. Mijn huid wordt steeds
bruiner. Het gaat echt verschrikkelijk snel.
Gisteravond is het eten bij de buren erg goed bevallen.
We maken opnieuw een afspraak.
Vandaag is wel de meest slome dag van onze vakantie. Maar
daarvoor hebben we ook een paar dagen op Zanzibar gereserveerd. Morgen gaan we
weer naar Stown Town. Dat is dan onze laatste volle dag op Zanzibar. We hebben
dan nog even de gelegenheid om een paar souvenirs te kopen. Het spel Bao lijkt
me wel een leuke herinnering.
2/9 Zanzibar (Stone Town)
Vandaag dus terug naar Stone Town. We hebben meer geluk
dan Patricia en Wilfred. Bij ons is het vervoer voor de terugweg goed
geregeld. Nu kan dat ook niet anders want het blijkt dat Patricia meteen na
thuiskomst contact met Leina heeft opgenomen over de gang van zaken. In dat
gesprek heeft Leina toegezegd dat Patricia en Wilfred de 40 USD die ze extra
kwijt waren weer terug krijgen via Hamin die verantwoordelijk was voor het
vervoer.
Terug in Safaris lodge in Stown Town ontmoeten we meteen
Hamin. Hij begint op een enigszins genante manier over het voorval en geeft
ons de 40 USD. Het is duidelijk dat de omstanders van dit alles niets mee
mogen krijgen. Hij wil in ieder geval geen gezichtsverlies hebben.
Vandaag staat vooral in het teken van souvenirs kopen.
Snel zetten we de spullen op onze kamer en gaan op pad. Een mooie armband voor
Ellen is naast een mooi Bao spel de grootste aanwinst. Om een Bao spel van
redelijk formaat en goede kwaliteit te vinden moeten we behoorlijk zoeken.
Blij verrast met de prijs van 19 USD laat ik hem inpakken. We hebben al veel
winkeltjes afgestruind en bijna overal zijn de borden kleiner en minstens even
duur. Verder kopen we nog meer kruiden en laten Ellen en Anja nog een henna
tatoeage zetten.
Zo vliegt de dag om en aan het einde van de middag lopen
we naar het African House. Hier verzamelen zich altijd veel toeristen op het
balkon om van de zonsondergang te genieten met in hun hand een grote cocktail.
Jammer genoeg laat de mooie zonsondergang het vandaag afweten. Maar iets
speciaals heeft het wel.
De vorige keer heeft het eten bij Mercury’s bar ons goed
gesmaakt. Reden waarvoor we hier vanavond weer gaan eten. Zo eindigt onze
laatste volle dag op Zanzibar. Een eiland waar ik niet al te snel weer naar
toe zal gaan. Zeker in en om Stone Town is het vaak erg smerig. Het magische
en exotische karakter waar Zanzibar zo bekent om staat heeft het bij niet over
kunnen brengen. Maar uitgerust ben ik wel.
Nairobi en Masai Mara
3/9 Zanzibar – Nairobi
Vanochtend kunnen we lekker rustig op gang komen. Na het
ontbijt pakken we rustig onze spullen in. Het is wel even puzzelen met al die
souvenirs. Zeker wanneer je ook alvast rekening probeert te houden met het
bezoek aan de Masai Mara. Nadat we onze bagage beneden bij de balie veilig
hebben opgeborgen, gaan we nog even Stown Town in. Dit zijn typisch van die
momenten dat je eigenlijk al wel weg wilt maar nog niet kunt. Wanneer we langs
de winkeltjes lopen, kunnen we het zoeken naar andere soorten kruiden
nauwelijks laten. Ik kan me haast niet voorstellen dat er nog wat te vinden is.
Zoveel soorten kruiden hebben we al.
Langzaam kruipt de tijd naar het moment toe dat we richting
het vliegveld vertrekken. Het busje van Hamin is er op tijd. Het vliegveld ligt
iets ten zuiden van Stown Town aan de westkust van Zanzibar. Het is ongeveer
twintig minuten rijden. Net zo chaotisch als het in Stown Town en de haven kan
zijn, is het ook op het vliegveld. Nu is het hier allemaal natuurlijk niet erg
groot maar de rij passagiers om in te checken staat tot buiten op straat. Dicht
op elkaar gedrongen staan we een klein uurtje in de zon te wachten. Eindelijk
komt de rij in beweging. Ik weet niet wat de limiet is qua kilo’s maar aan de
bagage van sommige passagiers komt geen einde lijkt het. Maar uiteindelijk aan
de rij wel.
Nauwelijks zijn we opgestegen of het vliegtuig maakt een
bocht naar rechts om langs de kust van Zanzibar richting Nairobi te vliegen. De
kleuringen van het water zijn geweldig om te zien. Zo herstelt zich een deel
van het bounty-gevoel wat ik eigenlijk een beetje kwijt was.
We naderen de kustlijn van Tanzania en passeren even later
aan de rechterkant Mount Kilimanjaro. De top is te zien. Veel van de passagiers
willen een glimp opvangen en het vliegtuig helt hiervoor iets over naar de
linkerkant. De zon zoekt de horizon al op wanneer we in Nairobi landen. De
douaneformaliteiten zijn vlug geregeld. Nu maar hopen dat onze contactpersoon
er is. De afspraak is dat we ons bij een reisbureautje in de hal van het
vliegveld melden.
Een man spreekt ons aan en weet van de afspraak dat
we naar het hotel gebracht worden. De volgende dag vertrekken vanaf dat hotel naar de
Masai Mara. Hij geeft aan dat Hotel 680 helemaal vol zit en dat we naar een
ander hotel moeten. Ik vraag hem hoe dat kan. We hebben immers lang geleden al
gereserveerd. Hij geeft aan dat de vice-president van Kenia is overleden en dat
hij morgen wordt begraven. Vandaar dat het extra druk is en alle hotels bijna
vol zijn. Maar, vertelt hij, ik heb een plekje voor jullie gevonden in een
ander hotel. We slikken zijn verhaal. Even later worden we weggebracht naar het
hotel. Het is erg druk in Nairobi. Gehandicapte mensen, waarvan sommigen niet
anders kunnen dan kruipen, vragen om geld bij zowat elk verkeerslicht. Ons is
geadviseerd om de raampjes dicht en de deuren op slot te houden. Handige dieven
graaien zo iets uit de auto en verdwijnen in de drukte.
We geven de chauffeur aan dat we vanavond nog naar restaurant
Carnivore willen om daar te eten. Na wat gedoe over de prijs worden we het eens
en hij belooft ons om ons op te halen en weer terug te brengen. We checken in
en nemen een lekkere douche. Het hotel ziet er wel wat beter uit dan Hotel 680.
De prijs is echter ook minstens de helft duurder. Opgefrist en wel wachten we
op elkaar en de chauffeur in de hal.
We staan op het punt om te vertrekken wanneer Catherine
binnen komt lopen. Met een verbaast gezicht vraagt ze ons waarom we niet naar
Hotel 680 zijn gekomen. Nou gewoon omdat het hotel vol zit, antwoorden we. Nee
hoor, het hotel zit helemaal niet vol. Ik heb er een hele tijd op jullie zitten
wachten. We vertellen haar het verhaal wat we op het vliegveld te horen hebben
gekregen. Ze heeft niet veel woorden nodig om te begrijpen dat wij en indirect
zij, zijn beetgenomen. Eigenlijk door de zakenpartners waar Irene Haneveld en
Catherine zaken mee doen. Hier baalt ze van en geeft aan dat ze het ons niet
kwalijk neemt. Het laatste woord is hier echter wat haar betreft niet over
gesproken. De chauffeur van die zakenpartner staat er beteuterd bij te kijken
maar zegt wijselijk niets.
Dan begin ik ook maar over wat er drie weken geleden, bij
aankomst in Nairobi, geregeld is. Ik leg haar uit dat we in de veronderstelling
zijn of inmiddels waren dat het allemaal om één bedrijf ging, te weten het
bedrijf van Irene Haneveld. Dat we daarom ook in zijn gegaan op het voorstel om
morgen naar de Masai Mara te gaan in plaats van naar het opvangcentrum voor
straatkinderen. Dit op aanraden van, dachten we, een collega van Irene en
Catherine. Ze vraagt hoeveel we er voor hebben betaald. Gelukkig schrikt ze
niet van het bedrag. We komen tot de conclusie dat we op dit moment dus niet
veel meer kunnen doen dan de gemaakte keuzes volgen. Waar we het wel over eens
zijn is dat dit nog wel een staartje krijgt. Ik beloof Catherine om Irene te
bellen wanneer we in Nederland terug zijn.
Ik heb eigenlijk best met Catherine te doen want ze heeft
goed haar best voor ons gedaan en dan loopt het op deze, misschien wel typisch
Oost-Afrikaanse, manier mis.
De spits is nog in volle gang wanneer we naar Carnivore
vertrekken om dit alles maar even te vergeten. Het is me wel een reis zeg. Nog
nooit hebben we zoveel tegenslag gehad tijdens een reis door Afrika. We hebben
er wel weer erg veel van geleerd.
Het eten smaakt er gelukkig niet minder om. Veel soorten
vlees komen op ons bordje te liggen waaronder struisvogel, zebra en krokodil.
Ik heb me voorgenomen om me niet zo vol te eten dat het een ongemakkelijk
gevoel gaat geven. Precies op tijd kan ik stoppen. Best wel een speciale
belevenis om in dit bekendste Afrikaanse restaurant te eten.
Op de afgesproken tijd haalt de chauffeur ons op. Morgen
wordt een lange reisdag. Snel maar naar bed dus.
4/9 Nairobi – Masai Mara
Nairobi is al lang weer tot leven gekomen wanneer we in het
restaurant van het hotel ontbijten. We hebben nog een half uur voordat we
opgehaald worden. Tijd genoeg. We hebben alle voorbereidingen voor de komende
twee dagen al achter ons. Het grootste gedeelte van onze bagage blijft achter
in Nairobi. Door alle ervaringen van deze vakantie en de manier waarop deze
organisatie ons behandelt heeft, zijn we wat sceptisch. Het voelt gewoon niet
prettig wanneer je met een organisatie op pad moet die je een paar keer
probeert te slim af te zijn. Natuurlijk hebben we een keuze om alles af te
blazen. Maar ja, we hopen er op om die migratie te zien. De keuze tussen twee
dagen Nairobi of de Masai Mara is onder deze omstandigheden dan snel gemaakt. Om
nog twee dagen rond te moeten lopen in Nairobi, voor we de terugreis aanvaarden
naar Amsterdam, is ook een drempel. De opvang voor de straatkinderen van Irene
ten spijt.
Een minibusje haalt ons op en brengt ons naar het kantoor
waar we de safari naar de Masai Mara geboekt hebben. Hier laten we onze
overbodige bagage achter in een kast op het kantoor. Vanaf hier vertrekken
meerdere mensen richting de Masai Mara. Bij het pakken zien we, tegen de
afspraken in, dat meerdere mensen met ons mee gaan in de minibus. Ietwat
bovenmatig geïrriteerd, door alle ervaringen van deze vakantie, wijzen we er op
dat we geboekt hebben voor een safari met vier personen in een landrover. Het,
“het zal toch niet waar wezen gevoel”, komt in ons naar boven. Hoe luidt dat
spreekwoord ook al weer? Iets van de Wet van Murphy? Voor de rit naar de Masai
Mara delen we de auto’s even zo in, is het antwoord van de chauffeur. Ook laat
hij weten dat we wel met ons vieren maar met de minibus de Masai Mara in gaan.
Hij geeft aan dat de minibus zich misschien nog wel beter leent voor een bezoek
aan de Masai Mara dan de landrover. Met een gefronst voorhoofd nemen we dat dan
maar aan.
We laten Nairobi achter ons en rijden richting Rift Valley.
Op de top van de berg heb je een prachtig uitzicht over Rift Valley. Natuurlijk
staan op zo’n prachtig punt standaard curioshops en natuurlijk moeten we daar
weer op zoek naar iets bijzonders. Ik zie wel wat leuke en bijzondere dingen
maar in het onderhandelen vind ik mijn meerdere.
Onder aan de berg slaan we links af. Vlak daarna parkeren we
opnieuw de auto. Nu om passagiers en auto’s te wisselen. Vanaf hier zitten we
met ons vieren in de auto. We houden er al met al een laag tempo op na en zo
zou het wel eens erg lang kunnen duren voordat we in de Masai Mara zijn.
De weg wordt ook steeds slechter. Enorme gaten in de weg
volgen elkaar steeds vaker op. Regelmatig kun je niet eens meer van deze
zogenaamde potholes spreken maar zijn stukken weg kompleet verdwenen. We rijden
richting Narok en zo af en toe is het beter om naast de weg dan over de weg te
rijden.
In Narok eten we in een soort wegrestaurant voor
safarigangers. Het doorvoertempo van de gasten en het bijbehorende eten ligt
hoog. Iedereen wil natuurlijk zo snel mogelijk in de Masai Mara zijn.
Het is zeker nog een paar uur rijden naar de ingang van de
Masai Mara. Regelmatig wisselen de auto’s van positie gedurende lange rit. Dan
ligt die weer voor en dan die weer. Maar uiteindelijk is het zover. We rijden
over de rode stoffige wegen en de vlaktes die aangeven dat we onze bestemming
naderen. Masai vrouwen staan bij Sekenani gate om een paar cent te verdienen.
De weg naar de campsite gebruiken we als gamedrive. Het dak
van de auto gaat omhoog, we worden weer een beetje wakker en zien vrij snel de
eerste wilde dieren. Een paar zabra’s, antilopen, wildebeesten en wanneer we al
wat verder het park in zijn een kleine kudde buffels.
Er staan wat auto’s bij de buffels. Op het moment dat we aan
komen, rijden trekken de buffels verder de vlakte op en rijden de andere auto’s
ook door. Ik zie een schim tussen het gras verdwijnen. Volgens mij was het een
leeuw. Ik weet het echter niet zeker en het dier is tussen het gras ook niet
meer terug te vinden.
De Masai Mara ligt er prachtig bij. Via verschillende
weggetjes blijven we zoeken naar de dieren. Giraffes, olifanten en nog een hele
grote kudde buffels passeren we. De zon kan de zwaartekracht van de horizon
niet meer weerstaan en zakt steeds dieper. In de gele vlakte staat een oase van
groene struikjes. Een paar auto’s is driftig aan het zoeken. Er moet iets zijn.
Aan de andere kant van de struiken staan al een paar auto’s stil. We rijden om.
Dit is typisch de Masai Mara. Er is iets bijzonders te zien en er staan meteen
tal van auto’s omheen. Ook wij maken ons hier schuldig aan. Op de rand van de
struiken naar het gras ligt een leeuwin. Dan zien we nog een paar kleine
kopjes. Het zijn drie hele kleine welpjes. De welpjes spelen wat met elkaar,
drinken wat bij hun moeder en aaien wat met de koppen tegen elkaar. Elk van
deze mooie tafereeltjes wordt in de auto naast ons met een luidt oooohhhh of
hmmmmmm begroet. Bleef het daar maar bij. De snerpende Spaanse taal klinkt over
de vlakte alsof ze op de markt staan. Onvoorstelbaar. Regelmatig richt de
leeuwin zich op om te kijken waar het lawaai vandaan komt. Gelukkig gaan de
lawaaimakers er vandoor en kunnen we, tot dat de zon ondergaat, nog een beetje
in rust genieten van deze mooie familie.
In de schemer rijden we naar onze campsite. We slapen dicht
bij Sopa lodge op een tented camp. De tenten staan in een cirkel om een boma
heen en er is een kleine kantine aanwezig waar we vanavond eten. In de boma
zitten een paar masai om een vuurtje heen waarop een grote pot met vlees gaar
wordt gestoomd in iets wat misschien wel voor soep door moet gaan. Een hond
loopt er omheen om te kijken of er iets voor hem te vinden is. Ik groet de
mannen en ga er naast zitten.
We raken aan de praat en stellen elkaar voor. Eén van de
mannen ziet mijn op Zanzibar gekochte ketting om mijn nek hangen. Hij neemt hem
in zijn handen en trekt hem naar zich toe. Ik volg met mijn hoofd en mijn hand
om bij een eventueel los schieten mijn adamsappel te sparen. Hij geeft aan dat
hij de ketting mooi vind en vraagt of hij de ketting even om mag hebben. Ik heb
geen bezwaar en sta de ketting af. Zo kletsen we nog even wat door. Hij vraagt
of we vanavond nog willen kijken naar hun optreden. Ze dansen en zingen dan in
de boma. Natuurlijk wil ik dat. Ondanks dat we het al wel een paar keer hebben
gezien.
Zo verdienen ze nog wat bij.
Een gong gaat. Het teken dat we kunnen eten. In het
restaurant staan twee lange rijen van tafels. Ik kom naast een stelletje uit
Mexico te zitten. We raken aan de praat over Afrika en wisselen ervaringen uit.
Ik vertel haar dat ik een website heb gemaakt over onze reizen en vertel haar
het adres. Ze geeft aan dat ze de site wel eens bezocht heeft. Ik kan niet
ontkennen dat het best leuk is wanneer je zoiets hoort van iemand uit Mexico.
Na het eten begint het optreden van de masai. Eerst krijg ik
mijn ketting terug. Telkens wanneer de masai en ik elkaar ontmoeten heeft dat
een erg leuk contact tot gevolg. Zo te zien is hij ook een beetje de baas van
de masai die hier werken. Hij is ook erg leuk om te zien. De donkere huid, het
rode masaikleed om, de grote scheefstaande tanden in zijn mond en dan een
cowboyhoed op. Misschien is leuk niet het juiste woord maar moet ik komisch
zeggen.
Na een paar liedjes en dansen worden de dames uitgenodigd om
mee te doen. Hand in hand worden de rondjes door de boma gemaakt.
De lange reisdag heeft ons vermoeid. We zoeken onze tent op
en vallen snel in slaap op het eenvoudige bed wat er staat.
5/9 Masai Mara – Nairobi
Ons wekkertje laat ons weten dat het tijd is om op te staan.
De zwarte cijfers in het lichtblauwe schermpje geven aan dat het 05.30 uur is.
Het begin van onze laatste dag van deze avontuurlijke reis. Avontuurlijk was
het. Wanneer we de tent uitstappen zijn de contouren van de campsite net
zichtbaar. De dag begint op gang te komen. Langzaam komt er meer leven vanuit
de andere tenten. Een paar chauffeurs laten de motor van hun auto al stationair
lopen. We werken een klein ontbijt na binnen en wat ons betreft kan de
gamedrive beginnen. Verwachtingsvol naar wat de laatste uren in de Masai Mara
ons gaan brengen. Ook mijn vriend de masai is wakker en met een vriendelijke
zwaai met zijn hand en een glimlach die zijn tanden helemaal blootleggen
begroet hij ons.
Wanneer we vertrekken staat er een oranje gloed aan de
horizon. De Masai Mara ontwaakt en wij zijn er een onderdeel van.
Een hyena kruist voor ons de weg en kijkt af en toe
om. Zo is de hyena er zeker van dat wij hem niet volgen en durft hij op zekere afstand
even stil te staan. Hartebeesten en thomson’s gazelles staan in het goudgele
gras. Een kleine tweehonderd meter voor ons staat een auto stil bij een
acaciastruik. Er komt iets op ons aflopen. Het is een prachtig bemaande leeuw.
Over de weg nadert hij ons op een koninklijke manier. De weg is niet breed en
we staan aan de rechter kant. De leeuw passeert ons zonder blikken of blozen
met een lichaamstaal die niets anders dan zelfvertrouwen uitstraalt. Ik draai
op nauwelijks twee meter afstand met hem mee en verlies de leeuw even uit het
oog door de laagstaande zon. Als een silhouet rukt de leeuw zich weer los van
de zon. Het lijkt er op dat hij precies weet waar hij naar toe wil. Dan staat
hij even stil en kijkt geïnteresseerd richting de heuvels. Nauwelijks
herkenbaar zie ik op één van de flanken van de heuvel een paar stipjes bewegen.
Ook daar staat een auto stil. Onze chauffeur wil doorrijden maar ik vraag hem
om de richting van de heuvels op te rijden. Daar zou toch iets interessant
kunnen zijn? Ook de auto die voor ons op de weg stond volgt de leeuw. Met de
nadruk op volgen. De chauffeur laat nauwelijks ruimte tussen de voorste bumper
van de auto en de hielen van de leeuw. Verschrikkelijk. Wij proberen via
omwegen elke keer weer voor de leeuw te komen. Steeds duidelijker worden de
silhouetten op de berg zichtbaar. Het is een grote groep leeuwen. Wat moet die
leeuw een uitstekende ogen hebben zeg om ze van zo een grote afstand te kunnen
zien maar vooral te onderscheiden.
Hier moeten we de leeuw verlaten. We kunnen hem niet volgen
met de auto. Opnieuw proberen we via een omweg bij hem te komen. De omweg
brengt ons echter rechtstreeks bij de grote groep leeuwen. Olifanten staan op
korte afstand van de leeuwen van een acaciastruik te eten.
Het is een prachtige familie leeuwen. Twee volwassen
mannetjes een aantal vrouwtjes en behoorlijk wat jongen. In het totaal zijn het
ongeveer vijftien leeuwen. Niet veel later dan wij ons bij de groep leeuwen
voegen, komt ook het andere mannetje aanlopen. Zouden de leeuwen elkaar kennen?
Zijn het vreemden van elkaar? Zo ja, komt er dan een gevecht? Kortom we zijn
alert op wat er gebeuren gaat. De leeuw die ons naar deze plek bracht blijft
echter op een respectabel afstandje om problemen te voorkomen. De kleine
leeuwtjes spelen in het goudgele halfhoge gras. Prachtig om te zien. Minder
mooi zijn de ongeveer zeven auto’s die de groep leeuwen omgeven. De leeuwen
hebben er echter geen zichtbare problemen mee. Langzaam bewegen de leeuwen in
westelijke richting. Steeds weer gaan ze liggen, zitten of spelen. Gevolgd door
de twee mannetjes en het derde mannetje op afstand.
De twee mannetjes gaan liggen. Gebroederlijk liggen ze tegen
elkaar aan. Ze vallen helemaal weg in het gras. Alleen de manen zijn nog iets
zichtbaar. Ik kan me zo voorstellen dat je er langsheen rijdt of loopt. Er
loopt een jong leeuwtje op de mannetjes af. Dit is voor mij het signaal om
alert te zijn. Vaak gebeurt er wel wat bij een begroeting. Mijn zoeker van de
videocamera is gericht op het drietal. Dan is het net of ik alles in mijn
zoeker zie bewegen. Ik zelf kan ook nauwelijks stil staan. Geschrokken van het
enorme gebrul van de twee mannetjes, weet ik ze gelukkig net in mijn beeld te
houden. Een korte achtervolging laat zien wie het voor het zeggen heeft.
Onderdanig laat de andere leeuw zich op de grond vallen. Op de rug, met de
voorpoten omhoog en met de tanden bloot, ontvangt hij nog een paar flinke halen
op zijn kop van de enorme voorpoot van zijn opponent. Even is er een
patstelling. Een leeuwin laat even verderop met een diepe roep van zich horen.
Alle volume haalt ze uit haar borstkast.
Wanneer ze klaar is richt ik me weer op de mannetjes
leeuwen. De patstelling is nog steeds niet opgeheven. Even ontsnapt de aandacht
van de winnaar van de eerste ronde. Hier maakt de leeuw die op de grond ligt
gebruik van. Snel staat hij op om weg te rennen. Kort achtervolgt door de tweede
leeuw en onder een luidt gebrul. Twee meter voor me staakt de winnaar zijn
achtervolging. Wat een kracht en wat een indrukwekkende vertoning. Met een
draai loopt hij langs de auto naar de rest van zijn familie. De leeuwen lopen
langzaam weer in westelijke richting. Gevolgd door een zevental auto’s.
In de verte lopen een paar topi’s. De leeuwen hebben ze
natuurlijk al lang voor ons ontdekt en besluiten zelf uit het zicht van de
topi’s te blijven door de beschutting van de struiken op te zoeken in een lager
gelegen greppel. Uit het zicht van de topi’s en van ons.
We rijden door om ook de andere auto’s achter ons te laten
en weer alleen op zoek te zijn naar dieren. Een topi moeder met jong, een paar
struisvogels waarvan er één met een vuurrode nek loopt en de kudde buffels
komen we op onze weg tegen.
Bij een lodge maken we een korte toiletpauze om vervolgens
nog even te genieten van de laatste momenten in de Masai Mara. Een groep
bavianen leidt de weg in voor de terugweg.
Bij een bedding van struiken wordt onze aandacht
gevestigd door twee stilstaande auto’s. Een paar andere auto’s rijdt ons al weer
tegemoet. Van hun krijgen we te horen dat er een luipaard zat. Nu heeft het
luipaard de beschutting van de struiken opgezocht. Toch gaan we even kijken.
Het is haast onbegonnen werk om het luipaard te ontdekken. Steeds weer nemen we
een ander positie in. Dan krijgen we het luipaard heel even te zien. Even laat
de wirwar van takken en schaduw het luipaard los. Tien seconden. Meer is het
niet. Het opzoeken van de beschutting door het luipaard is voor ons ook het
moment om weer terug te gaan naar de campsite. Het is al laat in de ochtend
wanneer we op de campsite arriveren. De zo gehoopte migratie hebben we dus niet
gezien.
Een stevige lunch betekent het einde van ons bezoek aan de
Masai Mara. Wanneer we de auto in willen stappen, komt mijn masai vriend er aan
lopen. Hij rijdt een stuk met ons mee naar zijn dorp. Vanmorgen heeft hij te
horen gekregen dat hij vader is geworden. Als cadeau geef ik hem mijn ketting
met de mededeling dat de ketting voor zijn zoon is zodra hij groot genoeg is om
hem te dragen. Opnieuw komen zijn tanden bloot te liggen. Zijn hele mimiek
straalt uit dat hij dit geweldig vind. Een uitstraling die ook mij blij maakt.
Via een nauwelijks gebruikte route rijden we de Masai Mara
uit. Een weg, nauwelijks gebruikt door toeristen, voert ons langs en door een
aantal masai dorpjes. Ergens in de middle of nowhere stapt de nieuwe vader uit.
Hij wijst naar een dorp wat in de verte in de bush ligt. We staan op een
heuvel. Vanaf hier kunnen we het dorp net zien liggen. Met een ferme hand nemen
we afscheid.
Door een gebied met acacia bush zoeken we, via soms slecht
te berijden stukken weg, de hoofdweg naar Narok. Niets en niemand komen we
tegen. Het is een bijzondere en avontuurlijke route. Althans voor ons. Net
wanneer we weer een moeilijk moment in de weg moeten overbruggen, rijdt ons een
auto tegemoet. Bij het passeren stoppen we. De chauffeurs wisselen informatie
uit. Op de auto van onze tegenligger staat reclame. Een telefoonnummer verwijst
naar Nederland. Het netnummer verraad nog veel meer. Het is 0571. Dat komt bij
ons uit de buurt. Het is of Twello of Teuge. De blonde vrouw op de
bijrijderstoel zoekt oogcontact met ons en vraagt in het Engels hoe het met ons
gaat. Ik vraag haar in het Nederlands of ze uit Twello of Teuge komt. Verbaast
laten ze weten dat het Twello is. Ik vertel dat wij uit de buurt komen. Snel
wisselen we wat informatie uit. Het is Ans Voskamp van AV-tours. De chauffeur
is David uit Nairobi. Ook hij werkt bij AV-tours en laat weten dat hij wel eens
in Deventer is geweest. Met het in ontvangst nemen van een kaartje van AV-tours
nemen we afscheid. De kans dat je op deze weg iemand tegen komt is niet groot.
Dat degene die je tegenkomt nauwelijks tien kilometer van je vandaan woont,
maakt de kans eigenlijk nihil. Toch gebeurt het. Volgens mij is de kans om een
paar miljoen in één of andere loterij te winnen vele malen groter.
Het duurt nog even voor we weer op de weg naar Narok zitten.
Voor we Narok bereiken moeten we stoppen bij een controlepost. Hier worden
formulieren gecontroleerd. Er schijnt iets niet helemaal in orde te zijn. Ik
wil het niet weten. Nog even stoppen we langs de kant van de weg bij een
curioshop. Mijn instinct zegt me dat ik weer op zoek moet gaan naar iets
bijzonders. Mijn verstand zegt nee. Hierdoor ligt de lat denk ik wat hoger dan
normaal.
Langzaam nadert de middag zijn einde. Net zo langzaam als
wij Nairobi naderen. Vanavond vliegen we nog terug naar Brussel. Het ziet er
naar uit dat we niet erg veel tijd overhouden om ons nog even op te frissen.
Het is nog net niet donker wanneer we voor het kantoor aankomen waar we
gisteren vertrokken zijn. Gek genoeg lijkt het veel langer geleden. De
chauffeur wil hier afscheid nemen van ons maar ik vertel hem dat afgesproken is
dat hij ons nog naar het vliegveld brengt. Ik weet hem niet te overtuigen. Op
het kantoor vertel ik het aan de medewerkers en ze bellen de chauffeur meteen.
Het vervoer naar het vliegveld is geregeld.
Er ontstaat wat paniek over bagage en gekochte souveniertjes
die verdwenen zijn. Wij controleren onze spullen en zijn niets kwijt. Later
blijkt de paniek voor niets te zijn geweest wanneer de verdwenen spullen op een
andere plek teruggevonden worden. Een douche, passend in de hele entourage van
dit kantoor, zorgt dat we enigszins schoon richting het vliegveld kunnen. Voor
we vertrekken ordenen we nog eenmaal onze bagage. Dan gaat alles eigenlijk heel
snel. Voor we het beseffen zitten we in het vliegtuig richting Brussel. Een
rustige vlucht en de trein van Brussel richting Deventer vormen geen obstakels
om thuis te komen. Per slot van rekening zijn we tijdens deze reis wel wat
anders gewend. In het bijzonder de tegenslagen, in zijn vele soorten, waren
nieuw voor ons. Het kost moeite om die tegenslagen allemaal op een rijtje te
zetten. Dit alles heeft de reis gemaakt tot wat het geworden is. Had ik het
willen missen? Nee. Ik heb erg veel geleerd van de tegenslagen. Daar tegenover
staan de vele bijzondere momenten in de bush met die prachtige dieren en die
fantastische vergezichten. Die momenten zullen voor altijd bij me blijven.
Wanneer je al die bijzondere momenten afzet tegen de tegenslagen, dan winnen de
bijzondere momenten ruim. Een reden om dus beslist weer terug te gaan.
Afrika bedankt.
|