Out to Africa
is
 (klik op logo)
Mee op reis in 2010?
lees hier verder....
Reisverslagen:
Foto's:
Video's:
Landen info:
Gamepark info:
Dieren info:
Beste reistijd:
| |
Ons Botswana avontuur in 2002
BOTSWANA. Een land waarvan we in 1996 hebben gezegd dat we daar nog een keer naar
terug willen keren. In 1996 deden we onze eerste ervaringen op met een safari
in Afrika. Na ook de landen Zimbabwe, Zambia, Malawi, Tanzania, Kenia en Uganda
in de navolgende jaren te hebben bezocht, heeft Botswana nog steeds de meeste
indruk bij ons achtergelaten. Natuurlijk wil ik hiermee de andere Afrikaanse
avonturen niet te kort doen, maar Botswana is een land waar je een safari als nergens anders
kunt maken.
Misschien waren het in 1996
wel de kwaliteiten van onze gids (Heiko) die dit gevoel bij ons heeft
achtergelaten. Zoals geen andere gids heeft hij het belang, de schoonheid en
het respect van en voor de natuur bij ons aangewakkerd. We waren al een tijdje
naar hem op zoek en wisten hem uiteindelijk terug te vinden bij Bush Ways in Botswana.
Na wat omzwervingen is hij mede-eigenaar
geworden van Bush Ways, dat in 1996 is begonnen met het organiseren van
safari’s.
De folder van Bush Ways laat ons het volgende weten, “Our safaris give the adventure seeker a
unique experience to explore and camp in the heart of Botswana’s pristine wilderness. These Adventure Trails promise to reveal the
vast beauty of this varied country, with exciting animal and wildlife
encounters, spectacular sunsets, and evenings around the campfire, absorbing
the sounds and smells of the African bush”.
Niet dat we een route uit de folder hebben gevolgd. Nee, Bush Ways geeft je ook de mogelijkheid om zelf een reis
samen te stellen. Gelet op onze ervaringen hebben we gekozen om dit te doen.
Gaandeweg het samenstellen van de reis werden ook anderen geïnteresseerd.
Wilfred en Patricia gaven na hun eerste avontuur in Uganda direct aan dat ze wel mee wilden. Via internet
sloten zich nog meer medereizigers aan. Met hun en Bush Ways werden de laatste aanpassingen aan de route
gedaan. Iedereen in de groep heeft ervaringen met het reizen in Afrika. De één
wel iets meer dan de ander en zoals de reis vast is komen te staan heeft
iedereen zijn eigen verwachtingen.
Voor het vertrek naar het
continent waar we zo van houden, komen we met de groep een aantal keren bijelkaar
en warmen ons op voor het komende avontuur. Heiko maakt van de gelegenheid
gebruik om zijn moeder (Els) uit te nodigen om deze reis mee te maken. Els is
geboren in Nederland en op driejarige leeftijd is ze met haar ouders naar Zuid-Afrika
vertrokken. Zelf is ze in het verleden ook werkzaam geweest in het toerisme.
Voornamelijk fotosafari’s in Namibië.
De combinatie van deze unieke
reis en de Nederlandstalige reizigers waren voor Heiko aanleiding om haar, voor
het eerst in zijn tienjarige loopbaan als gids, mee te nemen.
Anja, Hendri, Sjaak, Ineke,
Margreet, Miriam en Corné maken de groep kompleet waarmee we de komende
drieëneenhalve week het avontuur gaan beleven. We wisten niet dat dit het
mooiste en beste avontuur in Afrika zou worden.
10/9 Amsterdam - Gabarone
Maanden worden weken, weken worden dagen en voor we het
weten is de dag van vertrek aangebroken. Misschien hebben we nog nooit zo
uitgekeken naar een nieuw avontuur.
Door de trein van 16.00 uur te pakken hopen we op tijd te
komen voor het inchecken voor ons vliegtuig naar Johannesburg. Als het goed is,
zijn de stoelen in het vliegtuig gereserveerd. Hiervoor heeft een kennis van
Ineke gezorgd.
Morgen is het een jaar geleden dat de aanslagen in Amerika
plaatsvonden. De controles op Schiphol zijn hierdoor verscherpt en we krijgen
het advies om op tijd te komen omdat het inchecken wel eens wat meer tijd in
beslag zou kunnen nemen.
Wanneer we richting de incheckbalie lopen, staan Sjaak,
Ineke, Margreet, Anja en Hendri ons al op te wachten. Ze zwaaien ons vrolijk
toe. Ik loop ze ook al te zoeken maar kijk in eerste instantie finaal langs ze
heen. Als dat ook zo met het spotten van de wilde dieren gaat, zie ik niet
veel. Ik krijg ze dan toch in mijn vizier en het is meteen weer gezellig.
Corné en Miriam zijn al in Zuid-Afrika. Ze zijn een week
eerder vertrokken en proberen daar een lodge op de kop te tikken. Als het goed
is ontmoeten wij hun op het vliegveld van Johannesburg.
We checken meteen maar in. Het inchecken gaat niet veel
anders als andere jaren. Alleen Margreet moet haar Swiss-knife vanwege
veiligheidsmaatregelen inleveren en voor we het weten zitten we met ons allen
wat te eten in één van de restaurants. Hier komen een aantal gesprekken op
tafel waardoor de stemming er meteen goed in zit. Zo vraagt Anja zich af waarom
het ene bakje van McDonalds anders sluit dan het andere. De oplossing is heel eenvoudig.
Het bakje staat op de kop en ontdaan door haar opmerking slaat ze haar hand
voor haar hoofd. Even later vertelt ze een verhaal over een vrouw die tijdens
een vlucht op het toilet zit. Al zittende besluit de vrouw het toilet door te
trekken waardoor ze vacuüm wordt gezogen. Natuurlijk heeft iedereen meteen de
beelden voor zich en de manier waarop Anja dit verhaal vertelt zijn de oorzaak
voor een hevige lachbui. De tijd gaat snel en we kunnen boarden.
Khama Rhino Sanctuary
11/9 Gabarone – Khama Rhino Sanctuary
Het is een rustige vlucht. Misschien wel de beste die ik tot
op heden heb gemaakt. Wat me tijdens het eten opvalt, is dat we geen plastic
bestek krijgen maar van metaal. Over veiligheid gesproken? Bij elkaar slaap ik
ongeveer vijf uurtjes. Tegen zonsopgang word ik wakker. We vliegen boven
Zimbabwe. Nog ongeveer twee uurtjes vliegen en we landen in Johannesburg. Hier
ontmoeten we Corné en Miriam. Het lijkt erop dat ze een lodge hebben gevonden.
Ze stralen in ieder geval wanneer ze ons hierover vertellen. De lodge ligt in
de buurt van Hoedspruit en de definitieve beslissing om het te kopen nemen ze
wanneer ze weer terug zijn in Nederland.
Het is drie graden in Johannesburg. Vanmorgen hebben Corné
en Miriam de ramen van de auto nog moeten krabben. Laten we hopen dat het een
paar honderd kilometer noordelijker wat warmer is.
Het wachten op de aansluitende vlucht naar Gabarone, de
hoofdstad van Botswana, duurt net als de vlucht zelf niet lang. De
grensformaliteiten in Botswana verlopen soepel en aan de andere kant van de
douane ontmoeten we Heiko en Els. Het weerzien met Heiko is hartelijk. Veel
tijd om meteen bij te kletsen hebben we niet. We hebben nog een paar uur nodig
om Khama RS te bereiken. Eerst wisselen we wat geld. Voor de hele groep wissel
ik 250 USD om. Meer hebben we voorlopig niet nodig volgens Heiko. Els wacht op
me en samen lopen we naar de auto. De auto is een verlengde landrover met een
trailer er achter. De landrover biedt plaats aan zestien passagiers exclusief
de bestuurder en bijrijder. Voor de komende weken hebben we dus genoeg ruimte.
De rest heeft zich al voorgesteld aan Shadow. Shadow is de assistent-gids van
Heiko.
Heiko heeft alles perfect voorbereid en aan alles gedacht.
Een lunch kunnen we gebruiken in de landrover en inkopen voor de komende dagen
zijn al gedaan. Heiko is dus niets veranderd. De tijd hebben we ook hard nodig.
Khama RS ligt ongeveer 375 kilometer noordelijk van hier en het is vroeg
donker. Bovendien willen we ook nog onze eerste gamedrive maken.
De weg naar Khama geeft ons meteen weer het vertrouwde
gevoel. Ondanks de nieuwe vierbaans weg, de eerste kilometers, lopen geiten en
ezels nog steeds langs of over de weg. Het duurt niet lang of we zien al een
dode ezel langs de kant van de weg liggen. We proberen 100 km/uur aan te houden.
De landrover heeft geen ramen. De wind waait dan ook genadeloos om onze oren en
we krijgen het daardoor flink koud. Geen probleem voor Heiko. Hij heeft de auto
omgebouwd tot wat het is. We stoppen en aan de achterkant van de landrover
worden voorzetramen tevoorschijn getoverd en in de houten sponningen aan beide
zijkanten van de landrover geschoven. We vervolgen onze weg. Even voor ons
wordt een geit aangereden. De geit loopt in een groepje geiten en probeert voor
de auto nog net om te keren. Te laat, de auto schampt het dier. De geit draait
zich nog eens om en volgt de andere geiten. De voorpoot lijkt gebroken en
strompelend weet de geit de andere kant van de weg te bereiken.
Elke keer wanneer ons een grotere auto nadert, duwt Heiko
met alle vingers van één hand tegen de binnenkant van de ruit. Hiermee probeert
hij bij steenslag het breken van de ruit te voorkomen.
Het landschap is nog ééntonig en de meesten van ons beginnen
te knikkebollen.
Tegen 15.30 uur bereiken we Khama RS. Khama RS is in 1989
opgericht. De sanctuary ligt vijfentwintig kilometer ten noorden van Serowe aan
de Serowe-Orapa weg. Serowe is één van de grootste traditionele dorpjes in
Afrika. In de sanctuary zijn ooit veertien witte neushoorns opnieuw uitgezet.
In februari 1993, zijn vier neushoorns geïntroduceerd vanuit het noorden van
Botswana. In de sanctuary leven van oorsprong ook andere dieren of zijn ook
opnieuw uitgezet. Dit zijn onder andere de zebra, blue wildebeest, giraffe,
eland, springbok, impala, gemsbok, kudu, steenbok, duiker, red hartebeest,
luipaard, struisvogel, african wild cat, caracal, small spotted genet,
black-backed jackal, bat-eared fox, bruine hyena. Meer dan 230 vogelsoorten
zijn hier geïdentificeerd zoals de abdim's stork and bearded woodpecker.
De sanctuary heeft 24-uurs bewaking. Met een oppervlakte van
ongeveer 4.300 hectare Kalahari sandveld, ligt de sanctuary om de Serwe Pan.
Serwe Pan is een grote met gras bedekte laagvlakte met verschillende
natuurlijke waterholes en voorziet in de nodige behoefte voor de witte
neushoorns en andere grazers. Het dichter beboste zuidelijke deel van de
sanctuary is meer favoriet bij de niet grazers zoals de giraffe.
Snel zetten we de tenten op. Terwijl Shadow begint met de
voorbereidingen voor het eten, bereiden wij ons voor op onze eerste
(night)gamedrive. Heiko adviseert ons om warme kleding mee te nemen want het
belooft koud te worden. We rijden naar de gate om een lokale gids op te halen
die ons door het park begeleid. Wax is zijn naam. Terwijl Wax met ons in
gesprek raakt bij de landrover, regelt Heiko de formaliteiten. Wax vertelt dat
hij is opgeleid door een Nederlander en vol trots vertelt hij over het behalen
van de eerste prijs met de sanctuary. Verder geeft hij aan dat er de laatste
tijd nogal wat gebeurt is met de wildpopulatie in Khama RS. Er leven nu
éénentwintig witte neushoorns in de sanctuary en sinds kort is het park
bezitter van de enige (voorzover bekend) zwarte neushoorn in Botswana. Geheel
onverwachts hebben ze de zwarte neushoorn in Chobe NP, in het Tjinga Pan
gebied, gevonden. Voor de veiligheid hebben ze de zwarte neushoorn overgebracht
naar Khama RS. Khama RS ligt, in tegenstelling tot Chobe NP, midden in
Botswana. Hierdoor hoeven ze nauwelijks bang te zijn voor stropers die de grens
over komen. Verder zijn er in deze streek veel militairen gestationeerd
waardoor de veiligheid van de neushoorn nog meer gewaarborgd is. Verwacht wordt
dat de zwarte neushoorn een Zimbabwaans paspoort heeft. De huidige situatie in
Zimbabwe wordt er niet alleen voor de blanke boeren slechter op. Ook de
wildlife gaat gebukt onder de huidige problemen in dit land. Waterholes worden
niet meer voorzien van water.
Hierdoor trekken veel dieren de grens met Botswana over.
Vermoedelijk heeft de zwarte neushoorn dit ook gedaan.
Voorlopig zit de zwarte neushoorn ter observatie nog in een
boma. Blijkt dat ze volledig gezond is, dan laten ze haar over ongeveer twee
weken vrij.
De verwachting is dat ze drachtig is. Reden waarom ze in
Chobe NP in het gebied rond de Tjinga Pan op zoek zijn naar het mannetje.
Tjinga Pan is een gebied waar we deze reis nog komen wanneer we twee nachten in
Nogatsaa blijven.
Wax gaat verder met zijn verhaal. De laatste tijd zijn er
nog meer opvallende dieren gesignaleerd. Zo zijn er cheeta’s en wilde honden
gezien. Niet vaak, maar toch. Hij denkt dat de wilde honden al weer uit het
park verdwenen zijn.
Ondertussen heeft Heiko alles geregeld en vertrekken we voor
onze eerste gamedrive. Als eerste zien we een Kudu. Daarna een Duiker en
dan……….., dan staan we ineens oog in oog met twee witte neushoorns. In een
opgedroogde modderpoel staan ze het nog resterende vocht in de grond en de
nieuwe scheutjes groen te consumeren. Er is onlangs nog wat regen gevallen.
Voldoende om op sommige plekken wat groen op te laten komen. De zon staat al
laag en de twee kolossen staan in een gouden gloed te poseren. Een tijd lang
staan we te genieten van de neushoorns. Het wordt al wat frisser. Misschien is
het hierdoor waarom sommigen van ons nodig moeten plassen. Nu we toch met ons allen
met ons gezicht richting de neushoorns staan, kunnen de plassers aan de andere
kant van de landrover hun behoefte kwijt. We rijden verder als iedereen weer in
de landrover zit. De zon raakt de horizon wanneer we opnieuw twee neushoorns
zien. Aan de andere kant van de landrover ligt een waterhole. We kijken precies
tegen de zon in en zien aan de andere kant van de waterhole in de rode gloed
van de ondergaande zon en omgeven door stof nog meer neushoorns staan. De
neushoorns zijn omgeven door impala’s en zebra’s.
De boma ligt hier niet ver vandaan. Het zal niet lang meer
duren voordat het donker is. Daarom rijden we vlug naar de boma om de zwarte
neushoorn te bewonderen. Gescheiden door de wand van de boma staan we oog in
oog met de enige zwarte neushoorn in Botswana. Rustig staat ze te eten van de
net aangeleverde verse takken. Dit is, buiten natuurlijk de lippen om, ook het
verschil tussen de witte en de zwarte neushoorn. De witte neushoorn is meer een
grazer.
We gaan terug naar de landrover. De schijnwerper gaat aan en
nadat de meesten van ons nog even iets extra’s hebben aangetrokken tegen de
kou, vertrekken we de donkere nacht in.
Met het zoeklicht spotten we de donkere vlaktes en struiken
af naar lichtpuntjes. De lichtpuntjes moeten de dieren verraden. Zijn het
geel/groene lichtpuntjes, dan gaat het om antilopensoorten of andere grazers.
Kaatsen de ogen een rood/oranje licht terug, dan gaat het om een preditor.
De ambiance van een nightdrive is meteen anders. Steeds meer
sterren worden zichtbaar aan de hemel en het wordt steeds kouder.
We zien impala, zebra, wildebeest, steenbok, duiker,
elandantilopen en wat we nog nooit gezien hebben, springhazen.
Verblind door het licht zit midden op de weg een nightjar
(nachtzwaluw). Het ziet er niet naar uit dat de nightjar voor onze naderende
landrover wegvliegt. We stoppen. Heiko stapt uit en pakt het circa 25
centimeter grote vogeltje op. Terug bij de auto legt Heiko het één en ander
over deze nachtelijke insectenvanger uit. Opvallend zijn de haren om de snavel waarmee
de vogel de insecten voelt. Heiko laat de vogel weer vrij en terwijl de
nightjar de donkere nacht in vliegt, zien wij dat de melkweg zichtbaar is
geworden.
We rijden terug richting de gate om Wax af te zetten. Rechts
van ons verdwijnen drie neushoorns in de bush. Zo komt ons totaal op dertien
neushoorns. Vanavond hebben we meer dan de helft van de neushoornpopulatie van
Khama RS gezien. Bepaald geen teleurstellende avond dus. Verkleumd van de kou
bereiken we de campsite. Snel zoeken we het kampvuur op om ons wat op te warmen
terwijl sommigen het aandurven om een koud biertje te nemen. De potten staan al
op het vuur. Het duurt niet lang of we mogen aanvallen. De spaghetti bolognese
en salade smaken voortreffelijk. Ik heb het nog steeds niet warm en ga voor een
lauw biertje. Ik hoop niet dat ik hierdoor vannacht de kou in moet om te
plassen.
Het is een lange dag geweest en Ellen en ik zoeken na het
eten snel de tent op om wat slaap in te halen. Rillend maar net nog niet
klappertandend vallen we in slaap. Onze eerste dag in Afrika zit er op. Een dag
die er voor zorgde, dat ik het gevoel heb al weer heel lang terug te zijn.
Central Kalahari Game Reserve
12/9 Khama Rhino Sanctuary - Central Kalahari Game Reserve (Piperspan)
We gaan er van uit dat we met deze reis de zomer wat
verlengen. Deze nacht lijkt het er op dat de winter te vroeg inzet. De nacht is
koud. Toch slapen we goed.
Voordat we de campsite afbreken is er tijd voor een
heerlijke warme douche. Na een dergelijke nacht moet je jezelf er wel overheen
zetten om onder de douche te springen maar de durf wordt beloond. Om acht uur
vertrekken we richting Central Kalahari GR.
De eerste kilometers gaan nog over asfalt. Na Letlhakane,
waar we inkopen doen, wordt de weg smaller maar blijft van asfalt. Letlhakane
is een diamantstadje en ligt ongeveer veertig kilometer zuidoostelijk van
Orapa. Orapa was de meer bekende diamantstad. Sinds ook in Letlhakane diamanten
worden gevonden, staat dit plaatsje op nummer één voor wat betreft het
percentage waar de meeste hoogwaardige diamanten voor sieraden gevonden worden.
We doen hier wat inkopen en rijden door richting Rakops. Het landschap wordt
naarmate de kilometers die we afleggen droger en droger. Bij Rakops slaan we
links af. Voor ons ligt een zandweg van vijfenveertig kilometer die ons de weg
naar de gate van Central Kalahari GR wijst. Hoewel de weg zanderig en mul is,
is deze prima te rijden.
Na twintig kilometer stoppen we voor een lunch. Vlak naast
de weg wordt de auto onder een boom gezet. De zijklep van de trailer wordt
uitgeklapt. Hierdoor ontstaat er een tafel waarop in een korte tijd een lekkere
lunch staat.
We vervolgen de lange rechte weg richting de gate. Om de
vijfentwintig meter rijden we over een heuveltje waardoor het lijkt alsof we
over een golfbord rijden. Omstreeks 14.00 uur bereiken we de gate. Het
landschap blijft voorlopig hetzelfde. Eén weg door een vlakte met
acaciastruiken. Langzaam komen ook de dieren. Niet veel. Het is de droge
periode en we mogen niet al te veel verwachten. Als eerste zien we een gemsbok.
Dan opeens, ver van de weg, spot Shadow een cheeta. Met wat moeite krijgen we
hem ook te zien. De silhouet wordt echt duidelijk wanneer de cheeta opstaat en
wegloopt. Dan zien we dat er nog drie of vier cheeta’s lopen. Eén ervan klimt
op een termietenheuvel. Jammer dat ze zo ver weg zijn. We mogen natuurlijk niet
klagen. Vier of vijf cheeta’s en we zijn nog maar even in het park. De cheeta
springt weer van de termietenheuvel af en verdwijnt met de andere cheeta’s uit
ons zicht.
Central Kalahari GR is met 52.000 vierkante kilometer één
van de grootste natuurgebieden van de wereld. In 1961 is het park ontstaan om
de daar levende San en hun jachtgebieden te beschermen. Central Kalahari GR
bestaat uit vlakke savannes en een half woestijnlandschap afgewisseld met
grasland en een lichte bebossing over uitgestrekte duinformaties, minerale
pannen en fossiele rivierbeddingen. Grote hoeveelheden dieren laten zich alleen
maar in de regentijd zien. Toch schijnt het met de hoeveelheid dieren steeds
minder te worden. Schuld hieraan zijn de toenemende droogte in het gebied en de
in het noorden aangebrachte Kuke Fence waarmee de doorgang voor migrerende
dieren wordt versperd.
Vlak voor ons vertrek naar Botswana heb ik het boek van Mark
en Delia Owens, “Cry of the Kalahari” gekocht. Mark en Delia hebben zeven jaar
in Central Kalahari geleefd. De planning is om het boek de komende dagen in
Central Kalahari te lezen. Of het daar van gaat komen?
We bereiken Deception Valley. Het gebied waar Mark en Delia
Owens hun kamp hadden en hun onderzoeken naar de leeuwen en de bruine hyena’s
hebben verricht. Het is een grote grijs/gele vlakte met af en toe een aantal
groene acacia’s (camelthorn). Over twee dagen komen we hier terug om het gebied
te verkennen. Ons doel voor vandaag is Pipers Pan, negentig kilometer ten
zuidwesten van Deception Valley. We moeten dus nog flink doorrijden willen we
Pipers Pan voor het donker bereiken. De tijdsdruk gaat gelukkig niet ten koste
van het spotten van dieren. Heiko stopt steeds wanneer we iets zien. Zo zien we
jakhalzen, gemsbokken, ground squirrels, giraffen, een african wildcat,
bat-eared foxes, secretarybird en kori bustards. Even slaan we af naar een
tussen de thornbushes gelegen watertje. Er ligt wat in de bosjes. Een romp ligt
half verscholen in de doornstruikjes en de poten zijn net te zien. Niet ver
hiervandaan ligt in ieder geval een kudu in de bosjes.
Gelet op het geheel zou er best eens een leeuw kunnen
liggen. Hoewel we maar een tiental meters van alles afstaan, kost het iedereen
veel moeite om precies te zien wat het is. Iemand ziet zelfs wat beweging in
het lichaam komen. Heiko kruipt achter zijn stuur vandaan om ook een beter
zicht te krijgen. Ook hem kost het moeite om te zien wat het is. Dan zijn we
het er allemaal over eens. Het is een kadaver van een kudu. Knap hé, dat een
kadaver nog kan bewegen.
De zon zakt richting de horizon en begint al behoorlijk te
verkleuren. Dit betekent dat het snel donker wordt. Pipers Pan is niet meer
voor het donker te halen. Heiko besluit terug te rijden naar een even tevoren
gepasseerde Hatab site (Letiahau). We keren de landrover en hebben een prachtig
uitzicht op de zonsondergang door een acaciaboom. De zon en de lucht worden
steeds roder en wanneer de zon volledig onder is rijden we weg. Verder dan een
paar meter komen we niet. Tussen de struiken zien we een bruine hyena. De
bruine hyena komt onze kant op lopen. Heiko zet meteen de motor van de
landrover weer uit. Nu maar afwachten wat de bruine hyena gaat doen. Het lot is
ons goed gezind. De hyena vervolgt zijn weg richting de landrover. Aangekomen
bij de landrover, blijft de hyena op ongeveer tien meter afstand staan. Een
paar minuten mogen we van de poserende hyena genieten. Heiko heeft de bruine
hyena hier nog maar drie keer gezien. De voorgaande keren was de hyena altijd
op grote afstand. Dit laatste kenmerkt de bruine hyena ook. Ze zijn erg
schuchter en je ziet ze maar 1 op de 5000 keer. Dat we hem dan ook nog van zo
dichtbij zien is wel erg uniek. De bruine hyena is de zuidelijke versie van de
striped hyena die in het noorden van Afrika leeft. Ze leven in families van
vier tot veertien stuks en hebben een groot territorium.
Het is alsof de bruine hyena weet dat we onze campsite nog
moeten halen en hij laat ons dan ook alleen door tussen de even verderop gelegen
struiken te verdwijnen. De dag nadert nu echt zijn einde en vlug rijden we
terug naar Letiahau. In het donker zetten we snel de campsite op. De campsite
bestaat uit onze tenten en twee, door doeken omgeven, latrines.
Op het kampvuur bereid
Heiko weer een voortreffelijke maaltijd en met een paar biertjes sluiten we
deze mooie dag af onder een prachtige sterrenhemel. Na het eten neemt Heiko het
programma van morgen door. Iets wat iedere keer na het avondeten gebeurt.
13/9 Central Kalahari Game Reserve (Letiahau naar Tau Pan)
Afspraak is dat we om 06.00 uur opstaan. Om 05.30 uur zijn
de meeste van ons echter al wakker. Wanneer ik in Nederland terugdenk aan
Afrika, denk ik ook vaak aan de momenten om het kampvuur. Momenten zoals nu. We
zitten of staan met een kommetje koffie om het kampvuur waar op een rooster
brood wordt geroosterd.
De zon probeert over de horizon heen te kijken. Hoewel we
het rustig aan doen vertrekken we al om 07.00 uur.
Heiko heeft ons gisteravond laten weten dat we de hele dag
op zoek gaan naar de wilde dieren. Eindbestemming is Deception Valley. De kans
zit er in dat we Deception Valley niet halen. Een en ander is afhankelijk van
hoeveel we onderweg te zien krijgen. Mochten we Deception Valley niet halen,
dan kamperen we op een andere Hatab site of ergens langs de kant van de weg. We
zien wel.
Je kunt merken dat iedereen de nodige reiservaringen in
Afrika heeft. Het opbreken van de campsite verloopt snel. Dit terwijl we er
geen haastwerk van maken.
Als eerste gaan we een kijkje nemen bij de dichtbij gelegen
waterhole. Daar waar iemand gisteren nog dacht dat er een bewegend kadaver lag.
Voordat we de waterhole bereiken zien we een honey badger. Onder een struik
graaft de honey badger naar voedsel. Terwijl we kijken besluit de honey badger
om er vandoor te gaan. Parmantig loopt dit voor niets en niemand angstige
diertje de struiken in. Ook wij gaan verder en bereiken de waterhole. Een
jackal kluift de laatste restjes van een eenzaam liggende ruggengraat. Op het
moment dat er drie gemsbokken aankomen, maakt de jackal plaats. De drie
gemsbokken lopen richting het water.
Er is er maar één die het waagt om te gaan drinken. Wij
staan aan de andere kant van de waterhole en bekijken het schuchtere dier. De
andere twee blijven op veilige afstand staan. Na een tijdje start Heiko de
landrover om voorzichtig naar de andere kant van de waterhole te rijden. De
gemsbok blijft staan maar van drinken komt het niet meer. Achter ons komt een
vierde gemsbok uit de bush. De gemsbok loopt op de drie andere gemsbokken af om
ze te begroeten en om ze te laten zien dat hij niet bang is. Dit doet hij door
zijn hoofd stijf naar achteren te houden waardoor zijn borstkast naar voren
wordt gedrukt. De begroeting is meer een parmantig vertoon dan dat het er
heftig aan toe gaat. Als eerste loopt de éénling op de meest dominante van de
drie af. Dit is de gemsbok die ook stond te drinken. Beiden lopen ze met de
borst vooruit om elkaar heen te draaien. Gaat de éénling te ver met zijn
vertoon dan wordt dit niet door de anderen geaccepteerd. Zo ver komt het echter
niet. Even stoten de twee met de horens tegen elkaar om wat krachten te meten
en dan accepteren ze elkaar. Dan loopt de éénling door naar de tweede en de
derde gemsbok en herhaalt zijn benadering. Van een krachtmeting komt het niet
meer. Iedereen accepteert elkaar en ze laten elkaar verder met rust.
Na deze interessante ontmoeting met de gemsbokken rijden we
verder. Het landschap wisselt tussen gebieden met acacia woodlands en met kale
dorre vlaktes. Soms duurt het een tijdje voordat we ook maar één wild dier
zien. Gaandeweg de ochtend zien we gemsbokken, jakhalzen, springbokken,
steenbokken, ground squirrels, bat-eared foxes, en twee african wild cats.
We rijden door acaciastruiken en ruiken de geur die de
kleine ronde gele bloemetjes achterlaten. Voor ons ligt Pipers Pan. De Pan waar
we eigenlijk vannacht zouden hebben geslapen. Pipers Pan is groter dan ik had
verwacht.
Ook hier is het erg droog. Waar niets groeit, is de grond
lichtgrijs. Voor de rest ligt er een geel tapijt van gekortwiekt gras waar nog
maar een paar grazers lopen.
Op een kruispunt van wegen stoppen we even om de benen te
strekken en een toiletpauze. Even verderop zien we in de struiken een enorme
rotzooi liggen. Het lijkt wel een mini vuilnisbelt. Vorige bezoekers hebben een
zak met plastic bordjes en flessen van plastic en glas achtergelaten.
Waarschijnlijk hebben ze het nog wel proberen te begraven. Natuurlijk doe je
dat sowieso niet. Van dit alles vergaat er niets in de natuur. De rotzooi is
echter niet diep genoeg begraven en dieren hebben alles weer opgegraven.
Hierdoor heeft de wind vrijspel gehad en de troep behoorlijk verspreid. We
besluiten om alles maar op te ruimen en in vuilniszakken mee te nemen.
Een aantal kilometers verderop is een waterhole. De enige
bezoeker is een jackal. Zenuwachtig wil de jackal wat drinken. Bang voor de
dingen die misschien achter hem gebeuren komt de jackal steeds dichterbij de
rand van de kunstmatige waterhole. Ook wij hebben voor de komende dagen nog
water nodig. Niet ver hier vandaan staat op een heuvel een grote ton waar
normaal gesproken een watervoorraad in moet zitten. We proberen ons geluk. Leeg
dus. Nog iets verderop staat een waterpomp. De pomp ziet er slecht onderhouden
uit en er moet ook wat repareerwerk aan te pas komen voordat Heiko de pomp aan
de praat krijgt. De watertank in de auto en alle lege flessen worden weer
gevuld. Het geluid van de op diesel lopende pomp, laat de dieren weten dat er
weer vers water in de waterhole gepompt wordt. Normaal gesproken tenminste. We
gaan even kijken of er inderdaad dieren op af gekomen zijn. Van afstand zien we
al dat er meer activiteit is. Gieren en struisvogels zijn de nieuwe bezoekers.
In dit gebied staan niet veel bomen. Onder één van de bomen waar ook nog blad aan
zit, gebruiken we onze lunch. Ondanks dat het erg warm is, is de wind onder de
bomen lekker verfrissend. Zo verfrissend dat een aantal van ons kippenvel
krijgen. Deze personen duiken de zon weer in. Ik krijg nog meer begrip voor de
dieren die op deze manier aan de hitte van de middag proberen te ontkomen. We
vervolgen onze weg en rijden tegen de klok in om de Pan heen. Naar de kruising
waar we eerder onze toiletpauze hebben gehad. Om Deception Valley te bereiken
moeten we eerst een stukje de weg volgen die we hebben gehad toen we naar
Pipers Pan reden. Na een paar kilometer slaan we links af. Het landschap
wisselt ook hier steeds. Zo af en toe rijden we door stukken gebied waar de
gevolgen van een brand nog zichtbaar zijn. De spaarzame pollen gras zijn daar
zwart geblakerd. Een tijdje lang zijn er al sporen op de weg te zien. Het gaat
om een hyena. Er ligt genoeg dood en afgebroken hout. Van de gelegenheid maken
we gebruik en voor de komende nacht sprokkelen we het een en ander bij elkaar.
De middag gebruiken we om zo dicht mogelijk bij Deception Valley te komen. Niet
dat we hard rijden maar we hoeven niet al te veel te stoppen voor de dieren. We
zien ze gewoonweg niet veel. Giraffes, kudu’s, twee gemsbokken en twee African
wild cats, dat is het eigenlijk.
Het is verbazingwekkend hoeveel African wild cats we nu al
hebben gezien. De vorige vier reizen hebben we er in het totaal maar één gezien
en nu al vier of vijf. Wat ook raar is, is dat de twee gemsbokken nog erg jong
zijn. Te jong eigenlijk om alleen over de vlaktes te lopen. Geen van de ouders
zijn echter te zien. Wat voor een verhaal hier achter zit?
Gaandeweg de middag wordt duidelijk dat we Deception Valley
niet halen. Ons plan stellen we bij en we gaan naar Tau Pan om te overnachten.
“Tau” betekent “leeuw”. We rijden eigenlijk al op Tau Pan wanneer we een lekke
band krijgen. Het blijkt op een paar honderd meter van onze hatab site te zijn.
De hele dag zijn we maar één auto tegen gekomen.
De campsite op Tau Pan is erg spectaculair en mooi. De
tenten worden opgezet onder de camelthorn bomen die met zijn allen een eilandje
op de Pan vormen. De zonsondergang is fantastisch. Lange schaduwen bedekken de
goudgele vlakte en de zon is een rode ronde bol achter verderop staande
camelthorns.
Het duurt nog even met eten. Van de gelegenheid maak ik
gebruik om onder het gezellige gekeuvel van de anderen het dagboek bij te
werken. Anderen zijn zo vriendelijk om me te voorzien van een lekker biertje en
vlak voordat het eten klaar is, is ook deze dag weer bijgewerkt in het dagboek.
Het avondeten bestaat uit kip, gepofte aardappelen,
zelfgebakken brood en pompoen gevuld met mais. Zodra er een plekje op het vuur
vrij is wordt het brood voor morgen al weer gebakken. Het is een heldere avond.
De maan schijnt precies in ons bushtoilet. Een zaklantaarn meenemen naar deze
plek is vanavond overbodig. Om het kampvuur drinken we het stof op onze longen
weg en er wordt behoorlijk wat afgelachen. Voor de eersten gaan slapen, neemt
Heiko nog even het programma van morgen door.
14/9 Central Kalahari Game Reserve (Tau Pan naar Deception Valley)
Het is weer een prima nacht. Tegen de tijd dat de zon weer
op komt wordt het wat kouder. Zo af en toe horen we de jakhalzen. Wanneer er
eentje begint, reageren de andere jakhalzen. Er is een frisse ochtendwind.
Opnieuw nemen we de plek rond het kampvuur in voor koffie, geroosterd brood en
wat warmte. Een nieuwsgierige jackal komt even op bezoek om te kijken of er nog
wat te stelen valt.
Ons reisdoel van vandaag is Deception Valley. Een lange
rechte weg door thornbush moet ons er heen brengen. Dekens worden gebruikt om
de eerste frisse ochtendwind tegen te houden. Vlak na vertrek zien we een
groepje springbokken. Net als de eerdere dagen is de weg niet meer dan een
zandweg bestaande uit twee door banden van voorgangers gevormde paden.
Op één van de paden zien we, nadat we een paar giraffes en
drie wegvliegende kori bustards hebben gezien, sporen van een cheeta. Een
aantal gemsbokken loopt voor de giraffes langs alsof ze achterna worden
gezeten. Er valt niets te ontdekken.
Een stuk verderop zien we sporen van leeuwen. Jammer genoeg
blijkt uit de verse sporen dat de leeuwen de kant oplopen waar wij net vandaan
komen. Het brandhout van gisteren is volledig opgegaan. Er zitten dan ook een
paar beste pyromanen in onze groep. Voor de komende nacht hebben we dus weer
hout nodig. Op een open plek staat een perfecte boom om onze behoefte te
vervullen. De boom, van ladwood, is half dood. Het hout is perfect voor een
kampvuur. Met man en macht worden de stukken dood hout van de boom getrokken,
getrapt of geduwd. Naast de boom liggen nog wat grote takken. Om deze wat
kleiner te maken, wordt er ook niets geschuwd en Shadow springt met steun van
Heiko en Wilfred op één van de boven de grond zwevende takken. Een apart
gezicht maar zonder resultaat. Er is ondertussen al behoorlijk wat bij elkaar
gesprokkeld. Het is echter nog niet voldoende. Wilfred ziet weer een mooie tak
die hij los kan rukken. Dat lukt, maar sneller dan verwacht en door de
losschietende tak valt hij pardoes achterover. Er zit nog één mooie lange stam
aan de boom vast. Met onze mankracht lukt het niet, dus schakelen we de hulp
van de landrover in. Een touw wordt aan de boom vastgebonden en terwijl de
landrover achteruit rijdt, spant het touw zich. Met een doffe krak geeft de
stam zich gewonnen. Het zware hout binden we achter op de trailer. We rijden
nog steeds op dezelfde lange rechte weg die ons nu door een landschap met
duinen voert. Bovenop de hoogste duin hebben we een 360-graden uitzicht over het
hele gebied. We komen onze eerste tegenligger tegen. Dat betekent dat er één
moet uitwijken in de bush. Bij een uitgebrande auto passeren we elkaar. Heiko
moet zoiets natuurlijk inspecteren en weet te achterhalen dat de brand
waarschijnlijk is veroorzaakt door in de motor verzamelde zaden. Momenteel
hebben we weinig last van het hoogstaande gras tussen de twee sporen die een
weg vormen. Is het gras echter langer, dan slaat het voortdurend tegen de
onderkant van de auto. Zaden schieten dan los en kunnen zich in de motor vast
zetten waardoor die vastloopt. Het zal je maar gebeuren. We zijn net de tweede
auto in twee dagen tegen gekomen.
We rijden door. Een gemsbok volgt ons een tijdje naast de
auto en loopt in galop met ons mee. De verwachting is dat we tegen de middag
onze campsite bereiken. Voor we daar aankomen, zien we nog kudu’s, giraffes en
opnieuw kori bustards. Kori bustards zijn de zwaarst vliegende vogels maar
vliegen zelden. Een aantal van de thornbushes staan in bloei met kleine
trompetbloempjes.
De campsite ligt vlak langs de weg. Het waait nog steeds. We
zorgen dat de tent met de ingang uit de wind komt te staan en houden alles
zoveel mogelijk dicht. Voor je het weet waait er een lading zand naar binnen.
Tot ongeveer 14.00 uur hebben we de tijd om wat uit te
rusten. De tijd wordt gedood met wat lezen, zonnen en het bijwerken van de
dagboeken. Heiko vult de tijd door de lekke band van gisteren te plakken.
Na de lunch vertrekken we voor een gamedrive in de buurt van
Sunday Pan. We rijden er via Leopard Valley naar toe. Eerst gaan we richting
Deception Valley. Vlak voor de vlakte slaan we links af.
We belanden op een vrij smal pad dat aan beide kanten
voorzien is van forse acaciastruiken. Degenen die aan de buitenkant van de
landrover zitten moeten goed oppassen om niet de naar binnen zwiepende, met
flinke stekels voorziene, takken tegen het lijf aan te krijgen. De dieren laten
zich niet in grote hoeveelheden zien. Wanneer we Sunday Pan bereiken slaan we
rechts af om deze Pan ook tegen de klok in te verkennen. Ook hier staan een
paar eilandjes met acaciabomen. Er loopt geen weg naar de eilandjes en omdat we
de weg niet af mogen, verkennen we ze met de verrekijker. Langs de weg staat
een ouder paar gemsbokken met een jong en omgeven door wat springbokken.
Voorzichtig naderen we ze om zo dicht mogelijk bij ze te komen. Even verderop
zien we vier bat-eared foxes op zoek naar insecten. Ze hebben grote oren en het
is interessant om te zien hoe ze heel gespitst, af en toe alleen met de kop
draaiend, luisteren naar wat er vlak onder de grond aan leven is. Horen ze wat,
dan krabbelen ze met de voorpoten de prooi uit de grond en peuzelen ze het
maaltje op.
Boven in een struik zit een lilac breasted roller. Ik ken
deze prachtige vogel nog van 1996. De kleuren komen mooi uit en het is één van
mijn favoriete vogeltjes. Wanneer ze wegvliegen wordt de kleur nog
spectaculairder. We zijn halverwege de Pan en er zijn leeuwensporen op de weg.
Gelet op de sporen moet het om een grote leeuw gaan. Al snel houden de sporen
op. We blijven nog wel even zoeken maar zonder resultaat. Het is de derde dag
in Central Kalahari en we hebben de beroemde Kalahari-leeuwen nog niet mogen
zien. Het landschap wisselt weer. Rechts van de weg veel thornbushes met het
goudgele gras. Leeuwen kunnen hier perfect gecamoufleerd liggen. Links van de
weg de kale met wat bomen voorziene Pan. We rijden naar de kant van de Pan waar
de bomeneilandjes het dichtst bij de weg staan. Perfecte bomen voor een
luipaard. Even denken we er ook één te kunnen onderscheiden maar het is loos
alarm. Aan de linker kant van een eilandje vliegen twee secretarybirds uit de
bomen. Waarschijnlijk is de spanning wat te groot geworden met al dat turen.
Wilfred ziet de secretarybirds en roept in zijn spontaniteit, “daar, staatssecretarisvogels”.
Gevolg is natuurlijk een landrover vol met lachende toeristen. Gisteren had
Heiko nog uitgelegd hoe de vogel aan zijn naam is gekomen. Waarschijnlijk is
hierdoor deze spontane verwarring ontstaan.
Voor de zonsondergang rijden we naar Deception Valley. Voor
we daar aankomen, zien we nog een giraffe en wat steenbokjes. In Deception
Valley staan wat groepjes springbokken. Verder staan er al drie auto’s met
mensen om de zonsondergang te bewonderen. Naar de maatstaven van de laatste
dagen is dit een complete file. We nemen een voorbeeld aan de passagiers in de
eerste auto. Ze staan voor de auto met een drankje in de hand te wachten op de
zonsondergang. We zoeken een plekje wat verderop en halen ook een drankje uit
de ijskast van de landrover om op de zonsondergang te proosten. Deden onze
collega’s uit de voorgaande auto het met wijn in een mooi wijnglas en keurig
gekleed, wij doen het met een blikje bier en met een paar dagen smeer op onze
kleren en lichaam.
De zon gaat minder spectaculair onder dan verwacht en we
stappen in om terug te rijden naar de campsite. Hendri verzoekt Wilfred om in
te stappen met de woorden, “Wil de staatssecretaris instappen?”
Vanavond staat er een
overheerlijke macaronischotel op het menu. De algemene gedachte is dat we al
tijden door de bush rijden. Terwijl we nog maar een paar dagen onderweg zijn.
Een goed teken. We liggen nog maar net in onze tent wanneer we worden geroepen,
“Ellen en Paul, Ellen en Paul, er is een bruine hyena in het kamp”. Snel
trekken we het hoogstnodige aan en in “no time” staan we weer buiten. De
anderen wijzen ons de plek waar de bruine hyena op dit moment is en we zien hem
lopen. Daar staan we dan. Beiden in een T-shirt en onderbroek en ik met de
bergschoenen aan. De hyena loopt ondertussen de bush in en wij duiken onze tent
weer in.
Nxai Pans
15/9 Central Kalahari GR – Nxai Pan National Park
Het mag duidelijk zijn dat de bruine hyena van gisteravond
het onderwerp van gesprek is tijdens het ontbijt. Om het kampvuur, waar het
brood wat gisteren gebakken is tot toast wordt geroosterd, wordt het verhaal van
gisteren uitgebreid herhaald voor degenen die het gemist hebben. Het blijkt dat
een aantal meer van mij en Ellen hebben gezien dan van de hyena. De hyena is
door Shadow ontdekt. De hyena kloof aan een bot dat onder een boom aan de rand
van onze campsite lag. Sporen bewijzen dat de hyena vannacht nog eens terug is
geweest. Een achtergebleven hittebestendige handschoen is door de hyena
gestolen en vinden we terug bij het boompje.
Al pratend ontbijten we en breken we de campsite af. We
vetrekken naar Nxai Pan NP. Eerst gaan we naar het plaatsje Rakops om proviand
in te slaan. Het water is op en we kunnen de komende dagen op Nxai Pan NP niet
zonder. We steken Deception Valley voor de laatste keer over. De weg naar de
gate is weer kil en de beesten laten zich nauwelijks zien. Hoogtepunt zijn de
elf giraffes. Op de spaarzame vlaktes zoeken we nog wel even naar de cheeta’s
die we op de heenweg zijn tegengekomen. Zonder resultaat verlaten we de Central
Kalahari GR en zonder de beroemde Kalahari-leeuwen te hebben gezien. En het
boek, “Cry of the Kalahari”? Ik ben er niet aan toegekomen.
Vlak voordat we de asfaltweg bij Rakops bereiken, stappen
Heiko, Ineke en ik uit om voor de landrover uit te lopen. We gaan opnames maken
van de landrover die ons over de zandweg tegemoet rijdt. We hopen op een
stofwolk achter de landrover die de opname spectaculair moet maken. Sjaak is de
enige met een grootrijbewijs en hij rijdt na twee valse starts de landrover
onze richting op. De stofwolk waar we zo op hoopten houdt zich verborgen.
In Rakops doen we snel wat inkopen en tanken we de landrover
weer bij met diesel. De dieselpomp moet nog aangeslingerd worden om diesel te
krijgen.
Net zo snel als we zijn gekomen, verlaten we Rakops weer. We
kunnen niet wachten om richting Nxai Pan NP te rijden om daar de Baines Baobabs
te zien. We lunchen langs de kant van de weg onder een boom bij een opgedroogd
watertje. Het ligt er bezaaid met troep.
De lunch bestaat uit brood met beleg, een overheerlijke
koolsalade en een biertje.
We hebben ongeveer zeventig kilometer asfalt voor de boeg
voordat we Makgadikgadi Game Reserve bereiken. We steken de opgedroogde Boteti
rivier over en het landschap verandert meteen. Eerst sprokkelen we weer hout
voor de komende twee dagen. Het ligt hier bezaait met olifanten uitwerpselen.
Niet het enige bewijs dat hier veel olifanten zijn. De bomen zijn ook flink
beschadigd. Hiervan maken we dankbaar gebruik om het hout bijelkaar te
sprokkelen. Nxai Pan NP is onderdeel van het Makgadikgadi Game Reserve. We zien
een paar impala’s en olifanten- en leeuwensporen. Daar blijft het bij. De weg
bestaat uit erg mul zand en we rijden naar de hoofdweg die Maun en Nata met
elkaar verbindt. Deze weg volgen we even richting Nata en bij het bord Nxai Pan
slaan we links af. Hier wordt het zand nog zwaarder en er wordt ons geadviseerd
ons goed vast te houden. Het valt allemaal erg mee en gemsbokken, struisvogels
en steenbokjes zijn de dieren die we nu al kunnen spotten. Na negentien kilometer
slaan we rechtsaf de oude weg naar Maun op. Dit is de weg die ons naar Baines
Baobabs brengt. De vlaktes waar we nu over rijden zijn, op een groepje
springbokken na, leeg. We kijken uit naar de Baines Baobabs. Deze laten nog
even op zich wachten. Dan zien we een zoutpan (Kudiakam Pan) met daarbij de
majestueuze baobabs. Deze groep baobabs behoort tot Afrika’s bekendste en
indrukwekkendste groep bomen. De formatie bestaat uit zeven reusachtige bomen
die oorspronkelijk als de “zeven zusters” of de “slapende zusters” omschreven
werden. Thomas Baines (een oude reisgenoot van Livinstone) schilderde deze
baobaps tijdens een tweejarige reis van Walvis Bay naar Victoria Falls en
maakte ze daarmee onsterfelijk. Het schilderij hangt nu nog in het nationale
museum in Gabarone. Tijdens de 130 jaar daarna zijn er nog duizenden mensen
geweest om ze te schilderen of te fotograferen, waaronder Prins Charles.
We zetten onze tenten op en vanuit onze tent hebben we
uitzicht op de zeven baobabs. Willen we de baobabs bij de ondergaande zon
fotograferen moeten we het vandaag doen. Morgen rijden we door Nxai Pan
National Park en komt het er waarschijnlijk niet van. De zon gaat aan de
overkant van de Pan onder en kleurt de baobabs rood/bruin. Het enige storende
hier is dat ze gemeend hebben een bord midden voor de baobabs te moeten
plaatsen. Iets wat het fantastische uitzicht verstoort.
Heiko heeft zijn
kookkunsten weer bewezen. Ik denk dat ik het de rest van het verslag maar niet
meer benoem want het wordt een herhaling van feiten. Het programma van morgen
is de hele dag een gamedrive in het park. Geraadpleegde boeken geven aan dat
hier, in Nxai Pan NP, de kans om een kill te zien het grootst is.
16/9 Nxai Pan National Park
Het is 05.00 uur. Tijd om op te staan en ons gereed te maken
voor een dag lang gamedriven. We zijn niet voor niets zo vroeg. Stiekem hopen
we een kill te zien. De beste kans om die te zien is in de vroege ochtenduren
of tegen de avond.
Het is nog behoorlijk koud en straks in de open landrover
wordt het alleen maar kouder door de wind. De slaapzakken gaan dan ook mee en
als een frikadel in een broodje zitten wij in de slaapzak. Voeten en hoofd
steken aan beide kanten uit de slaapzak. De rest van het lichaam zit lekker
verstopt om de ochtendkou zoveel mogelijk te mijden. Zo vertrekken we langs de
Baobabs richting de gate van Nxai Pan. Het is nog donker en met een
schijnwerper zetten we onze weg naar de gate in. De dieren laten zich nog niet
zien. Wanneer we de gate bereiken lijkt het alsof we nog te vroeg zijn. Er is
niemand die ons naar binnen laat. Een groot bord laat naast de regels waar je
je aan moet houden de openingstijden zien. Vanaf 06.00 uur is het park open. We
zijn niet te vroeg. Heiko loopt naar de dichtbij gelegen huisjes om te kijken
of er iemand is die ons kan helpen. Die is er blijkbaar. Heiko komt terug,
opent de gate en rijdt naar binnen om vervolgens weer uit te stappen en de gate
weer te sluiten.
Nxai Pan National Park is 2578 vierkante kilometer groot. In
1970 is dit park ontstaan als natuurgebied van 1676 vierkante kilometer groot.
In 1992 is het gebied uitgebreid tot wat het nu is. Hiermee is bereikt dat de
Baines Baobabs werden opgenomen in Nxai Pan NP. In het zuiden grens Nxai Pan NP
aan Makgadikgadi Pans NP. Samen vormen beide parken dus het Makgadikgadi Game
Reserve. De belangrijkste Pan is Nxai Pan. Nxai Pan bevat net als Eastern Pan
en Kgama-Kgama Pan niet zoveel zout waardoor er zich nog eilandjes met
acaciabomen hebben gevormd. Hier kunnen de dieren tijdens de enorme hitte
overdag beschutting zoeken. De andere Pannen waaronder Kudiakam Pan zijn veel
zouter en nagenoeg niet van vegetatie voorzien. In de omgeving van de Pannen
liggen zandduinen die door de wind ontstaan zijn. Het landschap, de dieren en
de Baines Baobabs verplichten een bezoeker van Botswana haast om ook hier te
komen.
Niet ver van de gate ligt de waterhole waar zo vaak een kill
te zien is. Het ziet er allemaal droog uit en de waterhole moet dus flink in
gebruik zijn. Niets is minder waar. Er staan een paar springbokken en een
jackal. We rijden naar de andere kant van de waterhole om dichterbij te komen.
De resten van een olifant liggen, als stille getuige van een tragische dood,
langs de weg. We parkeren de landrover naast een paar acaciastruiken.
Dan zie ik in de verte een leeuw lopen. Alleen aan de manier
van lopen kun je onderscheiden dat het een leeuw is. Met de verrekijker halen
we de leeuw wat dichterbij. Het is een groot mannetje en vlak achter hem loopt
een vrouwtje. Beiden lopen ze van de waterhole af. Zouden we te laat zijn of
houden de leeuwen bewust wat afstand van de waterhole om op een later moment
toe te kunnen slaan? Er is ook geen weg die ons naar de leeuwen kan brengen.
Volgens de regels op het bord bij de gate mogen we de weg
niet af. Deze regel geldt trouwens in alle parken. De populatie leeuwen in Nxai
Pan NP is trouwens niet veel groter. Als het goed is leven er nog een leeuw en
leeuwin in de buurt van deze Pan. Voorlopig zijn deze twee niet te vinden.
Er komt een auto aangereden. Heiko begroet de chauffeur met
de naam “Kaiser”. Ellen en ik kijken elkaar aan. Het zou toch niet………? Op
hetzelfde moment gaat Heiko verder. Hij vertelt aan Kaiser dat wij twee
personen zijn uit de groep die hij en Kaiser in 1996 met Drifters door de
Botswaanse parken hebben begeleid. Onze vraag is dus beantwoord. We zwaaien en
begroeten hem. Wat een toeval. Aan het begin van de reis hebben we Heiko nog
een vergroting van een foto gegeven waar hij, Kaiser en een derde gids (Ryan)
in het water bij third bridge in Moremi NP staan. Met een vriendelijke zwaai en
een knik met het hoofd verlaten we elkaar weer om verder het park in te rijden.
Niet ver van de
waterhole zien we links van de weg de tweede mannetjesleeuw. Een stuk
dichterbij dan de vorige leeuwen maar nog steeds op een behoorlijke afstand.
Ook deze is van een behoorlijk formaat en het lijkt erop dat hij het gezelschap
van de andere twee leeuwen op gaat zoeken. Reden voor ons om ook weer door te
rijden.
Het volgende interessante wat we zien is een honey badger.
De honey badger is op zoek naar eten en wordt vergezeld door twee pale chanting
goshawks. Deze vogels weten precies wat de honey badger lekker vindt. Door de
honey badger te volgen hopen ze dat er wat voor hen overblijft. De honey badger
wordt opgejaagd door twee bat-eared foxes. Waarschijnlijk dat de bat-eared
foxes in de buurt een nest hebben, zodat ze de honey badger het liefst zoveel
mogelijk uit de buurt hebben.
We volgen de baobabroute en gebruiken de lunch bij één van
de twee grote baobabs. Buiten de twee groepen springbokken, die we vanochtend
verder nog hebben gezien, is het erg rustig qua dieren. De springbokken liepen
allemaal richting de waterhole. Misschien dat er nu wat meer actie bij de
waterhole is? Zo midden op de dag zullen de dieren in deze hitte wel dorstig
zijn. We vertrouwen er tenminste op en rijden weer terug richting de waterhole.
Daar aangekomen zien we inderdaad dat er veel meer dieren aan het drinken zijn,
dat net hebben gedaan of nog gaan doen. Kortom het is een stuk drukker. Veel
springbokken lossen elkaar af. Net zo rustig als ze er aan komen lopen,
vertrekken ze ook weer. Op het moment dat ze gaan drinken zijn de springbokken
erg voorzichtig. Bang voor het altijd dreigende gevaar. Het is de dieren aan te
zien dat het erg warm is. Ook wij hebben het dak weer op de landrover gedaan om
de temperatuur wat aangenamer te maken. Zo af en toe mengt zich een impala
tussen de springbokken om op dezelfde voorzichtige manier zijn dorst te lessen.
Versuft door de hitte, wandelen de dieren de vlakte weer op
om in de van hitte trillende horizon te verdwijnen. Een goudgele vlakte met
daarop de thornbushes en ainthills.
Om weer wat van het voordeel van de wind te genieten,
besluiten we om een ander gedeelte van het park te verkennen. Net als vanmorgen
zien we tijdens de rit niet veel. Een paar kudu’s en wildebeesten daar blijft
het bij. Voordat we nog eens teruggaan naar de waterhole, gaan we eerst water
aanvullen bij de gate. Onderweg daar naartoe ontdekt Miriam een teek in haar
hoofdhuid. De teek heeft zich verscholen in het haar. Heiko smeert er wat
vaseline op om de teek te dwingen het bestaan van een parasiet voorlopig op te
geven. Aangekomen bij de gate plaagt de teek Miriam nog steeds en ze wordt er
wat misselijk van. Tijd om de teek wat hardhandiger te verwijderen.
Zodra we weer zoveel water hebben aangevuld als we maar
kunnen, vervolgen we de gamedrive. We passeren een omhulsel van een schildpad.
Heiko gaat de landrover uit om het onbewoonde pantser te pakken. We vragen hem
waaraan de schildpad dood zou kunnen zijn gegaan. Het omhulsel is niet groot.
De schilpad kan dus niet van ouderdom gestorven zijn. Het antwoord komt niet
van Heiko maar van Sjaak. Heel nuchter en droog weet hij het antwoord, “een
teek”. Met de nodige schaamte voor het leedvermaak kunnen we het lachen niet
onderdrukken.
Voor de derde keer vandaag nemen we een kijkje bij de
waterhole. Het is weer wat rustiger. Van de leeuwen geen spoor. De enige
bezoekers zijn een paar struisvogels, een paar grote roofvogels in het dak van
de acaciastruiken en een paar springbokken. We blijven een tijdje staan in de
hoop op de komst van de leeuwen. De kansen zijn echter niet reëel en we
besluiten om terug te gaan naar onze campsite naast de zeven baobabs.
Daar aangekomen komt Shadow verbaasd uit zijn tent. Hij had
ons duidelijk nog niet terug verwacht. Om de tijd tot het avondeten nog wat te
doden lopen Ellen, Anja en Margreet naar de andere kant van de Pan. We hebben
buren gekregen. Ze staan onder de enige baobab die de overkant van de Pan telt.
De buren zijn een Engelsman en een Sloveense met een Zuid-Afrikaanse gids.
Onder het drinken van een biertje zakt de zon achter de
horizon en rond het kampvuur is het weer reuze gezellig.
17/9 Nxai Pan National Park – Maun
We vertrekken om 07.00 uur en passeren de Baines Baobabs
voor de laatste keer. In vergelijking met de vorige dagen hebben we lekker uit
kunnen slapen. Ons doel van vandaag is Maun. De oude weg naar Maun, die we de
laatste dagen al vaker hebben gereden, leidt ons vertrek in. De weg is twaalf
kilometer lang. Halverwege komen we voor het eerst een tegenligger tegen. Om
elkaar te passeren moet één van beiden van de weg af. De tegenligger vraagt ons
te stoppen. Aan dat verzoek voldoen we. De chauffeur laat ons weten dat hij
even verderop een leeuw rond heeft zien lopen. We zijn deze weg al drie keer
gereden en zagen niet meer dan een struisvogel en een paar springbokken. Nu
krijgen we te horen dat hier een leeuw zou lopen. Net op een moment wanneer
niemand er eigenlijk bij stil staat om veel aandacht aan de dieren te schenken.
Ik was eigenlijk meer bezig met de komende douche, de
inkopen en het e-mailtje wat we in Maun gaan verzenden.
Maar we hebben nu weer alle reden om goed om ons heen te
kijken. Heiko heeft doorgekregen waar de leeuw ongeveer moet lopen. Aandachtig
speurt iedereen het gebied af. We rijden in een rustig tempo, maar de leeuw
zien we niet. We zijn de plek waar de leeuw is gezien al gepasseerd. Heiko
besluit om nog maar eens terug te rijden om ons geluk te beproeven. Veertien
paar ogen turen de vlakte af. Dan zien we de leeuwin. Ze is ver weg. Net als de
andere leeuwen van gisteren. Het verschil met gisteren is dat deze leeuw
duidelijk niet op zoek is om een plekje te vinden om te rusten. We rijden een
tijdje met haar op. Zo af en toe versneld de leeuw wat en wanneer ze dan weer
even stil staat, kijkt ze achterom alsof er nog meer moeten komen of dat ze wat
heeft achtergelaten wat haar dierbaar is. Geleidelijk aan loopt ze meer
richting de landrover. Hé, daar is weer een tegenligger. Het zijn onze
overburen. We laten hun weten dat we een leeuw volgen. Dat doet hun besluiten
om ons weer te volgen. We hebben goede hoop dat de leeuw steeds meer richting
de weg komt. Heiko probeert in te schatten waar dat ongeveer zal zijn en gaat
daar stil staan. Het is een prachtige leeuwin. Je kunt zien dat de
omstandigheden hier zwaar zijn. Bij elke beweging die ze maakt, zie je dat haar
spieren zich aanspannen. Ze moet in een heel goede conditie zijn. De zon staat
nog laag en kleurt het gras en de leeuwin prachtig goudgeel. Vlak voor ons
steekt ze de weg over.
Haar doel wordt ons nu ook duidelijk. Even verderop, langs
de kant van de weg, wordt water omhoog gepompt. Er hebben zich wat plassen
gevormd. Heiko schat de situatie goed in en voor de leeuw bij het water is,
staan wij er al klaar om van het moment te genieten. De leeuwin komt er aan en
zoekt een goed plekje om wat te drinken. Langzaam buigt ze voorover, neemt een
paar slokjes en trekt dan een enorme grimas om haar bek. Haar tong maakt een
beweging waarmee ze het tot haar genomen vocht naar buiten wil likken in plaats
van naar binnen. Het smaakt haar duidelijk niet. Met wat sprongetjes zoekt ze
een paar keer een ander plekje maar het drinken heeft steeds hetzelfde
resultaat. Het is omdat ze wat moet drinken, maar het water smaakt duidelijk
niet.
De leeuwin besluit om verder te gaan en ze loopt de vlakte
op. Vier struisvogels zorgen dat ze haar pad niet kruisen. Voor ons ook een
moment om onze weg te vervolgen. Een mooi afscheid van Nxai Pan NP.
Aan het einde van de oude weg naar Maun slaan we links af
richting de nieuwe weg naar Maun. Deze bereiken we pas wanneer we de dertig
kilometer lange zandweg hebben afgelegd.
Halverwege staan drie gemsbokken langs de kant van de weg. Eén
daarvan sprint in volle vaart voor de landrover langs. Een mooi gezicht.
Zodra we de asfaltweg naar Maun bereiken brengt Heiko de
banden weer op de juiste spanning.
Met een vaartje van ongeveer tachtig kilometer rijden we
richting Maun. Al rijdend trekt Heiko zijn sokken en schoenen aan. Tussendoor
stuurt hij even wat bij alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Om 11.30 uur bereiken we Maun. We herkennen nog maar weinig
van het Maun van 1996. Anderhalf uur krijgen we de tijd om te doen wat we
willen doen. Hoewel het wel onder aan het lijstje staat, wil ik eigenlijk nog
wel naar de kapper. Eerst zoeken we een foto/video shop. Hendri heeft een schoonmaakcassette nodig
voor zijn videocamera en ik heb ook nog een videocassette nodig. Deze eerste
week heeft me al zoveel film gekost dat mijn voorraad in gevaar komt. Voor
Hendri en Anja is het verhaal triester, zij hebben de laatste dagen vanwege de
storing niet kunnen filmen en het is maar afwachten of de schoonmaakcassette
afdoende is.
Ons volgende doel is het internetcafé. Hier proberen we het
thuisfront van onze nu al fantastische ervaringen op de hoogte te brengen. De
tijd begint nu al te dringen. Snel sluit ik het mailtje af om het te verzenden.
Ik heb mijn twijfels of het verzenden goed is gegaan, maar vertrouw er maar op.
Er is nog maar weinig tijd om wat inkopen te doen. Snel zoeken we de lokale
supermarkt op. Tijd om naar de kapper te gaan is er niet meer.
De komende nacht overnachten we vlak buiten Maun op
Sitatunga camp. Hier hebben ze stroom om de lege batterijen van de videocamera
weer op te laden. Na de lunch moet Heiko nog wat inkopen in Maun doen en een
paar van ons, waaronder Ellen en ik, willen van de gelegenheid gebruikmaken om
op zoek te gaan naar wat souveniertjes.
Veel gelegenheid om souvenirs te kopen krijgen we immers
niet meer.
Op het eind van de middag komen we terug. Voor het douchen
nemen we eerst een frisse duik in het zwembad. Wat een genot. Het zwembad ligt
dicht bij de bar. Met een biertje op de rand van het zwembad spoelen we de
eerste week Botswana van ons af. Een week vol avonturen en encounters.
Na het eten gaan we terug
naar de bar. De sambuca en het bier brengen de stemming er goed in. We spelen
een spelletje dart en voor we het weten is het 01.30 uur. Tijd om de slaapzak
op te zoeken.
Okavango Delta
18/9 Maun – Okavango Delta
Na het avondje doorzakken is het niet makkelijk om op gang
te komen. Om de snelheid er wat in te krijgen, neem ik eerst maar eens een
frisse douche. Het duurt even voordat het water warm is maar wanneer het zover
is, is de douche perfect.
Vandaag trekken we de Delta in voor een driedaags avontuur.
In de landrover rijden we in anderhalf uur naar de rand van de Delta.
De Okavango Delta is het meest bijzondere natuurgebied van
zuidelijk Afrika. Met een oppervlakte van bijna de helft van Nederland, grenst
de Delta aan haar oostkant aan Moremi NP. De Delta is een enorm moerasgebied
dat wordt gevoed door de 1600 kilometer lange rivier de Okavango.
De binnendelta die hierdoor is ontstaan, is de grootste ter
wereld. Het gebied bestaat uit een systeem van rivierarmen en stroompjes,
beboste eilanden, riet-, lelie- en papyrusvelden, grasvlakten en savannes. Een
half jaar duurt het voordat het water vanuit het noordelijkste puntje in Angola
bij het zuidelijkste puntje bij Maun is. Hierdoor heeft de Delta, in
vergelijking met omringende gebieden, een omgekeerd seizoen. Juist in het droge
seizoen staat het water er het hoogst.
We krijgen een pooler toegewezen en onze spullen worden in
de gereed liggende mokoro’s gelegd. Een mokoro is een uit een boomstam gehakte
kano en de pooler duwt de mokoro voort met een lange stok. Hierbij
staat de pooler achter in de mokoro.
In tegenstelling tot de anderen, hebben we een vrij lange en
brede mokoro. Het lijkt wel de Rolls Roys onder de mokoro’s en af en toe worden
we jaloers aangekeken. Gelet op mijn huidige staat, vooral veroorzaakt door
gisteravond, ben ik blij met de grote mokoro. Ik kan lekker ontspannen onderuit
liggen met een paraplu boven me om de zon en de hitte enigszins tegen te
houden. Alles is ingeladen en we vertrekken verder de Delta in. We liggen laag
boven het water en de temperatuur tussen het riet is veel hoger omdat we daar
vrijwel uit de wind liggen.
Niet echt bevorderlijk voor mijn toestand. De eerste
tussenstop is dan ook een welkome onderbreking. Hier zien we de eerste
olifanten. Voor de rest hebben we nog geen wilde dieren gezien. Sommigen maken
van de gelegenheid gebruik om een verfrissende duik te nemen. Ik heb het idee
aan de kant wat op te knappen en kies er dus voor om hiervan zo lang mogelijk
te profiteren.
Ik kan er niet lang van profiteren. We gaan verder. Met
opnieuw de paraplu boven me blijf ik zo stil mogelijk zitten en laat me rustig
voortduwen. Het water en de warmte doen me toch geen goed. We passeren vier
olifanten die op een afstandje van struiken staan te eten. Daar blijft het bij.
Drie uur na het vertrek maken we opnieuw een stop. Er is
even twijfel of dit een tussenstop is of dat we onze plaats voor de komende
overnachtingen hebben bereikt. Eerlijk gezegd ben ik blij dat dit onze
eindbestemming is. Snel zetten we het kamp op en ik duik meteen de tent in om
bij te komen.
Het lukt me even om te slapen en voel me weer redelijk goed
wanneer ik de tent uit kom. Net op tijd om te vertrekken voor een eerste
voetsafari in de Delta.
We hebben de hoop dat we meer te zien krijgen dan tijdens
ons eerste bezoek aan de Delta. Eigenlijk hebben we dat al wanneer we de
olifanten meetellen, die we onderweg hebben gezien.
De lokale gids stuurt ons via twee baobabs naar een groene
oase. Daar zien we een kudde zebra’s en wildebeesten vergezelt door een saddle
bilt stork. We lopen door en zien een red duiker, de African snip en een
schedel van een warthog. Tijdens de twee uur durende tocht geeft Heiko
regelmatig nadere uitleg over de sporen en de dieren die we zien.
De zon gaat al weer onder en we maken ons gereed voor de
befaamde Okavango zonsondergang. Voor het eerst houden we vannacht de raampjes
van de tent open. De temperatuur is er naar en natuurlijk willen we niets
missen. Het enige wat we horen is een hyena.
19/9 Okavango Delta
Afgesproken is dat we om 05.30 uur opstaan. Het wordt iets
later en om wat tijd in te halen nemen we een vlug ontbijtje. Hierdoor
vertrekken we nog mooi op tijd. We wandelen al een tijdje wanneer we twee
olifanten tegen het lijf lopen. Achter een termietenheuvel blijven we staan om
van de twee, een grote en een kleinere, te genieten. De olifanten blijven
rustig staan en eten onverstoorbaar door. Toch hebben ze ons al wel gezien en
weten ze van onze aanwezigheid. De lokale gids maant ons om verder te gaan en
wil ons voor een aantal struiken langs sturen. Heiko is het hier niet mee eens
en wil geen enkel risico lopen. Hij geeft aan niet voor de struiken langs te
gaan, maar door de struiken omdat we anders wel erg dichtbij de olifanten
komen. De afstand tussen ons en de voorste olifant is al minder dan veertig
meter. Waarom zullen we dus het risico nemen. Door de struiken lopen we veilig
van de olifanten vandaan. We zien nog een aantal sporen van verschillende
dieren en bereiken de rand van een bos.
Hier komen we dezelfde olifanten weer tegen. Ze zijn door
het bos dezelfde richting als ons opgelopen. We laten ze voorgaan wanneer ze de
vlakte op willen lopen en zelf lopen we, de bosrand volgend, achter ze langs.
Hierdoor komen we voor de wind te lopen. Dit zou betekenen dat de olifanten ons
nu kunnen ruiken. Ze ondervinden echter geen hinder van ons en geluidloos
vervolgen ook de olifanten hun weg.
We worden gevraagd om onze schoenen uit te doen en lopen
door het laagstaande water Chiefs Island op. Hier volgen we een bosrand.
Wanneer we achter een aantal struiken vandaan komen, staan we plotseling op een
korte afstand van twee andere olifanten. Rustig staan ze met de kont naar ons
toe van de struiken te eten. Ik heb geen idee of ze weten dat we er staan en ik
sta te genieten. We passeren ze heel rustig. We staan op een open vlakte en als
we ze verstoren, heb ik geen idee hoe we ons in redding zouden moeten brengen.
Ze gunnen ons echter geen enkele blik en op minder dan dertig meter passeren we
ze. Onmiddellijk zoeken we de beschutting van de bosrand weer op. Dan staan we
opeens oog in oog met een derde olifant. Deze staat in tegenstelling tot de
eerdere twee niet met de kont naar ons toe. Ondanks dat olifanten slecht kunnen
zien, heeft hij ons meteen in de gaten. De olifant loopt iets op ons af en
plaatst een muck-charge (schijnaanval). Er staat nog maar een rand met wat
struikjes tussen ons en de olifant. Met het voorste gedeelte van zijn enorme
lichaam komt hij al door de struikjes, wanneer onze lokale gids in de handen
klapt. Voor de olifant het signaal om te stoppen en onder een ligt protest
trekt hij zich wat terug. Het klappen is voor de olifanten een onnatuurlijk
geluid waar ze een hekel aan hebben. Gelukkig maar en een spannend moment wordt
zo naar ieders tevredenheid afgesloten.
We moeten voortdurend oppassen waar we lopen. Omdat je
zoveel mogelijk mee wilt krijgen van de omgeving en de eventuele dieren, lukt
dit niet altijd. Niet helemaal ongevaarlijk. In de Delta wisselen de
omstandigheden elkaar snel af. De ene keer loop je door struiken met lange
stekels. Dan loop je door het lange gras en het mulle zand. Even later loop je
weer door hard opgedroogde modder met grote gaten van olifantensporen. Naarmate
de tocht vordert, worden we vermoeider en dat vergroot de kans op een
struikelpartij c.q. misstap.
We bereiken een open plek en zien er een paar impala’s. De
eerste impala’s hebben ons al lang gezien en lopen weg. Anderen blijven
nieuwsgierig staan en staren ons aan totdat we te dicht in hun buurt komen. Ook
deze impala’s besluiten er vandoor te gaan en het enige mannetje in de groep
doet dit met enorme sprongen.
We zijn al een paar uur onderweg en het tempo ligt vrij
hoog. De vermoeidheid begint sommigen dan ook parten te spelen. We lopen weer
door het water om Chiefs Island te verlaten. Terwijl we door het water waden
worden we gadegeslagen door twee olifanten. Dit maakt het totaal van deze
voetsafari op ongeveer tien olifanten. Een mooi totaal vergeleken met 1996
Wanneer we de campsite bereiken hebben we er viereneenhalf
uur wandelen op zitten. Met een duik in het water proberen we ons weer wat op
te frissen. Dat lukt en niet veel later genieten we onder het genot van een
biertje van een lekkere brunch met tomaten, worstjes, gebakken spek, witte
bonen, gebakken ei en gebakken banaan. De rest van de middag gebruiken we om
uit te rusten van de ochtendwandeling.
Voordat we voor de avond-gamewalk vertrekken, duiken we nog
snel even de Delta in. Nauwelijks zijn we op weg of we zien twee andere
groepen. Dit verontrust ons wat. In vergelijking met 1996 is het veel drukker geworden in de Delta en het
gevoel van exclusiviteit verdwijnt hiermee wat. Natuurlijk spelen we daar zelf
ook een rol in. Toch zijn de overvliegende vliegtuigjes, de passerende
motorbootjes en nu de meerdere groepen gamewalkers niet bevorderlijk voor de
omgeving. Ik heb het hier met Heiko over en hij onderkent het ook als een
probleem. Een probleem waar de regering de lokale bevolking bij moet helpen. Er
wordt wel gezocht naar een goede manier om het aanbod toeristen te handelen,
maar vooralsnog lukt dit niet. Laten we hopen dat het geen tweede Masai Mara
wordt.
Tijdens de voetsafari zien we niet veel. Op grote afstand
zijn een tsessebe en twee giraffes de enige dieren. Meer mensen dus als dieren.
We besluiten om terug te gaan en bij de dichtbij ons kamp gelegen baobab te
wachten op de zonsondergang. De boom kleurt mooi rood/bruin op door de zakkende
zon. Wanneer de zon achter de horizon is verdwenen lopen we het nog kleine
stukje terug naar de campsite.
20/9 Okavango Delta
Ik slaap vannacht niet best. Om de één of andere reden kan
ik de slaap niet vatten. Heel ver weg hoor ik een leeuw brullen. Te ver weg om
ook maar enigszins het idee te hebben dat de leeuw vanavond in de buurt komt.
Tegen de ochtend lukt het me om uiteindelijk in slaap te komen. Het is dan ook
al snel weer 06.00 uur en tijd om de tent te verlaten voor onze volgende
voetsafari. Snel eten we wat op het vuur gemaakte toast en na een mok koffie
vertrekken we.
Een aantal van ons hebben blaren als aandenken van de vorige
wandelingen. Ik gelukkig niet. Hoewel ik mijn lichaam wel voel en niet best
geslapen heb voel ik me redelijk fit. De lokale gids belooft ons niet te hard
te lopen en de tocht niet al te lang te maken. De wind is wat meer dan de
vorige dagen en de temperatuur is goed om te lopen. Niet ver van de campsite
naderen we een groep zebra’s. Voorzichtig lopen we dichterbij. Heiko geeft aan
wanneer we moeten stoppen en wanneer we weer wat dichter naar de zebra’s toe
mogen lopen. Hij legt uit dat wanneer de zebra’s onze richting uit kijken, we
dan als groep voorzichtig kunnen naderen. Wenden ze zich van ons af dan is dat
het signaal om te stoppen. Op dat moment hebben de zebra’s namelijk geen interesse
meer in ons. Door te stoppen wordt de interesse vaak weer aangewakkerd.
Zo herhaalt zich het spel een paar keer en mogen we de groep
zebra’s tot op redelijk korte afstand naderen voordat ze in galop en later in
draf voor ons langs lopen. We zijn ze dan ook tot op hun veiligheidsafstand
genaderd. In een rij achter elkaar vervolgen we onze weg tot we een groep
zebra’s en wildebeesten zien. Ze staan op een vlakte en we naderen ze tussen de
jonge palmbomen en doornstruiken. We bereiken de rand van de vlakte. Eenzelfde
benadering als bij de vorige zebra’s zou uitlopen op een mislukking. De
wildebeesten zouden meteen vluchten. Daarom proberen we het nu op de zogenaamde
“duckwalk” (eendenloop). Met de kont zowat op de grond waggelen we gehurkt
metertje voor metertje richting de dieren.
Wanneer Heiko met zijn hand het teken geeft te stoppen,
stoppen we. Wanneer hij met dezelfde hand te kennen geeft dat we weer verder
kunnen, gaan we weer als een familie eenden door. Gelukkig gaat het steeds om
korte afstandjes. Deze manier van voortbewegen is nogal vermoeiend.
Natuurlijk hebben de wildebeesten en zebra’s ons al lang
gezien maar herkennen ze ons niet als mens. Toch trekken ze weg om de afstand
tussen ons en hun niet te klein te laten worden.
Mijn bovenbenen zijn helemaal verzuurd en het opstaan kost
wat moeite. Zodra ik weer sta, krijgt het bloed in mijn benen weer de kans om
te stromen. Dat voelt meteen weer een stuk beter.
Net als gisteren moet je opletten waar je loopt. Bij de
meeste van ons zijn de benen dan ook voorzien van de nodige krassen,
veroorzaakt door de aldoor aanwezige thornbushes.
We zijn al weer een hele tijd op de weg terug naar de
campsite wanneer we weer een groep zebra’s naderen. We lopen op een vlakte en
bij een eiland met struiken staat de groep zebra’s ons te bekijken. We stoppen
om vervolgens ook te kijken. Klaarblijkelijk is de afstand voor de zebra’s nog
steeds voldoende en kunnen we rustig blijven staan.
Met een bocht trekken we om de zebra’s heen om vervolgens
weer beschutting te zoeken aan de rand van de vlakte. We passeren twee
olifanten en lopen richting de baobab die we de laatste dagen steeds als
herkenningspunt hebben gebruikt. Door het halfhoge gele gras naderen we de
campsite.
Na de lunch is het weer tijd voor een duik in de Delta. Net
als de vorige keren doen we dat een honderdtal meters verderop. In
tegenstelling tot de plek bij onze campsite kunnen we hier eventuele hippo’s of
krokodillen aan zien komen. Vanmiddag wil ik de plek eens bereiken per mokoro.
Ellen gaat voorin zitten en ik probeer ons als pooler naar onze zwemplek te
krijgen.
Het eerste stuk gaat verbazingwekkend goed. Hoewel ik ietwat
benepen met mijn kont naar achteren sta om vooral niet het water in te vallen,
duw ik ons door het riet vooruit. Is dit nu zo moeilijk? Ik bereik de rand van
het riet en met een behendige duw laat ik de mokoro in de stroming drijven. Nu
kom ik in de problemen.
Ik heb me zelf boven de diepste geul en in de stroming van
deze arm van de Delta gemanoeuvreerd. Niet handig en een reeks aan lachwekkende
situaties volgen elkaar op. We blijven wel droog maar tegen de tijd dat
iedereen al uitgezwommen is, komen wij bij de zwemplek aan. Niet op de
gebruikelijke manier. Nee, ik sta inmiddels voor in de mokoro en Ellen zit
achterin.
Vanmiddag haal ik nog wat van de vannacht niet benutte slaap
in. Tegen zonsondergang gaan we met een mokoro naar een plek waar we de zon
onder kunnen zien gaan en met de Delta op de voorgrond. Een prachtig geel/rode
gloed vormt zich achter de palmbomen en wijst in het water als een speerpunt
richting onze mokoro. Wanneer we terug punteren naar de campsite worden we in
de lucht vergezeld door duizenden en duizenden libellen.
Het is net alsof alle libellen die de Delta herbergt vrij
zijn gelaten om ons een laatste eer op onze laatste avond in de Delta te
bewijzen. Langzaam nadert ons een andere groep mokoro’s. Het zijn onze buren
die even verderop een campsite hebben. Een jonge local met een petje op, doet
zijn uiterste best om bij ons in de buurt te blijven. Vriendelijk groet ik hem
met een handgebaar. Ietwat verrast wil hij dit gebaar op dezelfde manier
beantwoorden. Hierbij stoot hij met zijn hand tegen zijn petje. Balancerend om
niet in het water te vallen en graaiend om het petje te redden kijkt hij met
een verdwaasde blik mijn kant op. Hij en zijn passagier blijven in
tegenstelling tot zijn petje droog. Met een verontschuldigende “sorry” laten we
hem achter.
Terug op de campsite zijn de voorbereidingen voor het eten
al in volle gang. Aardappels en impalavlees verpakt in zilverpapier liggen op
het apart gelegde smeulende houtskool gaar te worden. Dat dit een prima manier
is om het vlees door en door gaar te krijgen, bewijst Heiko door de bout met
een lichte draai uit het heerlijk ruikende vlees te draaien.
Samen met de locals wisselen we wat raadsels en moppen uit en af en toe wordt er wat gezongen. Dit
onder het genot van een biertje en de weer rondtrekkende fles Zappa
21/9 Okavango Delta – Maun
De derde nacht in de Delta ligt al weer achter ons en we
vertrekken naar Maun. In Maun gaan we weer de noodzakelijke inkopen doen voor
de komende tien dagen in de bush. Maar eerst dus nog in de mokoro om de Delta
te verlaten zoals we gekomen zijn. Dit geldt ook voor de campsite. Net als bij
elke andere campsite is het de bedoeling om deze zo achter laten dat er geen
spoor meer van onze aanwezigheid te vinden is. In de praktijk betekent dit dat
alle troep weer mee genomen wordt en dat de restanten van ons kampvuur begraven
worden. Zo doen wij het steeds. De locals denken hier anders over. Zij graven
ook een gat maar gooien daar vervolgens alles, behalve de flessen van glas in.
Vervolgens steken ze de fik erin. Natuurlijk verbrandt dan niet alles.
Vooral restanten van de plastic flessen en zakken vergaan
nooit helemaal. Onder het motto “uit het zicht is ook opgeruimd” wordt het gat
dichtgegooid.
Rustig kabbelend glijden we richting Maun. Op sommige
plekken zien we olifanten. De zon warmt onze lichamen al weer behoorlijk op en
na een eerste pauze voel ik me zo doezelig dat ik in slaap val. Vlak voor we
ons eindpunt bereiken wordt ik door Ellen aangestoten. Ik hoorde het op de één
of andere manier zelf al. Ik lig op mijn rug en kan daardoor niet voorkomen dat
ik een licht gesnurk laat horen.
De Delta heeft ons in tegenstelling tot 1996 veel van haar
dieren laten zien. Toch bekruipt me het gevoel dat ik tijdens een volgend
bezoek aan Botswana de Delta een keertje over sla.
De landrover laden we weer op de ons vertrouwde manier in om
via een kruipdoor sluipdoor route richting Maun te rijden. Op sommige stukken
wordt het pad waar we over rijden erg smal en moeten we voortdurend de naar
binnen zwiepende, met doorns voorziene, takken ontwijken.
In Maun zoeken we eerst het internetcafé op. Daar hebben we
waarschijnlijk de laatste mogelijkheid om in Botswana te mailen. Uit de
inkomende mail begrijp ik dat ons eerste mailtje niet is aangekomen. Inclusief
het eerste mailtje breng ik iedereen in het kort op de hoogte van onze beleefde
avonturen.
In Shoprite kopen we alle noodzakelijke boodschappen voor de
tien dagen bush. Hendri en ik kopen Peri Peri (biltong). Het is warm en voordat
we alles hebben ingeladen zoeken we één van de spaarzame plekjes schaduw. De
zon staat op zijn hoogste punt waardoor er naast de landrover nauwelijks schaduw
is.
We overnachten weer op Sitatunga campsite en ik verlang nu
al naar het zwembad. Dit is dan ook één van de eerste dingen die ik doe. De
batterijen van de camera laad ik weer op en met een frisse duik in het zwembad
kom ik weer lekker op een aangename temperatuur. Na een spelletje darts en een
lekkere douche is het alweer etenstijd. De wolkenloze hemel heeft plaats
gemaakt voor een hemel met wolken die ieder moment hun regen kunnen laten
vallen. De wind speelt met het vuur en er zijn een paar druppels te voelen.
Verder dan die druppels komt het niet en even later komt de
maan weer tussen de wolken door en gaat de wind liggen. Tijdens het eten legt
Heiko ons, net als andere keren, uit wat we de komende dag(en) gaan doen.
Hoewel we de afgelopen nachten al wel hadden gehoopt op wat meer spanning om de
tenten, kunnen we de komende tien dagen serieus rekening houden met nachtelijke
visites. Voor degenen die het niet meer weten of nog niet wisten, legt hij uit
wat we niet en wel moeten doen wanneer we de komende nachten de tent uitkomen
om een kleine of grote boodschap te doen.
Eerst ga je in de tent al luisteren naar geluiden. Geeft dit
geen aanleiding om in je tent te blijven, rits je de tent open en ga je in de
ingang staan. Van daaruit schijn je met je zaklantaarn rond om te kijken of er
ook dieren in de omgeving zijn.
Vooral de rood/oranje oogjes verraden onraad. Is het veilig,
dan kun je in de buurt van je tent je behoefte doen. Heb je meer
zelfvertrouwen, dan ga je naar het bushtoilet.
Hoewel we op onze tweede avond hier op Sitatunga wat
gematigder drinken, groeit deze avond weer uit tot een gezellig onderonsje.
Hoewel onderonsje niet helemaal het juiste woord is. Regelmatig krijgen we aan
tafel bezoek van anderen. Vooral twee zwaargewichten, uit Zuid-Afrika, met
imposante posturen stralen nogal wat ontzag uit en doen Hendri onder de tafel
verdwijnen. Vooral de dames hebben de interesse van beide heren. De sambuca
laat zich weer goed smaken en afgewisseld met een biertje is het zo weer een
uur of één. Tijd voor de tent.
Moremi
22/9 Maun – Moremi NP (Mboma campsite)
De gevolgen van gisteravond vallen alleszins mee. Voor we
richting Moremi vertrekken vullen we onze proviand aan met de laatste
boodschappen. Tien dagen bush, ik kan niet wachten. De eerste tachtig kilometer
gaan nog over asfalt. Het asfalt gaat over in zand. Het is alsof hier de
voorraad teer op was en met een rechte lijn de overgang naar de bush wordt
aangegeven. Meteen ontpopt het bushgevoel zich in ons. We passeren een
buffalofens. Dit is een afrastering tussen de bush en de meer gecultiveerde
gebieden. Zo moet voorkomen worden dat ziektes onder het vee van de boeren zich
kan verspreiden naar de wilde dieren en andersom. Ten noorden van deze door
mensen gemaakte grens hebben dieren de ruimte om te migreren. Een kudu laat
zich als eerste zien. Impala’s volgen.
Een lange rechte weg brengt ons richting de gate. Meteen
naast de gate is een public campsite. Hier gebruiken we onze lunch. De schaduw
van een boom gebruiken we om het heetst van de dag te ontlopen. We hebben een
lekke band. Terwijl Els en ik de lunch maken, verwisselt Heiko de lekke band in
de brandende zon.
Ondanks dat het natuurlijk een heerlijke lunch is wordt er
veel gesnoept. Vooral chips, tuc, drop en toffees gaan er in als koek. Het zout
is goed om vocht vast te houden. Iets wat moet lukken want we blijven drinken.
Uitdrogen is hier zo gebeurd. Zeker wanneer in de open landrover de warme lucht
in de vorm van wind je lichaam verkoelt en je de warmte niet waarneemt.
We rijden het park in en het aantal omgevallen bomen en de
dorheid vallen op. Als eerste zien we een warthog. Zebra’s, wildebeesten,
kudu’s en tsessebee’s volgen. De kudu’s blijven vlak bij de auto staan. Iets
wat niet vaak gebeurd. Ze zijn normaliter nogal schuchter. Net hiervoor heeft
Heiko een mannetjesleeuw gespot. Heel knap trouwens want de leeuw licht
ongeveer vijftig meter van de weg onder een klein acaciaboompje. We wachten om
te kijken of er misschien nog wat actie in de leeuw komt. Eigenlijk tegen beter
weten in. Welke leeuw komt nu met deze hitte in beweging. Al helemaal niet een mannetjesleeuw
die zelf nauwelijks jaagt.
Langs de weg sprokkelen we weer het nodige hout voor de
komende nachten. Bij elkaar zou het maar zo eens 300 kilo hout kunnen zijn wat
we achter op de trailer verzameld hebben. Verderop staat een familie olifanten.
Wat we nog niet beseffen is dat er nog veel meer families zijn. Waar we nu ook
kijken zijn olifanten te zien. De olifantenfamilies zijn op zoek naar eten en
zoeken elkaar op om gezamenlijk grote kuddes te vormen. Het ziet er naar uit
dat we midden in dit proces terecht zijn gekomen. Ademloos kijken we om ons
heen en bij elke familie is wel een heel klein olifantje te zien.
De weg die we volgen voert ons langs de oostkant van de
Okavango Delta. Onze bestemming van vandaag is Mboma Island. Op het
noordelijkste puntje hiervan slaan we ons kamp op voor de komende twee nachten.
Voor we Mboma Island bereiken zien we nog lechwes, giraffes, warthogs, baboons
en vervet monkeys.
De dag nadert zijn einde en we bereiken Third Bridge. Vanaf
hier is het nog 16 kilometer naar onze campsite. We rijden nu op Mboma Island.
Mboma is de Sembukushu naam voor Python.
Veel dieren zien we niet totdat we twee olifanten rechts van
ons uit het water zien komen. Een van beide doet net of ze ons niet ziet en eet
rustig van de groene vegetatie. De andere olifant ziet ons niet zo zitten en
laat dit blijken door met de kop heen en weer te schudden waarbij het uiteinde
van de slurf telkens een fractie later volgt. Even plaatst ze een muck-charge
maar ook dan houdt ze het voor gezien. Op dat moment komt er nog een olifant,
tussen het riet, het water uit en deze heeft serieuzere plannen. Hij wacht niet
lang en plaatst twee muck-charges. Voor Heiko het sein om er vandoor te gaan en
gelet op de geringe afstand moet dit in een rap tempo. De olifant loopt met ons
op. Meteen volgt er een bocht naar rechts. We staan allemaal in de auto en
worden flink door elkaar geschud. We zijn de bocht nog niet om of daar staat de
olifant die net nog zo rustig stond te eten. Het is de jongste van de olifanten
en ze schrikt van ons. Met luidt getrompetter rent de olifant de struiken in.
Heiko moet wel doorrijden omdat de andere olifant vlak achter ons is. Het zijn
gelukkig niet de allergrootste olifanten maar zonder pardon zouden ze onze
verlengde landrover om kunnen duwen met alle gevolgen van dien. Op veilige
afstand stoppen we om achterom te kijken. We zien de kleine groep olifanten
tussen de struiken verdwijnen en zijn uit een hachelijke situatie ontsnapt.
Nauwelijks van dit alles bekomen, bereiken we de
noordelijkste rand van Mboma Island.
Moremi is een circa 3000 vierkante kilometer groot wildlife
reserve en grenst aan de noordoostkant van de Okavango Delta. Het heeft een
divers landschap en een grote verscheidenheid aan wilde dieren. Het zuidelijke
gedeelte bestaat uit voornamelijk moerassige gebieden. Het noordelijke gedeelte
bestaat uit drogere gebieden en kan makkelijker per auto worden bereikt. Hier
ligt ook Mboma Island. Op Mboma is de kans het grootst dat we wilde honden te
zien krijgen.
De komende dagen verkennen we het noordelijke en zuidelijke
circuit van dit eiland zoals we ook de rest van Moremi gaan verkennen.
Langzaam rijden we naar het noordelijkste puntje van het
eiland. Hier is onze campsite. Het ligt erg afgelegen en impala’s maken plaats
wanneer we de campsite oprijden.
De omgeving is prachtig. Op de rand van het eiland staat het
prachtig gekleurde riet met haar mooie bruine pluimen als muur om de campsite.
Af en toe zie je paden in het riet die zijn gemaakt door olifanten en hippo’s.
Een aantal van die paden wijzen op onze campsite. Je kunt hier uit opmaken dat
de regelmatige passanten door ons camp moeten om naar en van het water te
komen. De enige zorg die we hebben is om niet precies een tentje op het nog
recent belopen pad te zetten.
Tenten, toilet en keuken worden net als de voorgaande
nachten weer in een snel tempo opgezet. Vlak daarna staat Heiko, geholpen door
een aantal van ons, alweer het eten te bereiden. Dat is voor hem ook het moment
om het nog eens over de confrontatie met de olifanten te hebben. Hij geeft aan
dat het om mannetjes in een leeftijdsgroep van 20 tot 22 jaar ging. Leeftijden
waarop ze zich graag willen bewijzen. Wanneer er genoeg agressie in de groep is
of wanneer ze erg opgewonden zijn, kan een confrontatie erg gevaarlijk zijn. In
deze situatie bevonden wij ons dus nog geen twee uur geleden. Daarom moest hij
ook doorduwen toen de olifant in de bocht voor ons op de weg stond. Op dat
moment stil gaan staan en afwachten zou zo goed als zeker een definitieve
aanval van de olifant, die op dat moment achter ons liep, hebben betekend. Een
oplossing die Heiko niet graag maar wel moest maken.
Voor we het weten is het eten al weer klaar en kunnen we met
een bordje op schoot genieten van een prachtige rood/gele zonsondergang.
23/9 Moremi NP (Mboma campsite)
Ik word vannacht een paar keer wakker. Dit komt door de
geluiden van hippo’s en hyena’s. De maan schijnt door de met horren voorziene
raampjes van ons tentje die de ongewenste muskieten buiten moeten houden. Dit
geeft ons de gelegenheid om rustig te slapen en om ons heen te kijken. Vannacht
is er ook een hippo langs onze tent gelopen. Sporen bewijzen dat. We hebben hem
echter gemist.
Even na vijf uur staan we op. Een vluchtig ontbijt maakt ons
gereed voor de gamedrive.
De zonsopgang is mooi en een paar kleine wolkjes aan de
horizon onderbreken de vroege ochtendstralen. De zon verschijnt boven de
horizon en is vuurrood. Qua dieren is het nog rustig. Het is net of de natuur
nog op gang moet komen. Het enige geluid dat we horen komt van de parelhoenders
die elkaar achterna zitten. Insecten worden hierdoor gestoord en de al even
mooie rood gekleurde bee-eaters maken hiervan gebruik om ze te vangen.
We naderen twee auto’s die ook aan hun gamedrive beginnen.
De gids is een bekende van Heiko en Els van vroeger en hij weet te vertellen
dat ze vannacht bezoek hebben gehad van een groep wilde honden. Er zijn dus wel
wilde honden. Ze hebben de wilde honden overigens niet gezien maar de sporen
die ze hebben achtergelaten bewijzen het.
We vervolgen onze weg en rijden naar Third Bridge. Zo vroeg
in de ochtend hoop je altijd het ideaalplaatje te zien van jagende roofdieren.
Maar dit lukt niet. Wel zien we tsessebee’s, impala’s, warthogs, green
bee-eaters, kudu’s, olifanten, zebra’s en wildebeesten. De sporen van hyena’s
en een leeuw zien we nog wel, maar de dieren zelf blijven goed verstopt.
Bij Third Bridge halen we vers water. De brug ligt prachtig
verscholen in het groene riet en het water, dat in verbinding staat met de
Okavango Delta, stroomt zachtjes onder de brug door. Een bord met het opschrift
“Danger, beware of crocodiles. Swimming in protected area waters is strictly
prohibited.” ofwel ”Gevaar, pas op voor krokodillen. Zwemmen in beschermde
wateren is ten strengste verboden.” staat duidelijk zichtbaar aan het begin van
de brug. Het duidelijke signaal maakt dat je inderdaad niet zomaar gaat en
staat waar je zou willen.
Voor me springen tussen mij en de brug nog wat impala’s het
pad van mul zand over. Ze blijven onder wat struiken staan. Ik probeer
voorzichtig wat dichterbij te komen. Het is net of ze wat meer gewend zijn aan
mensen omdat ze regelmatig in de omgeving van de veelbezochte public campsite
bij Third Bridge zijn. Ik zie aan de dieren dat ik de grens van het toelaatbare
heb benaderd en besluit nog even van ze te genieten.
We vervolgen onze weg door een bebost gebied. Het is
duidelijk dat dit een gebied is waar luipaarden zich happy zouden voelen. We
hopen er hier eentje te zien. Tevergeefs. Opeens zitten we midden in een groep
olifanten. Het zijn er op zijn minst 50 tot 60. We zien ze niet allemaal maar
de geluiden om ons heen laten niets aan duidelijkheid over. Voor ons en links
en rechts van ons trekken de olifanten om ons heen tot ze achter ons in de bush
verdwijnen. Af en toe wordt ons een blik waardig gegund. Takken worden
afgebroken en er gebeurt veel om ons heen. Dat is het mooie van olifanten. Ze
zijn bijna altijd bezig. Dit in tegenstelling tot de leeuwen. Zeker wanneer er,
net als nu, ook jonge olifanten in de groep zijn. Ze passen perfect in de
omgeving. Het mooie groen van de bomen en struiken, afgewisseld met de
verschillende bruine kleuren van dorre bladeren, zand en omgevallen bomen. We
wachten tot de groep olifanten nagenoeg verdwenen is en rijden verder.
Niet eens zo veel verder staan drie giraffes. De drie staan
dicht bij elkaar en doen alles vrijwel synchroon. Wanneer ze gezamenlijk wat
meer afstand nemen is het net of ze elkaars schaduw zijn. Zo gelijk zijn de
bewegingen die ze maken. Er zit een oudere giraffe bij. Dat is te zien aan de
van onderen weg blekende patronen op het lichaam.
Voordat we de campsite bereiken zien we nog een paar
warthogs en vervet monkeys.
De ochtend sluiten we af met een heerlijke brunch. Het is
erg warm en elk plekje schaduw wordt opgezocht. Achter ons komt een bushbok
aangelopen. Dit normaliter schuwe dier komt uit het riet te voorschijn en
loopt, achter een paar tenten langs, de bush weer in. Verder brengen we de uren
door met wat lezen en het bijwerken van de dagboeken. We krijgen nog even
visite van de oude kennis van Heiko en Els. De kennis die we vanmorgen ook al
gezien hadden. Het blijkt een oude schoolgenoot van Heiko te zijn.
De verzengende hitte maakt iedereen traag en we zijn blij
wanneer we tegen drie uur weer de auto instappen op weg voor een volgende
gamedrive.
De eerste kilometers zijn rustig qua dieren. Daarna volgen
de al veel meer geziene dieren zoals baboons, giraffes, lechwe en olifanten.
We steken Third Bridge over en verlaten zo Mboma Island. We
naderen een watertje en zien op afstand al krokodillen liggen. Voor de
krokodillen staan lechwes en impala’s op de kant. Dit is waarschijnlijk de
reden waarom we geen van de antilopen zien drinken. We rijden door en zo af en
toe moeten we met de auto door het water. De bruggen die we in dit park kunnen
nemen zijn niet meer dan met elkaar verbonden boomstammen met aan weerszijde
van de brug verticaal staande boomstammen om de brug goed af te bakenen en
natuurlijk wat stevigheid te geven.
Vier hippo’s komen in een drafje voor onze auto langs
gelopen. Een komisch gezicht om deze zwaargewichten overdag met soepele tred
richting hun foerageplaats of waterpoel te zien rennen. In de regentijd kan dit
gebied nagenoeg geheel onder water staan. Nu aan het einde van de droge periode
is dit anders en kunnen we onze weg vervolgen.
Zie ik het nou goed? Wat ligt daar achter die struik? Het
lijkt warempel wel een cheeta. Dat gaat er allemaal door mijn hoofd wanneer ik
de cheeta spot. We rijden al ter hoogte van de struik en ik besef dat ik wat
moet zeggen. Dan komt het er uit. Ik duik naar beneden en roep tegen Heiko;
“Stop, een cheeta.”
Vrijwel gelijktijdig roept ook Sjaak dat hij een cheeta
ziet. We stoppen en rijden terug. Ja, inderdaad daar ligt een cheeta helemaal
relaxed achter de struik. De kop iets opgeheven, zoals je dat een cheeta wel
vaker ziet doen.
We blijven een hele tijd bij het wijfje staan. Op minder dan
tien meter staan we van haar af. Tussen ons in een paar swainson’s francolins,
een soort kwartels, die triomfantelijk en ietwat uitdagend voor de cheeta langs
lopen. Ze keurt de kwartels geen blik waardig.
Een paar keer geeuwt ze. Fantastische momenten om foto’s van
te maken. Ze gaat verliggen en er komt steeds meer actie in de cheeta. Ook wij
verplaatsen ons wat en staan nu nog dichter bij de cheeta. Nog een keer geeuwt
ze en langzaam komt ze overeind. Ze stopt met overeind komen wanneer ze rechtop
zit en de omgeving in haar op neemt. Nog een geeuw.
Elke keer wanneer ze geeuwt, wordt dat vergezeld van het
geklik van alle fotocamera’s. Ze staat op een kijkt richting een lechwe die
verderop in een moerassig gebied staat. Met de kop omlaag en in een traag tempo
loopt ze via een omweg naar de rand van het moerassige gebied. Ze loopt een
termietenheuvel op en gaat er boven op liggen. Tientallen vliegen omcirkelen
haar kop. Ze heeft er duidelijk last van. De lechwe heeft haar al lang gezien.
Samen met de cheeta hebben we een prachtig uitzicht over de groen/bruine
moerassige vlakte. We blijven nog even staan en beseffen dat we nog wel een
eindje van onze campsite verwijderd zijn. Jammer genoeg moeten we weg om nog op
tijd terug te zijn. De zon zakt al flink tegen de horizon aan en via met water
ondergelopen stukken weg en nog en paar giraffes en olifanten te hebben gezien,
naderen we Third Bridge alweer.
Een paar kilometer van de campsite komen we de vriend van
Heiko weer tegen. Hij wil dat we stoppen. Onze radio doet het al een tijdje
niet en hij heeft ons geprobeerd te bereiken. Eerst worden antennes geruild en
de radio doet het weer. Dan horen we dat de vriend van Heiko een leeuwin
richting onze campsite heeft zien lopen. Shadow is al wel gewaarschuwd maar je
weet maar nooit. We besluiten snel door te rijden en het is al donker wanneer
we de campsite bereiken. Voordat we de campsite op rijden, stopt Heiko om de
geuren van de omgeving in zich op te nemen. Hij ruikt de leeuw en rijdt
langzaam verder.
We schijnen met de mobiele lamp van de auto het kamp rond
maar zien niemand. Dan komt Shadow uit de trailor te voorschijn. Een komisch
gezicht. Met de woorden, “there is a lion in the camp, there is a lion in the
camp.”, maakt hij ons duidelijk wat we al weten.
Shadow durft nog niet van de trailor af te komen en wacht
totdat Heiko de campsite geïnspecteerd heeft. Ik begeleid hem daarbij met de
lamp vanaf de auto. De leeuw is niet meer te vinden en we moeten van Heiko nog
even wachten voordat ook wij uit de auto mogen. Wel met het dringende verzoek
ons niet te verspreiden en bij het kampvuur te blijven.
Niemand waagt het nu ook om in zijn of haar eentje naar een
tent te lopen en iedereen is nieuwsgierig naar het verhaal van Shadow.
Shadow is inderdaad door de vriend van Heiko op de hoogte
gebracht van het feit dat er een leeuwin richting de campsite kwam. Shadow had
de leeuwin echter van de andere kant verwacht. Op het moment dat hij voor het
eten wat water wilde halen, draaide hij zich om en zag de leeuwin van de andere
kant aankomen. De leeuwin liep richting de plek waar Shadow ook water had
willen halen. Op die plek, waar hippo’s en olifanten hun doorgang uit en naar
het water hebben, is weinig ruimte. Was Shadow daar al geweest, dan had hij
klem gestaan tussen het water en de leeuwin. Meer dan twee of drie meter ruimte
is daar niet want de rest is omgeven door riet. We mogen dus best over een
behoorlijk portie geluk spreken. Toeval wil ook dat ons tentje daar het dichtst
bij staat en dat de leeuwin ons tentje gepasseerd moet zijn. Eén ding is zeker,
ik ga vannacht mijn tentje niet uit.
Maar nu Shadow de leeuwin nog net op tijd zag aankomen en er
oogcontact was tussen hem en de leeuwin, deed Shadow het enige juiste. Rustig
achteruit lopen en in de trailor klimmen zodat je uit het zicht bent. Het enige
nadeel hiervan is dat de klep van de trailor vastgebonden is aan een tak van
een boom en dus niet dicht kan. Nou, het is tenminste allemaal goed afgelopen.
24/9 Moremi NP (Mboma campsite) – Moremi NP (Kwai camp Hatab 3)
Na het spectaculaire slot van gisteren volgt een net zo
avontuurlijke nacht. Hippo’s laten van zich horen en zien. Tegen 04.00 uur
dacht ik Shadow water te horen halen. Het maakt me nieuwsgierig en ik ga recht
op zitten. Door het raampje kijk ik richting het water en zie twee gestalten.
Hippo’s. Een grote moeder met haar kleinere jong. Wat zijn die beesten groot
wanneer ze zo dicht bij staan. Ik maak Ellen wakker maar ben bang om ook maar
enige vorm van geluid te maken. Zo dicht bij zijn ze. De moeder hippo loopt te
grazen en het jong loopt er maar wat achteraan. Niet lang trouwens. De jonge
hippo houdt het snel voor gezien en gaat terug naar het water. Ik hoor hoe het
gras met korte rukken wordt los getrokken om in haar gigantische bek te
verdwijnen. Die bek die zo dodelijk kan zijn. Ondertussen is Ellen ook wakker
en zit overeind. Ik gebaar haar om vooral geen geluid te maken.
Een hippo is al agressief en dat zal zeker het geval zijn
wanneer ze een jong in haar buurt heeft. Een hippo is doodsoorzaak nummer één
als het aan komt op een confrontatie tussen mens en dier. De moeder blijft
grazen en komt al grazend op ongeveer vijf meter van onze tent. Machtig wat een
lichaam en wat een bek. Op het moment dat er toch een geluidje uit onze tent
komt, kijkt ze even om. Het is frappant dat je op zit soort momenten altijd de
neiging hebt om te moeten kuchen. Zelfs het gekraak van de slaapzak kan ik al
niet hebben. Zo veel respect boezemt de omvang van onze gast me in.
Ongeveer tien minuten blijft de hippo om onze tent rondlopen
waarna ze het water weer op zoekt.
Nog even wacht Ellen voordat ze de tent uit durft te gaan om
vervolgens vlak naast de tent te gaan plassen. Anja en Hendri staan vlak naast
ons met hun tent en hebben alles ook gezien. Met hun nachtkijker zien ze nog
een hippo op de campsite lopen. Ze waarschuwen Ellen die snel de tent weer in
duikt.
Na deze nacht vol dierengeluiden, waaronder die van een
leeuw, breken we onze campsite af.
De hele dag gebruiken we als gamedrive naar onze volgende
campsite. Zou die ook zo spectaculair zijn? Vlak langs de weg staan prachtige
giraffes. We verlaten Mboma Island via Third Bridge. We passeren het water waar
we gisteren nog zo veel krokodillen zagen. Nu tellen we in rap tempo weer een
stuk of dertien krokodillen. Mopane bossen wisselen de gele vlaktes en meertjes
af. Net als de andere dagen zien we weer het meest voorkomende wild.
Impala’s, waterbuck, zebra’s, krokodillen, etc. Een groep
impala’s lesst bij een nog net niet droog gevallen modderpoel hun dorst. Eén
van de impala’s is een schijngevecht met zichzelf verwikkeld. Telkens boort de
impala met de punten van het gewei in de grond en met een draai bevrijd de
impala zichzelf dan weer. Telkens komt de impala daar bij licht van de grond.
We rijden door een bebost gebied en via een meertje rijden we richting “Dead
Tree Island”. Voor we het eiland oprijden moeten we weer, een zo voor Moremi
kenmerkend, bruggetje over. Het bruggetje ziet er instabiel uit en Heiko heeft
even nodig om de route te bepalen. De laatste kilometers waren we bedacht op
groot wild. Bij vlagen drong een penetrante geur onze neus binnen. Net of er
ergens een kadaver ligt. De tijd benut ik nog eens om de omgeving af te zoeken.
Het is net of ik wat aanvoel. Ik draai me nog eens om en kijk schuin naar
achteren. Ik kijk, ik kijk en denk, “nee, dat zal wel niet”. Ik durf eigenlijk
ook niet om aandacht te vragen. Ik kijk nog eens. Is dat nou een grote
olifantendrol die daar achter een hoge pol gras ligt, of is het soms………… Nee,
het zal wel niet. Of zou het toch? Het lijkt toch echt………….. een drol van een
olifant? Maar het zou toch ook een bil van een leeuw kunnen zijn. Het is
ongeveer honderd meter ver weg en een vergissing is zo gemaakt. Een vergissing
die ik natuurlijk de rest van mijn vakantie aan moet horen.
Net wanneer Heiko aanstalten maakt om de brug op te rijden
hak ik de knoop door. Het zou toch zonde zijn wanneer er echt een leeuw ligt.
“Heiko, wacht eens. Ligt daar misschien een leeuw? Iedereen draait zich om, om
naar de plek waar ik naar toe wijs te kijken. Verrekijkers worden gericht en
dan komt de eerste bevestiging. Ja hoor, dat is een leeuw. Nu komt er ook een
poot boven het gras uit en we besluiten om te draaien. Naarmate we dichterbij
komen zien we dat het om een volwassen mannetje, met een kop vol manen, gaat.
Wanneer we nog dichterbij komen zien we dat er nog een mannetje bij ligt. We
kunnen ze naderen tot op enkele meters. Ik heb er kippenvel van. Voor ons
liggen twee grote volwassen mannetjesleeuwen en we waren ze zowat voorbij
gereden. Voor mezelf is het duidelijk. Het is mijn beste spot tijdens al mijn
reizen door Afrika. Alleen een stuk van een bil op ongeveer honderd meter. Het
geeft me een goed gevoel.
Eén van de leeuwen heeft een wond aan een voorpoot. Terwijl
we druk bezig zijn om mooie foto’s te maken, komt er een leeuwin aanlopen. Vaak
gebeurt er wel iets bij een begroeting en we zitten met de camera’s klaar. De
twee mannetjesleeuwen zijn dicht tegen elkaar aan gaan liggen. Het vrouwtje
nadert het mannetje met de wond aan de poot en gaat met de kop naar de wond
toe. Dit heeft een schrikreactie bij het mannetje tot gevolg. Hierop reageert
het andere mannetje agressief. Beiden springen op en een korte confrontatie met
veel gebrul volgt. Het geblesseerde mannetje vlucht de bosjes in en de rust
keert terug. Dat blijft zo. Ook wanneer het mannetje schoorvoetend terugkomt.
Heiko vermoedt dat er verderop nog een paar leeuwen liggen
met eventueel het kadaver wat we voorheen meenden te ruiken. We gaan kijken.
Inderdaad liggen even verderop nog twee vrouwtjes onder een boom. Ze liggen
verder van de weg af en van een kadaver is niets te bekennen. Voor ons een
reden om terug te gaan naar de twee mannetjes en het vrouwtje. We staan nu nog
dichter bij de leeuwen en de ogen van de leeuwen dringen door tot op het diepst
van je ziel. Na ongeveer een half uurtje rijden we verder richting “Dead Tree
Island”. Over het bruggetje wat we voorheen al wilden oversteken.
Op Dead Tree Island zien we niet veel. Nadat we een lus over
het eiland hebben gemaakt keren we nog maar eens terug naar de leeuwen. Ze
liggen er nog steeds. Eén van de leeuwen is gaan verliggen en ligt nu vlak
langs het pad wat we willen nemen. Dit betekent dat we de leeuw op misschien
drie meter passeren. Je ziet de leeuw kijken en het respect voor de leeuw wordt
merkbaar groter. Een sprong en de leeuw zit in de auto. Als het goed is,
herkent de leeuw ons niet als individuele personen maar ziet hij ons als een
object. Als we maar geen rare en snelle bewegingen maken. Toch besluit Heiko om
niet lang stil te blijven staan. Hij merkt dat een paar van ons zich niet helemaal
op hun gemak voelen. Juist dan gaan mensen soms rare dingen doen. Dus neemt
Heiko geen risico. Terecht.
Het is ook best spannend. Ook bij mij overheerst een gevoel
dat de leeuw binnen de tolerantiegrens is waarbinnen ik me nog echt prettig
voel. Als dat maar niet wederzijds is?
Maar we rijden dus al door en laten de leeuwen achter ons.
Ik kijk er zeer tevreden op terug.
Door het mopane bos, wat is voorzien van verschillende
meertjes waar diverse vogels, impala’s en krokodillen zijn, rijden we richting
North Gate. Vier mannetjes olifanten komen vanuit het bos naar ons toe lopen.
Ze lopen ongeveer op een afstand van 150 meter. Het is een fantastisch en
adembenemend gezicht. Iedereen is stil en zit vol bewondering te kijken hoe de
kolossen ons naderen. Het pad van droog zilvergrijs zand met daarop de bruine,
van de bomen gevallen, bladeren. De bomen waar in de toppen weer groene
bladeren zitten. Het groengele gras wat her en der staat. De struiken met de
groene bladeren en het zonlicht, dat door het dak van de bomen door middel van
mistige stralen de grond zoekt.
Dit alles maakt de aanblik van de naderende olifanten
majestueus en magisch en geeft je een gevoel alsof er iets hemels gebeurt.
Alsof de olifanten met een opdracht komen. Vier olifanten gelijk van hoogte,
gelijk van tred en gelijk van stilte. Geen geluid. Niet van de olifanten en
niet van ons. Langzaam maar zeker komen ze aangelopen. We staan precies goed
met de auto. Zelfs de bladeren op de grond waar de olifanten doorheen lopen
zijn niet te horen. Zonder blikken of blozen, passeren ze ons op misschien tien
meter. Ze lopen hier met een opdracht. Ellen en ik hebben beiden dat gevoel
zonder het naar elkaar uit te spreken. De olifanten verdwijnen op dezelfde
manier dan dat ze gekomen zijn. Pas wanneer ze op respectabele afstand zijn is
het net of we weer denken aan adem halen. Iedereen puft en Heiko begint het
gesprek met “This is National Geographic stuf”. Wat een mooie dag. Wat een
mooie momenten
De weg naar North Gate is bij Mophiti Drift overstroomd en
niet begaanbaar. Vandaar dat we een alternatieve route nemen. Vanaf Xakanaxa
airstrip rijden we eerst naar het zuidoosten richting Maqwee Gate, de gate waar
we Moremi ook binnen zijn gekomen. Halverwege slaan we dan links af. Via een
niet op onze kaart staande weg, komen we dan weer bij Dombo Hippo Pools op de
reguliere weg naar North Gate.
Voordat we bij Dombo Hippo Pools aankomen, word ik gebeten
door een tseetseevlieg.
Met een door Anja meegebrachte soort vacuümspuit zuigen we
meteen de beet leeg. Wonder boven wonder helpt dat. Net wanneer we door de
hitte wat in dommelen zien we een mannetjesleeuw onder een boompje liggen. Qua
kleur is deze leeuw weer veel anders dan de vorige leeuwen. Net als het gebied
waarin we momenteel rijden. De grijs grauwe harde grond geeft, ondanks dat er
nog behoorlijk wat begroeiing is, een dorre indruk en het is hier ook erg warm.
We blijven even bij de leeuw staan. De leeuw ligt wat om zich heen te kijken.
Van de struik gevallen blaadjes liggen op de vol bemaande kop van de leeuw. Op
de een of andere manier maakt het indruk op me. Ik weet niet waarom, maar het
ziet er zo suffig uit. Ik kan me het ook zo voorstellen hoe de leeuw zich voelt
met deze temperatuur.
Een paar honderd meter verder ligt Dombo Hippo Pools. We rijden
er omheen richting een uitkijktoren. Hippo’s liggen tegenover de uitkijktoren
in het water. Terwijl we de lunch bereiden komen in de verte wat olifanten naar
het water om hun dorst te lessen. Het brood voor de lunch droogt door de hitte
onmiddellijk uit en de kruimels die daardoor sneller als normaal op de grond
vallen worden meteen door starlings, hornbills en andere vogels gegeten.
Lang blijven we hier niet. Ondanks dat we onder een paar
kale bomen nog wat schaduw proberen mee te krijgen, lijkt het ons beter om weer
te gaan rijden en om zodoende weer wind te vangen.
Via de weg rond Dombo Hippo Pools rijden we weer richting de
weg die ons naar de Kwai River brengt.
We laten de hippo’s achter ons en zien even verderop twee
buffels. Terwijl we rond kijken valt ons op hoeveel antilopensoorten en andere
dieren we gelijktijdig kunnen zien.
Roan, sable, impala, eland, kudu, reedbuck, waterbuck,
buffel, olifant, en warthogs. Tien soorten dieren gespot in één keer. Volgens Heiko
een uniek moment dat hij nog niet eerder heeft meegemaakt.
Via de public campsite bij North Gate rijden we naar onze
Hatab site. Het laatste stukje rijden we langs de Kwai River waar giraffes hun
dorst lessen. Door de groene vegetatie langs de rivier, zie je precies hoe de
Kwai River zijn weg zoekt door het goudgele landschap. Een giraffe spreidt zijn
voorpoten om vervolgens voorzichtig door de knieën te gaan. De typische maar
riskante houding voor een giraffe om wat te drinken. Ze zijn dan het meest
kwetsbaar voor roofdieren.
Door een strookje bos wordt onze campsite gescheiden van de
Kwai River. We zetten onze tenten op en pakken onze stoeltjes om aan de Kwai
River een biertje te drinken en het dagboek bij te werken.
Het water dat we voor de bushdouche nodig hebben, wordt uit
de rivier gehaald. Vanaf de campsite hebben we uitzicht over een vlakte. De zon
zakt al behoorlijk en laat de verschillende kleuren geel en bruin mooi
uitkomen. Een fantastisch gezicht.
25/9 Moremi NP (Kwai camp Hatab 3)
Het is 05.00 uur en nog behoorlijk fris. We gaan onze tent
uit en om het kampvuur drinken we ons eerste bakje koffie. Vannacht hebben we
hippo’s en leeuwen gehoord. Ook is er een olifant dichtbij de campsite geweest.
Tijdens de ochtend gamedrive proberen we de leeuwen, die we vannacht gehoord
hebben, op te sporen.
We zijn net onderweg wanneer we een familie ground horn
bills passeren. We rijden langs de rand van het bos en turen over de vlakte
links van ons. Ik meen, onder een boom op de vlakte, een silhouet van een
cheeta te zien. Eerst moeten we nog een stukje de weg volgen om vervolgens de
vlakte op te kunnen draaien. De zon verschijnt net als de vorige ochtenden als
een vuurrode bol boven de horizon. Op de rand van het bos en de vlakte blijven
we kijken hoe de zon op komt. Twee mannetjes olifanten lopen statig onze kant
op. Snel zoeken we een plekje om de olifanten onder de nog altijd rode zon te
fotograferen. Het lukt en we rijden richting de plek waar ik dacht een cheeta
te herkennen. Het blijkt om een boomstam te gaan.
We rijden door en komen bij een splitsing van wegen. Even
wachten we. Het is net alsof we afwegen waar we de meeste kans hebben om
roofdieren tegen te komen. Heiko staat op het punt om rechts af te slaan. Ik
zie links van ons, op een paar honderd meter, een auto stilstaan en maak Heiko
daarop attent. We besluiten het er op te wagen en rijden die kant op. Via een
lus bereiken we de Kwai River weer.
De weg langs de rivier brengt ons naar de plek waar we de
auto zien staan. Van afstand zien we het al. Een leeuw staat op een termietenheuvel.
Terwijl we naderen loopt ze van de termietenheuvel af en gaat liggen. Dan zien
we dat er nog meer leeuwen zijn. We zetten de motor af. In ons enthousiasme
gaat er één van ons te snel opstaan waardoor de dichtbij de auto liggende leeuw
schrikt en wegloopt.
De leeuw loopt richting de vier andere leeuwen. Ze zijn aan
het spelen met, wat wij denken, een takje. Nu zien we dat er nog meer leeuwen
zijn. Bij elkaar komen we nu op tien leeuwen.
Ze jagen elkaar achterna, haken elkaar pootje, vallen over
elkaar heen en begroeten elkaar. Kortom, er gebeurt heel veel. Nu zien we ook
dat één van de leeuwen, in plaats van een takje, een gewei van een impala in de
bek heeft. Duidelijk zijn de ribbels en de ronding in het gewei te zien. Het
gewei hangt aan een uiteinde in de bek en parmantig loopt de leeuw er mee heen
en weer. Al met al kost dit veel fotorolletjes en videotape. Voor de rest van
de reis heb ik nog maar één videotape over. Ik hoop dat het genoeg is. Zoals
het de laatste dagen gaat, zou het wel eens spannend kunnen worden.
Na een klein uurtje verlaten we de leeuwen. Eigenlijk
verlaten ze ons want ze trekken zich wat verder terug van de weg. We keren de
auto en rijden langs de rivier weer terug. Een paar hippo’s hebben het
verkoelende water opgezocht.
Ook hier stoppen we even. Langs de Kwai River staan verder
impala’s, lechwe’s en verschillende vogels en krokodillen.
Aan de overkant zien we Kwai River Lodge liggen. Hier slaan
we rechts af en verlaten het riviertje. Wanneer we de bocht om zijn, zien we een
groep kudu’s. De weg brengt ons naar een bos waarvan het lijkt dat alle bomen
op een hoogte van ongeveer anderhalf á twee meter zijn afgetopt. Ik vraag aan
Heiko hoe dit komt. Natuurlijk ligt het voor de hand dat olifanten hier een rol
in spelen. Verder geeft Heiko aan dat ook de bodemsoort hier debet aan is. In
een soortgelijk gebied komen we een uurtje later een kudde van ongeveer duizend
buffels tegen. Een imposant gezicht.
We rijden nog een rondje in deze omgeving en zien de nodige
dieren. Tegen 11.00 uur bereiken we weer het gebied waar we de tien leeuwen
hebben gezien. Er staat nog steeds één leeuw. De rest zien we niet meer.
Terug op de campsite is er, na de lunch, tijd voor een
siësta. De temperatuur is weer opgeklommen naar grote hoogte en met een natte
handdoek of sarong proberen we ons koel te houden. We blijven veel drinken.
Zoals gebruikelijk trouwens. De voorraad met drank is echter nagenoeg op.
Vooral aan frisdank is een gebrek. Komt dit omdat al het bier, dat we gedurende
de reis steeds inslaan, teveel ruimte in neemt? Vlak buiten het park proberen
we de voorraad aan te vullen. Met deze aanvulling proberen we voldoende drank
voor de rest van de reis te hebben. Het kleine winkeltje is meteen door de
voorraad met cola heen.
De gamedrive van vanavond staat vooral in het teken van het
op zoek gaan naar een luipaard.
Natuurlijk weet je dat je dat niet op een presenteerblaadje
mag verwachten. We gaan in ieder geval wel naar een gebied waar een luipaard
vaak gespot wordt. Een luipaard staat echter wel op ieders verlanglijstje.
We rijden vanaf de campsite richting het gebied ten westen
van de North Gate nabij Tsaro Lodge. Hoewel we de nodige dieren zien, is het
aanbod niet overweldigend.
Wel zien we giraffes, zebra’s, kudu, olifant, impala’s,
lechwe, african fisch eagle, etc…., maar de omstandigheden zijn weinig
spectaculair. Nou zijn we natuurlijk de laatste dagen ook wel erg verwend. Vlak
onder het bladerdak van een acacia zien we nog een Giant Eagle Owl.
Via de public campsite rijden we richting het gebied dat we
vanmorgen ook bezocht hebben. Gaan we nog eens naar de plek waar we de leeuwen
gezien hebben?
Sjaak moet plassen.
Op een open plek krijgt hij die kans. Hij gaat vlak achter de auto staan.
Gelijktijdig horen we de alarmsignalen van de impala’s die even verderop links
voor onze auto staan. Het is een soort briesend geluid. We manen Sjaak tot
haast en wanneer hij weer instapt, rijden we richting de impala’s. De impala’s
staan allemaal één kant op te kijken.
Blijkbaar moet er iets zijn waar ze angstig voor zijn. Ze
geven nog steeds de alarmsignalen. Plassende Sjaak kan het dus niet zijn
geweest wat de impala’s verontrust.
Ze staan links van onze auto en turen naar iets wat rechts
van onze auto moet zijn. Zouden de leeuwen zich naar hier verplaatst hebben? We
zoeken de struiken af. Voorlopig zien we niets. Dan roept Hendri, “daar een
luipaard”. En ja hoor, tussen de bosjes komt een luipaard aangelopen. De
luipaard loopt de tegenovergestelde richting op als wij staan en snel keert
Heiko de auto. De luipaard komt tussen de struiken vandaan en loopt nu over de
weg. We rijden rustig met haar op. Het is prachtig om te zien hoe de luipaard
in alle rust zijn weg vervolgd. Ze bereikt een gebied met struikjes. We rijden
er om heen in de hoop haar later weer te kunnen volgen. Gelukkig komt ze aan de
goede kant de struiken (wilde sage) weer uit. Door dit te doen, bereikt ze weer
een open vlakte. Ook hier staan impala’s. De impala’s zien de luipaard meteen
en geven ook het alarmsignaal. Het doet de luipaard niets. Hij is duidelijk
niet op jacht maar maakt, met een mooie krul in haar staart, een rondje door
het territorium. De luipaard loopt nu richting een bosrand. Wanneer je denkt
dat de impala’s wel vluchten, niets van dit. Sterker nog. Ze lopen richting de luipaard
en tonen zo dat ze niet bang en gezond zijn. Telkens onder begeleiding van het
alarmsignaal. De luipaard verdwijnt in het bos en weer moeten we omrijden om
haar aan de ander kant van het bos weer op te pikken. Ze komt echter niet meer
te voorschijn. We wachten even. Na een paar minuten lijkt het er niet op dat ze
nog komt.
Mijn aandacht verslapt wat en ik begin de rest van de
omgeving te verkennen. Aan de andere kant van de auto staat op ongeveer
honderdenvijftig meter een olifant onder een boom. Ik pak mijn videocamera en
begin te filmen. Met de slurf reikt de olifant naar de onderste takken van de
boom. Ze komt er net niet bij. Net wanneer ik het rode knopje van de
videocamera wil indrukken gebeurt er iets wonderbaarlijks. De olifant gaat op
haar achterpoten staan en pakt met haar slurf de onderste tak. Door haar
gewicht knapt de tak als een luciferstokje wanneer ze haar voorpoten weer naar
beneden laat zakken. Ongelooflijk. Wat gebeurt hier toch allemaal in dat Moremi
NP.
We denken terug aan de rommel die we in Central Kalahari GR
en de keren daarna hebben opgeruimd. Toen zeiden we al, “wie wat voor de natuur
doet, krijgt daar wat voor terug”. We worden inderdaad rijkelijk beloond.
Niet iedereen in de auto heeft dit huzarenstukje gezien en
ik kan me voorstellen dat ze het ook niet geloven. Met mij heeft Corné het ook
op tape staan en we laten iedereen meegenieten.
Wat een dag. Dachten we dat gisteren niet meer overtroffen
kon worden, krijgen we dit alles voorgeschoteld. Eerst de leeuwen, dan de duizend
buffels en als laatste de confrontatie van de impala’s met de luipaard en in de
onmiddellijke omgeving de olifant op haar twee achterpoten. Een bedwelmend
gevoel van tevredenheid maakt zich van ons meester.
De dag kan gewoon niet meer stuk. Zoals de hele reis
trouwens. We gaan maar terug want wat mag je nog meer verwachten.
Op de campsite aangekomen drinken we er eentje op het succes
van al onze ervaringen. Bij eentje blijft het trouwens niet. Het eten is niet
veel later klaar. We zitten met ons allen met de bordjes op schoot te eten.
Opeens geeft iemand het signaal dat er een hyena in het kamp is. Het is
ondertussen al donker en met een zaklantaarn gaan we op zoek. Al snel vangt het
licht van de zaklantaarns de ogen van de hyena. Zodra we dicht in de buurt
komen van de hyena, verdwijnt ze. Niet voor lang trouwens. Ze blijft
nieuwsgierig en wacht natuurlijk net zo lang tot ze iets onbeheerd ziet liggen
en dan het liefst iets eetbaars. Nu vindt een hyena al snel iets eetbaar.
Opportunistisch als de hyena is, blijft ze de hele avond bij ons in de buurt.
Voor de nacht ruimen we alles extra goed op. Nauwelijks
liggen we in onze tent of ik hoor, vlak bij de tent, de stappen van de hyena
door de op de grond gevallen bladeren. Ik rits de tent iets open en kijk of ik
wat kan zien. Op ongeveer zeven meter van de tent komt de hyena de campsite
weer op lopen. Ze loopt vlak voor de tent langs. Korte tijd later horen we dat
de hyena de afvalbak van de trailor trekt. Door het geluid komt Shadow meteen
de tent uit om de hyena nog eens weg te jagen. Tijdelijk natuurlijk. De troep
wordt opgeruimd en nog beter opgeborgen. Zonder de illusie te hebben dat de
hyena voorgoed weg is, vallen we in slaap.
Chobe en Savuti
26/9 Moremi NP (Kwai camp Hatab 3) – Savuti (Hatab 24)
Tijdens het ontbijt is de hyena natuurlijk onderwerp van
gesprek. Vandaag staat een honderdtwintig kilometer lange rit naar Savuti in
Chobe NP op het programma. We gebruiken de hele dag als gamedrive. In
tegenstelling tot gisteren moeten we dus eerst de campsite afbreken, alles
inladen en dan kunnen we op zoek naar de wilde dieren.
Om te beginnen gaan we nog een keer naar de plek waar we
gisteren de leeuwen hebben gezien. Voor we de plek bereiken, zien we al
leeuwensporen. We volgen de sporen. Waarschijnlijk zijn de sporen van de
leeuwen die we zoeken. Rechts van de weg staan drie warthogs. Eén daarvan is
een mannetje met enorme slagtanden. Even verderop staat een groep impala’s. We
rijden er midden door heen en de impala’s blijven rustig staan. Nog steeds
worden we vooraf gegaan door de sporen van de leeuwen.
De weg wordt voor ongeveer tien meter onderbroken door
ondiep water. We rijden er gemakkelijk doorheen. Ook de leeuwen moeten dit
hebben gedaan want even verderop liggen ze. In eerste instantie zien we er één.
Dan staan er meer leeuwen op tussen de wilde sage en ze verplaatsen zich naar
de andere kant van de struiken.
We volgen ze en zien er nu meer. Het is inderdaad de groep
van gisteren. We krijgen nog even de gelegenheid om van ze te genieten. Wanneer
ze zich weer verplaatsen besluiten we richting Savuti te gaan.
We steken de Kwai bridge over. Zo snel mogelijk proberen we
de Kwai River weer op te zoeken om langs deze rivier richting Chobe NP te
rijden. Kwai River ontvangt zijn water vanuit Angola en eindigt een paar kilometer
over de grens van Moremi en Chobe NP.
De rivier heeft nog behoorlijk wat water en heeft
aantrekkingskracht op veel dieren. Daarom nemen we deze route in plaats van de
reguliere weg naar Savuti. Langs beide oevers is een smalle strook groen wat
onmiddellijk weer overgaat in geel gras of een dor achterland. Af en toe zitten
er aan een boom of struik nog bladeren. Impala’s, saddle bild storks, african
fish eagles, kudu’s, waterbuck en giraffes zijn een aantal dieren, die we zien.
Aan de overkant van de rivier staat een auto stil en er
zitten gieren in de boom. Daar moet wat te zien zijn. We kunnen er echter niet
komen. Het water is net te diep. Iets later worden we er door een andere gids,
met keurig geklede toeristen achter zich, op gewezen dat even verderop twee
cheeta’s zijn. We moeten daarvoor over een paar honderd meter even de oever af
en ergens onder een boom moeten de cheeta’s liggen. Op de aangegeven plek
verlaten we de rivier en gaan op zoek. De grond is verre van vlak en we worden
flink door elkaar geschud. We hebben het er natuurlijk voor over en iedereen is
inspannend op zoek naar de cheeta’s. Voorlopig zien we ze nog niet. Even maken
we een bocht naar links. Dan horen we Hendri roepen, “daar liggen ze”. Ja
warempel, daar liggen de twee prachtige cheeta’s. Ze voelen zich duidelijk niet
op hun gemak met onze aankomst. Heiko probeert daarom eerst het vertrouwen van
de cheeta’s te winnen door ze heel voorzichtig te naderen. Bij het minste of
geringste staan de cheeta’s op. Dus wacht Heiko tot ze weer gaan liggen om dan
weer een paar meter vooruit te kunnen rijden. Deze tactiek werkt gedeeltelijk
en we kunnen de cheeta’s tot op korte afstand naderen. De grond is echter te
ruig waardoor de auto, de trailor en de rond draaiende banden vrij veel bewegen
en geluid maken. De cheeta’s houden het voor gezien. Ze lopen niet in paniek
weg. Nee, als roofdier doe je dat rustig en blijf je uitstralen dat je alles
onder controle hebt. Zo gebeurt het ook en de cheeta’s verdwijnen het bos in
waar we ze niet meer kunnen volgen.
Terug bij de rivier volgen we de Kwai richting Chobe NP.
Naarmate we Chobe NP naderen, zien we dat het water in de rivier lager wordt.
Een klein wit bord laat ons weten dat we Moremi achter ons hebben gelaten en nu
in Chobe NP zijn. Nog een paar kilometer en dan zal de Kwai River geen water
meer met zich mee dragen.
Chobe NP laat meteen zien waar het zo bekend om is.
Olifanten. Langs de weg staan een paar grote mannetjes olifanten. We passeren
ze. Dan komen we aan het einde van Kwai River. Het water is overgegaan in een
paar grote modderpoelen. Hier staan nog meer mannetjes olifanten. We staan
tussen de olifanten en de modderpoel in. De olifant die het dichtst bij ons
staat heeft duidelijk al een modderbad gehad. Zijn hele lichaam glimt van de modder.
Hij staat nog geen tien meter van de auto zijn lichaam langs een boom te
schuren. Het schurende geluid van de huid van de kolossale olifant tegen de
grote boom heeft een laag ritme. Ik zal het geluid nooit vergeten. Vol
zelfvertrouwen gaat de olifant door met het reinigen van zijn huid. Hij stoort
zich niet aan ons. De olifant geniet duidelijk en wij ook. Er staan nog een
paar olifanten iets verder van de weg. Er komen nog twee olifanten aan lopen.
In een rustige maar gestage tred zoeken ze de modderpoel op. Ook onze aandacht
gaat nu naar die olifanten. Terwijl de olifant achter ons nog rustig doorgaat,
zoekt één van de twee nieuwkomers meteen het bad op.
Even wordt de modder gekeurd door met zijn slurf wat modder
over zich heen te gooien en dan gaat het volwassen mannetje languit in de
modder liggen. Vervolgens gaat hij weer staan en begint met zijn voorpoot door
de modder te roeren. Niet zachtjes. Nee, de olifant gaat flink te keer en de
modder wordt meters omhoog geschopt.
Het is duidelijk dat de olifant hier opgewonden van raakt.
Dat bevestigt hij met een luid getrompetter. We zouden de olifant achter ons
bijna vergeten. Ik kijk even om en net op dat moment schut hij met zijn kop. De
met modder besmeurde oren worden geschud en de slurf in de lucht gestoken. Dan
loopt hij naar zijn soortgenoten en wij kijken weer naar de modderpoel. Nog
steeds is de olifant met de modder aan het spelen. We zijn duidelijk op het
goede moment op de goede plaats. Regelmatig spreidt het grote kind de oren.
Hij raakt steeds meer opgewonden en krijgt steeds meer
aandacht voor ons. Wil hij spelen? Die indruk krijgt Heiko wel en hij wil niets
aan het toeval over laten. Er zit nog wel een respectabele afstand tussen de
olifant en ons maar de auto wordt alvast gestart. Deze olifant is beduidend
groter dan de olifanten die ons een paar dagen geleden achterna zaten. Het ziet
er niet naar uit dat we in gevaar komen. De olifant vestigt zijn aandacht weer
op de modder maar het einde van het modderbad is in zicht. Al met al hebben we hier
een half uurtje een fantastisch toneelstuk opgevoerd gekregen en is dit voor
ons een mooi moment om te vertrekken.
Naarmate we Savuti
naderen wordt de weg eentoniger. Westelijk van de weg staat een Mopane bos.
Oostelijk van de weg zie je voornamelijk acacia struiken en boompjes. Gebieden
met gekortwiekte en dode bomen wisselen deze vlaktes met struiken af waar af en
toe een boom zijn plaats heeft gevonden. Onder één van die bomen gebruiken we
onze lunch. Terwijl we de lunch bereiden, zoekt een African wild cat de
bescherming van de struiken op. De zoveelste African wild cat die we op deze
reis zien. Waar hebben we dat aan te danken? Tijdens onze vorige reizen hebben
we er maar één gezien.
De lucht neemt dreigende vormen aan. Donkere wolken die
regen aankondigen. Zo af en toe horen we het gerommel van onweer. We moeten nog
hout zien te vinden voor de komende dagen. Het gebied nodigt niet uit om veel
hout te sprokkelen. Toch krijgen we nog een bevredigende hoeveelheid bij
elkaar. We laden het op de trailor en stappen snel in. Bliksemschichten laten
zich aan de horizon zien en de regen komt dreigend dichtbij. Met het dak op en
de ramen in de auto rijden we door. Nauwelijks rijden we, wanneer de regen
meteen plassen vormen in de zonet nog droge kuilen van de weg. De weg wordt ook
gladder en we slingeren. De personen voor in de auto ontkomen er niet aan en
worden ook nat. Ze schuiven wat meer naar het midden van de auto.
Miriam doet dit wat te laat. Omdat Heiko even bij moet
sturen, wordt er door de banden een lading modder naar binnen gegooid. De regen
zorgt er voor dat er nog meer levendigheid in de auto ontstaat.
Voor de rest blijft het een monotone weg. Tegen vier uur
bereiken we Savuti. Op één van de eerste rotsen (kopjes) die we tegen komen kan
een rotsschildering bekeken worden. Natuurlijk doen we dat. Een klimmetje
brengt ons naar de rotsschildering toe. Veel om het lijf heeft het niet, maar
er zit natuurlijk een heel verhaal achter.
Nu ben ik geen held in klimmen en kom dan ook wat later aan
dan de gemiddelde klimmer. Waarschijnlijk heb ik daardoor ook de uitleg van
Heiko over de historie van de rotsschildering gemist.
Door de opgedroogde Savuti Channel rijden we naar onze
Hatabsite. Savuti Channel is al eens eerder opgedroogd. Dit was ongeveer tussen
1888 and 1957. Hierdoor heeft de camelthorn acacia in het kanaal de kans
gekregen tot een volwaardige boom uit te groeien. In de periode tussen 1966 en
1979 stroomde er weer water in de rivier en zelfs over de rand. De bomen
verdronken en sinds 1982 ligt de rivier weer volledig droog. Gevolg is dat er
nu allemaal dode bomen in de opgedroogde rivier staan. Een merkwaardig gezicht.
Van dit alles is zelfs een film gemaakt door Derek en Beverly Joubert’s.
Olifanten en impala’s zijn onze eerste gespotte dieren. Snel
maken we de campsite in orde om nog vlug even een korte gamedrive te maken.
Heiko heeft gehoord dat bij de waterhole leeuwen zijn gezien. De waterhole ligt
nauwelijks een kilometer van onze campsite vandaan. De lucht is nog steeds
dreigend met donkere regenwolken. Natuurlijk rijden we eerst rechtstreeks naar
de waterhole. Sporen van olifanten wijzen ons de weg. De lichtgekleurde sporen
van de olifanten zijn omgeven door het donkere, net nog nat geregende zand. De
olifanten bij de waterhole zien we al van een afstand. Dan zien we ook al de
eerste leeuwen. De groep ligt gedeeltelijk verscholen tussen de struiken.
Voorlopig spotten we veertien leeuwen. Twee volwassen zwaar bemaande mannetjes,
wat jongere mannetjes en vrouwtjes. Eén van de volwassen mannetjes heeft lange
donkere manen.
We krijgen te horen dat de groep een week geleden een
tienjarige olifant heeft gedood. Ergens tussen de struiken moet het kadaver
liggen.
We maken een rondje om de waterhole en tussen de omliggende
struiken. We zien wel een schedel maar of dat van de gedode olifant is?
Deze groep leeuwen staat bekend om de kwaliteit die ze
hebben om olifanten te doden. De zogenaamde “Savuti Elephant killers”. We
rijden nog even terug naar de waterhole. Het begint te regenen en te onweren.
De meeste leeuwen verschuilen zich tussen de struiken. Een net aan komen lopen mannetjesleeuw
sproeit urine om zo zijn territorium af te bakenen.
Het is al schemerig en we gaan terug naar de campsite.
Gelukkig is het tijdens het eten droog. Toch begint het even daarna weer te
regenen. We maken de tussenstand op van wat we tot op heden allemaal aan groot
wild gezien hebben. Bij elkaar vijfendertig leeuwen, acht cheeta’s, en één
luipaard. Dan nog de bijzondere dingen die op de verschillende campsites zijn
gebeurd en de spectaculaire acties zoals de twee vechtende leeuwen, de
drinkende leeuw, spelende leeuwen, badderende olifanten, de olifant op de
achterpoten, de ontmoeting tussen de luipaard en de impala’s, de bruine hyena,
de elf neushoorns, etc.. Heiko beoordeelt deze reis tot op heden met het cijfer
negen. Een beoordeling die perfect past bij onze gevoelens.
Terwijl we nog wat na zitten te praten om het kampvuur,
horen we de leeuwen een “roaring concert” geven. Volgens Heiko uniek wanneer je
de hele groep tegen elkaar aan hoort brullen. Heel indrukwekkend is het zeker.
27/9 Savuti (Hatab 24)
Het is nauwelijks voor te stellen dat dit verlaten en dorre
landschap eens volledig onder een inlandse zee verborgen ging. Geologisch zijn
de vijf hoofdkenmerken van dit landschap ingewikkeld met elkaar verbonden. De
kenmerken van Savuti zijn: de Magwikhwe sand ridge, de Mababe Depression, de
Savuti March met zijn dode bomen, de Savuti Channel en de kopjes. In de maand
oktober is Savuti het ruigste. Dieren zijn afhankelijk van de waterholes en `s nachts
zijn het brullen en het lachen van de hyena’s opwindend. Gisteravond hebben we
van de leeuwen al een concert gekregen.
Begrijpelijk gaan we vanmorgen ook het eerst naar de
leeuwen. Als ze er nog zitten natuurlijk. Gelijktijdig met onze aankomst bij de
waterhole komen er ook twee leeuwen uit de struiken lopen. Verder is er
niemand. We zijn ook met opzet heel vroeg op gamedrive vertrokken. Als er dan
al wilde dieren zijn, zijn ze het meest actief. De enige andere bezoeker aan de
waterhole is een olifant. Hoewel de olifant nog wel even met een dreigende
houding protesteert, komt er geen echte confrontatie. De leeuwin gaat wat
drinken. Daarna worden we verrast met een heuse speelpartij van de leeuwen. Ze
jagen elkaar wat op, rollen over elkaar heen en slaan met hun poten. De olifant
laat dit alles gebeuren en drinkt rustig door. Met het aantal minuten dat ik
nog aan film over heb, zijn dit slechte momenten. Ik kan haast niet stoppen met
filmen. Zo veel moois gebeurt er. Tussen de bedrijven door jaagt een leeuwin
nog een maraboe stork weg.
Vanuit de bush komt een derde leeuw aanlopen. Het is een
volwassen mannetje met volle manen. Hij gaat bij een termietenheuvel zitten en
bekijkt het hele schouwspel op een rustige en zelfverzekerde manier. Een echte
heerser. Eén van de leeuwen begroet hem en even probeert ze hem zelfs aan het
spelen te krijgen. Dit lukt niet en even statig als hij gekomen is, verdwijnt
hij weer in de struiken.
We rijden om de struiken heen om te kijken of we hem nog tegenkomen.
Het lukt en we staan nu op een punt waar hij recht op ons afloopt. Hij passeert
de auto en verdwijnt weer tussen de struiken. Opnieuw rijden we weer om de
struiken heen en daar ligt de hele groep leeuwen. Het mannetje heeft ons naar
zijn complete familie gebracht. De groep die we gisteren nog hoorden “roaren”.
Het aantal leeuwen overweldigt ons. We tellen er, inclusief
de leeuwen die bij de waterhole zijn achtergebleven, vijfentwintig. De hele
groep ligt tegen elkaar aan alsof ze elkaar warm willen houden. Bij de één ligt
de kop op de rug van de ander. Anderen liggen weer met de ruggen tegen elkaar
of half over elkaar heen. Een paar van de leeuwen staan op en anderen volgen.
Er komt wat meer actie. Poten en ruggen worden gerekt onder begeleiding van een
flinke geeuw. Het lijkt er op dat ze richting de waterhole gaan. Er zijn meer
auto’s gekomen.
Vier auto’s met toeristen zijn getuige. We weten de weg en
proberen de leeuwen weer op te pikken bij het pad tussen de struiken. Even
horen we wat gekraak van takken aan de ander kant van de auto. Het zijn kudu’s.
Zodra ze merken dat de leeuwen zo dicht bij zijn, maken ze dat ze weg komen. We
bereiken het pad en ja hoor, daar komen ze. Niet allemaal. Maar toch een flink
aantal vrouwtjes met een paar welpen. Vlak bij ons staan twee bomen. Bijna alle
vrouwtjes gaan even voor een boom zitten en zetten de voorpoten tegen de boom.
Vervolgens duwen ze de voorpoten zoveel mogelijk naar boven en drukken hun
lichaam zo dicht mogelijk tegen de boom aan. Zo rekken ze hun lichaam helemaal.
Ik heb een leeuw dit nog nooit zien doen. Soms zitten twee vrouwtjes naast
elkaar of tegenover elkaar te rekken tegen dezelfde boom. De ogen worden dan
samen geknepen en het moet voor de leeuwen een hele opluchting zijn om hun stijfheid
uit hun lichaam te rekken. Zijn dit nu die olifanten killers? Het lijkt er zo
niet op. Vlak bij de auto begint een jong vrouwtje met een welp te spelen. Het
gaat er soms niet zachtzinnig aan toe. Vooral het pootje haken is een favoriet
spelletje en zo af en toe wanneer ze wat verder uit elkaar zijn, komt de één
hard op de ander af lopen. Net op tijd gaat de ingehaalde leeuw dan liggen en
de ander springt er dan boven op. Ogen te kort, dat komen we.
Tegenover ons staat een auto met daarin een gids/chauffeur
en twee Japanse toeristen. Ook zij kijken richting de spelende leeuwen. Ze zien
niet dat achter hun een leeuwin aan komt lopen. De leeuwin blijft schuin achter
de auto staan. Op nog geen meter. Met opgeheven hoofd kijkt ze bij de open jeep
naar binnen. De inzittenden hebben niets door en zijn alleen maar
geïnteresseerd in wat er verderop gebeurt. Wat zullen ze schrikken als ze
omkijken. Gelukkig verliest de leeuwin haar interesse en loopt naar de andere
leeuwen toe.
Nu pas komt de leeuw bij de Japanners in beeld en wijzen ze
naar de leeuw. Ze moesten eens weten waar de leeuw een paar seconden geleden
nog stond.
De meeste leeuwen lopen weer naar hun rustplaats. Voor ons
is dat het teken om Savuti marsh te verkennen. Het gras op de marsh is goudgeel
met verspreid over de vlakte dode bomen en groene acaciastruiken. Vooral de
eilanden met de acacia’s zijn de favoriete verblijfplaats van leeuwen. We
krijgen ze niet te zien. Het zou ook te veel van het goede zijn en
waarschijnlijk hebben we alle leeuwen in de nabije omgeving al lang gezien. Het
andere wild laat zich ook nauwelijks zien. Wat dat betreft zitten we ook niet
echt in het goede seizoen. Savuti Marsh is het meest afgelegen gedeelte van de
Mababe Depression.
December, januari en februari zijn de beste seizoenen om
hier veel wilde dieren te zien. Het nadeel is dan dat de kleigrond het rijden
hier erg moeilijk maakt. Niet veel wilde dieren dus. We rijden om de marsh heen
en bereiken een andere waterhole. Een paar giraffes staan in de buurt. Twee
volwassenen en twee kleintjes. Nauwelijks staan we stil of vanuit de verte zien
we een kudde olifanten aankomen. Elke meter dat ze de waterhole naderen is een
teken voor de olifanten om meer vaart te maken.
Ze zijn duidelijk opgewonden nu ze het water binnen bereik
hebben. De kudde is ongeveer twintig olifanten groot. Van groot tot klein.
Gulzig wordt het water met de slurven naar binnen gebracht. Daarbij vergeten de
oudere olifanten niet de jongeren steeds te beschermen.
De ochtend maakt zowat plaats voor de middag. Tijd om terug
te gaan naar de campsite. Al met al heb ik nog maar een half uur film over.
Nooit genoeg voor nog een dag Savuti en een paar dagen in het noordelijke deel
van Chobe NP. Heiko krijgt mee dat ik met dat probleem zit. Hij stelt voor om
bij een lodge langs te gaan in de hoop dat in het kampwinkeltje misschien een
passende tape te koop is.
Na de lunch slaap ik een uurtje bij. Ik word gewekt wanneer
een olifant op ongeveer twintig meter voor mijn tent, door de struiken, loopt.
Tegen drie uur vertrekken we voor de volgende gamedrive.
Eerst halen we water en dan gaan we vlug even naar de lodge. De lodge ligt niet
eens zo ver van de waterhole. Heiko vraagt eerst of we, met een paar dagen
smeer op ons, van het winkeltje gebruik mogen maken. Misschien past het niet
wanneer we met ons uiterlijk de rust van de welverzorgde toerist verstoren.
Gelukkig is het geen probleem en wanneer ze ook nog de juiste tape hebben, kan
ik mijn geluk niet op. Laat de wilde dieren maar weer komen. Ik kan weer
vrijuit filmen.
Vanzelfsprekend rijden we eerst naar de waterhole om te
kijken of de leeuwen er nog zijn en of er nog actie is. De leeuwen zijn er,
maar van actie is geen sprake. De groep leeuwen heeft zich gesplitst. Een deel
van de groep ligt nu in de schaduw van een boom aan de andere kant van de
waterhole. Geef ze eens ongelijk. In hun buurt is een cameraploeg van National
Geographic, die hier al een paar dagen filmt. De cameraploeg mag in
tegenstelling tot ons van de weg af en ook vierentwintig uur per dag filmen.
Het schijnt dat ze dan ook spectaculaire opnames hebben van
de gedode olifant. Wat we gehoord hebben is dat in de nacht dat de olifant
gedood is één van de drie volwassen mannetjesleeuwen in het karkas van de
olifant is gekropen. Toen hij uit het karkas kwam moet hij helemaal onder het
bloed hebben gezeten. De kop helemaal rood van het bloed en met ogen die in
licht van de cameralamp weerkaatsten. Het moet een magnifieke opname zijn. Ik
hoop dat we die uitzending in ieder geval niet missen.
Zowat een jaar later wordt ik door Anja gewezen op de
website van National Geographic en daar valt het volgende verhaal te lezen.
At an African Water Hole, Field Notes From Author, Dereck
Joubert
We have witnessed a number of lion attacks against
elephants, so we’re accustomed to seeing that moment when the spark of life
leaves the victim’s eyes. The female elephant we were watching had reached that
point. She just gave up completely and sank to her knees with eight lions on
her. She started to roll over when she heard another elephant in the darkness.
Suddenly the life came back into her eyes. She rose up off the ground and
started swinging and fighting back. Eventually she got enough strength to get
back on her feet, throw the lions off, and run away. She survived! We couldn’t
help but cheer.
We had a particularly hard time because to follow lions and
elephants at night we had to be up the whole night. We started working about 4
p.m. and continued until about 9 or 10 the next morning. We weren’t getting any
decent sleep because it was so hot during the day, so we started to feel the
fatigue. We were there for 11 weeks, and by the end we were completely bushed
and making bad mistakes. There were times when we worked ten nights in a row
without any sleep, and very often we ended up nodding off and missing an
attack. We’d wake up and find that the lions were already on an elephant. That
happened four or five times! After a while we began to lose our memory. Once we
were checking through customs and the agent asked our birthdays. We looked at
each other because we didn’t know. We had to check our passports.
One evening we were sitting in the dark waiting to witness
an attack. Elephants were all around, and lions were drinking from a pool of
water. When the lions began to move away, we thought they would not be hunting.
One male lion in particular went off into the dark. A few hours passed, and we
heard the lion calling and coming back. So we got inside our open-door vehicle
and prepared to see an attack after all. The lion kept calling and getting
closer. Then he came into the vehicle where we were sitting. We’re very
familiar and comfortable with these lions, so we just watched him. When he
suddenly disappeared from our vision, we thought he had gone off to drink
again. Then, in the next moment, he was coming straight at me.
He tried to snatch me out of the vehicle! It didn’t make
sense because we were just sitting there quietly, but clearly something had
happened in the dark that got him riled up. I managed to move my foot and felt
his paw brush past it. It’s strange, though. We worked for another three or
four weeks with the same lion, and he never did that again. You never know
what’s going on in their minds or how to predict their moods.
At an African Water Hol, Field Notes From Photographer,
Beverly Joubert
We had many opportunities to get close to the elephants at
the water holes, but the best experiences were when they came over to
investigate us. An elephant once came so close that he actually put his trunk
in the vehicle and started smelling around to see what was in there. He could
smell the water stored on top of the vehicle, so he put his head there to try
to get to the fresh water. It’s pretty special when they explore us and accept
us into their territory.
I can’t emphasize enough how bad the sleep deprivation was
on us. Eventually we decided that one of us would stay awake for two hours
while the other slept. If something happened, we would wake each other. But
even with that we often got only two or three hours of sleep. We tried to sleep
a few hours during the day, but it was so incredibly hot. At night the
temperatures were still awful. It took a huge toll on my body. My immune system
was very weakened, and I picked up a lot of parasites and got very ill.
An elephant’s carcass lasts more than eight days and nights.
Derek and I sit there the whole time documenting what happens. It’s pretty
intense. Lions come in to feed and have territorial fights. Then hyenas take
over. You can imagine the incredible smell from a huge elephant. The odor is
pretty putrid. It not only attracts a lot of other animals, but it permeates
our skin, hair, and clothing. During the day we left the area to take a shower,
but we didn’t realize how penetrating the smell was. On one occasion a group of
tourists invited us to join them at their camp so we could have a decent meal.
We accepted, but they asked us to take a shower before we got there. It was
embarrassing.
National Geographic
Nu ligt de filmcrew in een, tussen de auto’s hangende,
hangmat te rusten. Net als de leeuwen.
Wij gaan Savuti Channel verkennen. Het is nog behoorlijk
warm wanneer we over de oever van de drooggevallen rivier rijden. Door de jaren
heen heeft zich een pad gevormd in de rivier waardoor je in de rivier kunt rijden.
Verschillende paden naar beneden geven je die toegang. We naderen één van die
paden. Plagend zegt Wilfred tegen Heiko, “hmm, nice road”.
Heiko bedenkt zich geen moment. Net iets te laat zet hij de
bocht naar de bodem van Savuti Channel in. Het pad is redelijk stijl en Heiko
kan net de bocht niet maken. Hierdoor komt hij in de buitenbocht op een
verhoogde rand te staan.
Hier staat een struik hem in de weg. Door rijden is
eigenlijk geen optie en Heiko gooit de auto in de achteruit. Door het mulle
zand krijgt de auto echter geen grip en achteruit rijden zit er niet in. Dus
dan toch maar vooruit en door de struik. Langzaam probeert Heiko het en het
lijkt te lukken. Maar niets is minder waar. Plotseling voelen we dat de auto
contact met de grond verliest.
Met de woorden “fuck, fuck, fuck”, zet Heiko het kantelen
van de auto in. Het gaat allemaal heel langzaam. Maar o zo zeker.
Daar gaat de auto en er is geen weg meer terug. Boven aan de
helling kiept de auto naar links. Het lijkt allemaal in super slow motion te
gebeuren. Iedereen heeft tijd genoeg om zich schrap te zetten. De zwaartekracht
doet zijn werk en alles wat los in de auto ligt maakt dezelfde beweging naar de
grond als ons. Folders, boeken, drank, kleding, etenswaar, een schop en nog
veel meer spullen vallen door elkaar. En dan ……, dan liggen we boven aan de
helling met de punt van de auto schuin naar beneden. Een vlugge blik om ons
heen laat ons weten dat het met iedereen wel ok is. Alleen Margreet ligt nog
even klem maar is snel uit haar benarde positie bevrijd. Eerste fototoestellen
worden gepakt en ook mijn video moet er aangeloven om het resultaat van de
kanteling te filmen. Iedereen kan er eigenlijk wel om lachen en we zien het
avontuur er wel van in. Iedereen behalve één. Heiko. Hij is wel eens eerder
gekanteld maar nog niet eerder met klanten in de auto. Ellen heeft wel wat last
van haar nek. Dit had allemaal veel erger af kunnen lopen. Stel dat we in deze
open auto de helling waren afgerold.
Daar moeten we maar niet over nadenken. Alle spullen worden
gepakt en verzameld. Er blijft natuurlijk wel een probleem over. Hoe krijgen we
de auto weer snel op zijn vier wielen? Gelukkig lekt de auto nog geen olie of
benzine. Al te lang mag de auto zo natuurlijk niet blijven liggen. Na een
eerste inspectie pakken we een touw. Tegen beter weten in natuurlijk. De auto
krijgen we nooit met ons allen overeind getrokken. Wat nu? Wordt dit echt in
het wild overnachten? Met al die leeuwen in de buurt van de waterhole, staan de
meeste auto’s natuurlijk daar. Het geluk is echter met ons en vrij snel komt
aan de andere kant van de rivier een Jeep aanrijden. Wat zullen die mensen
denken. Ze begrijpen het probleem en komen naar ons toe. Heiko moet de
gids/chauffeur echter wel overtuigen om hem met de jeep weer overeind te
trekken. Bij de beste man is de angst aanwezig dat hij meegetrokken wordt de
helling af.
Klaarblijkelijk heeft Heiko genoeg overtuigingskracht en na
toestemming te hebben van zijn klanten worden we geholpen. Het is eigenlijk zo
gebeurd en voorzichtig komt de auto weer op vier wielen te staan. We bedanken
onze bevrijders en beginnen met het inladen van de auto. De schade valt mee.
Alleen de linker bovenkant van de auto is wat verbogen en we hebben een lekke
band.
Terwijl de band geplakt wordt, zien we even verderop een
olifant op de oever staan. Natuurlijk, wilde dieren waren er ook nog.
De schemering zet al in en
we besluiten dat het voor vanavond wel mooi is geweest. Nog even naar de
waterhole. Hier staan een paar olifanten te drinken en met een laatste blik op
de leeuwen die nog steeds onder de boom liggen, vertrekken we naar de campsite.
Het was weer een bijzondere dag.
28/9 Savuti (Hatab 24) – Nogatsaa (Tjinga Pan of Tchinga Pan)
Het is ongeveer twee uur in de nacht. Gisteren hoorden we de
leeuwen een concert van brullen geven. Vannacht hoor ik ze weer. De geluiden
zijn nu anders. Het is net het geluid van schransende roofdieren. Zouden ze een
prooi hebben? Zo af en toe hoor je hoe een leeuw een andere leeuw afsnauwt.
Vervolgens gaan de geluiden over in een constante reeks van schrokken. Zoals
dat bij leeuwen gaat.
Tijdens het ontbijt om het kampvuur in de vroege ochtend
lijkt het er op alsof ik de enige ben die het gehoord heeft. Zou ik gedroomd
hebben? Om zes uur vetrekken we voor onze laatste gamedrive in Savuti.
Natuurlijk gaan we eerst naar de waterhole. Net als de vorige ochtend komen we
samen met een paar leeuwen aan bij de waterhole. Het is net of het afgesproken
is.
Het is nog lekker vroeg en we zijn de enige getuigen. De zon
moet nog boven de horizon verschijnen. Bij de bezoekende leeuwen zijn nu ook
twee welpen en twee van de volwassen mannetjes. Ze lopen recht op de waterhole
af om hun dorst te lessen. Iets wat ze wel vaker doen nadat ze gegeten hebben.
Het vrouwtje dat de jongen en de mannetjes begeleid wil ook drinken. Het lukt
haar niet. Ze kan het water met haar tong niet naar binnen dragen. Er is iets
wat haar tong blokkeert om contact met het water te zoeken. Een paar keer
probeert ze het. Het is een mooi gezicht hoe al de leeuwen voorover gebogen
drinken.
Niet eerder hebben we dat op onze reizen gezien. De eerste
keer was in Nxai en nu zitten er een stuk of zes leeuwen, van groot tot klein,
vlak voor ons te drinken. Behalve het vrouwtje dus dat het steeds blijft
proberen. Wat is dat toch wat ze in haar bek heeft? Dan zien we het. Het is een
stuk bot wat zich klem heeft gezet tussen haar tanden. Ze heeft er duidelijk
last van en ze probeert op verschillende manieren het bot kwijt te raken.
Uiteindelijk lukt het en kan ook zij drinken. Zou er vannacht dus echt een
prooi verslonden zijn?
De zon komt tevoorschijn en zorgt voor een prachtige
goudgele gloed. De waterhole is omgeven door platgetrapt en uiteen gevallen
olifantenpoep. Ook deze lichtbruine kleur maakt het totaalbeeld qua kleuren
helemaal af. Zeker wanneer de leeuwen ook nog beginnen te spelen en vol leven
zitten, ontkomen we er niet aan weer veel foto’s te maken. Wat een geluk dat ik
nog aan videobandjes kon komen. De twee welpen besluipen en bespringen elkaar.
Ook de volwassen leeuwen zijn actief. Ondertussen komen meerdere leeuwen naar
de waterhole en lossen de vroege vogels af. Nog steeds staan we als enigen van
dit alles bij de waterhole te genieten. De leeuwin begint weer met het bot te
spelen. Opnieuw komt het bot klem te zitten maar nu kan ze het bot vrij snel
weer uit de beklemmende positie los krijgen. Eén van de welpjes is op een dode
boomstam gaan liggen. Precies voor onze auto. Ogen komen we te kort. Er gebeurt
van alles. Een leeuwin komt onze kant op lopen en met een boogje passeert ze de
auto, in haar volle lengte, op nog geen meter. Ze kijkt even omhoog. Wat je dan
door je heen voelt gaan is een tegenstrijdig gevoel van kalm blijven en van
zoveel en zo snel mogelijk achteruit gaan zitten. Zo doordringend kan een leeuw
kijken. Je moet er ook niet aandenken dat ze met de voorpootjes even
nieuwsgierig in de auto komt kijken.
Het welpje springt van de boomstam en besluipt een volwassen
mannetje dat de waterhole verlaat. Het sluipen gaat over in een korte sprint op
het mannetje af en ze bespringt hem van achteren. Duidelijk verrast en
geschrokken, snauwt het mannetje het welpje af en loopt weer vol zelfvertrouwen
door. Zoals een mannetjesleeuw dat ook hoort te doen. Steeds meer leeuwen
lossen elkaar af. Inmiddels zijn er meer auto’s en besluiten we ons geluk
elders te beproeven. We gaan eens een kijkje nemen in de richting waar de
leeuwen steeds vandaan komen. Waar de teruglopende leeuwen de kortste route
kunnen volgen tussen de struiken door, rijden wij om. De leeuwen nooit uit het
oog verliezend.
Het is hemelsbreed een paar honderd meter van de waterhole
waar we de rest van de groep leeuwen zien liggen. De resten van de prooi in de
onmiddellijke omgeving. Dus toch. Het zijn de resten van een kudu. De leeuwen
zijn hier een stuk rustiger dus nemen we nog maar even een kijkje bij de
waterhole. Nog meer auto’s komen een kijkje nemen. Wij weten wat ze allemaal
gemist hebben. De leeuwen die hier nu nog liggen zijn al een stuk minder
actief.
De meeste leeuwen vertrekken nu naar de leeuwen in de
bosjes. We kennen de weg dus gaan we er ook nog maar eens kijken. De andere
auto’s volgen. We kunnen nog een mooi plekje uitzoeken en zien hoe de
familieleden elkaar weer begroeten. Een mannetjesleeuw ruikt op een plek waar
een vrouwtje net nog heeft geplast. Hij trekt daarbij een grimas op zijn
gezicht en zijn tanden komen helemaal bloot te liggen. Dit is een manier om te
ontdekken of een wijfje “in heath” is.
Op een tiental meters voor ons ligt een gedeelte van de
schedel van de kudu. Een vrouwtje is erg geïnteresseerd in de schedel en begint
er op te kauwen. Veel kans krijgt ze niet. Telkens wanneer ze aanstalten maakt
om eens lekker te gaan eten komt één van de volwassen mannetjes aanrennen en
jaagt haar weg.
Dit gebeurt een aantal keren achter elkaar.
Steeds meer keert de rust terug in de familie leeuwen en net
als de andere auto’s vertrekken we en laten de leeuwen, waar we de laatste
dagen zoveel plezier van hebben gehad, voorgoed achter ons. We stonden er
vanmorgen als eerste en gaan er nu als laatste weer weg. Het eerder komen heeft
zijn dienst bewezen.
We rijden terug naar de campsite. Het is tijd om onze
spullen te pakken en Savuti te verlaten voor een ander gebied in Chobe NP.
Nogatsaa. Via Sabble Hill verlaten we Savuti.
Vanaf Sabble Hill hebben we een fantastisch uitzicht over
Savuti. Het gebied dat we de afgelopen dagen hebben leren kennen. Vanaf hier
zien we één weg, door de bush, die ons de weg wijst richting Nogatsaa. Het is
een erg afwisselende weg. Mopani scrub, kleine pans omgeven door bossen van
letwood, grotere pans (zweizwe pans), rivereen bush, witte duinen met daarop
acaciabossen, rode duinen met daarop teakbossen en een drooggevallen rivier.
Qua wilde dieren is het een stuk rustiger. Ze zijn er wel. Dat bewijzen de enorme
leeuwensporen die we zien tijdens het hout sprokkelen voor de komende dagen.
Heiko geeft aan dat dit wel haast de grootste leeuwensporen zijn die hij ooit
heeft gezien. Gekscherend zegt hij de volgende dag tegen een andere gids dat de
sabeltandtijger weer herboren is. Tegen vier uur bereiken we onze nieuwe
campsite voor de komende twee nachten. We slaan het kamp op onder een boom op
de rand van een open vlakte in de bush. Tjinga of Tchinga Pan ofwel Giraffe Pan
genaamd. Normaal is er midden op de vlakte een natuurlijk meertje. Het meertje
is drooggevallen. Impala’s grazen aan de overkant. Erg veel schaduw is er niet
te vinden. Het kost wat moeite om een geschikt plekje voor onze tent te vinden.
Zodra de meertjes water hebben is Nogatsaa en Tchinga maar door
weinig gebieden te verslaan voor wat betreft het zien van wilde dieren. Je kunt
dan een hele dag bij een van de meertjes zitten zonder een moment dat je je
verveelt. Leeuwen in dit gebied staan er om bekend dat ze graag campsites
bezoeken. Verder is het gebied niet erg spectaculair en moet het vooral hebben
van de dieren die de meertjes opzoeken. Het gebied bestaat voornamelijk uit
Mopane en gemengde Combretum bush. Nu de meertjes dus opgedroogd zijn, moeten
we maar afwachten wat we allemaal te zien krijgen.
29/9 Nogatsaa (Tjinga Pan of Tchinga Pan)
Een half uurtje later dan wat voor ons de laatste dagen
normaal was, staan we op. Aan de overkant van het meertje zien we weer wat
impala’s. De zon komt als een rode bal op en na een licht ontbijt vertrekken we
voor een gamedrive. Hoge verwachtingen hebben we dus niet. Het is nog lekker
fris. Onze verwachtingen komen uit. Het duurt een behoorlijke tijd voordat we
de eerste dieren zien. Giraffe’s, een sabble antiloop, een kudu, warthog’s en
een dode olifant. Het gebied waar we doorheen rijden ziet er droog en verlaten
uit. Voor we de dode olifant bereiken zien we een paar gieren in de bomen.
We gaan op zoek of we in de buurt wat kunnen ontdekken. De
dode olifant is echter het meest interessant en het ziet er niet naar uit dat
de gieren hierin geïnteresseerd zijn. Van de olifant is niet meer over dan een
stuk huid om de kaal gevreten botten. De olifant ligt dicht bij een kunstmatige
waterhole. Even gaan we de auto uit om het kadaver nader te bestuderen. Een zool
van één van de poten ligt los. De zool zou prima dienst kunnen doen als
dienblad.
De omhoog staande rand, met aan de voorkant de teennagels
nog zichtbaar, zou het afglijden van de glazen belemmeren. Nee, ik zou er niet
aan moeten denken.
Er komt een olifant aanlopen. Snel gaan we de auto in en
wachten af wat er gaat gebeuren.
Uitgebreid drinkt de olifant vanaf verschillende plekken uit
de waterhole. Je kunt het water soms bij de olifant naar binnen horen gaan. Dan
heeft hij een rondje om de waterhole gemaakt, loopt langs het kadaver en
verdwijnt weer in de richting van waar hij gekomen is. Dit is trouwens ook het
gebied waar de zwangere zwarte neushoorn, die we in Khama RS hebben gezien,
gevonden is. Zouden we hier het mannetje misschien zien?
Tegen 11.00 uur komen we terug op de campsite. Het is erg
warm en iedereen zoekt een plekje om de warmte, de zon en de zeer hinderlijke
Mopani Wasps te ontlopen. De Mopani Wasps zijn hele kleine op vliegjes lijkende
wespen. We worden er ontzettend door geplaagd.
Liggend op één van de banken met een sarong over me heen
getrokken en onder het dak van de auto, weet ik me de middag door te worstelen.
Blij ben ik wanneer we weer op gamedrive gaan. Ook al
krijgen we niets te zien. Veel zien doen we inderdaad niet. Het is net zo
rustig als vanmorgen. We rijden al een tijd rond. Onder een boom staan een paar
flinke olifanten. In de schaduw van een grote boom ontlopen ze de nog altijd
hete middagzon. We rijden door en worden een paar honderd meter verderop blij
verrast. We naderen een waterhole. Een drukbezochte waterhole mag je wel
zeggen. Ik schat dat er wel tweehonderd olifanten hun dorst staan te lessen. De
groep van tweehonderd olifanten is onderverdeeld in verschillende families en
grote mannetjes.
Ik snap niet waar ze allemaal vandaan komen.
Bij de waterhole staat een uitkijktoren. We rijden om de
waterhole heen om de toren te bereiken. Het uitstappen uit de auto moet rustig
en zonder al te veel lawaai gebeuren. We staan immers maar op een afstand van
vijftien meter van de drinkende en op hun beurt wachtende olifanten.
Via de trap aan de zijkant betreden we het platform. Dit
geeft ons een mooi overzicht over de troep olifanten. Er is een bepaalde
rangorde van families zichtbaar. Families die rustig hun beurt afwachten om ook
wat te mogen drinken. Slurven zoeken het water. Je ziet aan de huiden van de
olifanten welke geschiedenis ze meebrengen. De ene olifant is lichtgrijs met
allemaal korsten van opgedroogde modder. De ander is weer donker grijs met af
en toe een groene gloed over zich of bruine strepen die laten zien dat ze zich
onlangs nog doormiddel van het heen en weer schuren tegen een boom van
parasieten hebben ontdaan.
Het is weer de beurt aan een andere familie om hun dorst te
mogen lessen. Voorzichtig naderen ze de waterhole om maar niet afgestraft te
worden door een groot mannetje. Zeker met een jonge olifant in de familie is
dat gevaarlijk. Vandaar soms die voorzichtige benadering.
Vanuit de bush nadert een groep sabble antilopen. Ze zien
dat ze nog lang niet aan de beurt zijn bij de waterhole en verdwijnen weer.
Onder de beschermende buik van zijn moeder bereikt een heel
klein olifantje het water. Nauwelijks heeft het nog controle over de slurf.
Voor we het beseffen zitten we al twee uur naar dit alles te kijken. Er gebeurt
ook zo veel. De zon begint de horizon al te naderen en het is tijd om naar de
campsite te gaan. Voorzichtig stappen we de auto in. Op weg naar de campsite
steekt een familie olifanten vlak voor ons de weg over. We wachten geduldig. De
horizon is oranje/rood geworden. Net alsof de horizon in brand staat.
Na het eten lopen we met een aantal van ons de opgedroogde
modderpoel voor onze campsite op. Iedereen heeft een stoeltje en een
verrekijker of iets dergelijks meegenomen. We gaan de sterrenhemel verkennen.
Heiko is ook hierbij onze gids. Onze ogen moeten eerst wennen aan de donkerte
om ons heen. Midden op de opgedroogde modderpoel zie je meer sterren dan in de
nabijheid van het kampvuur. Wonderbaarlijk is het, zoveel sterren staan er aan
de hemel. Ellen en Anja zijn achtergebleven bij de auto en het kampvuur.
Nieuwsgierig als ze zijn naar onze verrichtingen, zoeken ze ons met de
schijnwerper van de auto. Niet beseffend dat onze ogen daardoor meteen weer
zijn ontwend en met verschillende reacties tot gevolg. Hoewel ik geen
sterrenfreak ben, is het toch wel leuk om eens wat dieper het heelal in te
kijken.
Hier in Nogatsaa heeft
iedereen een top vijf gemaakt van de tot op heden mooiste momenten van deze
reis. Je merkt dan op welke manier en hoe intensief een ieder die mooie
momenten beleeft. Voor mij was het erg moeilijk om me te beperken tot maar vijf
momenten. Ik zou zoveel andere momenten daarmee tekort doen.
30/9 Nogatsaa (Tjinga Pan of Tchinga Pan) – Chobe river front
We doen het vanochtend rustig aan. We hebben de tijd. Het is
op zich niet al te lang rijden naar Chobe river front. De campsite breken we af
en tegen achten verlaten we dit idyllische plekje. Dieren laten zich nauwelijks
zien. De topper van vanochtend is de leopard schilpad. De deze reis veel
geziene giraffes en olifanten tellen we arrogant genoeg maar even niet mee.
We bereiken de hoofdweg naar Kasane. Het is een pas
geasfalteerde weg en we rijden voor het eerst sinds tijden weer over een vlakke
weg.
In Kasane is het weer tijd om onze voorraden aan te vullen.
Frisdrank, water en bier vinden gretig aftrek en hebben we voor de laatste
dagen weer voldoende.
Ik vraag me af hoeveel liters drank er de laatste weken
doorheen is gegaan. Ik zou schrikken wanneer ik het precieze aantal liters zou
weten. De meeste van ons gebruiken de tijd om familie in Nederland te bellen.
Toch wel makkelijk die mobiele telefoontjes.
Veel van Kasane zien we niet. Net als Maun heeft Kasana een
metamorfose ondergaan sinds 1996.
In het centrum, dat nauwelijks nog herkenbaar is, proberen
we nog wat souveniertjes te kopen. We zijn voornamelijk op zoek naar
traditionele Botswaanse muziek. Dit lukt niet. Een rieten handveger daar blijft
het bij. Dan nog maar even snel wat eetbaars kopen in de supermarkt.
De tijd vliegt en we verzamelen ons weer voor het vertrek
richting Ngoma gate. Via de hoofdweg rijden we richting Nantanga. Wanneer we
bij Nantanga links af zouden gaan, zouden we richting Savuti en Noghatsaa
rijden. Wij gaan recht door en bereiken na dertig kilometer Ngoma gate. Hier
vullen we de watertank van de auto voor het laatst en maken ons gereed voor de
laatste avontuurlijke dagen in de bush. Tijdens de rit naar Ngoma ontkwam ik er
niet aan om af en toe iets weg te dutten. Eénmaal in Chobe ben ik weer klaar wakker.
Chobe is genoemd naar de Chobe rivier waar we nu naar toe
rijden. De Chobe rivier vormt de noordelijke grens van Botswana met Namibië.
Aan de overkant ligt de Caprivi Strip in Namibië. Chobe river front is rijk aan
planten zoals Brachestegie sandveld, flood plain grassland en Riverine
woodland. Nu in de droge periode zie je er niet veel van terug. Niet veel bomen
dragen nog blad en op sommige plekken lijkt het alsof er net een windhoos is
geweest.
Het merendeel van de struiken en bomen is afgetopt. Olifanten
zijn hier schuldig aan.
Wij rijden een stukje langs de rivier naar de campsite.
Vissers staan aan de overkant een enorme catfish uit het water te halen. Even
zwaaien we en tien minuten later rijden we links de weg af. Tussen nog groen
gebladerde struiken door zoeken we ons plekje van waaruit we de komende dagen
het gebied gaan ontdekken. De campsite heeft een fantastisch uitzicht over
Chobe river front met vlak voor ons een poel met donkerbruin water. Als eerste
genieten we van het uitzicht. Op de oevers staan zebra’s en olifanten te eten.
Langzaam zoekt de zon al een weg naar de horizon. Het is tijd om de tenten op
te zetten en er moet nog hout verzameld worden. Onder de weinige bomen die nog
blad dragen zetten we voor de laatste keer onze tent op. Dat besef ik eigenlijk
nu pas. De ingang van de tent zetten we richting de rivier om een perfect
uitzicht te hebben op de dieren die er lopen. Terwijl we druk bezig zijn met
het opzetten van de campsite lopen olifanten vanaf de heuvels achter ons richting
de pool vlak voor ons. Wat een rust straalt dat uit. Vanuit ons stoeltje
genieten we ervan.
Het is tijd om hout te sprokkelen en met een man of vijf
gaan we er met de auto op uit. We volgen de weg terug naar de poort. Heiko zal
ongetwijfeld op de heenweg al om zich heen gekeken hebben waar een voorraadje
te vinden is. Na een kwartiertje stoppen we en beginnen met sprokkelen
We moeten uitkijken want het is niet uitgesloten dat hier
groot wild kan zitten. In de omgeving van de auto is genoeg hout te vinden maar
ik blijf goed om me heen kijken of er onraad is. Ondertussen maakt Heiko van
touw en een paar gevonden boomstammen een soort imperiaal voor achter de auto.
Hier komt al het hout voor de komende dagen op te liggen.
Het is prachtig om te zien wat je allemaal kunt met een vindingrijkheid zoals
Heiko die heeft.
Terug op de campsite gooien we al het hout op een hoop en is
het tijd om de plek nog maar eens in te zegenen met een blikje bier. Het
gestoei met het hout heeft ons flink laten zweten. Heiko doet ons een voorstel.
Een illegaal voorstel. De pool voor ons is even niet bezet door olifanten en
met een sprint rennen een aantal van ons achter hem aan om een bad te nemen.
Het trekt me eigenlijk helemaal niet maar zonder blikken of
blozen, staan er al vijf mannen te genieten en te spelen in die vieze pool
alsof het een gewoon bad is. Voor ik het weet krijg ik handen vol vieze drek op
mijn rug gegooid. Voor mij zit er ook dus niets anders meer op dan me te
dompelen in dat vieze water. Zodra ik in het water sta, komt me een vieze
penetrante geur in de neus. Dit maakt het me nog moeilijker, maar ik ontkom er
niet aan om tot mijn nek in het water te gaan. Het is wel even een spektakel
maar of mijn lichaamsgeur er nu op vooruit is gegaan. Ondertussen staan een
familie olifanten op respectabele afstand te wachten totdat ze ons af mogen
lossen. Voor ons het signaal om de pool te verlaten en zo snel mogelijk de
bushdouche op te zoeken. De geur is zo penetrant dat de douche geen uitkomst
biedt.
Een blikje bier, een eenvoudig stoeltje en olifanten die
vlak voor je ook hun dorst lessen. Alles lijkt een droom. We ruiken zelfs als
de olifanten.
Er komen steeds meer olifanten naar beneden de heuvels af.
Sommigen nemen de weg achter onze campsite om en er ontstaat echt een gevoel
dat je midden tussen de olifanten leeft.
Eigenlijk sta ik er door alle indrukken helemaal niet bij
stil, maar we gaan nog even een kleine gamedrive maken. Snel pakken we alle
spullen bijelkaar en stappen we in de auto. Achteraf blijkt het allemaal te
snel te zijn gegaan. Ik ben een lege videotape vergeten en de tape die er nu in
zit heeft niet zoveel minuten meer over.
We rijden richting het oosten. Richting Ihaha. We zien
kudu’s buffels, olifanten, African fish eagles, impala’s en nog het een en
ander aan wild. Eigenlijk is het een doorsnee gamedrive. We staan in de auto en
kijken om ons heen. Af en toe wordt onze neus gepest door de nog steeds zo
indringende geur die een paar van ons op hebben.
Ellen denkt een eland antilope te spotten. We rijden een
heuveltje over. In werkelijkheid blijkt het om een roan antilope te gaan. Ik
sta voorin de auto en mijn aandacht gaat al lang niet meer uit naar de roan.
Wat zijn dat. Ik weet het eigenlijk meteen al. Ik krijg het alleen mijn mond
niet uit. Dan lukt het. Wilde honden. De eerste die we in al die jaren in
Afrika zien. Het zijn er zes.
Ze lopen richting de roan naar het water. De roan is niet
onder de indruk en doet zelfs een aanval op de wilde honden om ze te imponeren.
Zowel de roan als de wilde honden zie je niet vaak. Wanneer je ze dan
gelijktijdig in interactie met elkaar ziet is dat wel heel bijzonder.
De interesse van de wilde honden gaat meer uit naar het
water dan naar de roan. Ze laten elkaar dan ook verder met rust.
De wilde honden zijn bijzonder nerveus wanneer ze het water
naderen. Bang voor het onzichtbare zoals krokodillen. De zes wilde honden
bestaan uit een alfa male, twee andere mannetjes en drie jonge honden. Een van
de volwassen mannetjes loopt mank. We staan dicht bij ze en zien goed hoe ze
zenuwachtig en gehaast drinken uit een bijna opgedroogd zijtakje van de rivier.
Ik kijk maar eens op mijn teller van de video hoeveel minuten ik nog heb. Het
zijn hooguit nog twee minuten. Het lijkt of de wilde honden op jacht zijn en
langs de rivier lopen ze richting de bush. Net zo snel als de wilde honden
kwamen, verdwijnen ze ook weer tussen de struiken. Net wanneer de alfa male met
een gestrekte nek en kop vooruitloopt, verdwijnen ze uit het zicht en laat mijn
videocamera in de zoeker weten dat de tape op is. Wat een timing. Het wordt ook
al donker en tijd om terug naar de campsite te gaan. Op de terugweg zien we
olifanten op de oevers van de rivier lopen. Grote stofwolken werpen ze op
waardoor ze alleen nog maar als schimmen zichtbaar zijn. Met de verlichting van
de ondergaande zon is dit een heel speciaal gezicht.
Terug op de campsite wordt aan de achterblijvers natuurlijk
uitvoerig verhaal gedaan over onze ontmoeting met de wilde honden. Wat een
reis. Zoveel mooie dingen gezien en dan ook nog op de op één na laatste dag de
wilde honden. Een confrontatie waar we zo op gehoopt hebben.
1/10 Chobe river front
Het is een rustige nacht. De hoop dat we wakker worden met
drinkende olifanten voor onze tent komt niet uit. Maar er zijn er al genoeg uitgekomen
tijdens deze reis. Het eerste bakje koffie met toast gaat er weer goed in
Tegen zessen vertrekken we voor de ochtend-gamedrive.
Opnieuw rijden we richting het oosten. De African fish eagle zit weer op het
vertrouwde plekje op zoek naar zijn ontbijt. Even verder staan een paar
buffels. We stoppen en ze blijven ons aanstaren. Waar halen ze het lef vandaan
lijken ze te denken. Wij winnen. De buffels komen als eerste in beweging. Nu
pas zien we dat één van de buffels een poot gebroken heeft. Het lijkt er op dat
het de enkel is die niet meer mee wil werken en bij elke pas die de buffel
neemt, bungelt het onderste deel van de poot vlak boven de grond. Normaal ben
je als dier dan ten dode opgeschreven. Bij buffels hoeft dit niet beslist.
Zolang de buffel in de groep blijft zal hij bescherming krijgen en zijn de
overlevingskansen aanzienlijk.
We rijden door en verlaten het pad langs de rivier.
Olifanten staan vlak langs de weg rustig van een acacia te eten.
Het is goed te volgen hoe behendig de olifant takken van de
acacia afbreekt om vervolgens de schors op te peuzelen. De tak wordt tussen
beide slagtanden genomen en met de slurf drukt hij de tak klem om daarna met
een uitgekiende ruk de tak te knakken.
Met de punt van de slurf ontdoet hij de tak vervolgens van
zijn vel om er lekker van te eten. Een perfect samenspel tussen de slagtanden
en de slurf.
Nadat we een roan antilope gepasseerd zijn worden we verrast
door een kudde buffels. De kudde staat tussen de weg en de rivieroever. In dit
gebied staan de struiken vol in een diep groen gekleurd blad. De grond is
lichtgrijs en wanneer de kudde, van misschien een paar honderd buffels, voor
ons de weg oversteekt stijgen stofwolken op. De buffels zijn nerveus en het
vermoeden is dat er wel eens een roofdier in de buurt kan zijn. Om de auto heen
wemelt het van de buffels. De één kijkt ons van achter een struik aan en een
ander vergeet bijna te stoppen wanneer hij in rap tempo de weg oversteekt, maar
daarbij een struik over het hoofd ziet. Ja, er is duidelijk meer aan de hand.
Van ons zouden ze niet zo nerveus hoeven te worden. We wachten tot alle buffels
een plekje tussen de struiken hebben gevonden en gaan op zoek naar wat de
buffels zo nerveus maakt. Eerst proberen we het tussen de struiken. Later
rijden we richting de oever van de rivier.
We hebben een lus gemaakt om op de oever te kunnen komen.
Het duurt niet lang of we zien het al. Drie leeuwinnen. Ze liggen wat verspreid
maar kijken alle drie dezelfde kant op richting de rivier. Ze zijn erg
geïnteresseerd. Wanneer we ook die kant op kijken zien we in de verte een
familie warthogs richting de rivier lopen. Het is een behoorlijk stuk de vlakte
op. De leeuwinnen besluiten er toch maar eens achter aan te gaan. De drie
leeuwinnen proberen een fuik te vormen om de warthogs van achter in te sluiten.
Het is jammer dat ze steeds verder van de auto weglopen. De leeuwinnen bereiken
het hogere goudgele gras waardoor ze nog meer in de omgeving opgaan. Wanneer de
warthogs omkijken, stoppen ze om vervolgens de achtervolging weer in te zetten
wanneer de warthogs ook weer doorlopen. Uiteindelijk gaat het hierbij mis.
Terwijl één van de warthogs opnieuw omkijkt maakt één van de leeuwen de fout om
nog in beweging te zijn. Dit is het signaal voor de warthogs om er snel vandoor
te gaan. De afstand tussen de leeuwen en de warthogs was nog te groot voor de
leeuwen om een aanval in te zetten. Kortom de jacht is mislukt.
We vervolgen het pad langs de oever. Een paar honderd meter
verder ligt boven op de rand van de oever een mannetjesleeuw. Terwijl zijn
vrouwtjes druk aan het jagen zijn ligt hij te slapen in de schaduw van een
aantal struiken. Hemelsbreed zijn we niet meer zo ver verwijderd van de plek
waar we de buffels hebben gezien. Het klopt dus wel dat de buffels nerveus
waren. De leeuw kijkt af en toe even suffig om zich heen. De ogen zijn dan nog
steeds dichtgeknepen en hij komt alleen met de kop omhoog. Niet lang trouwens.
De kop zal wel te zwaar zijn. Alsof de kop aangetrokken wordt door de
zwaartekracht, ligt hij vrijwel direct weer helemaal plat om zijn roes verder
uit te slapen. Wat een leven.
De ochtend loopt redelijk op zijn einde. We volgen de oever
zoveel mogelijk.
Een paar bavianen en nog wat eerder gesignaleerde dieren
zien we nog voordat we de campsite bereiken. Het is er rustig. Bijna geen
dieren te bekennen in de onmiddellijke omgeving. Hebben we gisteren geluk
gehad?
De rest van de overgang van de ochtend naar de middag doen
we het rustig aan. Dagboeken werken we bij en het merendeel van ons rust
languit uit op de slaapmatjes. Het is warm. Elke inspanning brengt je aan het
zweten. Ondanks het geschenk van de schaduw, waar we gebruik van mogen maken.
De lunch is weer voortreffelijk. Wat deze uren misschien wel het meest in het
oog springt, is de eekhoorn die ons tot op zeer kleine afstand nadert, terwijl
we uitrusten op het slaapmatje.
Gelukkig is de tijd weer aangebroken om in de auto te
stappen voor een laatste gamedrive. Hoeveel hebben we er de laatste weken
gemaakt? Hoeveel hebben we mogen zien? Nog steeds hunker ik naar de
confrontaties met de wilde dieren. Er is altijd wel weer wat bijzonders te
zien. Hoe klein het misschien ook mag zijn.
Opnieuw rijden we richting het oosten. Sable antilopen,
african fish eagles, impala’s en nog meer dieren zien we. We rijden weer vlak
langs de rivier waar olifanten drinken en zich tegoed doen aan een stofbad. Het
lijkt allemaal zo bekend. Toch gunnen we ons de tijd om er van te genieten. En
dat wordt beloond. We staan al een tijdje stil. Olifanten trekken zich weer wat
terug van het water richting de bush. Opeens hebben we de interesse van een
jonge mannetjesolifant. Hij draait zich om en kijkt ons op ongeveer een
afstandje van een vijfenzeventig meter aan. De slagtanden hebben zich
ontwikkeld tot enkele decimeters. Met een sierlijke beweging voorwaarts komt ze
een paar meter dichter bij. Alsof ze wil spelen. Wij staan stil met de auto en
misschien is dit wel zijn uitdaging. Een paar keer herhaald het jonge mannetje
deze actie en door dit hele vertoon staat ze nog maar tien meter van ons
vandaan. Ondanks dat er geen enkele agressie in de benadering van de olifant
zit, kan het toch gevaarlijk worden. De olifant is allerminst volgroeid maar
groot genoeg om de auto om te kieperen bij een flinke duw. Nog een keer duwt
hij de kop wat naar beneden om met een zwaai voorwaarts weer enkele meters
richting de auto te komen. Opeens staat de olifant nauwelijks een meter van de
auto. Dan vindt Heiko het genoeg. Met een rustige, ietwat verhoogde, stem, zegt
hij “What you think you’re doing?” of wel “waar denk je dat je mee bezig
bent?”. Dit is voor de olifant het signaal. Met een charmante zwaai en met een
trots gevoel keert de olifant de auto de kont toe en zoekt opnieuw contact met
zijn familie.
Een auto vol met lachende toeristen achter zich latend.
We rijden door naar het achterland van Chobe river front.
Hier liggen twee valleien, Kaswabenga en Simwanza. Via een weg die fungeert als
een “fire break” bereiken we de eerste vallei.
Het is een bebost gebied en erg droog met kale en
bruingekleurde bomen. Veel dieren zien we er niet. Maar het is een interessant
gebied om te zien. Vermoedelijk het woongebied van de wilde honden die we
eergisteren hebben gezien. Uiteindelijk komen we weer vlak bij onze campsite
bij de rivier uit. Het is zo langzamerhand al behoorlijk schemerig.
Aan de overkant van de rivier vormen zich donkere wolken en
in de verte zien we de eerste lichtflitsen. Gelukkig steken de buien de rivier
niet over en kunnen we van het eten en het schouwspel aan de overkant van de
rivier blijven genieten.
In de verte horen we een leeuw om contact met de groep
roepen. Heiko geeft aan dat het vermoedelijk een mannetje is. Zijn geroep wordt
niet beantwoord. Een paar minuten later horen we hem weer. Het lijkt of hij
dichterbij komt. Heiko geeft aan dat waarschijnlijk over een aantal minuten de
leeuw weer van zich laten horen. Inderdaad en zijn roep naar de groep is weer
luider dan voorheen. De eersten van ons worden misschien al wel wat nerveus.
We hebben nog behoorlijk veel hout over en het vuur wordt wat
hoger gemaakt. Er is zelfs genoeg hout voor een tweede kampvuur. De leeuw kan
nog best een paar kilometer weg zijn. We nemen nog wat te drinken. We moeten de
laatste avond in de bush toch waardig afsluiten. Tijdens het pakken van de
drankjes laat de leeuw weer van zich horen. Weer dichterbij. Voor Ineke het
signaal om toch maar even in de auto te blijven zitten.
Het weerlichten aan de overkant heeft al lang niet meer de
verdiende aandacht. Nu we weten dat om de zoveel tijd de leeuw een signaal naar
zijn groep geeft, hebben we tegen die tijd alleen maar aandacht voor de leeuw.
Ja, daar hoor je hem weer. Steeds duidelijker maar toch nog steeds op
respectabele afstand. Het wordt later en uiteindelijk redden we het niet om zo
lang op te blijven tot we misschien de leeuw zien.
Onder begeleiding van de lichtflitsen aan de overkant van de
rivier, waar we precies vanuit onze tent op uitkijken, en een pak slaag in de
tent naast ons vallen we in slaap.
Niet lang trouwens. Het
begint harder te waaien en het is verstandig om wat voorzorgsmaatregelen te
nemen. De auto wordt overkapt en waterdicht afgesloten en de doeken gaan voor
de raampjes van de tenten. Heiko is voorzichtig en maant iedereen om dichtbij
de tent te blijven en niet alleen de donkere nacht in te lopen om even te
plassen. Hij ruikt de leeuw, maar wil eigenlijk geen onrust veroorzaken. Hij
verwacht immers dat het om een volwassen mannetje gaat. Het blijft rustig en we
vallen snel in slaap.
Zambia Livingstone
2/10 Chobe river front – Livingstone (Zambia)
Gelukkig is het de hele nacht droog gebleven. Eén van de
eerste dingen die we doen is het inspecteren van de omgeving om te kijken of we
vannacht bezoek hebben gehad.
Op ongeveer tien meter achter de campsite zien we de eerste
sporen. Inschattingen van gisteravond worden bevestigd. Het zijn pootafdrukken
van een grote mannetjesleeuw. We volgen ze even en zien dat de leeuw vannacht
tegen een bosje aan is gaan liggen. De afdruk van het lichaam is te zien.
Toch wel spannend en weer een goede inschatting van Heiko,
dat we vannacht niet zomaar naar het bushtoilet moesten gaan. De sporen lopen
vlak langs het toilet.
Het is tijd voor het ontbijt en om de campsite af te breken.
We willen op tijd de Kazungula Ferry naar Zambia nemen om nog redelijk op tijd
in Livingstone te zijn. Bij de gate wachten we omdat Heiko eerst nog even een
aantal formaliteiten moet regelen.
Eén van de rangers loopt met een slagtand van een olifant in
de handen. We raken aan de praat en hij vertelt dat hij de slagtand weg moet
brengen naar de office. Op de vraag of we de slagtand allemaal eens mogen
vasthouden, gaat hij wat twijfelend in. Hij geeft zich echter gewonnen. Ik had
niet verwacht dat de slagtand zo zwaar zou wegen. Nu is het niet eens een van
de grootse slagtanden maar toch weegt het al behoorlijk wat kilo’s.
De laatste van ons levert de waardevolle tand weer in en wij
vertrekken richting Kasane en de ferry.
In Kasane laten we Shadow achter. Hij wacht tot Heiko over
een paar dagen terugkomt. De ferry ligt hier nog maar een paar kilometer
vandaan. Op deze laatste kilometers komen we erachter dat we de blauwe tas met
allemaal verbandspullen etc.. zijn vergeten af te geven in een lokaal
ziekenhuis. De blauwe tas die ons tijdens de hele reis is blijven achtervolgen.
Bij de ferry is het redelijk druk met vrachtverkeer en we
moeten twee beurten wachten voordat Heiko met de boot over kan. Wij gaan een
boot eerder. Tussen de rivier en de immigratie-office wachten we op Heiko.
Terwijl de boot waar Heiko achter een grote vrachtwagen
staat, aanlegt springt er al een man met grote boodschappentassen af. Achter
het riet zie ik een man in een Mokoro door het water naar de man glijden. Snel
zetten ze de tassen in de mokoro en maakt de bestuurder van de mokoro
rechtsomkeert. De andere man loopt de grens over alsof er niets een de hand is.
Ik kan maar één conclusie trekken. Hier wordt gesmokkeld.
Na de grensformaliteiten rijden we rechtstreeks naar
Livingstone. Je ziet meteen dat de mensen in Zambia een stuk armer zijn dan in
Botswana. Het is rustig op de weg en na een kleine twee uur rijden we
Livingstone binnen. Snel doen we nog een paar boodschappen, voordat we
doorrijden naar Lost Horizons.
Lost Horizons ligt bovenop een heuvel tussen Livingstone en
de Victoria watervallen en kijkt uit over het dal richting de watervallen en
Zimbabwe.
Een perfecte naam voor deze locatie. Je voelt je meteen
verloren wanneer je vanuit het zwembad uitzicht hebt over de valley met aan de
horizon de rook van de watervallen. “De rook die dondert”, een vertaling van
“Mosi Oa Tunja” ofwel “the smoke that thunders”. Morgen gaan we naar de watervallen.
Meteen bij aankomst zien we het zwembad in een tuin die
glooiend naar beneden loopt. Wanneer we in het zwembad staan, zien we bijna
geen tuin voor ons. Dat maakt het uitzicht nog specialer. Perfect gewoon.
Met de kleren aan kunnen we ons niet langer beheersen en
duiken spontaan de verkoeling tegemoet. Er zijn er maar weinig die niet meteen
een duik in het zwembad nemen. Het vuil en de hitte van de laatste dagen weken
langzaam van ons af. Het plaatje is compleet wanneer de eerste biertjes op de
rand van het zwembad komen te staan en we op deze manier van het uitzicht
genieten. Lost Horizons is een perfecte afsluiting van deze reis.
Het water heeft zijn verkoelende werk gedaan en
langzamerhand maakt iedereen zich gereed om naar de toegewezen huisjes te gaan.
De huisjes zijn eenvoudig maar goed onderhouden. Snel spoelen we onder de
douche het chloor van ons af en binnen een kort tijdsbestek is van een schone
kamer niets meer te herkennen. Tassen en rugzakken zijn uitgepakt en alles ligt
schots en scheef door elkaar. Opruimen doen we morgenochtend wel. We kleden ons
om en maken ons gereed voor een bezoekje aan de curioshops aan de Zambiaanse
kant van de watervallen.
Ik kan me er al weer op verheugen om met de lokale bevolking
met veel humor inkopen te doen. Natuurlijk gebruik ik die humor dan bij het
afdingen. Nauwelijks een pas gezet op het plein, worden we al aangesproken. Ik
geef aan eerst alle kraampjes te willen bekijken en dat ik dan misschien wel
terugkom. We zien veel hele leuke dingen maar we zijn op zoek naar iets
speciaals. Wat precies weten we zelf nog niet. De tijd verstrijkt en we kunnen
maar niet slagen. Ellen heeft haar zinnen gezet op een grote houten schaal.
Gemakkelijk gaat het allemaal niet maar uiteindelijk kopen we een paar kleine
dingetjes. Het speciale waar we naar op zoek zijn, zit er jammer genoeg niet
tussen of we hebben het in ieder geval niet kunnen vinden.
Tegen zonsondergang komt Heiko ons weer ophalen. We rijden
terug naar Lost Horizons. Voor we gaan eten nemen we nog even een duik en een
biertje.
Het eten is eenvoudig maar lekker. Tijdens het eten kijken
we nog eens terug op de reis en komen tot de conclusie dat we niets te klagen
hebben gehad. Het was zelfs een topreis. Ook in de ogen van Heiko krijgt deze
reis een speciaal plekje.
De laatste avond in Afrika sluiten we af rond het zwembad.
Terwijl de meeste van ons het bed al hebben opgezocht, raken we aan de praat
met een andere gids. Hij is de afgelopen tijd ook in Savuti geweest en heeft
ook van de vijfentwintig leeuwen genoten. Hij is in contact gekomen met de
mensen van National Geographic en kreeg het volgende verhaal te horen.
Tijdens het filmen van één van de kills van de leeuwen op
een olifant, zagen ze een volwassen en volbemaande mannetjesleeuw uit het
karkas van de olifant komen. Het was erg donker en met het goudgele licht van
de lamp schenen ze op het gebeuren.
De kop van de leeuw zat
onder het felrode bloed en de groengele ogen die daar uit kwamen hadden hun
indringend aangekeken. Het moet een fantastische opname zijn. Ik hoop het ooit
nog eens in een documentaire van National Geographic terug te zien. Met dit
verhaal sluiten we de avond af en duiken ons bed in.
3/10 Livingstone (Zambia) - Naar huis
De dag van het afscheid is aangebroken. Een afscheid van
deze fantastische reis. Een reis zo perfect en zo mooi. Maar ook een afscheid
van onze medereizigers. De helft van de groep vertrekt vanmorgen al vanaf het
vliegveld van Victoria Falls. Ellen, Wilfred, Patricia, Corné, Miriam en ik
vliegen in de loop van de middag. Het is een vlucht richting Johannesburg en
vandaar richting Amsterdam.
Het ontbijt is rustig. Iedereen is denk ik bezig met het
afscheid en het verwerken van al dat ongelofelijke dat we hebben gezien. In de
loop van de ochtend vertrekken we vanaf Livingstonia lodge naar Victoria Falls
in Zimbabwe. Met ons zessen worden we afgezet in Victoria Falls. De rest rijdt
meteen door richting het vliegveld. Veel tijd is er niet voor het
onvermijdelijke afscheid.
Natuurlijk beginnen we niet aan het inkopen van curio's
voordat we de Victoria watervallen vanuit Zimbabwe hebben bekeken. Patricia en
Wilfred hebben de watervallen vanaf deze kant nog nooit gezien. Hoewel we de
watervallen al tweemaal eerder hebben gezien, vergezellen we ze. We lopen voor
de watervallen langs en kijken vanaf de uitkijkpunten naar het donderende
geweld. Voorgaande jaren konden we nog lekker droog van dit alles genieten. Nu
is er duidelijk meer water en zorgen enorme regenwolken er voor dat niets aan
ons lijf droog blijft. Het is niet voor niets dat hier een stukje tropisch
regenwoud is ontstaan. De waterval gooit het water met zoveel geweld naar
beneden dat gordijnen van nevel omhoog komen en je gevangen nemen.
Nu is het weer ook nog erg somber en dreigt de grijze
bewolking met regen. Zonder beschermende kleding is het voor de foto- en
videoapparatuur te riskant om te blijven staan. Iets te gehaast genieten we van
elk uitkijkpunt. Zo lopen we ook wat sneller dan verwacht voor de hele waterval
langs.
Na een kleine lunch is het dan tijd om te shoppen. Zou er
nog iets speciaals te vinden zijn? Vast wel.
Terwijl het begint te regenen, lopen we naar de curio market.
Hier wisselen duurdere winkels zich af met de goedkopere kioskjes. Bij deze
laatste kun je het beste en het leukste onderhandelen. Twee of drie keer lopen
we de markt over. Bij de ingang van een gebouwtje zit een zeer stevige vrouw
bij de deur.
Hier met kwade bedoelingen naar binnen gaan, laat je wel uit
je hoofd. Het is net of dit de vrouwenafdeling van de markt is. Het hele gebouw
wordt bezet door verkoopsters. Voor mannen doen ze niet veel onder. Ook de
vrouwen spreken je constant aan om iets te verkopen. Tijd om rustig te kijken,
durf je haast niet te nemen. Op de terugweg het gebouw uit valt mijn oog
plotseling op iets bijzonders. In een hoek weggeschoven staat iets wat lijkt op
een ronde houten sierpot. Het bestaat uit drie ronde compartimenten. De
buitenste twee compartimenten zijn kleiner en hangen boven de grond met aan de
buitenkanten een handvat. Het middelste deel is groter en staat op de grond. De
drie delen hebben allen hun eigen deksel. Bij elkaar is alles ongeveer veertig
centimeter breed. Dit is echt iets bijzonders. Het bieden begint. De
startprijzen liggen erg ver uiteen maar uiteindelijk vinden we elkaar. Ik ben
er erg blij mee en deze sierpot gaat thuis een speciale plek krijgen, verwacht
ik.
Het regent nog steeds en het laatste uurtje brengen we schuilend
door. Af en toe worden we lastig gevallen door jongens die op straat nog wat
proberen te verkopen. De herhaaldelijk mededeling dat we nu wel genoeg
souvenirs hebben laat ze inzien, dat ze bij ons geen kans hebben om nog iets te
verkopen.
Het moment is aangebroken dat we uitzien naar de komst van
Heiko. Hij brengt ons naar het vliegveld. Net als ons houdt Heiko niet van
afscheid nemen. Het afscheid is dan ook kort maar hevig. Een afscheid van Heiko
en een bijzondere en avontuurlijke reis door Botswana.
De weg terug is ingezet. Een vlucht van Victoria Falls naar
Johannesburg met een overstap naar Amsterdam. Wat een prachtige vakantie hebben
we achter de rug. Dit was onze topvakantie in Afrika en beslist niet de laatste
keer dat we Botswana bezocht hebben.
|