Home Contact
Gastenboek lezen
Gastenboek schrijven
Bush Ways Botswana
Puzzels
Links
GOING AFRICA SAFARIS REIZEN
English version

 

Out to Africa   
is   

(klik op logo)


Mee op reis in 2011?
lees hier verder....


 Reisverslagen:

 Foto's:

 Video's:

 Landen info:

 Gamepark info:

 Dieren info:

 Beste reistijd:

 

 

Kenia
De route naar de migratie
van 16-09-2004 tot 04-10-2004

Kenia. Een land iets groter dan Frankrijk. Liggend aan de Indische oceaan en omringd door de landen Tanzania, Oeganda, Ethiopië, Somalië en Soedan. Het land van de meren in de Grote Slenk ofwel Rift Valley, zijnde een verzakking in de aarde die van Malawi tot in Israël loopt en vanuit het heelal te zien is. Maar ook het land met de vele nationale parken en reservaten. Het ene park of reservaat bekender dan het andere en daardoor drukker bezocht dan het andere. In dat land met haar rijke historie beginnen we aan ons zevende Afrikaanse avontuur.
We hebben gekozen voor een mix van de drukker bezochte parken zoals de Masai Mara Game Reserve, Lake Nakuru NP en Samburu NR en de minder vaak bezochte parken zoals Meru NP en Aberdare NP.
Al eerder bezochten we Kenia met de Masai Mara, Lake Nakuru, Lake Naivasha, Lake Bogoria, Lake Baringo, Hell’s Gate NP en Kakamega Forrest als hoogtepunten. Van deze parken zijn de eerste drie ook nu weer in onze route opgenomen. Maar eerst bezoeken we de voor ons nieuwe parken, te weten: Meru NP en Aberdare NP en Samburu NR.
Hoofddoel van deze reis is de grote migratie van miljoenen wildebeesten en zebra’s. We hopen te zien hoe wildebeesten de rivier oversteken en uit de bek proberen te blijven van de enorme krokodillen die de Mara River bevolken. Spectaculaire beelden die we zo vaak zien in de talloze documentaires op TV. Nu, zo vlak voor ons vertrek, weten we dat ’s werelds grootste groep migrerende dieren de Masai Mara heeft bereikt.
Samen met Wilfred en Patricia reizen we af om hopelijk getuige te mogen zijn van deze verhuizing en de zoektocht van miljoenen dieren naar het groene sappige gras waar ze hun leven voor wagen.
De reis heb ik met hulp van Ans Voskamp in elkaar gezet. Ans hebben we vorig jaar op een wonderbaarlijke manier ontmoet tijdens ons vluchtige bezoek aan de Masai Mara. Het kaartje van AV-tours & Safaris wat ze ons toen gaf, heb ik bewaard en zie wat er van gekomen is. Een bezoek aan Ans op de vakantiebeurs en bij haar thuis, bezegelden onze drang om opnieuw richting Kenia af te reizen. Een reis die we in eerste instantie een keer met ons tweeën wilden maken. Meer dan de vakantiebeurs en de reisroute hadden Wilfred en Patricia niet nodig om hun plan, om een keer naar Noorwegen te gaan, uit te stellen. Zo is het gekomen dat we toch met ons vieren richting Kenia vertrekken.

16/9 naar Nairobi
Met het op slot doen van de voordeur begint om 05.45 uur onze reis. Ellen zet mij en de bagage af bij het station en rijdt door naar Wilfred en Patricia. De stationshal is nog leeg. Een stapeltje kranten ligt in de stationshal klaar om door individuele reizigers meegenomen te worden richting verschillende bestemmingen. Ik bedenk me dat geen van die kranten Nairobi haalt. Nairobi lijkt zo ver weg maar is zo dichtbij. Vanavond zijn we in die totaal andere wereld. Ik heb er zo lang naar uitgekeken en ik snap er nog steeds niets van. Nu zit ik hier op onze rugzakken in de levenloze stationshal van Deventer te wachten op Ellen, Patricia en Wilfred in de wetenschap dat die andere wereld op het punt staat me op te slokken.
Het is merkwaardig wat er zich op momenten als deze allemaal in je hoofd afspeelt. Een combinatie van het loslaten van je werk en de vervulling van een zoveelste droom over een tegemoetkomend Afrikaans avontuur zijn hier waarschijnlijk debet aan.
Het is nog steeds rustig wanneer Ellen in gezelschap van Patricia en Wilfred de stationshal meer tot leven doet komen. De trein van 06.15 uur moet ons richting Schiphol brengen. Dit lukt tot halverwege. In Amersfoort begeeft ons treinstel het en we worden verzocht om over te stappen op een andere trein. Gelukkig hebben we voor deze vorm van tegenslag wat tijd ingepland. Een half uurtje wachten we tot we de reis naar Schiphol voort kunnen zetten. De Nederlandse spoorwegen laat ons niet verder in de steek en ruim op tijd kunnen we inchecken en nog even een flinke kom koffie pakken. De tijd vliegt spreekwoordelijk voorbij. Het is tijd om te boarden. Het vliegtuig zit niet helemaal vol. Voor me is, net als bij de andere passagiers, een kleine monitor achter in de hoofdsteun van de stoel van mijn buurman geplaatst. Wanneer we boven de wolken vliegen zet ik mijn monitor aan. Keuze uit spelletjes, films en muziek zijn voldoende om me de komende uren te vermaken.
Pas boven de Middellandse zee breekt de bewolking. Een paar Griekse eilandjes zijn de voorbodes van het naderende Afrikaanse continent. Afrika, waar we elk jaar weer naar terug verlangen. De aantrekkingskracht die Afrika heeft is maar moeilijk uit te leggen. Wat is het toch dat het maakt dat die drie tot vier weken in het jaar zo speciaal zijn. Eigenlijk is het veel meer dan die paar weken. De voorbereidingen en de napret van elke reis maken dat we eigenlijk het hele jaar met onze avonturen bezig zijn.
Boven Afrika volgt een groot dor landschap dat slechts door de rode zee wordt onderbroken. Een macaber gezicht zoals die grote watermassa onder je doorglijdt en in gevangenschap van het onherbergzame gebied achter blijft.
Terwijl het zoveelste drankje wordt geserveerd begin ik aan de film “Nowhere in Africa”. Naast me zit Ellen regelmatig te schaterlachen. Zij bekijkt de film “Tarzan in de Jungle”. Hierdoor kost het me moeite om mijn eigen film geconcentreerd te blijven kijken. In deze strijd ben ik uiteindelijk de verliezer. Ik richt mijn vizier weer naar buiten en zie een paar stevige wolken aan de horizon verschijnen. Langzaam maar gestaag zweven we naar de wolken toe. Net wanneer de zon achter de bewolking verdwijnt, zetten we de daling in.
De vlucht nadert alweer zijn einde en de talloze lampjes die Nairobi rijk is, komen onder de bewolking tevoorschijn.
Een lange rij voor de visumaanvraag en de douane staat een hereniging met onze bagage nog even in de weg. Onze bagage rolt al over de bagageband wanneer we daar aankomen. Elk nadeel heeft zijn voordeel. We wisselen wat geld om in Keniaanse shillingen voordat we de deur naar de aankomsthal passeren. Hier staat een flink aantal mensen met een evenzo groot aantal naambordjes of papieren te wachten waarop de naam van hun klanten staan geschreven. Het duurt even voordat we het bordje van AV-tours & Safaris herkennen. Patrick houdt het bordje omhoog.
Patrick stelt zich voor en brengt ons naar de auto en naar Hotel Boulevard. De auto is een verlengde landcruiser en biedt meer dan genoeg ruimte voor ons vieren. Bij Hotel Boulevard aangekomen ontmoeten we David. David hebben we op een gelijke manier als Ans leren kennen. Ik herken hem meteen. Mijn groet met “There is Mr David” beantwoord hij met “You must be Paul”. Vlug regelen we onze kamers voordat we, onder het genot van een drankje, met David en Patrick de komende weken en de daaraan verbonden route doornemen.
Twee dragers brengen onze bagage naar boven. We volgen. Zelfs met bagage zijn de dragers veel sneller dan ons. Voordat wij onze kamers bereiken, staan ze al op ons te wachten. Wat een tempo hebben ze erin zitten zeg. Snel stallen we onze bagage op de kamer en ik geef de dragers een fooi. Een van hen loopt onder dankzegging naar het toilet en spoelt het toilet, met een druk op de knop, door om te kijken of alles werkt. Wanneer hij uit de badkamer komt wacht ik hem op en vertel hem met een lachend gezicht, “You should not flush your tip!”. Even kijkt hij me verbaasd aan totdat het muntje valt en hij lachend en hoofdschuddend, met zijn linker arm omhoog zwaaiend, wegloopt. Ook wij gaan weer naar beneden. In de bar wachten David en Patrick op ons. Onder het genot van een drankje, natuurlijk een Tusker, nemen we het programma door. Het is meteen gezellig. De belangrijkste knoop die we moeten doorhakken is die van hoe we de Masai Mara en dus de migratie in onze route opnemen.
Patrick is gisteren uit de Masai Mara terug gekomen en vertelt dat hij verwacht dat veel van de wildebeesten wel eens aanstalten zouden kunnen maken om terug te gaan richting de Serengeti. Ze staan zegt hij, “met de neus richting Tanzania”. Dat kunnen we niet hebben natuurlijk. De migratie moet het hoogtepunt worden van deze reis. Patrick doet de suggestie om, zoals gepland, de Masai Mara niet aan het eind van de reis te doen maar om er morgen meteen mee te beginnen. Het voorstel lijkt me niet slecht. David reageert met de mededeling dat na de Masai Mara de rest van de reis dan erg zou kunnen tegenvallen. Een dilemma dus. Wat is wijsheid? David spreekt de verwachting uit dat tegen de tijd dat we in het westelijke deel van de Masai Mara aankomen er nog wel wildebeesten zijn om de rivier over te steken. We zijn overtuigd. We handhaven de bestaande route. Morgen vertrekken we dus naar Meru NP. Net als ons zit Patrick er volledig doorheen. Zijn bloeddoorlopen ogen en zijn gegeeuw verraden het. Patrick is voor de komende weken ook onze gids en met de afspraak dat hij ons morgen om 08.30 uur ophaalt, laat Patrick ons achter met David. Nog even kletsen we gezellig bij. Een tweede Tusker versterkt de vermoeidheid. Wanneer ik morgen enigszins fit wil zijn, wordt het tijd om mijn bed op te zoeken. We nemen afscheid van David en bedanken hem voor de goede zorgen en ontvangst.

Meru NP

17/9 Nairobi- Meru NP.
De eerste nacht in Afrika zit er al weer op wanneer ik voor de spiegel in de badkamer van het hotel sta. Een nacht die om is gevlogen. Zo goed heb ik geslapen. Nu ik zo voor de spiegel sta, komt dat kleine beetje spanning, dat ik elk jaar heb, weer in me naar boven. Vertrekken we op tijd? Welke tegenslag krijgen we? Hoe wordt de tegenslag opgelost? Wat krijgen we allemaal te zien? Maar voor deze reis nog wel het belangrijkste: zijn de migrerende wildebeesten en zebra’s over drie weken nog in de Masai Mara? Dat zijn allemaal van die vragen, die onbewust door je gedachten sluipen. Gezonde spanning noem ik het maar.
Het ontbijt in het restaurant is uitgebreid en lekker. Een typisch Engels ontbijt. De voorgenomen drang om me tijdens deze reis te beheersen met eten verlaat me onmiddellijk. De geur van worstjes, spek en eieren spelen me parten. Nu is het zo dat ik me ook weer niet helemaal ongans eet, maar een tweede keer opscheppen kan ik niet laten.
Klokslag 08.30 uur arriveert Patrick met de landcruiser bij het hotel. Onze bagage ligt al in de ontvangsthal van het hotel. Patrick stelt ons voor aan Weston. Weston is een lange erg slanke jongen met een vriendelijke uitstraling en is onze kok tijdens de reis.
Voldaan stappen we de landcruiser in om Nairobi te verlaten. Via een pompstation, waar we de nodige versnaperingen voor onderweg en de komende dagen kopen, doen we dat dan ook. Het is bewolkt en het duurt even voordat we de stinkende uitlaatgassen en drukte achter ons laten. De wegen zijn echter naar Keniaanse begrippen goed te rijden. De weg brengt ons richting het noorden. Langs de kant van de weg zijn overal wel mensen te vinden. De eerste grote plaats waar we doorheen rijden is Embu. We zitten in de directe omgeving van Mount Kenia. Het gebied is groen en de beekjes en riviertjes voeden de verschillende soorten plantages van het noodzakelijke water. De bananen-, thee- en koffieplantages en rijstvelden zorgen hier voor veel werkgelegenheid. Tijdens een stop genieten we in Embu van een verfrissend drankje om vervolgens rechtsaf te slaan richting Meru.
Links van ons laten we Mount Kenia, met de top verscholen in de wolken, liggen. De bewolking is een stuk minder dan in Nairobi. Zodra de zon de kans krijgt, merk je met wat voor een kracht de temperatuur omhoog gestuwd wordt. De wegen worden steeds slechter. Steeds meer verlaten we de bewoonde wereld. Zo lijkt het. Nog een paar kleine wolkjes zorgen voor enkele kleine plekjes schaduw op de grond. Zodra we stil staan met de auto en uitstappen, merken we hoe warm het echt is. In het laatste kleine plaatsje voor Meru NP haalt Weston houtskool voor de komende dagen. De laatste kilometers voor de gate rijdt een tweede landrover van AV-tours & Safaris achter ons aan. We bereiken de New Murera gate van Meru NP om ongeveer 15.00 uur. Bij de gate gebruiken we onze verlate lunch. Patrick vertelt ons dat de tweede auto is gekomen om Stephan en Simone op te halen uit Meru NP. Stephan en Simone hebben we via onze site leren kennen en ze hadden graag met ons mee gewild op deze reis. Echter, we willen dit jaar de reis met maximaal vier personen maken. Gelet op de ruimte in de auto is dat ook prima zo hoewel we ze er graag bij hadden gehad. Het zou waarschijnlijk erg leuk zijn geweest, want het contact via internet verliep ook erg leuk. Voor beiden was het reisschema wel zo interessant dat ze bij AV-Tours & Safaris een soortgelijke route hebben samengesteld. Ze zijn een dag eerder vertrokken uit Nederland en de route die ze volgen is de eerste paar dagen gelijk aan die van ons. Het grootste verschil is dat ze de reis in lodges doen en wij zoals gebruikelijk in tentjes. Hier in Meru NP en over een paar dagen in Samburu NR bestaat de kans dat we elkaar ontmoeten. Misschien zien we ze dus nog tijdens de gamedrive van morgenochtend.
We rijden door richting de campsite. Stofwolken bedekken de weg achter ons. Met een flink tempo rijden we over de hoofdweg door het park. Niet lang nadat we Meru NP binnen zijn gereden, zien we de eerste dieren. Een kleine kikker op het dak van de landcruiser krijgt meer aandacht dan de zebra’s die links van ons staan. Even later staan een paar net-giraffes langs de weg. Persoonlijk vind ik dit de mooiste soort giraffe. Ook onze eerste gerenuk vinden we snel. De gerenuk wordt ook wel de giraffe-antilope genoemd. Dit komt door de lange hals en ranke poten en de in verhouding kleine kop. Regelmatig staat de gerenuk op zijn achterpoten om van zijn favoriete struik, de struikacacia, te eten. Deze positie maakt hem samen met zijn bouw ook zo bijzonder. De gerenuk komt alleen in een paar noordelijke parken in Kenia voor en nauwelijks zijn we in één van de parken waar de gerenuk leeft of we zien het fraai ogende dier al.
Het tempo van de auto wordt aangepast aan dat van een normale gamedrive. We passeren rechts van ons een smal pad en iets dwingt ons om die kant op te kijken.
Uit mijn ooghoeken zie ik een olifant. De olifant staat ongeveer honderdvijftig meter het pad in. We stoppen, rijden terug en slaan rechtsaf het pad in. Nu zien we ook zeven buffels en nog meer olifanten. Het gras is halfhoog en kleurt goudgeel door de zon die langzaam naar de horizon begint te zakken. Het safarigevoel is in één klap aangewakkerd. Plotseling komt een grote katachtige uit het halfhoge gras en staat op het punt om het pad over te steken. Is het een luipaard? We kunnen het moeilijk zien. We zijn nog iets te ver weg.
Het tempo wordt nu helemaal uit de landcruiser gehaald om het dier niet te verjagen. Langzaam, heel langzaam proberen we om al deze beesten te naderen. Patrick geeft aan dat het vermeende luipaard een serval is. Ook goed. Bijzonder is het in elk geval wel.
De serval wacht onze komst niet af en verdwijnt schichtig met een elegant sprongetje in het gras. Even zien we nog hoe de serval verderop dieper de bescherming van het gras en de struiken op zoekt. Prachtig en wat een geluk!
We staan stil bij de olifanten. Enorme takken worden met gevoel van een omgevallen boom afgebroken. Afrika laat zich op dag één alweer van haar goede kant zien en we zijn nog geen half uur in het park. Een tweede familie olifanten nadert. Duidelijk is een rangorde te ontdekken. De komende familie olifanten veroorzaakt onrust en spanning bij de andere familie. De jongste olifantjes worden geroepen en rustig, zonder teveel gezichtsverlies, maakt de totale familie plaats voor de indringers. Achter ons heeft een waterbok ook alles kunnen zien.
We rijden verder en bereiken onze campsite. In tegenstelling tot wat we in de planning hadden, kamperen we niet op Rojowero campsite maar op de public campsite. Patrick vindt Rojowero net wat te onveilig en heeft ons aangeraden om voor de public campsite te kiezen. De ruim opgezette campsite is minstens een paar voetbalvelden groot en voortreffelijk onderhouden. Wanneer we de campsite oprijden heet een grote mannetjes waterbok ons welkom. De waterbok ligt te genieten van de hier rijkelijk aanwezige schaduwplekken.
Van Patrick horen we dat tijdens een voorgaand kampeeravontuur er nogal wat onrust was door een nachtelijk bezoek van een groep leeuwen.
Nu is het rustig, erg rustig. We zijn de enige bezoekers. Vlak bij ons staan de douches en flush toiletten. Geen long drop toiletten dus. Natuurlijk vindt er een eerste verkenning plaats en de conclusie is unaniem. Wat een prima onderhouden voorzieningen. Om het eten te bereiden en om de afwas te doen zijn speciale betonnen tafels gemaakt met aan het einde een vuurplaats. Het is duidelijk dat Meru NP op deze manier meer kampeerders wil trekken. Nu trekt Meru NP sowieso relatief weinig bezoekers en wanneer ze er al overnachten, doen de meeste safarigangers dat in de momenteel enige lodge die Meru NP rijk is. Van Patrick begrijp ik dat ze op zoek zijn naar mensen die een tweede aanwezige lodge willen exploiteren. Hmmm……
Het is tijd om de tenten op te zetten. Terwijl we dit doen richt Weston de primitieve keuken in. Wilfred bemoeit zich meteen met het kampvuur. Iets wat zijn lust en zijn leven is.
Zodra het kampvuur brandt is ook de zon achter de horizon verdwenen. Het verhaal van Patrick over de leeuwen en het steeds donkerder worden, zorgt er voor dat we het kampvuur opzoeken. Om ons op te warmen is dat niet beslist noodzakelijk. Patrick en Weston begrijpen toch al niet waarom die witte mensen per se in een tentje tussen de wilde dieren willen overnachten.
Spaghetti Bolognese is onze eerste maaltijd in de bush. Het smaakt prima. Een gevoel maakt zich van me meester dat ik al dagen weg ben. Toch is het pas de eerste dag in de bush. Is dit nu dat onbeschrijfelijke gevoel dat Ellen en mij jaarlijks doet terug verlangen naar Afrika?
Ik denk het. Meteen val ik terug in oude gewoontes. Mijn Mc-lite zoekt de omgeving af naar glinsterende oogjes. Het zijn waterbokken die de veiligheid van de campsite opzoeken. Hier op de campsite is de kans groter om jagende leeuwen te zien aankomen.
Moe van de lange rit zoeken we vroeg in de avond onze tent op. Voordat we naar binnen gaan spot Wilfred nog een grote uil op een tak aan de rand van de campsite. Het is warm in de tent. Erg warm. Bovenop de slaapzak dommel ik steeds wat weg, wachtend op de tweede helft van de nacht met een wat lagere temperatuur die toelaat dat ik wat langer slaap.

18/9 Meru NP
Gisteravond hebben we afgesproken om tegen 06.30 uur te vertrekken voor een gamedrive. Niet geheel uitgerust maar helemaal klaar om deze afspraak na te komen, kruip ik mijn tent uit. Het ontbijt gaat er goed in en na een kopje koffie zijn we precies op tijd voor de gamedrive in Meru NP.
We weten dat Meru NP veel riviertjes en stroompjes heeft en dieren niet afhankelijk zijn van een waterhole. De dieren zijn dus minder goed te vinden. Daarbij komt dat het weinige bezoek dat Meru NP krijgt de dieren schuw heeft gehouden. Maar gisteren hadden we op de weg naar de campsite toe al veel geluk. Dus waarom vandaag niet?
Meru NP ligt in een gebied dat vroeger in trek was bij jagers. Maar Meru NP kreeg vooral wereldfaam dankzij Joy Adamson’s en het boek Born Free waarin het verhaal van Elsa de leeuwin, die weer in de vrije natuur werd uitgezet, beschreven wordt. Hoewel Meru NP één van de belangrijkste en mooiste nationale parken in Kenia is, ligt het buiten de gebruikelijke route die de meeste toeristen volgen. Het is echter de moeite van een bezoek meer dan waard. Meru NP heeft een oppervlakte van achthonderd vierkante meter en ligt ten oosten van Mount Kenya in het semi-aride gedeelte van Kenia. Het ligt aan weerszijden van de evenaar en de hoogte varieert van duizend meter in de heuvels aan de voet van het Nyambeni gebergte tot minder dan driehonderd meter aan de Tana rivier in het zuiden.
Het meest toegankelijk is het westelijke gedeelte van het park. In het oostelijke deel zijn maar een paar wegen. De vegetatie bestaat voornamelijk uit struikgewas. In het noordoosten wordt het beeld bepaald door grasland met acaciastruiken en lontarpalmen. De langste rivier van Kenia, de Tana, zorgt het hele jaar voor voldoende water in het park. Verder stromen er tal van andere kleine riviertjes door het park.
Bij het verlaten van de campsite doet een giraffe ons uitgeleide. We rijden naar een uitkijkpunt bij een riviertje. Normaal zouden hier hippo’s zijn. Op het moment dat wij er zijn zit er geen één. De plek is prachtig. Langs het riviertje loopt aan weerszijden een groene ader van weelderige groene planten waaronder ook fraai gevormde palmbomen. Een giraffe loopt aan de overkant en zoekt een plek om rustig te kunnen drinken. Een aantal kleine stroomversnellingen zorgt voor het begeleidende geluid wat zo prima bij deze plek past.
De zon rukt zich steeds verder los van de horizon. Het is tijd om terug te gaan naar de auto om eventueel terugkerende hippo’s te ontlopen. Onze zoektocht naar wild zetten we voort. Het duurt even voordat we wat zien. Met tussenpozen zien we giraffes, waterbokken, zebra’s, grant’s gazelles, hartebeesten, impala, buffels, warthog’s en bavianen.
Midden op de weg staat een moederzebra rustig te wachten tot haar jong is uitgedronken. Ook wij wachten. Met plezier. Kort daarna zien we de eerste leeuwen. Leeuwen waarvan Patrick vindt dat ze in Meru NP zo moeilijk te spotten zijn. Eén leeuw ligt op de weg. De leeuwen in Meru NP hebben duidelijk minder haar dan we in eerdere parken gezien hebben. Een klein plukje bij de oren doet me vermoeden dat het om een jong mannetje gaat. Patrick ontkent dit en vertelt dat dit geen mannetjesleeuw is, ondanks dat de mannetjesleeuwen hier niet of veel minder manen hebben. De leeuw staat op en nu zien we duidelijk wat tussen zijn achterpoten hangen. “Het is toch een mannetje”, laat Patrick weten. De leeuw loopt van de weg af het hoge gras in. Zouden we er nu langs gereden zijn, dan zou de leeuw ons waarschijnlijk niet eens zijn opgevallen. Prachtig om te zien hoe de vacht van de leeuw in de omgeving opgaat.
Een tweede leeuw, met iets meer manen, steekt zijn kop even boven het goudgele gras uit om ons vervolgens geen blik meer te gunnen.
We rijden door en slaan rechtsaf om een riviertje over te steken. Bavianen spelen in een boom. Een auto komt ons van achteren tegemoet rijden. Patrick laat me weten dat hij per mobilofoon te horen heeft gekregen dat het Stephan en Simone zijn. Onze eerste ontmoeting is een feit. Wonderlijk dat een dergelijke eerste ontmoeting midden in Meru NP plaatsvindt en niet gewoon in Nederland. Voor het eerst zie je de gezichten die bij de namen horen. Gezellig en vlot wisselen we een en ander aan informatie uit en spreken af om elkaar in Samburu NR weer te ontmoeten. Stephan en Simone staan op het punt om Meru NP te verlaten en richting Shaba Reserve te rijden. Morgen vertrekken ook wij daar naar toe. Een kwartiertje duurde het eerste contact en we kijken uit naar de volgende ontmoeting bij een zwembad in Samburu NR. Vol spanning voor wat komen gaat vervolgen we onze gamedrive.
Het landschap is bij vlagen onbeschrijfelijk mooi. Dieren laten zich echter nauwelijks meer zien. Langzaam rijden we terug richting campsite. Wilfred kijkt naar zijn fototoestel zoals alleen Wilfred dat kan. “Ik kan nog maar één foto maken met dit filmpje.” “We zullen zo wel wat bijzonders zien”, voorspelt hij. Nauwelijks twee minuten later is het zover. Een groep van zes leeuwen. Het weinige haar verraad dat ze wel wat eten kunnen gebruiken. De ribben zijn goed te tellen. Langzamerhand breekt de bewolking en wordt het warmer. Ook de leeuwen zoeken beschutting onder de acaciastruiken. Alleen deze verplaatsing voor de schaduw is wat we te zien krijgen. Het ziet er niet naar uit dat er binnen afzienbare tijd iets spectaculairs te gebeuren staat. We laten de leeuwen achter ons. Met een grote lus bereiken we vijf minuten later de campsite. Hemelsbreed zijn de leeuwen dus niet eens zo ver weg van de campsite. Ik schat op nog geen kilometer.
De temperatuur is weer flink omhoog geklommen en we benutten zoveel mogelijk de schaduw. Nog steeds zijn er geen andere gasten op de campsite. Wat een rust. Het is een prima moment om het dagboek bij te werken. Tussen het verlate ontbijt en de lunch kom ik er pas aan toe. De middag gaat echter grotendeels op aan het inhalen van wat slaap en naar het kijken hoe Wilfred enthousiast kan worden van de kleinste dingen.
Een superb starling vliegt tegen de antenne van de landcruiser en het prachtige vogeltje land versuft bij de keuken. Een plek waar je deze velgekleurde vogeltjes vaak ziet. Het zijn perfecte schoonmakers. Voedselresten krijgen geen kans om te vergaan. De oogjes van de starling staan er niet florissant bij. De antenne heeft door de klap een hoek van ongeveer vijfenveertig graden opgelopen. Het moet dus best hard aangekomen zijn. De starling heeft een paar minuten nodig om weer op krachten te komen. Een wonderbaarlijk snelle genezing.
Wilfred ziet in de verte een red headed agama richting de houtstapel lopen. Meteen is zijn interesse gewekt en gewapend met zijn fototoestel loopt hij voorzichtig richting de schuilplaats van de lizard. Aan de kleur van de agama is te zien dat hij zich net heeft opgewarmd in de zon. Het oranje/paars aan de voorzijde steekt prachtig af tegen het blauw of turkoois aan de achterzijde. Het is fantastisch om te zien hoe Wilfred om de houtstapel heen manoeuvreert om de agama voor eeuwig vast te leggen. Wie het kleine niet eert, is het grote………
Maar toch is het tijd om aan dat grote te beginnen. De middag is snel voorbijgegaan en het is alweer 16.00 uur. Tijd voor de avond gamedrive. Eerder vertrekken voor een gamedrive heeft nauwelijks zin vanwege de hitte. Dieren laten zich dan bijna niet zien. Ook om deze tijd heeft de zon nog veel kracht. Het kan bijna niet anders of de zes leeuwen van vanmorgen zijn nog steeds in de buurt. Natuurlijk vertrekken we eerst richting de leeuwen in de hoop dat ze er nog zijn. Dieren laten zich tijdens de eerste kilometers niet zien. Ik was in de veronderstelling dat de leeuwen dichterbij lagen, maar de afstand lijkt verder dan ik me herinner. Waarschijnlijk hebben de leeuwen mijn gevoel voor afstand wat vertroebeld.
Vlak in de buurt waar we vanmorgen de leeuwen aan hun lot hebben overgelaten, steekt een waterbok het pad over. Zenuwachtig kijkt de waterbok in het rond en loopt, stapje voor stapje, de bush in. Langzaam rijden we door. Zoals verwacht hebben de leeuwen zich nauwelijks verplaatst. In tegenstelling tot vanochtend zien we nu zeven leeuwen.
De leeuwen zijn volledig geobsedeerd door de waterbok. De warmte weerhoudt ze echter van een onbezonnen inspanning. Toch blijven we een tijdje wachten op wat er misschien gaat gebeuren. Af en toe verandert een leeuw even van een ongemakkelijke positie, maar meer gebeurt er niet. Nog maar eens naar de waterbok. Inmiddels zijn het er drie en zijn ze zich volledig bewust van het gevaar iets verder op. Het lijkt een status quo te worden. Voor ons een reden om maar verder op zoek te gaan naar wilde dieren.
Veel zien we echter niet meer. Een paar kudu’s vormen het hoogtepunt. Na een uur bereiken we de leeuwen weer. Nog steeds is er sprake van een zekere patstelling. De zon vormt inmiddels een rode baan boven de bergen. Een teken dat het einde van de gamedrive nadert. We laten de leeuwen achter ons en kiezen een goede positie om van de zonsondergang te genieten.
De schemering is al in een vergevorderd stadium wanneer we terugkomen op de campsite. Weston heeft een heerlijke maaltijd voor ons bereidt. Om het kampvuur genieten we van de foto’s die we met onze nieuwe camera de digitale spiegelreflex EOS-300D van Canon gemaakt hebben. De driehonderd millimeter lens met stabilisator doet wonderen. Effectief is nu ongeveer vierhonderdvijftig millimeter te bereiken en dat is te zien.
In het donker komt een familie waterbokken de bescherming van de campsite op zoeken. Net als gisteren. De hele dag zijn we, denk ik, drie auto’s tegen gekomen. Nu, midden op de avond, komt daar een vierde bij. Het zijn verdwaalde mensen die uiteindelijk hier de tent maar opzetten.
Na het eten en een aansluitend drankje nemen we de dag van morgen door. Patrick stelt voor om morgenvroeg om 08.00 uur richting Shaba NP te vertrekken. We zijn het er mee eens. Lekker even wat langer slapen en Patrick weet nog niet hoe getraind we zijn met het afbreken van de campsite. Ik hoop dat ze ons bij kunnen houden.

Samburu GR

19/9 Meru NP- Shaba NP/Samburu NR
Een douche en een ontbijt met een warm worstje, toast en ei vormen het begin van de dag. Het is allemaal toch even wennen met het afbreken van de tent en het inpakken van de auto, maar al met al gaat het volgens plan. De beheerder van de campsite komt afscheid van ons nemen en helpt ook een handje mee. Iets wat vanzelfsprekend lijkt in Afrika. Voordat we de landcruiser instappen om te vertrekken, vraagt de beheerder of we het gastenboek willen tekenen. Het gastenboek laat weten dat we de eerste bezoekers sinds een week zijn en dat dit ook ongeveer het gemiddelde is voor deze prachtige campsite. De voorzieningen van de campsite staan niet in verhouding met het aantal bezoekers.
Klokslag 08.00 uur vertrekken we. Tijdens de rit het park uit, krijgen we nog het een en ander aan dieren te zien zoals: olifanten, giraffes, waterbokken, grant’s gazelles en een familie struisvogels. Meru NP heeft zeker aan onze verwachtingen voldaan. Het is een prachtig park waarin de dieren nog iets van hun natuurlijke schuwheid in zich hebben. Hoewel er niet om elke hoek iets bijzonders te ontdekken valt, straalt het park uit dat je in een uniek gebied bent. Een soortgelijke stofwolk als bij binnenkomst in het park volgt ons naar de gate.
Voor ons ligt een weg met oneffenheden. Patrick probeert echter zo goed als mogelijk over en om de hindernissen heen te rijden. Of het aan al het gehobbel over de weg ligt, weet ik niet. Vlak voor het plaatsje Meru horen we opeens een behoorlijk geratel. Onmiddellijk schiet “de versnellingsbak” door mijn gedachten. Niet dat ik er ook maar iets verstand van heb. Maar toch. Een eerste controle levert geen definitief oordeel op. Voorzichtig proberen we Meru te bereiken. Dat lukt letterlijk en figuurlijk knarsetandend.
Op de grootste kruising die Meru rijk is staat een benzinepompstation. Gelukkig is er een monteur aanwezig. Het is zondag. Hoewel je er vanuit mag gaan dat hier nog een zevendaagse werkweek geldt, praten we toch over “geluk” dat de monteur er is. Op zoek naar een oplossing belt Patrick naar David in Nairobi. Eerst probeert de monteur de vierwielaandrijving te ontkoppelen zodat de auto alleen voorwiel aangedreven wordt. De monteur geeft aan dat het geratel hiermee mogelijk verholpen zal zijn. Niets is minder waar. Blijft dus over dat de versnellingsbak de veroorzaker is van het ongewenste lawaai.
Op de kruising spelen zich verschillende typische taferelen af. Aan de overkant van de weg staan kleine, van oud hout gebouwde en divers gekleurde, winkeltjes. Altijd goed voor een levendig beeld. Links voor ons liggen een paar mannen, in het gras voor het pompstation, hun roes uit te slapen. Daarvoor, langs de kant van de weg, staat een fietsenmaker. Een fiets staat met het zadel en het stuur op de grond en een lekke band wordt gemaakt. Gelijktijdig wordt de fiets grondig schoon gemaakt. Naast de fietsenmaker spreidt een man zijn kleed uit. Een klein jongetje van nauwelijks een paar jaar helpt hem. Voor zover het kan natuurlijk. Het kleine ventje is prachtig gekleed. Een korte spijkerbroek, een vest en vuurrode kniekousjes stralen een zondaggevoel uit. Prachtig is het hoe hij heen en weer loopt en met van alles bezig is.
Dit alles onderdrukt het dejavu gevoel wat me toch stiekem parten gaat spelen. Ook vorig jaar hadden we veel pech met de auto.
David en Patrick vinden gelukkig erg snel een oplossing. De oplossing is dat wij langzaam doorrijden tot de t-splitsing Nanyuki – Tsala – Meru. Op de splitsing staat een curioshop. Hier wachten we op een andere landcruiser om over te stappen. Het blijkt om de landcruiser van Stephan en Simone te gaan. Zij liggen nu waarschijnlijk, vanwege de warmte, toch bij het zwembad van de lodge.
Hun gids Tony brengt ons dan naar Samburu NR in plaats van naar onze oorspronkelijke bestemming Shaba NP. Immers om voor één nacht en met deze vertraging naar Shaba NP te gaan zou niet veel opleveren. Het is erg warm en de dieren zijn ook grotendeels naar andere parken gemigreerd. De schoonheid van dit park bekijken we een andere keer maar. Terwijl we in Samburu NR onze campsite opzetten, rijdt vervangend vervoer vanuit Nairobi richting Samburu NR om ons vanavond en morgenvroeg de geplande gamedrives te laten maken. Gedurende deze tijd repareren David en Patrick onze eigen landcruiser in Nanyuki. Erg tevreden over deze service wachten we op de kruising op de komst van Tony.
Natuurlijk gebruiken we de verloren tijd om de curioshop te door zoeken op iets moois. Net als elk jaar, dat we naar Afrika gaan, kan ik deze neurotische drang naar iets bijzonders niet bedwingen. De verkopers laten ons, in de wetenschap dat we voorlopig toch geen kant op kunnen, rustig rondlopen. Dit in tegenstelling tot de meeste verkopers in andere shops. We vinden echter niets en worden door de verkopers uitgenodigd om bij hun op een bank in de schaduw te komen zitten. Veel schaduw is er niet. De zon staat op haar hoogste punt. Tegen de muur van het houten winkeltje aangedrukt, om de zon te ontwijken, kletsen we over van alles en nog wat. Tegen de muur hangen verschillende masaikleden voor de verkoop. Eén van de locals heeft een rasta muts op waardoor je net zo goed het gevoel zou kunnen hebben op Jamaica te zijn. Ik vertel hem dat het een mooie muts is maar dat ik in de auto ook nog een leuke muts heb liggen. Ik haal de muts op en zet hem pas op wanneer ik weer terug ben in de schaduw. De vel oranje kleur van de muts kan ik niet verbergen maar de vorm nog wel. Nieuwsgierig kijkt iedereen naar wat er komen gaat. Ik zet de muts op en iedereen kan, na een ongelovige blik, een hevige lachbui niet onderdrukken. De hilariteit is groot. De vijf verkopers kijken elkaar met verbazing aan en met een gezicht van wat hebben we nu naast ons zitten.
De muts lijkt precies op een condoom. Het is een souveniertje van onze laatste wintersport.
Een reservoir staat recht op mijn hoofd en de rest van de muts zit boven op mijn hoofd met een rand van de condoom, alsof de condoom niet volledig is uitgerold, een centimeter of twee boven mijn oren. Meteen krijg ik allemaal voorstellen om hem te ruilen. De muts is erg gewild. Ik geef aan dat het mijn enige is en dat ik hem zeker niet wil missen. Ze begrijpen het maar vinden het o zo jammer dat geen van hen de eigenaar kan worden van deze succesmuts.
Ik mag zelfs een curio voor niets uitzoeken. Ik zie er vriendelijk van af.
Zo vliegt de tijd om en wanneer Wilfred, na wat overtrappen met een voetbal in de brandende zon zijn rust zoekt, komt Tony aanrijden. Snel pakken we onze meest noodzakelijke en waardevolle spullen over en na een hartelijk afscheid van de verkopers vervolgen we onze weg naar Samburu NR.
De weg is goed te rijden tot Isiolo. Het is een erg smerige plaats waar een mix van moslims en christenen naast elkaar leven. De moslims zijn voornamelijk vluchtelingen uit Ethiopië die via de enige weg vanuit het noorden zijn afgezakt tot hier.
De weg gaat vanaf hier over van asfalt naar een lichtgrijze en erg stoffige wasbord. Miljoenen plastic zakjes hebben hier vrij spel. Op den duur voor de bevolking een levensbedreigende situatie. Een wat onheimelijk gevoel maakt zich van me meester. Kinderen langs de weg schooien om geld of eten. Het lichtgrijze stof wat we omhoog stuwen laat een erg lang spoor na. Misschien is dit nog wel het mooiste om naar te kijken. Hier stoppen zou onherroepelijk leiden tot veel gedoe om de landcruiser door de lokale bevolking. Daarom heb ik medelijden met de gestrande toeristen. Ze staan naast hun kapotte auto en worden samen met de nieuwsgierige bevolking overspoeld door onze stofwolk. Zou het een golf van water zijn geweest, zouden ze zeker vele meters, zo niet honderden meters, meegesleurd zijn. We houden een hoge snelheid aan om zo min mogelijk last te hebben van het wasbord. Een beter woord voor de weg heb ik gewoon niet en het is ook een algemeen aanvaard woord voor deze weg.
Bij de gate van Samburu NR, Archer’s Post genaamd, zien we meteen een paar gerenuks. Een groot blauw bord laat weten dat dit park een bijzondere tijd achter de rug heeft. Een eenzame leeuwin heeft hier geschiedenis geschreven. Een aantal keren heeft ze zich ontfermd over een jonge oryx om het op te voeden. Elke keer is het weer mislukt. Vanzelfsprekend natuurlijk. Maar het is een wonderlijke speling van de natuur in het wildste gedeelte van het noorden van Kenia. Een leeuwin die van een jonge antilope in plaats van een prooidier een dier maakt dat ze wil beschermen en opvoeden. De documentaire “Heart of a Lioness” van Saba Douglas Hamilton beschrijft dit mirakelse verhaal.
We bereiken de rivier en de campsite en zoeken een mooi plekje voor onze tenten. Dit lukt. Een omgevallen boom is het enige wat ons scheidt van de rivier. Een bruine levensader voor dit gebied. Hoge bomen zorgen voor ruim voldoende schaduw. Meteen worden we welkom geheten door een paar velvet monkeys. We zijn al voor deze brutale schooiers en dieven gewaarschuwd. Het valt echter allemaal mee en ze beperken zich tot nieuwsgierige blikken.
Op de campsite wachten we op Jozef die vanuit Nairobi overkomt om onze gamedrives te redden. Het is 17.00 uur wanneer Jozef aankomt en ons meteen meeneemt op de beloofde gamedrive. Ondanks de pech met de auto verloopt het allemaal perfect. Dit is service van de hoogste orde.
Jozef laat er geen gras over groeien en laat ons in een korte tijd zien waar anderen misschien de hele dag over zouden doen. Het begint allemaal met drie dik-diks. We kunnen de kleinere antiloopjes met hun mooie grote witomlijnde ogen tot dichtbij naderen. Even later lopen ze richting een giraffe en blijven vlak voor de giraffe staan. Niet vaak zie je een dergelijk groot contrast in lengte zo dicht bij elkaar staan.
We rijden door en vlak om een bocht verrast een grote familie vulturine guineafowls of de door Wilfred en Ellen genoemde “rasta chobe chicken”, ons. Alleen intimi weten hoe ze aan deze naam komen. Even later staat midden op de weg een olifant. Een klein olifantje staat vlak bij haar met zijn hoofdje tussen de voorpoten van de moeder en met het kleine slurfje naar achteren over zijn eigen hoofdje. Op nauwelijks tien meter afstand zijn we getuige van het geduld waarmee de moederolifant haar kleintje zoogt. Prachtig en vertederend. In de onmiddellijke omgeving zijn nog meer olifanten. We krijgen echter een seintje dat even verderop een groep olifanten de rivier oversteekt. Snel rijden we er naar toe. Net op tijd om de olifanten midden in de rivier te zien drinken en ze de oever op te zien komen. Nauwelijks zijn de olifanten op de oever of er komen drie leeuwen aangelopen. Daar omheen een flink aantal busjes. Samburu NR is drukker dan ik verwacht had. Jozef doet echt zijn best om ons op van alles te trakteren en positioneert de auto zo dat de leeuwen vlak langs ons heen moeten lopen. Wat een rust en onaantastbaarheid stralen ze uit. Waar de leeuwen gaan, volgt een rij van busjes. We besluiten hier niet aan mee te doen. Jozef heeft zijn uiterste best gedaan om de tegenslag van vandaag te compenseren en is hier bijzonder goed in geslaagd.
De zon zakt al weg achter een heuvelrug wanneer we terug naar de campsite rijden. Een korte maar spectaculaire gamedrive is ten einde.
Bij aankomst op de campsite is het zo goed als donker. Weston heeft het kampvuur al branden en is met de laatste voorbereidingen voor het eten bezig. Nieuwsgierig naar de foto’s pakken we het fototoestel. Vooral de foto’s met het zogende jonge olifantje lijken prima te zijn gelukt.

20/9 Samburu NR
Vannacht word ik regelmatig wakker en bij diezelfde regelmaat hoor ik in de verte een leeuw brullen. Het is dus een lange nacht aan de Ewaso Ngiro (rivier van het bruine water). Vaak is het dan zo dat je aan het einde van de nacht de slaap weer goed kunt vatten. Ook nu is dat zo. Het gerammel van potten en pannen zijn de eerste vertrouwde signalen dat de ochtend nadert. Weston heeft de eer om altijd als eerste op te moeten staan. Een goede tweede is de zon die zich via een rode band aan de horizon aankondigt. Dit gevoel van een startende ochtend geeft een prettig gevoel. Een wat mindere nacht kan daar geen verandering in brengen.
Vlak nadat we onze tentjes uit zijn, kookt ook het water voor de koffie of thee. Een ritueel bij al onze voorgaande reizen en ook nu is dat niet anders. “An African way of starting the day”. Een vluchtig hapje en koffie maken ons klaar voor de eerste gamedrive van vandaag. Jozef is perfect op tijd om ons daarbij te begeleiden. Om 06.30 uur vertrekken we voor de eerste grote verkenning van Samburu NR.
Samburu NR grenst aan Buffalo Springs Reserve. Voor beide parken is de Ewaso Ngiro van levensbelang. Geen rivier, geen dieren. Geen dieren, geen park. Een brug over de Ewaso Ngiro, even stroomopwaarts van Samburu Lodge, vormt de verbinding tussen de twee reservaten. Samburu NR is een honderd vierkante kilometer groot park. De grote tafelberg “Ololokwe” bepaalt aan de horizon het beeld. Het grootste gedeelte van het jaar is de grond roodbruin en kleiachtig. De Eswaso Ngiro ontspringt op het Laikipiaplateau en wordt grotendeels gevoed door het water van de Aberdare mountains en Mount Kenya. Een galerijbos van acacia’s, tamarindes en palmen kleuren de oevers, van de bruine rivier, groen. Door de toevoer van water uit de bergen is de rivier een permanente bron van water voor de wilde dieren. Centraal gelegen in het park ligt een open terrein bestaande uit droog, doornig struikgewas dat alleen groen wordt in de regentijd.
Het reservaat herbergt een gevarieerde samenstelling aan dieren. Een teruglopend aantal olifanten is nog steeds bepalend. Verder zijn de buffels, waterbokken, impala’s, oryx, giraffes en dik-diks de veel geziene dieren. Als één van de weinige reservaten leven hier ook de grevy zebra en de gerenuk.
Langs de rivier liggen vaak krokodillen te zonnen en van de grote katachtigen zijn hier de leeuw, luipaard en de cheeta aanwezig. Deze laatste zie je normaal gesproken wat minder dan de eerste twee.
Als één van de eerste gaan we op zoek naar de wilde dieren. De eerste kilometers is het echter erg rustig met de dieren. Langzaam rijden we tussen de lagere struiken die de scheiding vormen van het groene gedeelte langs de rivier en het drogere gedeelte van het park. Een paar buffels en giraffes zien we op deze weggetjes die ons in de richting brengen waar we gisteren de leeuwen hebben gezien. Een paar gieren in de bomen langs de rivier zijn de reden waarom we de weg verlaten. Zonder resultaat. Geen leeuwen. Verder zoeken dus. Het is opvallend rustig. Een paar impala’s en gerenuks daar blijft het bij. Even later volgt een familie oryxen met jongen.
Inmiddels bereiken we het drogere gedeelte van het park. Steeds verder en dieper rijden we het park in. Bij de heuvels is een uitkijkpunt waar we de auto mogen verlaten om even van het uitzicht te genieten. Niet te lang trouwens. We willen immers nog wel wat meer zien. Voor we het weten is het zo ver. Terwijl we richting een familie oryxen rijden, zien we de met lange horens voorziene dieren allemaal één richting op kijken. Dit is voor Jozef het signaal om de omgeving nauwkeuriger onder de loep te nemen. Met resultaat. Twee cheeta’s lopen bij elkaar door het prachtige goudgele gras. Snel rijden we er naar toe en we volgen ze een tijdje op korte afstand. Ze hebben net gegeten. Dat is te zien aan de dikke buiken. Eén van de cheeta’s likt de grond om mineralen binnen te krijgen. Eerst dachten we nog dat ze, door deze houding, nog aan het eten waren. Maar dat is niet zo. Het mannetje knielt door zijn voorpoten. De puntige ellebogen achteruit en op gelijke hoogte als de schouderbladen. De kont is in eerste instantie nog het hoogste punt van de cheeta maar zakt even later ook naar de grond. Een prachtig gezicht. Ik besef dat een cheeta niet erg vaak wordt gespot in Samburu NR. Zeker geen twee cheeta’s tegelijk en van zo dichtbij. Een paar honderd meter rijden we met de cheeta’s op. We zijn de enigen die van ze mogen genieten. Wat een geluk en wat een perfecte omstandigheden. Telkens rijden we een stukje voor de cheeta’s uit om ze telkens weer op ons af te zien lopen. Ogenschijnlijk hebben ze geen last van ons. We willen ze echter niet te lang volgen en laten ze met rust. De kans is groot dat ze met die dikke buiken vrij snel een koel plekje vinden om voorlopig niet meer in actie te komen.
We hebben zelfs geluk met het achterlaten van de cheeta’s. Nauwelijks een paar honderd meter verder zit een luipaard in de schaduw van een rotsblok. De contouren van de luipaard zijn zichtbaar. Ik zou er echter zo langs heen gereden zijn. Terwijl we met nog een paar andere auto’s met toeristen staan te genieten, verlaat de luipaard zijn schuilplaats. Perfect loodst Jozef ons van de ene naar de andere plek om de luipaard goed te kunnen blijven zien.
Uiteindelijk staan we op de mooiste plek en loopt de luipaard op nauwelijks tien meter afstand voor ons langs de bush in. Jozef geniet van zijn successen. Het is hem aan te zien.
Het meest trots is hij op de door hem zelf gespotte cheeta’s. En terecht natuurlijk.
Ook wij kunnen en mogen niets meer te wensen over hebben vinden we zelf. Zo zie je maar weer dat je door pech aan de auto, zomaar weer gecompenseerd kunt worden met erg veel geluk met de dieren. De natuur is onvoorspelbaar.
Jozef heeft ons beloofd om na het verlate ontbijt nog een gamedrive te maken. Dit omdat de eerste gamedrive van gisterenmiddag later is begonnen omdat hij uit Nairobi moest komen. Hij vraagt ons, ons een beetje een kant op duwend, of we hier na deze succesvolle ochtend nog behoefte aan hebben. Volmondig zeggen we, nee. Het is al 11.00 uur en erg heet waardoor de dieren nauwelijks te spotten zijn. We hebben een mooi alternatief. Het zwembad van Samburu odge. Jozef regelt voor ons een gratis entree voor het zwembad. Hij doet erg goed zijn best om het ons naar de zin te maken. Het lukt hem. Wanneer je niet in de lodge overnacht, betaal je normaal 800 shilling om van het zwembad gebruik te mogen maken.
Mogelijk treffen we hier Stephan en Simone. Na een frisse duik begin ik mijn reisverslag maar eens bij te werken. Er is in deze paar dagen al zoveel gebeurd.
Een groep mensen uit een overland truck komt ook verkoeling zoeken bij het zwembad. Het zijn allemaal Nederlanders en ze reizen via Sawadee door Kenia en Tanzania. Onder een parasol van riet kijk ik hoe ze binnen komen. Ik denk onmiddellijk een bekend gezicht te herkennen. Twijfel slaat toe. Het kan eigenlijk niet missen. Hoewel ik hem niet van naam ken, heb ik wel eens in competitieverband tegen hem getennist. Ik zie aan hem dat ook hij iets van herkenning heeft en we praten even wat bij. De wereld wordt echt klein!
De klok laat inmiddels een tijd van 14.00 uur zien. We nemen, met de mededeling dat we morgen graag weer komen afscheid van barman Hector. “You’re welcome”, antwoordt hij. “Morgen hoeven jullie als gasten van AV-tours & Safaris ook niets voor de toegang tot het zwembad te betalen”, voegt hij er nog aan toe. Met een lach nemen we de boodschap in ontvangst en zwaaiend lopen we richting de uitgang.
Met Jozef hebben we afgesproken dat hij, tenzij Patrick terug is met de gerepareerde landcruiser, ons op komt halen. Voor de zekerheid hebben we Jozef voor al zijn moeite al wel bedankt met een ruime tip. Hij heeft zich echt voor ons uitgesloofd.
Geen van beiden komt ons echter ophalen. Het is Tony, de gids van Stephan en Simone, die ons terugbrengt naar de campsite. Helaas hebben we Stephan en Simone gemist. Graag hadden we nog even met ze gepraat. We zitten eigenlijk nog vol van het voortreffelijke verlate ontbijt van vanochtend. Maar bij terugkomst op de campsite heeft Weston een heerlijke lunch klaar staan. Waar hebben we dit goede leven toch aan verdiend?
Tijdens de lunch komt Patrick met een blij maar gelijktijdig alleszeggend gezicht aanrijden. Hij is samen met David tot 02.00 uur vannacht bezig geweest om de versnellingsbak te verwisselen. We vertellen Patrick dat we niets hebben gemist. Nou weet je dat natuurlijk nooit, maar dat gevoel hebben we wel.
Vanaf ons stoeltje hebben we uitzicht over de Ewaso Ngiro. Aan de overkant komt in het water een olifant aanlopen. Op ruime afstand volgt een tweede. Stapje voor stapje loopt de olifant door het water langs de oever. Steeds weer op zoek naar een struik of wat gras om te eten. Zelf hebben we ons ondertussen ook verplaatst naar de oever aan onze eigen kant en zitten te genieten. Snel pak ik mijn videocamera om vervolgens ook een plekje aan de rivier te zoeken. Inmiddels staat de olifant recht tegenover onze campsite op ongeveer veertig meter van ons vandaan.
Als door een ingeving besluit de olifant dat aan onze kant van de rivier veel meer te eten is. Langzaam steekt hij de half drooggevallen rivier over. De olifant loopt precies onze kant op. Halverwege stopt de olifant op een kleine zandbank. Hij weet dat we er zijn. Dit laat hij merken door de oren te spreiden en met een poot iets naar voren geknikt stil te staan. Ik zit gescheiden door een struik iets verderop langs de rivier apart van de anderen. Zij hebben plaats gemaakt voor de olifant. De olifant heeft mij niet door en loopt rustig verder richting onze campsite. Het is duidelijk te zien dat het om een volwassen mannetje gaat. Ik film de olifant totdat hij even verderop in de rivier van de struiken op de oever begint te eten. Wat een mooi en rustig moment.
Gelijktijdig is de tijd aangebroken om voor onze avondgamedrive te vertrekken. Nog steeds onder de indruk van de olifant en de omstandigheden stappen we in de gemaakte landcruiser.
Lange tijd zien we nauwelijks iets. Gerenuks, buffels, impala’s een giraffe en onze eerste grevy zebra zijn onze eerste waarnemingen.
Om mogelijk wat meer dieren te zien krijgen, rijden we richting de Ewaso Ngiro.
Een paar olifanten staan van een struik te eten. Drie grote konten staan naar ons gericht. Er staat nog een auto van AV-tours & Safaris. Het zijn Simone en Stephan. Achter elkaar staan ze onder het omhoog geduwde dak van hun landcruiser. Stephan voorop en Simone daarachter.
Ook zij zijn geobsedeerd door de olifanten. Een moeder en een jonge olifant steken de weg over richting de rest van de familie. Ze lopen achter de welgevormde achterwerken van de rest van de familie langs onze richting op. Een versnelde schijnbeweging voorwaarts en een zwaai met de kop is voor de moeder olifant de manier om ons te vertellen dat we plaats moeten maken. Vanzelfsprekend doen we dat. De rest van de familie is uitgegeten en volgt de matriarch. De jongste van de drie volgt het voorbeeld van de leidster van de familie en vind ook dat ze te weinig ruimte heeft. Met een langzame versnelling komt ze stoer recht op ons aflopen. Patrick heeft de lichaamstaal van onze tegenstander al lang gelezen en rijdt achteruit. Het lijkt even op een touwtrek wedstrijd waarbij wij aan de winnende hand. Maar hier gelden andere spelregels. Niet veel langer is het voor ons mogelijk om achteruit te rijden. Bij de eerste mogelijkheid zet Patrick de landcruiser weer in zijn vooruit om met een flinke stoot gas de eerste ruimte tussen de struiken te benutten om weg te komen.
Op deze manier bereiken we Simone en Stephan. Het blijkt dat we vanmiddag bij de verkeerde lodge op ze hebben gewacht. Ze verblijven in de Samburu Serena lodge in plaats van de Samburu lodge. Beide auto’s staan nu naast elkaar en gelijk is het weer een gezellig gebabbel. Steeds meer olifanten verzamelen zich weer om ons heen. We hebben er even geen oog voor. We spreken af de verloren afspraak even na 18.00 uur in te halen met een snelle borrel in de Samburu lodge. Met deze afspraak zeggen we elkaar weer voor even tot ziens en gaan verder op gamedrive.
Qua dieren blijft het verder rustig. Kudu’s, impala’s, de door Wilfred en Ellen genoemde rasta chobe chickens, een paar olifanten en een marchal eagle en een secretary bird als bijzondere vogels, daar blijft het bij.
Voor de Samburu lodge zien we tegen 18.00 uur de laatste olifant van deze avond. Simone en Stephan komen ons achterop gereden. Met uitzicht op de Ewaso Ngiro is het meteen gezellig in de bar. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden dat we elkaar in Kenia voor het eerst ontmoeten, terwijl we het afgelopen halve jaar frequent mailcontact hebben gehad. Wat in twintig minuten de revue kan passeren is verbazingwekkend. Meer tijd hebben Simone en Stephan niet omdat ze voor een bepaalde tijd richting hun lodge moeten. Het is al donker wanneer we afscheid nemen. Na nog één Tusker vertrekken ook wij naar onze campsite. Vanmiddag hebben we met Hector, de barman van het zwembad, geregeld dat we een paar flesjes koude Tusker mee mogen nemen naar de campsite. We hebben de naam “Paul” van Hector doorgekregen om dit nu te regelen. Paul weet er van en geeft ons een lekker voorraadje mee voor vanavond en morgen. Wat een service en wat een aardige mensen!

21/9 Samburu NR
Aan de overkant van de rivier laat een lichtblauwe rand aan de horizon zien dat de zon vecht om te verschijnen. Het is 06.00 uur en tijd om op te staan. Net als gisteren drinken we snel even een kop koffie of thee voordat we opnieuw op zoek gaan naar een avontuur met de dieren. Om 06.30 uur is het zover. We trekken meteen dieper het park in richting de bergen. Een net-giraffe, impala’s, gerenuks en in de verte een paar buffels zijn de spaarzame momenten die we met de dieren delen. De zon staat nog laag en kleurt het gras tot goudgeel. Gisteren zagen we onze eerste grevy zebra op een behoorlijk grote afstand. Nu zien we er twee. In tegenstelling tot gisteren nu erg dicht bij de landcruiser. Nog steeds geen grote hoeveelheden maar wel honderd procent meer.
Gieren in de bomen en in de lucht laten ons vermoeden dat er in de buurt iets aan de hand moet zijn. De zoektocht leidt tot niets. Wel zien we leeuwensporen die ons weer richting de rivier doen rijden. Het zou maar zo kunnen dat de leeuwen, gelet op de gieren, na de vangst en het eten van de prooi, richting de rivier zijn gelopen om te drinken. Via slingerende en bijna dichtgegroeide paden volgen we de rivier. Een paar auto’s staan als bakens in de bush. Bakens die het uitschreeuwen dat er iets te zien is. Het kan haast niets anders betekenen dan dat de leeuwen daar liggen. Die laatste seconden van nieuwsgierigheid voor wat ons te wachten staat, laten alles in slow motion gaan. Het zijn inderdaad twee leeuwen. De volle buiken verraden wat we al vermoeden. Geduldig blijven we wachten op wat komen gaat. De andere auto’s hebben niet zoveel geduld. Na een kwartiertje staan we alleen bij de leeuwen. Diep in de bush en niet met het vooruitzicht dat er veel meer auto’s bij komen. Helemaal alleen met de leeuwen dus. Dat geeft altijd iets extra’s. Patrick rijdt de auto voorzichtig wat dichterbij. Op de oever van de rivier en in het mulle zand draait één van de leeuwinnen zich op haar rug om. Zand wordt door de wind gevangen. Met de poten in de lucht en kop achterover kijkt de leeuw onze richting op. De tweede leeuw ligt meer beschut aan de andere kant van de struiken. Om deze leeuw beter te zien, rijden we even om de struiken heen. Ook de leeuw die we hebben achtergelaten zoekt nu de bescherming tegen de wind op. Veel meer actie verwachten we niet en besluiten door te rijden.
Langs de Ewaso Ngiro rijden we richting de campsite. Patricia ziet dat olifanten op het punt staan om de rivier over te steken. Een mooi gezicht. Op een eilandje in de rivier verzamelen de olifanten zich. Een olifant met een dikke knie schopt in het zand om bij het onderliggende water te komen. Patricia en ik vragen ons af waarom de olifant niet gewoon uit de rivier drinkt. Waarschijnlijk zijn het mineralen die hij zoekt weet Patrick ons te vertellen.
Terug op de campsite vormen pannenkoeken, gebakken eieren en brood met jam of pindakaas de lunch. Natuurlijk willen we graag weer naar de Samburu lodge om gebruik te maken van het zwembad. Patrick brengt ons. In tegenstelling tot gisteren is het erg rustig in het zwembad. Tot 14.00 uur hebben we het hele zwembad voor ons alleen en tegen die tijd is het lunchtijd en moeten we weer terug naar de campsite. Wat een onbeschrijfelijk luxe gevoel.
Net als gisteren krijgen we geregeld bezoek van baboons en vervet monkeys om te kijken of er nog wat te stelen valt. Weston heeft speciaal hiervoor een katapult meegenomen. Slechts de gelegenheid maakt de dief en zo kunnen we niet zeggen dat zowel de baboon als de vervet monkey hun faam waarmaken. Nee, met de katapult boezemt Weston bij de apen flink ontzag in en houdt hij ze op respectabele afstand. Na de lunch ga ik even langs de rivier zitten. In je eentje droom je dan snel weg in gedachten. Gedachten over wat je allemaal al gezien hebt en wat Afrika allemaal met je doet. Ik weet me nu al niet meer te herinneren hoeveel dagen we al rondtrekken. Ik weet dat we pas begonnen zijn maar mijn gevoel zegt totaal iets anders.
Tegen 16.00 uur krijg ik het teken dat we vertrekken voor een volgende gamedrive. Snel pak ik mijn spullen bij elkaar. We rijden rechtstreeks naar de plek waar we vanochtend de leeuwen hebben achtergelaten.
Voor we daar aankomen, passeren we een grote groep impala’s. Even later gevolgd door een olifant die haar kind in alle rust laat zogen. We staan mogelijk nog dichterbij dan eergisteravond. De tolerantiegrens moet toch eigenlijk bereikt zijn. Maar rustig blijft de olifant staan om de kleine alle gelegenheid te geven de slurf achterover te leggen en in alle rust, met de ogen dicht en staand tussen de voorpoten van moeders, te drinken.
Het is lastig om de plek waar de leeuwen vanochtend lagen terug te vinden. Even moeten we terug om opnieuw te zoeken. Wanneer we de plek herkennen, zijn de leeuwen niet te vinden. Toch denkt Patrick dat ze nog steeds in de buurt zijn. Via vaak haast onbegaanbare paden door het bos en langs de rivier zoeken we verder. Inderdaad, ongeveer driehonderd meter van de plek van vanochtend vinden we de leeuwen terug. We zijn opnieuw de enigen die van ze genieten en dat voelt goed en speciaal.
Tussen de bosjes zien we de eerste leeuw. Getrompetter van een onzichtbare olifant in de rivierbedding, doet ons vermoeden dat de tweede leeuw meer richting de rivier ligt. De leeuw die voor ons in de schaduw ligt, hijgt flink. Steeds opnieuw klinkt het getrompetter. Opeens schrikt de leeuw op en loopt in rap tempo weg. Dan zien we opeens de tweede leeuw vanaf de kant van de rivier komen. In zijn kielzog een luid trompetterende olifant. Met wijde oren jaagt de olifant de leeuwen op. Steeds verder het bos in. We kunnen ze moeilijk volgen en doen er, gelet op de frustraties van de olifant, verstandig aan om met een omweg weer voor de leeuwen uit te komen. Nog steeds trompettert de olifant wanneer we de leeuwen weer zien. Dit keer zijn de leeuwen te ver weg en te beschut om ze goed te kunnen zien.
De commotie heeft er voor gezorgd dat meer auto’s deze kant op komen. Net te laat naar onze mening maar mooi op tijd voor ons. We hebben helemaal alleen van dit bijzonders kunnen genieten. Een ander voordeel is dat we nu bijna alleen op de vlakte rijden.
Grevy zebra’s, oryxen, gerenuks, dik-diks, impala’s en giraffes zijn er getuige van dat we dieper het reservaat in rijden. In het gebied, waar we gisteren de cheeta’s hebben gezien, is het erg rustig. Het lijkt wel uitgestorven. Langzaam zakken we weer af richting de rivier. Opeens ziet Patrick auto’s in hoog tempo richting de rivier rijden. Snel rijden we er naar toe. In een stofwolk die de auto’s achterlaten, duiken twee volwassen leeuwinnen en vijf jonge leeuwtjes op die richting de rivier lopen. Het stof kleurt de omgeving door de laagstaande zon bruin op. De leeuwen zien er niet best uit. Vooral de welpjes zijn erg mager. Door de struiken bereikt de hele familie leeuwen de rivier en zijn ze niet meer te volgen. Ongestoord kunnen ze hier wat drinken en de opdringerige auto ontlopen. Sommige busjes met passagiers denken daar echter anders over en zijn bereid om ook de struiken te trotseren. Ongelooflijk.
Het is zo langzamerhand tijd om terug te gaan naar de campsite. Echter niet voordat we in de  Samburu lodge nog even een biertje pakken. Met het personeel in de bediening is inmiddels een leuk contact ontstaan. Vooral met Hector en Paul.
Elke avond wordt er bij de lodge een krokodil gevoerd. Opvallend is hoeveel mensen hiervan kunnen genieten. Ons trekt het geen van allen. Ook de tijd laat het niet toe. Patrick heeft de dingen geregeld die hij moest regelen en een kwartiertje later zitten we om het kampvuur op de campsite. Zo om het kampvuur passeert de dag weer in mijn gedachten. Natuurlijk waren de leeuwen beide keren een hoogtepunt. Het zogende olifantje, de grevy’s en giraffes maakten deze dag tevens tot een succes.

22/9 Samburu NR
Iets later dan de voorgaande dagen staan we op. De zon warmt de open plek op de campsite al wat op. Reden waarom we niet al lang in de landcruiser zitten is dat vanochtend in het teken staat van een bezoek aan een Samburu dorp. Onze buren van de naast ons liggende campsites zijn ruimschoots op zoek naar de wilde dieren wanneer ook wij vertrekken. Het Samburu dorp ligt vlak buiten Samburu NR. Vanzelfsprekend gebruiken we de weg naar de gate om ook nog wat wild te spotten. Dat lukt. De meest voorkomende dieren, zoals de giraffes, impala’s, oryxen, grevy’s zebra’s en olifanten vinden we zonder problemen. Wat we tot op heden nog niet gezien hebben is een mannetjes leeuw. Maar nu is het zover. Verborgen ligt het halfvol bemaande mannetje tegen een voor Samburu NR zo typerend bolvormig struikje aan. Samen met een overland truck en nog twee auto’s staan we te wachten op wat staat te gebeuren. De leeuw ligt niets vermoedend van de schaduw te genieten. Een familie olifanten loopt langzaam in een halve cirkel richting de leeuw. Steeds verder schuiven de olifanten dichterbij. Daarbij staan ze bij iedere struik even stil om te eten en om vervolgens geruisloos weer een volgende struik op te zoeken in de richting van de leeuw. Zowel de leeuw als de olifanten zijn niet van elkaars aanwezigheid op de hoogte. Vanuit de overland truck wordt het met elke stap die de olifanten zetten rustiger. Een confrontatie kan haast niet uitblijven. Nauwelijks vijftien meter scheidt de niets vermoedende bewoners van dit prachtige park. Dat is al lang binnen ieders tolerantiegrens. Opeens wordt een zintuig van de leeuw aangesproken. Langzaam tilt hij de zware kop van de grond om meteen klaar wakker te zijn. Zonder alle olifanten gezien te hebben, kiest de leeuw instinctief de goede richting en loopt met de kop ligt voorovergebogen maar met enige trots van de olifanten vandaan. De olifanten niets vermoedend achterlatend.
Met een boog om de overland truck heen komt de leeuw onze richting op lopen. Een flinke geeuw laat zijn grote hoektanden zien. Een dun draadje speeksel verbindt daarbij de linker hoektand van het bovengebit met die van het ondergebit.
Even loopt de leeuw met ons op om vervolgens op veilige afstand van de olifanten weer in de schaduw van een acaciastruik te gaan liggen.
Voor ons het moment om richting de gate te rijden. Patrick krijgt per radio door dat er drie leeuwinnen en vier welpjes gespot zijn. Natuurlijk gaan we ook daar even kijken. Rustig liggen ze tussen de struiken. De jonge leeuwtjes lopen, op zoek naar aandacht, van de ene naar de andere leeuwin. Die aandacht krijgen ze niet waardoor ook zij gedwongen worden tot een noodzakelijke slaappauze. Wanneer het zo doorgaat halen we het Samburu dorp nooit.
Reden waarom we de grote weg door het park opzoeken om richting Archer’s Post te rijden.
Niet ver buiten het park slaan we links af. Een dorp iets van de weg gelegen is ons doel. We worden welkom geheten door een paar jonge Samburu krijgers. De ontvangst net buiten het dorp is hartelijk. Jonge Samburu vrouwen en mannen zingen en dansen een welkomstlied en we krijgen uitleg over wat we tijdens ons bezoek te zien krijgen. Vlak voor de ingang van de manyatta ontvangt een groep van zestien vrouwen ons nog eens en heten ons via dans en zang nog eens welkom. Ellen en Patricia ontkomen er niet aan om net als even daarvoor mee te dansen. Helemaal van harte gaat het niet. “Waarom zijn wij vrouwen toch altijd de pineut?”, mompelen ze zachtjes wanneer ze hand in hand met een Samburu vrouw meelopen. Het lijkt er op dat beide dames bewust minder hun best doen. Stel dat ze vanwege hun danskunst gevraagd worden hier te blijven? Nee, echt van harte gaat het allemaal niet en beleefdheid is hier misschien wel het juiste woord. Trouwens, gelukkig sta ik er niet. Ik denk dat ik ook niet het enthousiasme zou kunnen opbrengen om mee te dansen. Onder gezang worden we, als ware het een heuse intocht, de manyatta binnen geleid.
Eerst worden we met onze eigen camera’s, omgeven door de Samburu, op de foto gezet. Daarna krijgen we te zien hoe een paar jonge krijgers vuur maken. Het lijkt allemaal zo makkelijk maar ik zie het mezelf niet voor elkaar krijgen. Nadat het vuur in volle glorie brandt, neemt één van de jonge krijgers ons mee naar een huis. Het is niet zijn huis. Vrouwen wonen daar alleen en zodra de mannen meerdere vrouwen hebben slapen de mannen wisselend in verschillende huizen. De samenstelling in een manyatta bestaat uit een paar families waarbij iedere vrouw dus haar eigen huis heeft gebouwd. Mannen hebben geen eigen huis. Het maximaal aantal huizen in een manyatta is ongeveer vijfentwintig à dertig en zijn hoofdzakelijk van takken, koeienstront en klei gemaakt. Tegenwoordig gebruiken ze voor het dak steeds vaker afval zoals plastic of stukken karton.
We mogen naar binnen. Jonge geitjes heten ons welkom met een licht geblaat. Uit kieren en naden schijnt de zon zijn stralen naar binnen voor het nodige licht. We zitten op de grond en terwijl de krijger uitleg geeft over de manier waarop ze leven, kijk ik nieuwsgierig in het rond. Nu leven deze families, volgens mij, voornamelijk van de toeristen en hun eeuwenoude traditie als herder. Wanneer ik echter aan de families denk die verder van de toeristische route wonen en minder faciliteiten hebben, zoals een waterpomp, moet ik concluderen dat de leefomstandigheden hard en primitief zijn. Het leven onder deze omstandigheden zullen we nooit te zien krijgen.
Aan het eind van ons bezoek krijgen we de gelegenheid om souvenirs te kopen. De meeste vrouwen hebben inmiddels hun waar uitgestald en zitten achter hun kleedje op de grond. Langzaam lopen we langs elk kleedje. Eerlijk gezegd sta ik bij sommigen meer uit beleefdheid stil dan dat er iets van mijn gading bij zit. Ik zie wel een paar prachtige souvenirs maar we zijn nog te vroeg in de reis of de prijs was me te hoog. Ik zou echter liegen wanneer ik zeg dat ik me niet moet bedwingen.
Het lukt me om zonder souvenir weg te komen. Het was een plezierig bezoek aan een Samburu dorp. Op de één of andere manier lijken de Samburu ten opzichte van de Masai aardiger en minder opdringerig bij het aanprijzen van hun souvenirs. Ook krijg je tijdens het bezoek meer uitleg over de manier waarop ze leven en laten ze meer uit dat leven zien.
Op de terugweg rijden we nog even langs de leeuwen die we het laatst hebben gezien. Twee leeuwen hebben zich verplaatst naar een droge rivierbedding. Wanneer we komen aanrijden ligt één van de leeuwen onder een boom op het zand van de drooggevallen rivier. De ander ligt op de oever. Een oryx wordt door onze aankomst onbedoeld gered. Met onze komst is de oryx uit zijn roes, waarin hij door de grote hitte in terecht is gekomen, ontwaakt. De nietsvermoedende oryx ziet opeens de leeuwen in zijn omgeving en gaat er vandoor. Een tijdje wachten we of er nog een prooidier in aantocht is. We hebben dit keer geen geluk. De leeuwen zijn duidelijk op jacht maar het ontbreekt aan prooi. Misschien vanavond?
Na de lunch op de campsite zien we het wel zitten om voor de laatste keer gebruik te maken van het zwembad bij de Samburu lodge. We worden hartelijk ontvangen door Hector en Paul. Het meest inspannende wat ik doe is het bijwerken van mijn dagboek en het zetten van een paar passen naar het zwembad. Lui liggen en zitten we onze tijd uit, totdat we voor onze laatste gamedrive in dit park worden opgehaald.
Een park waarvan ik vooraf niet had verwacht zoveel mooie momenten te zien. Dat Samburu NR toch een vrij druk bezocht park is, had ik trouwens ook niet verwacht. Vooral de vele weggetjes, waardoor dieren makkelijker te zoeken of te benaderen zijn, spreken me zeer aan. Maar over dit laatste denken waarschijnlijk meer mensen positief. Net als de andere keren staat Patrick op tijd klaar. Nog steeds is het erg warm wanneer we met de gamedrive beginnen. We rijden richting de heuvels om gericht op zoek te gaan naar een luipaard. Voor we de heuvels bereiken zien we nauwelijks wild. De weg onderlangs de heuvel is erg hobbelig en bochtig. Op een paar momenten zitten de ergste hobbels zelfs in de bocht waardoor we flink door elkaar worden geschud. Een kwestie van stevig vasthouden of gewoon gaan zitten dus. Dik-diks zijn de enige dieren die we in overvloed zien. Als er iets te spotten valt, dan is het wel dit kleinere antiloopje. We hebben de hele heuvelrug al afgezocht en verder niets kunnen spotten. Vrijwel direct begint de droge rivierbedding waar we vanochtend nog de leeuwen zagen. Ook hier valt nauwelijks een dier te vinden. Langzaam volgen we de rivierbedding. Vrijwel op dezelfde plek als vanmorgen liggen de leeuwen midden in de drooggevallen rivier. Alleen een oor en een achterpoot bewegen zo af en toe. Er valt op korte termijn van deze twee leeuwen niets te verwachten.
Een auto komt ons tegemoet rijden en stopt naast ons. De chauffeur vertelt dat op de heuvelrug een luipaard is gespot. Daar waar we dus twintig minuten geleden nog reden. Natuurlijk rijden we er weer terug naar toe. Bij aankomst zien we dat we niet de enigen zijn die op de hoogte zijn gebracht van de aanwezigheid van de luipaard. In de rest van het reservaat zal niet veel te zien zijn geweest dat hier nu zo veel auto’s staan. Misschien heeft Patrick ook wel erg goed zijn best gedaan om de drukte te mijden. Gelukkig ligt de luipaard een behoorlijk eindje van de weg af en heeft zodoende geen last van alle kijkers die zo af en toe flink luidruchtig zijn.
Boven op een grote rots ligt de luipaard richting de heuvel te kijken. Zou de luipaard er ook gezeten hebben toen wij langs reden? Vanaf de rots heeft de luipaard een prachtig uitzicht en kan nietsvermoedende prooidieren in een vroeg stadium zien aankomen.
Het is echter geen prooidier wat er aan komt lopen. Achter de kale struiken zien we hoe een gestreepte hyena aan komt lopen. Een gestreepte hyena is al zeldzaam om te zien en zeker hier in Samburu NR wordt hij erg weinig gespot. Ondanks de rustige gamedrive dus toch weer iets bijzonders. Wanneer de hyena in de onmiddellijke omgeving van de luipaard komt hopen we stiekem op wat actie. Die actie blijft echter achterwege. De twee mijden elkaar. Ze kunnen het zich niet permitteren om gewond te raken.
Het is 18.00 uur en tijd om richting de campsite te gaan. Drie volle dagen in Samburu NR zitten erop. Qua roofdieren hebben we één gestreepte hyena, twee luipaarden, twee cheeta’s en negenentwintig leeuwen gezien. Verder nog al die bijzondere momenten met de olifanten en andere dieren. Ja, Samburu kan ik absoluut op mijn lijstje met favoriete parken of reservaten bijschrijven. Samen met Meru NP is de start van dit avontuur ver boven verwachting.
Net als de voorgaande maaltijden smaakt de laatste warme maaltijd ook weer prima. Weston verwent ons en het zal me niet verbazen of er zitten bij thuiskomst weer een paar kilootjes bij.

Aberdare NP

23/9 Samburu NR- Aberdare NP
Het is net na middernacht wanneer het diepe zware gerommel van olifanten me wakker maakt. Een uur lang maken olifanten aan de overkant en in de rivier onmiskenbare geluiden. Boomschors wat van de boom wordt getrokken en het knakken van de takken klinken in de nacht door alsof het vlak naast je tent gebeurt. Natuurlijk ben ik dan niet meer in slaap te krijgen. Stel dat ze naar ons toe komen. Ik zou het niet willen missen. De olifanten komen echter niet naar onze kant van de rivier. Ze zouden zich dan ook vlak langs onze tenten moeten wurmen. Iets wat ze overigens best zou lukken. Zodra de olifanten vertrokken zijn, kan ik de slaap weer vatten.
Het is 06.00 uur wanneer Weston met het gerammel van potten en bestek de ochtend aankondigt. Het is de bedoeling dat we om 7.30 uur richting Aberdare NP vertrekken. We hebben dus nog even de tijd. De campsite afbreken kost niet zo veel tijd. Het maken van het ontbijt, het afwassen en het opruimen van de keukenspullen neemt normaal gesproken de meeste tijd in beslag. Maar wat dat betreft lijkt de samenwerking op een geoliede machine.
Er is zelfs nog tijd over om een laatste blik over de Ewaso Ngiro te werpen. Vannacht is vanaf Mount Kenya en de Aberdare Mountains de rivier aangevuld met vers regenwater. De donkere wolken die de laatste middagen in de verte de avonden aankondigden, hebben dus hun werk daar gedaan. De zandbanken in de rivier zijn niet langer zichtbaar. Het bruine water steekt af tegen de groene oeverrand.
Op een paar minuutjes na lukt het ons om op de afgesproken tijd te vertrekken. De slechte grijze en stoffige weg tot Isiolo nemen we in een hoog tempo. Vanuit Isiolo begint de teerweg met flinke potholes richting Nanyuki. Toch is de weg naar de T-splitsing Meru – Isiolo -Nanyuki niet slecht te noemen. We slaan rechtsaf richting Nanyuki en de omgeving ondergaat gaandeweg een klimaatverandering. De invloed van Mount Kenya is zichtbaar. Het is hier een stuk vruchtbaarder dan richting het noorden. Plantages en grote veefokkers hebben zich hier dan ook gevestigd. De top van Mount Kenya is vrij van wolken en de besneeuwde hellingen zijn zichtbaar. In de krant van Patrick is te lezen dat vier dagen geleden nog een Italiaanse vrouw is omgekomen bij de beklimming. Tegen de klok in rijden we om de berg heen. Vlak voor Nanyuki stoppen we bij een curioshop. De prijzen zijn hier erg hoog en voornamelijk gericht op de rijke Amerikaanse toeristen. In de hoop dat we nog wel wat anders tegenkomen, doe ik weinig moeite om te onderhandelen. Voor een manshoge giraffe ligt het eerste bod al op drieduizend US-dollars. Geen eer aan te behalen dus.
In Nanyuki doet Weston de inkopen voor de keuken. Wij kopen in voor wat persoonlijke versnaperingen en wat drank. Onze mobiele telefoons hebben hier bereik en van deze mogelijkheid maken we gebruik om naar Nederland te bellen.
Iets ten zuiden van Nanyuki ligt de evenaar. Ook hier staan een flink aantal curioshops zoals op alle interessante toeristische plekjes langs de weg. Geef ze eens ongelijk. Meteen bij het uitstappen worden we gevraagd voor de proef met de lucifer en het water. Iets wat we in 1999 ook hebben gezien. Hoewel interessant geldt hiervoor wel, “eens gezien is altijd gezien”.
We zien dan ook af van deelname aan de proef en lopen meteen richting de aanwezige curioshops. De prijzen doen hier al niet veel onder voor de eerdere prijzen bij de voorgaande curioshops. Hoewel de shopeigenaren hun uiterste best doen om me iets te verkopen, lukt ze het niet. Ik twijfel te veel en te hard om een juiste keuze te kunnen maken.
Het is nog ongeveer tachtig kilometer naar Aberdare NP. Het hoofdkantoor van Aberdare NP ligt in Nyeri. Hier melden we ons. Patrick vertelt de dienstdoende opzichter over onze plannen. Meer sceptisch dan vrolijk komt Patrick terug naar de auto. We wisten al dat Aberdare NP voor Patrick helemaal nieuw is en zeker voor wat betreft het kamperen. Maar het lijkt er eerder op dat hij nog onzekerder is geworden. Tijdens onze reis kampeert hij voor het eerst en hij ziet enorm tegen de kou, de mogelijke neerslag en het onbekende op. Nu hebben wij als Nederlandse nitwits ook nog eens de wens om bij Chania Falls te overnachten op een campsite waar geen enkele voorziening is. Nu weten wij, in tegenstelling tot Patrick en David, in ieder geval nog dat Chania Falls bestaat. Dat deze waterval echter ook nog eens op drieduizend meter hoogte ligt wisten we niet. Het is haast of je alle radertjes in Patrick’s hoofd kunt horen ratelen. Hij vindt het echt maar niets deze komende twee nachten. Iets waar hij in Nairobi nog zo om heeft gelachen, wordt werkelijkheid voor hem. Hij zal zich net als ons toerist voelen. Na enige overpeinzingen komt hij met een voorstel om voor een andere campsite te kiezen maar wel op zoek te gaan naar Chania Falls. De drieduizend meter hoogte spreekt mij eigenlijk ook niet echt aan gelet op de kou. Het avontuurlijke wel. Als groep komen we tot de beslissing, dat overnachten op een lager niveau verstandiger is. Gebruik makend van de voorinformatie die Patrick ongetwijfeld vanuit Nyeri heeft meegekregen, rijden we naar Ruhuruini campsite. Voor we daar aankomen spotten we buffels, bushbokken, waterbokken en baboons.
Prachtig gelegen trouwens in een dal tussen twee heuvels en aan een beekje wat vanuit de bergen haar water misschien wel richting Samburu NR stuurt. Hier is het water, in tegenstelling tot in Samburu, echter nog helder. Verder heeft deze campsite een voorziening zoals een longdrop toilet. Nu hadden we zelf wel zonder toilet gekund. Van vorige reizen zijn we wel gewend om een gat te graven. Op deze manier maakt men echter in Kenia geen safari meer vertelt Patrick met grote ogen wanneer we hem onze eerdere ervaringen vertellen.
Bij het schuil gaan van de zon achter de wolken merk je dat de temperatuur meteen flink zakt. Af en toe dreigt uit de wolken wat regen te vallen. Na de lunch gaan we Aberdare NP verkennen. En als ik dan zeg verkennen, is het ook echt verkennen. Met de kaart, die we bij de gate hebben meegekregen, zoeken we onze weg. Vandaag ontdekken we de wat lagere regionen van het park en morgen gaan we op zoek naar Chania Falls in het hoger gelegen gedeelte van het park. Wat Aberdare NP ons gaat brengen? We hebben geen idee. Het ligt in onze bedoeling om naar een vieuwpoint en het Salient gebied te rijden en van daaruit richting Prince Charles Campsite en weer terug richting het westen naar onze campsite. Het pakt allemaal veel anders uit.
Weinig, erg weinig, mensen bezoeken Aberdare NP ook op een manier zoals wij dat doen. Het park is best bekend bij bezoekers aan Kenia. Echter een bezoek aan Aberdare NP houdt voor deze bezoekers vaak niet meer in dan overnachten in The Ark of Treetops. Twee lodges van waaruit de bezoekers zicht hebben op waterholes waar dorstige dieren zich tegoed doen aan vocht. Water dat trouwens rijkelijk aanwezig is in het park. Gamedrives maken, zoals wij dat doen, gebeurt nauwelijks in dit park.
Bij de derde of vierde keuze om af te slaan of de weg te volgen gaan we de fout al in. Nietsvermoedend rijden we steeds dieper en hoger het park in. Het besef dat we een afslag gemist hebben groeit met de meter. Nergens op de kaart staat een dergelijke lange weg zonder afslag. Althans, niet in het gebied waar wij denken te zitten. Nee, het kan maar één ding betekenen. We zijn bezig de bergen in te rijden. De smalle paden laten het niet toe om te keren en min of meer gedwongen zetten we onze weg voort. Regenwolken hangen steeds lager over de heuvelruggen. Steeds kouder wordt het en steeds donkerder. De omgeving is prachtig. Samen met de spanning over waar we terecht gaan komen, begint het een echt avontuur te worden. Waar komen we in hemelsnaam uit. We zullen wel zien. Inmiddels is het niet meer te doen om zonder dikke jas en muts de weg voort te zetten. Het bos van bamboe en het regenwoud zijn we al ontstegen en baardmossen sieren de bomen als getuige van het klimaat wat hier heerst. Wat prachtig, wat mooi. Bushbokken springen zo nu en dan voor de landcruiser de bossen in. Heel behendig en zonder problemen een verschil in hoogte overbruggend.
We bereiken de boomgrens en langs de weg vormen rijen van naaldloof een haag. De wolken hebben zich van ons meester gemaakt en in hun greep. Dit maakt dat de omgeving een mystieke kleur van grijsblauw heeft aangenomen. Het is alsof we in een wereld terecht zijn gekomen waar elfjes leven. Het klinkt absurd maar het is zo fantastisch en avontuurlijk. Een vennetje ligt rechts van de weg. Een mountain reedbuck graast rustig. Een bord met daarop Chania Falls heeft inmiddels het bestaan van deze waterval bevestigd. We zijn nu zo dichtbij en besluiten ondanks dat het al flink begint te schemeren om naar de waterval toe te rijden.
Eerst zien we de campsite waar we zouden overnachten. Zonder bescherming van bomen ligt de campsite op de helling van de berg. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over een fraai bebost dal. Maar wat is het hier koud zeg. Opgelucht dat we vannacht niet hier slapen, lopen we richting de waterval.
Via een pad en een paar trapjes bereiken we een uitkijkpunt. Vanaf hier heb je een adembenemend uitzicht op de waterval. Ondanks de enkele val naar beneden zijn we onder de indruk. Een roes waarin we alles mooi vinden heeft zich ook al lang van ons meester gemaakt. Alleen die kou……..
Snel dalen Wilfred en ik nog even af naar de voet van de waterval. Het wordt de hoogste tijd om terug te gaan naar de campsite. Voor het donker op de campsite terug zijn, lukt ons toch al niet meer. Was het in het licht al lastig om de juiste weg te vinden, in het donker zal de weg terug vinden alleen maar een extra dimensie toevoegen aan het grote avontuur van vandaag.
Hier willen we morgen nog wel eens naar toe. Er zijn nog meer watervallen in het park. Ook die watervallen willen we morgen wel eens ontdekken.
De weg terug is net ingezet wanneer een hyena over de weg voor ons uit loopt. De hyena is op zoek naar een ingang om in de bosjes te verdwijnen. Nauwelijks een minuut later loopt een black serval cat net als de hyena voor ons uit. Wat een avond en wat een uitzonderlijke momenten. Binnen een minuut deze twee dieren zien is uniek in Afrika. In Aberdare NP is dit echter nauwelijks voorstelbaar. Een gevoel van onuitputtelijk blijdschap maakt zich van me meester. Waar hebben we dit aan verdiend? Ondanks de kou ben ik nu al blij dat Aberdare NP in ons reisschema zit. Ik vraag Patrick of hij ook een beetje om is en volgens mij is hij dat wel. Wanneer hij de kou en de komende twee nachten even uit zijn hoofd kan zetten tenminste. Een bushbuck rent voor ons uit over de weg en zoekt uiteindelijk via een erg steile helling toevlucht in het bamboebos. Het is al even donker wanneer we de campsite bereiken.
We laten Patrick weten dat we een planning voor morgen hebben gemaakt. In de ochtend willen we graag weer terug richting de watervallen die op meer dan drieduizend meter hoogte liggen en in de namiddag zouden we graag een gamedrive in de lagere gebieden maken.
Weston is druk bezig geweest met de maaltijd. In tegenstelling tot boven in de bergen is de temperatuur hier een stuk aangenamer maar nog steeds koud. Een kampvuur moet voor wat extra warmte zorgen. Nauwelijks is het kampvuur aan of het begint te spetteren. Spetters die overgaan in een fikse bui. Snel pakken we de spullen die droog moeten blijven in de landcruiser en zoeken zelf ook deze bescherming op. Behalve Weston. Hij gaat stug door met de laatste handelingen voor het warme eten. Klets nat komt hij later ook even in de landcruiser schuilen. Dat er op dit moment van allerlei dingen in zijn hoofd spelen laat hij met zijn verbazing weten over het feit dat hij de opscheplepel nog in zijn hand heeft terwijl hij zit bij te komen. De spieren van zijn gezicht verraden bij het ontdekken daarvan een grote grijns.
Hij maakt zich door de flinke bui zorgen over de kwaliteit van zijn eten. Het eten smaakt er echter niet anders om. Snel zoeken we na het eten, vanwege de kou en de vochtigheid, onze tent op om zo snel mogelijk aan de dag van morgen te kunnen beginnen.

24/9 Aberdare NP
Een koude en natte nacht met veel geluiden uit het bos is ten einde. Het gras en de tenten zijn nog erg vochtig. Aan de hemel is geen wolkje te ontdekken. Het is nog erg fris en met flink wat kleren aan zoek ik het beekje op. Het beekje dat de hele nacht door op de achtergrond zorgde voor het geluid van stromend water. Het koude water laat ik door mijn handen stromen. Ik wacht het moment af waarop ik me zelf sterk genoeg acht om mijn vingers samen te knijpen waardoor ik een hand vol water vang om vervolgens mijn gezicht mee te wassen.
Hmmm, dat valt mee! Het ritueel herhaal ik nog even om mijn dufheid te verjagen.
Zoals we gisteren al afgesproken hebben, gaan we vanmorgen nog een keer de bergen in richting de watervallen. Weston heeft een vluchtig ontbijt gemaakt. Bij terugkomst beloofd hij een uitgebreide lunch klaar te hebben.
Onder totaal andere omstandigheden rijden we de berg op. Het pad is dieprood gekleurd door de regen en kleurt prachtig tegen de groene omgeving. Af en toe laten openingen in het bos een prachtig vergezicht zien. Aberdares NP laat ons vanochtend een heel ander park zien maar levert niets in van de bekoring die ik er gisteren voor heb opgedaan. Opnieuw rijden we door het bos van bamboe. Doorgangen in het bos verraden de paden van de dieren. Wat een totaal andere wereld is dit Aberdare NP wanneer je het vergelijkt met andere parken of reservaten.
Aberdare NP is onderdeel van het op twee na grootste gebergte in Kenia met een hoogte tot net boven de vierduizend meter. Het park ligt op de oostelijke wand van Rift Valley. Twee bergtoppen, Ol Donyo Lesatima en Kinangop, gescheiden door het moeraslandschap, domineren het landschap. Dit is het moeraslandschap waar we gisteravond de verkenningstocht beëindigd hebben. Een moeraslandschap voorzien van planten zoals de Giant Lobelias en wat veel ravijnen heeft waar de diverse beekjes eindigen in een waterval. Aberdare mountains voorziet heel Nairobi van water. Eigenlijk bestaat het park uit twee delen. Het moerasland met het hoog gelegen bos op het Kinangop plateau en de Salient aan de oostkant waar beboste hellingen afzakken tot het regionale hoofdstadje Nyeri en waar de beste gelegenheid is om dieren te spotten. Tot op heden zijn we daar nog niet geweest maar zijn we volledig ingenomen door het hogere gedeelte van het park waar het vaak mistig is. Maar vandaag laat de mist het afweten en straalt de zon. Zoals de zon voor ons ook spreekwoordelijk schijnt.
De bushbokken, warthogs en reedbokken die we zien zijn erg schuchter. Ze zien hier ook zo weinig toeristen. Hoe onterecht dat ook is. Je moet hier niet komen om de mooiste foto’s of video-opnames van dieren te maken. Daarvoor zijn de dieren zo tussen de struiken verdwenen. Het is de omgeving waarvan je moet genieten en de verrassing wanneer je toch oog in oog komt te staan met één van de bewoners van dit park.
We bereiken de grens waar het bos van bamboe overgaat in het moerasland. Bij het vennetje zien we dezelfde reedbok als gisteravond. Nu is de reedbok in gezelschap van een vrouwtje. Even lopen ze naar elkaar toe om met de kopjes tegen elkaar te stoten. Het geluid van de Chania Falls waait ons aanlokkelijk tegemoet. Het trekt ons als het ware naar de waterval toe.
Een bloem, genaamd de Aloe flower, die te vergelijken is met een bloem die wij kennen als de vuurpijl, staat als een baken op de rand van het uitkijkpunt. Het uitkijkpunt waar we niet al te lang blijven omdat we weer naar de voet van de waterval afdalen. De zon staat prachtig op de witte waterval. Een groene band van algen, mos en planten kleurt hierdoor velgroen op tegen een donkerbruine uit rotsen bestaande achtergrond met daarboven een fel diepblauwe hemel. Achter ons een tropisch woud om het beeld compleet te maken. Het lijkt warempel wel een sprookje. De waterval ligt er nu nog mooier bij dan gisteren.
Na de Chania Falls gaan we, via de veengebieden met tussock gras, op zoek naar de andere watervallen. Het landschap blijft prachtig en we voelen ons net ontdekkingsreizigers. Lang hoeven we niet te zoeken naar de volgende waterval. Bij een soort blokhut, genaamd Fishing lodge, parkeren we de landcruiser. Er is niemand bij de hut te bekennen. De echte avonturier kan hier in afzondering leven. Een prima plek om in retraite te gaan. Over een smal pad lopen we achter elkaar naar beneden. Ook hier is de omgeving prachtig. De flora is uitbundig en herbergt uiteenlopende planten. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik het verder kan omschrijven. Maar ik wil Adberdare NP niet te kort te doen. Nee, mijn woordenschat schiet hier te kort.
We bereiken de voet van Magua Falls. Deze waterval is breder dan Chania Falls. Een gordijn van water hangt enkele meters voor ons. Het geluid is overdonderend. Een mistige sluier van druppels maakt ons nat wanneer we op een punt van een rots dicht bij de waterval staan. Het is net of Magua Falls ons letterlijk en figuurlijk overdonderd. Hier kun je uren in eenzaamheid zitten. Maar uren hebben we niet. Langzaam en veel te vroeg lopen we weer naar boven. Van alle indrukken en het pad naar boven moet ik eerst uitpuffen voor we in de landcruiser stappen.
Ik besef me eigenlijk niet eens dat we momenteel op drieduizend meter hoogte zijn. Maar het is wel een goede smoes voor het af en toe kortademig zijn. Zeker de paden op en af naar de watervallen zijn daar debet aan. De vlaktes met gras gaan over in een tropisch bos. Takken over het pad verraden dat hier al in geen tijden een auto is geweest. Ook het pad zelf laat weer de oorspronkelijke begroeiing toe. Een klein parkeerplaatsje laat weten dat Karura Falls niet meer ver weg is. Een kronkelende geul van dertig centimeter breed dient als pad door het tussock gras.
Een pad waar ons aan het eind een prachtige verrassing wacht. Een ravijn begroeit met tropisch woud ligt voor ons. Vlak naast ons gooit een waterval met geweld haar water, dat het van de vele beekjes krijgt, tweehonderdvijfenzeventig meter in drie etappes naar beneden. Een prachtig overzicht over het ravijn en in de verte op nog een waterval, Gura Falls genaamd. Gura Falls laat het water driehonderd meter naar beneden vallen. Het lijkt wel in slow motion te gaan. Deze twee watervallen zijn uitverkoren om in de film “Out of Africa” als “art decor” te dienen. Begrijpelijk. Robert Redfort vliegt in de film voor de watervallen langs. Wie ooit als eerste deze plek ontdekt heeft, moet hier met nog meer verbazing als wij gestaan hebben. Weer heb ik medelijden met de bezoekers van Aberdare NP die zich beperken tot een bezoek aan één van de lodges. Deze landschappen met betoverende, of zelfs bekoorlijke, watervallen had ik niet willen missen.
Het is al laat in de ochtend wanneer we terugrijden richting de campsite. Daar maakt een uitgebreide lunch ons gereed voor een bezoek aan het lager gelegen deel van het park. Het deel van het park waar de dieren iets gemakkelijker te spotten zijn maar waar nog steeds het ongerepte woud overheerst. Slechts een paar open plekken laten het toe om misschien een paar dieren te ontdekken. Tegen 16.00 uur is het zover. De kaart van Aberdare NP slaan we open. Bij elke afslag op de kaart staat een nummer dat correspondeert met een nummer op een paaltje langs de weg. Zo plannen we onze route door de heuvels.
Een zoveelste bushbok duikt net als zijn vele voorgangers de bosjes in. We rijden over de eerste heuvelrug en bereiken een dal. Aan de overkant van het dal spot Patrick vijf olifanten op de helling. Dit is een heel ander soort gamedrive dan die je normaal maakt.
Het rood van de aarde en het groen van alle flora vormen een mooi landschap. Baboons, waterbokken, giant forest hogs en bushbokken zijn de dieren die we spotten. Een waterbok loopt langzaam voor ons over het pad. Rechts ligt een beboste helling naar beneden en ligt een beboste helling naar boven. Langzaam rijden we achter de waterbok aan. Voorlopig maakt de waterbok geen keuze en loopt in hetzelfde tempo als waarin wij rijden op ongeveer vijfentwintig meter voor de landcruiser.
Dan wordt het de waterbok teveel en met een paar handige sprongen wint de waterbok aan hoogte om tussen de struiken te verdwijnen.
Ongeveer in het laagste gedeelte van het park rijden we langs een open stuk in het bos. Een geluid uit de struiken maakt ons alert. Op nauwelijks tien meter afstand steekt een grote olifant zijn kop uit de bosjes. De witte slagtanden steken af tegen het groen van de struiken. Nog even worden een paar takken geconsumeerd voordat de olifant de weg oversteekt.
De kaart laat ons weten dat we richting de campsite rijden. Maar diezelfde kaart laat ons ook weten dat we nog een flink aantal kilometers voor de boeg hebben.
Na een paar van die kilometers die we nog te gaan hebben, staan vlak naast de weg een paar buffels. Een moeder met jong staat tussen de struiken op een kleine helling. Het wordt al schemer en de buffels vallen haast niet op. Zowel wij als de buffels kijken geïnteresseerd naar elkaar.
Terwijl we staan te genieten, ontdekken we steeds meer buffels. Na even tellen komen we op vijfentwintig buffels en ze staan om de auto heen. Achter ons staan er ook een paar in de bosjes. Een kop met twee volgroeide horens steekt af en toe nieuwsgierig en nerveus tussen de bosjes uit. Daar achter is te horen hoe nog meer buffels heen en weer lopen. Takken knappen af wanneer de buffels zenuwachtig met hun logge lichamen een doorgang door de struiken forceren. De buffel achter ons staat op vijf meter van de auto en durft de weg niet over te steken. Voor ons durven de buffels dat wel. De afstand tussen ons en die buffels is dan ook wat groter. Het komt bij de buffels achter ons niet op om door de struiken wat meer afstand te nemen en dan de weg over te steken. Wanneer het pad voor ons vrij is, vraag ik Patrick een paar meter naar voren te rijden met de voorspelling dat we achter ons ook buffels zullen zien oversteken. Patrick geeft gehoor aan mijn verzoek. Nauwelijks staan we vijf meter verder en de eerste buffel komt uit de bosjes met achter zich een kleine buffel en nog een paar grotere familieleden. De hele groep buffels heeft nu de overkant van de weg bereikt en ook wij rijden door. Het begint heel ligt te motregenen. Het gras op het pad kleurt door de neerslag ondanks de schemer toch nog verrassend groen op tegen de rode aarde. Als het maar niet te glad gaat worden op deze heuvelachtige paden. Paden die te herkennen zijn omdat een lijn door het bos niet begroeit is met struiken of bomen maar alleen met gras. Dat er weinig verkeer is, is te zien aan het gras dat niet door twee lijnen van wielen onderbroken wordt en dus voldoende tijd heeft om steeds te herstellen.
We bereiken een open veldje. Een paar honderd buffels doen dat zelfde. We stoppen de motor van de landcruiser en wachten op wat er gebeuren gaat. In een grote groep zijn de buffels een stuk minder voorzichtig en nieuwsgierig lopen de voorste buffels onze kant op. Ook hier is nauwelijks tien meter tussen ons en de dampende lichamen. Kauwend staan de koppen op een rijtje de landcruiser aan te staren. De weg ligt iets onder het niveau van het veldje waardoor we echt oog in oog staan. Soms verraad een zenuwachtige hup met de voorpoten welke buffel het spannend vindt. Ook Patrick neemt geen risico en start rustig de landcruiser. Buffels zijn immers levensgevaarlijk. Een kalf drinkt tussen de achterpoten van zijn moeder door en de brutaalste van allemaal heeft een paar strengen gras uit zijn bek hangen en neemt nog een paar pasjes voorwaarts. Tijd om te gaan lijkt ons.
Een scherpe bocht naar links door het nat geworden lange gras is een laatste barrière voor onze aankomst op de campsite. Patrick heeft zich deze laatste bocht inmiddels goed eigen gemaakt en zo nemen we deze barrière zonder moeite. Het is al donker en Weston laat weten dat het eten bijna klaar is. Gelukkig blijft het verder droog en kunnen we ons bij het vuur een beetje warm houden. Opeens kijkt iedereen alert dezelfde richting uit. Net alsof we in het donker wat zouden zien! Binnen een diameter van twintig meter, met als middelpunt ons vuurtje, is nog wel wat te onderscheiden. Daarbuiten moet je het echt van je gehoor hebben. Wat was dat voor een geluid? Snel pakken we onze Mc-lite en schijnen in de richting van de brekende takken. Was het een giant forest hog? Het duurt even voordat we het dier herkennen. Eigenlijk zien we pas om welk dier het gaat wanneer het dier zijn kop op tilt. De weerkaatsing van het licht van onze zaklantaarns in de ogen en op de hoorns laten geen twijfel over. Het is een enorme buffel. Waarschijnlijk een eenzaam mannetje. Patrick, maar vooral Weston, probeert de buffel op de gedachte te brengen om zijn geluk verderop te proberen. Iets wat uiteindelijk lukt. Nu maar hopen dat we in de koude vochtige nacht niet onze tent uit hoeven. Iets waar we waarschijnlijk niet aan ontkomen.

Lake Nakuru NP

25/9 Aberdare NP – Lake Nakuru NP
Na het verjagen van de buffel gisteravond, hebben we vannacht geen last meer van de buffel gehad. Althans bij het verlaten van de tent om te toiletteren is ons niets meer opgevallen.
Het gras is vochtig wanneer we de tent uitkomen. Echt zo een ochtend waar je even op gang moet komen. Van al het vocht zijn de tentjes van Weston en Patrick flink doorgezakt. De tentstokken zorgen dat daar de tent nog wel op hoogte zit. Het midden van de tent is echter zo ver naar beneden gezakt dat er geen meter meer over is vanaf de grond. Het lijkt wel een doorgezakte rug van een ezel die ver over zijn houdbaarheidsdatum heen is. Twee grote witte ogen en daar onder twee rijen witte tanden verschijnen als eerste uit de tent. Het markante gezicht van Patrick spreekt boekdelen. En Weston? Weston is al lang weer bezig met ons ontbijt. Een stokje in zijn mond verraad dat hij zich alweer op zijn gemak voelt. Ook voor hem zijn de nachten lastig. Althans, dat denk ik. Wanneer ik het hem zou vragen, dan is alles toch prima in orde. Ik vraag het hem dus maar niet en denk het gewoon. Met zijn lengte is het voor hem nauwelijks te doen om zijn voeten binnen de tent te houden. Een enkele deken kan onmogelijk zijn tenen en gelijktijdig zijn ranke romp bedekken. Tel daar de vocht doorlatende tent bij op en volgens mij heb je dan alle ingrediënten bij elkaar om deze laatste koude en vochtige nachten redelijk slapeloos door te komen. Maar het is Weston niet aan te zien.
Ik ben wel blij dat wij betere tentjes hebben.
Het is 08.00 uur en we zijn klaar voor vertrek. De natte tenten zijn net als alle andere spullen ingepakt voor een rit van ongeveer honderdvijftig kilometer. Ons volgende doel is Lake Nakuru NP. In Mweiga, kijkt Patrick tijdens het tanken naar de radiator. Deze lekt wat. Met hulp van een monteur duikt Patrick onder de motorkap. Rustig zitten we in de landcruiser te wachten. Die rust is snel voorbij wanneer zowel Patrick als de monteur onder de motorkap vandaan schieten. Het gesis en de stoom verklaren waarom. De monteur heeft kokend water over zijn arm gekregen. Patrick is hetzelfde overkomen maar dan in zijn gezicht. Dat is natuurlijk schrikken. Gelukkig blijkt het allemaal nog redelijk mee te vallen maar een paar brandblaren op zijn voorhoofd zijn niet uit te sluiten. De monteur dept met een doek zijn arm droog. Een tablet en het aanvullen van water moeten de radiator weer rijklaar maken. Dit lukt en na wat vertraging vervolgen we onze weg. De ontwikkelingen op zijn voorhoofd volgt Patrick om de zoveel minuten in zijn achteruitkijkspiegeltje.
Vlak voor het plaatsje Nyahururu stoppen we bij een curioshop. Een menshoge giraffe trekt de aandacht van Ellen en eerlijk gezegd ook van mij. De giraffe is niet in perfecte staat maar wat ons betreft hoeft dat ook niet. Voor een perfecte giraffe van deze hoogte en van ebony begon de onderhandeling bij een eerdere curioshop op drieduizend US-dollars. Hier ligt de aanvangsprijs even iets anders. De verkoper begint op vierhonderdenvijftig US-dollars. Met geen mogelijkheid krijg ik de prijs onder de tweehonderdentachtig US-dollars. Veel meer dan ik er voor uit wil geven. Ik wijs hem op de tekortkomingen van de giraffe. Echter steeds weer doet hij mijn kritiek op de giraffe af met de mededeling dat hij het probleem niet ziet. “No problem, no problem”, zijn de woorden waar hij het mee af doet. Ik krijg de prijs niet verder omlaag en loop met een vriendelijk gebaar weg.
Ik sta nog niet buiten of de verkoper houdt me nog een keertje aan. Hij vraagt wat mijn laatste bod is. Ik geef aan dat ik eigenlijk niet meer dan honderd US-dollars wil geven maar dat ik het bod voor een laatste keer verhoog met tien US-dollars. Ik zet daarbij nog eens alle, in mijn ogen, tekortkomingen van de giraffe op een rij en vertel ze hem. Hij geeft het op en roept zijn cheffin. Ik heb duidelijk de grens van zijn onderhandelingsruimte bereikt. Een stevige jonge vrouw komt op me aflopen, komt voor me staan en legt haar beide handen op mijn schouders. “Wat is het probleem”, vraagt ze met een vriendelijk gezicht. Ik leg alles uit. “Wacht maar even, ik kom zo bij je”, reageert ze. Even later is ze weer bij me. Terwijl ze met me praat, houdt ze alles en iedereen in de gaten. Ze slaat een arm om mijn nek en zegt, “geef me honderdentwintig US-dollars en hij is van jou”. Ik weet haar manier van aanpak wel te waarderen maar trek een gespeeld misnoegd en teleurgesteld gezicht. Met dat gezicht stel ik voor om het verschil maar te delen. Ze stemt met mijn voorstel in. Ellen, Patricia en Wilfred zijn al lang weer bij de auto. De onderhandelingen namen bij elkaar nogal wat tijd in beslag. Met de vraag waar ik toch blijf, komt Ellen terug lopen. Ik vertel haar dat ik de giraffe net voor honderdenvijftien US-dollars heb gekocht. Een betekenisvol gezicht verraad haar gedachte. Hoe krijgen we de twee meter hoge giraffe de rest van de reis mee? Een terechte vraag natuurlijk. Opsturen naar Nederland is vanwege de hoge prijs voor ons geen optie. Blijft één mogelijkheid over. Gewoon in de auto en op een verantwoorde manier de auto inpakken. We vragen Patrick of dat op een probleem stuit. Patrick ziet geen problemen.
De cheffin komt met wat touw bij ons staan. Ellen heeft al eerder met haar onderhandeld over een kettinkje. Toen lukte het niet. De prijs van het kettinkje verlagen met vijf US-dollars van twintig naar vijftien US-dollars kreeg geen instemming. Ik vraag haar of ze Ellen nog kent. Ze knikt, ja. Ik vertel haar dat Ellen helemaal weg is van het kettinkje. “Mogen we het kettinkje bij de giraffe hebben”?, vraag ik haar. Verrast ben ik wanneer ze positief antwoord. “Maar dan wil ik wel een T-shirt van jullie”, voegt ze er aan toe. Geen probleem. We hebben een deal. Ellen geeft een T-shirt. De cheffin ruikt of het T-shirt gewassen is. Wanneer ze constateert dat het T-shirt schoon is, verdwijnt het T-shirt met een gerichte worp onder de toonbank. Voorzichtig pakken we de giraffe in de auto. Het vergt even wat pas- en meetwerk maar uiteindelijk ligt de giraffe perfect in het midden van de landcruiser. Poten naar achteren en kop naar voren.
We rijden door richting Thompson Falls. Een groot aantal busjes staan voor het even grote aantal winkeltjes met souveniertjes. Veel te druk en toeristisch opgezet is het bij Thompson Falls. Maar ja, dat zijn de Victoria- en Niagara watervallen natuurlijk ook. Maar deze laatste twee watervallen zijn ook wel iets bijzonders en ik kan dat van Tompson Falls niet zeggen. Vlug weer weg dus.
Omstreeks 14.00 uur bereiken we de plaats Nakuru. Wolken voorspellen regen. Weston moet eerst inkopen doen voor de komende dagen. Van de gelegenheid maken we gebruik om voor ons zelf water en wat andere versnaperingen in te kopen. Het is druk in het centrum van Nakuru. Erg druk. Het is vandaag zaterdag. Misschien een verklaring voor de drukte. Nauwelijks is er een legale parkeerplek te vinden. Hebben we er al één gevonden, stuurt een politieman ons weg. Veel mensen en veel verkeer. Hectische Afrikaanse drukte en gelijktijdig de talloze mensen die gewoon rustig hun ding doen. Later dan verwacht verlaten we het centrum van het plaatsje Nakuru. Het is een paar kilometer naar de Lanet gate van Lake Nakuru NP. Met elke kilometer die we het nationale park naderen wordt de lucht dreigender. De laatste kilometer naar de gate rijden we over een zandweg waar grote plassen water de boventoon voeren. Het is de bedoeling dat we de komende twee nachten op Makalia campsite overnachten. Patrick en Weston zien het eigenlijk niet zo zitten. Makalia campsite ligt in het uiterste zuiden van het park en net daar hangt de zwaarste bewolking boven de rand van de berg die Lake Nakuru NP omringd. Eenmaal in het park blijft het echter nog steeds droog. We kijken op verzoek van Patrick nog wel even bij de campsite bij WCK Headqaurters. Geen privacy, moderne gebouwen, een gecultiveerd terrein met omheining en het stadje Nakuru in de verte in het zicht. Dit is niet wat ik verwacht van een kampeeravontuur in Lake Nakuru NP. De belangrijkste reden die Patrick en Weston geven om hier te kamperen is de mogelijke regen. Zijn er andere redenen? Misschien de mogelijke last van baboons? Eerlijk gezegd voel ik er weinig voor om voor deze reden het avontuur van wild kamperen opzij te zetten. Gemengde gevoelens komen bij me naar boven. Na wat standpunten uit te hebben gewisseld met ons zessen, besluiten we het uiteindelijk toch op Makalia campsite te proberen.
We rijden langs de oostkant van het meer naar het zuiden richting de campsite met de daarbij gelegen gelijknamige waterval. Links van ons ligt Euphorbia Forest. Rechts van ons ligt het meer. Een Neushoorn staat in de verte om zich heen te kijken. Ik voel me steeds schuldiger wanneer de lucht, naarmate we zuidelijker rijden, dreigender wordt. Het zal toch niet waar zijn dat we zo meteen helemaal wegregenen?
Verbazingwekkend halen we droog de campsite. Snel zetten we onze tentjes op. De rand met donkerblauwe lucht blijft net tegen de andere kant van de berg hangen. De neerslag blijft beperkt tot een paar druppels. Ik hoop toch zo dat we de juiste keuze hebben gemaakt! Weston sprokkelt een paar takken voor een kampvuur waar hij de lunch op kan bereiden. Hij komt terug met de mededeling dat een buffel ons van achter de struiken bespied. De nieuwsgierigheid van de buffel duurt niet lang. Voor we aan de lunch beginnen is de buffel al weer verdwenen. Een bord met gebakken aardappels, sla en een kippenpoot aangevuld met chilisaus smaakt heerlijk. Met een korte wandeling naar de Makalia waterval en alert of er nog een buffel in de buurt is hopen we de lunch wat te laten zakken. De campsite ligt aan een open veldje. Rechts van ons staan twee “long drop” toiletten en een paar douches. Tussen de toiletten en douches, die veertig meter uit elkaar liggen, is een kraan geplaatst. Inspectie van de toiletten leert ons dat een penetrante geur overheerst, maar dat de toiletten op het eerste gezicht redelijk schoon zijn.
De waterval heeft weinig water en is een groot contrast met wat we in Aberdare NP mochten zien. Het is net voor 16.00 uur wanneer Patrick het teken geeft om op gamedrive te gaan. Het is nog steeds droog en de lucht ziet er een stuk vriendelijker uit. Eigenlijk had ik de gamedrive niet meer verwacht. Vraag me niet waarom. Nauwelijks zijn we de campsite af of achter een paar heuveltjes staan een paar buffels en impala’s. Dit zijn ook meteen de twee meest voorkomende dieren, buiten de flamingo’s en pelikanen om, in dit nationale park. Het park telt vijfduizend buffels. We gaan er dus nog wel een paar tegenkomen in het tweehonderdentwintig vierkante meter grote park. Het park wat dus zo gekenmerkt wordt door het meer en de daar omheen liggende moerassen en bossen. Het meer dat regelmatig roze is gekleurd door twee miljoen flamingo’s, die worden vergezeld door nog eens een groot aantal pelikanen.
Lake Nakuru NP ligt ten zuiden van de stad Nakuru. Nakuru betekent in het Swahili “plaats van de waterbok” of in maasai “klein soda meer”. Aan de westkant van het park geeft Baboon cliff een prachtig uitzicht over het meer en de rest van het park. Baboon Cliff vormt samen met Out of Africa Hill de natuurlijke westgrens van het park. Midden onder het meer ligt een groot acaciabos. Nog iets zuidelijker ligt de waterval waarbij wij kamperen. Het derde grote bos, genaamd Euphorbia Forest, ligt aan de oostkant van het park. Momenteel dankt het park vooral haar bekendheid aan de aanwezige neushoorns en de regelmatig gespotte luipaarden. In 1999 zijn we hier eerder geweest. Toen hebben we veel neushoorns gezien maar geen luipaard. Omstreeks die tijd zijn er ook opnieuw leeuwen uitgezet nadat een aantal jaren daarvoor een paar lokale opzichters, door de hier destijds levende leeuwen, gedood zijn. De hele populatie leeuwen is hierdoor gedood om herhaling te verkomen. Gelukkig zijn de leeuwen weer terug in Lake Nakuru NP.
Vanaf de campsite rijden we richting het acacia forest. De groengele stammen en de groene struiken van de acacia staan prachtig in het landschap. Een groep giraffen en impala’s zijn samen met baboons, buffels, grant’s gazelles, waterbokken en zebra’s de eerste dieren die we zien. Vele confrontaties met deze dieren zullen waarschijnlijk vandaag en morgen nog volgen. We rijden aan de westkant langs het acacia forest heen. Een dikke half geknakte boom staat op een open gedeelte in het bos. Patrick spot wat op de schuin naar beneden liggende stam. Hij denkt eerst aan een luipaard maar corrigeert zichzelf meteen. Het is een leeuw. Onderaan de half omgevallen stam liggen nog drie leeuwen waarvan er nu twee aanstalten maken om ook omhoog te willen klimmen. Op het moment dat de leeuwen het hoogste punt bereiken, komen uit de struiken drie buffels aangelopen. De drie buffels hebben de leeuwen in de gaten en lopen uitdagend richting de leeuwen. Onder de leeuwen is ook nog een vrij jonge leeuw. Een aanval van de leeuwen valt dus niet te verwachten. Eén van de buffels zwaait met zijn imposante kop om de leeuwen te laten zien dat niet met ze te sollen valt. Met zijn drieën lopen de buffels richting de boom om vervolgens een meter of twintig voor de boom te blijven staan. Hoewel van een echte confrontatie geen sprake is, prijs ik me toch gelukkig om alleen al van dit aftasten getuige te zijn. Wanneer de buffels de leeuwen de grijs/zwarte kont toekeren, rijden wij ook door richting het meer. Drie neushoorns staan rechts van de weg. Het is al schemerig en we blijven niet al te lang staan. Morgen zien we nog wel meer neushoorns mogen we haast arrogant genoeg verwachten.
Met een vriendelijke zwaai en een brede lach verwelkomt Weston ons weer op de campsite. Gelukkig is het droog gebleven en kan Weston zonder nat te worden koken. Ook van de gevreesde baboons heeft hij gelukkig geen last. Het is donker wanneer we de warme maaltijd kunnen opscheppen. Een simpel “you are welcome” is hiertoe het signaal. Nauwelijks hebben we het lekkere eten achter onze kiezen of we horen achter ons het geluid alsof iets of iemand door een struik loopt. Snel draaien we ons om en zoeken met de zaklantaarn richting het geluid van knakkende takken. Een buffel verschijnt in onze lichtbundel. Nauwelijks twintig meter achter ons komt hij van de heuvel aflopen. Voor alle zekerheid zoeken we de bescherming van de landcruiser op. Patrick en vooral Weston jagen de buffel in die zin weg dat de buffel in plaats van door ons kamp, om ons kamp heen zijn weg vervolgt. Hoewel de buffel in de duisternis verschenen is, kijken we regelmatig voor de zekerheid die richting op. En terecht. Het is niet bij één buffel gebleven. Inmiddels staan er drie buffels binnen het bereik van onze zaklamp. Patrick vertelt dat hij liever leeuwen dan buffels in het kamp heeft. Leeuwen hoef je maar één keer te verjagen. Buffels blijven echter terugkomen. Nu maar hopen dat we onze tent vannacht niet uit hoeven. Tegen beter weten in natuurlijk. Het gebeurt haast nooit dat we de nacht doorkomen zonder toiletronde. We zullen zien.

26/09 Lake Nakuru NP
Het is een utopie om te verwachten dat we de nacht door zouden komen zonder naar het toilet te moeten. Goed schijnen we met de zaklantaarn rond om te kijken of een paar ogen licht terug kaatsen. Er is niets te zien en met wat meer haast dan normaal duiken we snel onze tent weer in. De gekochte giraffe is de enige die levenloos de nacht doorkomt. Dit terwijl poten en oren vanwege de lengte licht tegen het tentdoek drukken. Eigenlijk is het tweepersoons tentje een tentje voor drie personen geworden.
Ook vannacht is het droog gebleven. Steeds vaker spookt het naderende avontuur in de Masai Mara door mijn hoofd. Zouden de wildebeesten er nog zijn? En zo ja, hoeveel? Gaan we een crossing zien? Vragen die binnen enkele dagen beantwoord gaan worden. Weston is al weer druk in de weer om voor het ontbijt te zorgen. Ik moet eerst een lichte vorm van kramp uit mijn stijve lichaam rekken, voor ik de tent uit kom. Een eerste mok koffie is genoeg om me zover te krijgen. Die eerste, ietwat gehaaste, mok koffie voordat we op gamedrive gaan, heeft altijd iets speciaals voor me. Een mok koffie die me altijd in het eerste vuur van de dag doet staren alsof het een glazen bol is waarin ik de komende confrontaties met spannende dieren probeer te voorspellen. Zo diep weg zak ik soms bij dat eerste bakkie.
Nog geen half uur later rijden we voor de waterval langs. Een helling in de weg moeten we op volle snelheid nemen en zorgt er voor dat je meteen bij de les bent. In safaritempo volgen we de weg richting Lake Nakuru Lodge. Een paar buffels passeren we. Gevolgd door zebra’s en een groep impala’s. In de groep impala’s imponeren mannetjes elkaar onder begeleiding van alarmsignalen, met schijngevechten en achtervolgingen. Alarmsignalen die we tijdens onze vorige reizen zo goed zijn gaan herkennen. We naderen het acaciabos en slaan linksaf richting Rhino holding Pan. In een open plek in het bos ten zuiden van het meer is een waterhole. Giraffes wijzen ons de weg. Een eenzame buffel drinkt behoedzaam en drie neushoorns staan rustig in de onmiddellijke omgeving. Het is hier erg rustig. Ondanks twee andere auto’s lijkt het wel een vergeten stukje Lake Nakuru NP. Zomaar ergens weggestopt in het bos. Natuurlijk leent Lake Nakuru NP zich niet voor dit soort plekken. Iedere vierkante meter is, door het grote aantal bezoekers dat dit park heeft, al vaker bezocht. Het moment is er echter naar om jezelf dit wijs te maken. En van dat moment genieten we een ruime tijd. Net als de giraffes. Die staan er nog steeds wanneer wij alweer via dezelfde weg deze rustige plek verlaten om richting het meer te rijden.
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden of een miljoen flamingo’s en pelikanen heten ons welkom. De weg is volkomen geblokkeerd door een enorme groep great white pelicans. Verscholen in deze groep staan verdwaalde yellow-billed storks en maraboes. Wanneer je jezelf de beperking oplegt om op individuele vogels te letten, zie je fantastische dingen. Zo onderhouden twee yellow-bild storks elkaars verenpracht door met de grote gele snavel snel bijtend de hals van boven naar beneden te behandelen en vervolgens de snavel te laten rusten op de rug zijn klant. Pelikanen schudden hun veren op orde en rekken hun nek naar de hemel om met een flinke geeuw de enorme bek te openen. Zo gebeurt er van alles en kost het moeite om de voorgenomen beperking vol te houden. Je wilt immers niets missen. Het geluid dat al deze vogels maken is indrukwekkend. Net als de geur trouwens. Langzaam banen we ons een weg tussen de pelikanen door richting het meer en de flamingo’s.
Een roze linie vormt, als een branding van een zee, een scheiding tussen ons en de flamingo’s die meer midden op het meer zwemmen. Een branding van miljoenen rode pootjes. Wanneer de zon even tussen de wolken doorbreekt kleurt het roze nog fraaier op. Prachtig is te zien hoe elke flamingo zoekt naar voedsel. Hier is echt sprake van opgaan in de massa.
We volgen de weg voor het meer langs. Evenredig van ons een roze weg met flamingo’s die zich niets aantrekken van verkeersregels. Een buffel staat verloren aan de rand van het meer. Met de flamingo’s op de achtergrond een bijzonder gezicht. Ik heb geen idee wat een buffel, buiten iets drinken, op deze plek zoekt. Even verder op staan een paar zebra’s en drie neushoorns. Eén van die neushoorns staat ook aan de rand van het meer. Wel iets verder richting de begroeiing, maar toch. Een yellow-billed stork balanceert op de rug van de neushoorn wanneer die het gras op zoekt. Met de klok mee, rijden we rond het meer richting Baboon cliff. Dit is, buiten de campsites en lodges om, de enige plek in het park waar je de auto mag verlaten. Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht over het meer en een groot deel van het park. Jammer genoeg is er veel bewolking en kleurt het roze van de flamingo’s in het meer niet optimaal op. Over de rug van de cliff zoek ik naar een mooi plekje. Een korte ontdekkingstocht die een blik op migrerende safarimieren oplevert.
Lang blijven we hier niet. Via Out of Africa Hill en het daarvoor gelegen bos rijden we terug naar de campsite. Eigenlijk is het de hele gamedrive erg rustig. We zien nauwelijks andere auto’s en wanneer we die al zien, zijn ze ver weg. Halverwege de weg terug staan impala’s en een zebra die blijkbaar jeuk heeft. Een omgevallen boom doet dienst als krabpaal. Tussen de kale takken in wrijft het zwartwit gestreepte dier rustig heen een weer. De oren draaien voortdurend alle richtingen op. De zebra lijkt zo ontspannen maar is op deze manier op zijn hoede. Het is ook een gevaarlijke plek. Eigenlijk staat de zebra gevangen tussen de takken. We staan dicht bij de plek waar we gisteren de leeuwen zagen. Maar ja, dat weten wij. Weet de zebra dat ook?
Terug op de campsite neem ik eindelijk weer eens tijd om mijn reisverslag bij te werken. Met de dag wordt het moeilijker om de discipline hiervoor op te brengen. Is er eenmaal een achterstand wordt de drempel alleen maar hoger om verder te schrijven. Voor ons spelen schoolkinderen. Ook zij hebben pauze. Lake Nakuru NP leent zich uitstekend voor scholen uit de omgeving om een excursie te maken. Op deze manier worden kinderen vroeg in contact gebracht met de natuur en het belang van het behoud daarvan. Voor de longdrop toiletten staat regelmatig een rij met kinderen. Zelf moet ik toch altijd even wat overwinnen om gebruik te maken van deze vaak vies ruikende toiletten. Het echte bushgevoel is bij al deze drukte niet echt meer aanwezig. Zeker wanneer een lang springtouw en een voetbal tevoorschijn worden gehaald, lijkt het of je gewoon als gast op een schoolplein aanwezig bent. De kinderen stralen veel plezier uit en dat compenseert het verlies aan rust. De schoolkleding bestaat uit een witte blouse en een paarse rok. Ja, het zijn alleen maar meisjes. De meesters worden uitgedaagd om een partijtje mee te voetballen. Het is bewonderenswaardig hoe iedereen zich inspant in deze warmte. Behalve wij dan. Wij mzungus, doen onze naam eer aan en zitten de tijd rustig uit tot onze volgende gamedrive.
De uren zijn door al het vermaak snel voorbij gegaan. Tegen 16.00 uur zijn we gereed voor onze laatste gamedrive in Nakuru NP. Eerlijk gezegd is één volle dag ook wel genoeg om dit park te bezoeken. Tenminste wanneer je de luxe hebt om meerdere parken te mogen bezoeken. We rijden via de linkerkant van het park naar het acacia forest. Buffels, waterbokken, impala’s zijn de eerste dieren die we zien. Iets verder van de weg loopt een struisvogel met welgemikte pikbewegingen van het gras te eten. Elke uithaal met zijn bek is raak en na een groot aantal van deze bewegingen zie je een bal van zaadjes door zijn hals naar beneden glijden.
Langzaam rijden we door richting het meer. Een waterbok staart uiterst geconcentreerd voor zich uit. Te geconcentreerd om van een normaal geïnteresseerde blik te spreken. Hierdoor worden we nog meer alert. Een eenzame boom staat iets verder op een open gebied. Ongeveer honderd meter van de bosrand en iets minder van de weg waarop wij staan. Gelijktijdig roepen Patricia en ik het uit. “Een luipaard”, en we wijzen meteen naar de boom. De luipaard staat op de onderste tak dicht tegen het hart van de boom en boven de stam. Regelmatig verplaatst de luipaard zich ietwat onrustig. Door de verrekijker doen we nog een ontdekking. Een impala hangt levenloos over een hoger gelegen tak. Misschien wel de reden waarom de luipaard zo alert is. Inmiddels verzamelen zich wat meer auto’s om ons heen. Van rustig genieten is geen sprake meer. Wanneer een wat oudere vrouw in de auto naast ons naar de boom wijst en zegt, “kijk daar een hertje in de boom”, is voor ons de tijd aangebroken om verder te rijden. Patrick voelt dat perfect aan en met een knipoog start hij de auto om met bovengemiddelde snelheid te vertrekken. Hij is duidelijk iets anders op het spoor. Zelfs een paar neushoorns vlak langs de weg kunnen hem niet dwingen tot stoppen. Het meer komt steeds dichter bij. Wat moet hier toch zijn? Dan zien we het. Een andere luipaard loopt door het gras zenuwachtig heen en weer. Vanaf de bosrand loopt het steeds verder de vlakte op. We zijn niet de enigen. Een lint van auto’s vormt haast een barrière tussen de luipaard en de vlakte waar het naar toe wil. Jammer, maar we zijn zelf ook een onderdeel van die barrière. Wel laten we een ruimte open ten opzichte van onze voorganger. Het is duidelijk dat de luipaard zijn zinnen heeft gezet om richting het meer te lopen. Twijfels doen de luipaard voorzichtig zoeken naar openingen. Af en toe zoekt de luipaard de beschutting van wat struiken of hoger gras op om vervolgens toch weer iets meer richting de auto’s te komen. Duidelijk tast de luipaard haar mogelijkheden af. Patrick heeft er verstandig aangedaan om ruimte tussen de auto’s te laten. Andere chauffeurs zijn niet zo slim. De luipaard kiest er dan ook voor om steeds meer onze kant op te komen. Vijftig meter wordt veertig meter. Veertig meter wordt dertig meter. Nu loopt de luipaard in een rechte lijn naar ons toe terwijl het zoekt naar het juiste pad tussen het gras. Tien meter voor de auto staat de luipaard stil. Het is een wonder dat een luipaard zich zo laat zien. We staan perfect. Voor ons een gat van tien meter om doorheen te lopen in de zoektocht naar prooi. Een andere reden kan ik niet verzinnen waarom de luipaard zover van een veilige boom af is.
De luipaard staat op het punt om voor ons langs te glippen wanneer een andere auto aan komt rijden. Binnen enkele seconden is ons geduld teniet gedaan. Een half uur wachten en tactisch opstellen hebben opeens geen resultaat meer. Het gat voor ons en daarmee de doorgang voor de luipaard, wordt dicht gereden. Zelfs een paar ernstige blikken richting de gids/chauffeur leveren niet het gewenste resultaat op. Hij wil en zal zijn gasten ook een blik op de luipaard gunnen. Niets begrijpend van wat we net allemaal opgebouwd hebben. Lang kunnen zijn gasten er niet van genieten. De luipaard kan niet anders dan terug richting het bos en het weer proberen wanneer de rust is weergekeerd en safariauto’s niet meer mogen rijden. Dankbaar dat we toch een half uur van de luipaard hebben mogen genieten, maar schuldig dat we als toeristen het gedrag van de dieren zo negatief beïnvloeden, rijden we terug naar de campsite.
Het is donker wanneer we de campsite bereiken. Weston heeft het eten zo goed als klaar. Het kampvuur verlicht de campsite weer met een straal van een diameter van ongeveer twintig meter. Daar buiten wordt het met elke stap die je zet donkerder. Zeker na de bezoeken van de buffels de voorgaande avonden ben ik alert wanneer ik naar het toilet moet. Tijdens die dertig meter door het donker gaat er toch van alles door je heen. Hoeveel ogen zijn er nu op mij gericht, vraag ik mezelf af. Tijdens het doen van je behoefte wordt dat al niet veel anders. Kwetsbaardere momenten zijn er niet en wat wanneer je bij het open doen van de deur oog in oog komt te staan met een dergelijke grote zwarte kolos of een ander gevaarlijk dier? Zijn dat niet stiekem gedachten die door de hoofden van iedereen spelen op dit soort momenten? Ben ik soms de enige met deze rijke fantasie? Iemand die het spannender maakt dan het in werkelijkheid is? Die grote vieze vliegen die op het licht van mijn zaklantaarn af komen doen me naar buiten verlangen. Niets meer kan me tegen houden. Even snel met de zaklantaarn rond schijnen. Ik zie geen weerkaatsende ogen en loop terug naar het licht van het kampvuur. Af en toe nog even om me heen schijnend natuurlijk.

Lake Naivasha

27/09 Lake Nakuru NP – Lake Naivasha
Tussen de giraffe en Ellen in word ik wakker. Het is wat later dan normaal. Vanmorgen maken we geen gamedrive meer in Lake Nakuru NP. Ik denk dat we niet mogen klagen over wat we hier gezien hebben. Maar één volle dag is wat mij betreft ook wel voldoende. Tevreden word ik dus wakker. Tevreden over wat we gezien hebben en tevreden over ons vertrek naar Lake Naivasha.
Via de Lanet gate verlaten we Lake Nakuru NP. Wonder boven wonder is het droog gebleven en kunnen we tevreden zijn over de gemaakte keuze om toch op Makalia campsite te kamperen.
We rijden richting het zuiden. Lake Elmentaita laten we rechts liggen We zien af van een bezoek aan Lake Elmentaita lodge om er een kopje koffie of thee te drinken.
We passeren het plaatsje Gilgil. De weg is vrij eentonig en nodigt niet echt uit om te genieten. Natuurlijk blijft het leuk om te zien hoe mensen met van alles en nog wat bezig zijn. Maar in het tempo waarin we nu rijden, krijg je hier niet al te veel van mee.
Tegen het einde van de ochtend bereiken we het plaatsje Naivasha. Hier doen we vast inkopen voor de komende dagen in de Masai Mara. Morgen is het zover. Dan vertrekken we voor het hoogtepunt van deze reis. Althans dat moet de Masai Mara wel worden en eigenlijk houd ik er ook al wat rekening mee.
Patrick zet ons af bij een hotel/restaurant waar we, op een aan de weg grenzende veranda, zo meteen wat kunnen drinken. Eerst is het tijd om inkopen te doen. Het is altijd best even rekenen om te kijken wat we voor de komende dagen nodig hebben. De vereiste liters water, frisdrank, en bier en de zakken chips of ander snoepgoed verzamelen we. Beter teveel dan te weinig is het moto. De winkel is door zijn voorraad water heen en ze moeten ergens anders nog aan een doos met water zien te komen. Het lukt allemaal en tegen de tijd dat wij klaar zijn, is ook Patrick weer terug van de garage en kunnen we alles inladen. Weston doet ondertussen ook inkopen.
Terug op de veranda van het hotel/restaurant bestellen we onze drankjes. We lopen voor op schema en hebben dus voldoende tijd om te genieten van wat er allemaal op straat gaande is. Jongens die in van alles en nog wat handelen, weten ons meteen te vinden. Tegen de veranda aan staan ze voor ons hun waar te presenteren. De termen “special price” en “I give you a good price my friend”, maken geen indruk meer. Net als de spullen die ze proberen te verkopen. Van standaard houtsnijwerk tot sleutelhangers, kettinkjes tot ansichtkaarten en zelfgemaakte kaarten bieden ze te koop aan. Wel zijn de gesprekken doordrenkt van humor. De tijd vliegt dan ook voorbij. Minuten gaan voorbij waarin de verkopers geen seconde hun mond houden. Tot ze het opgeven. Wanneer je dan even gaat verzitten of per ongeluk even hun kant op kijkt, is dat meteen weer aanleiding om naar ons toe te komen en het arsenaal aan verkooppraatjes weer af te spelen. Prachtig.
Patrick en Weston komen ons redden. Ze zijn klaar en we vertrekken richting Fischerman’s Campsite aan Lake Naivasha. Lake Naivasha is zowat rondom omgeven door plantages van bloemen. Het is maar goed dat er zoveel drempels in de weg liggen. Er zijn veel mensen op de weg die zich per voet of fiets verplaatsen. Het enorme aantal potholes dwingt Patrick tot het benutten van de volledige breedte van de weg en soms zelfs daarnaast. Maar het is net of alle wandelaars en fietsers het zich al eigen hebben gemaakt om alert te zijn wanneer een auto nadert.
De plantages bieden deze streek een enorme werkgelegenheid. De gemiddelde Keniaan schijnt echter niet erg opruimerig te zijn aangelegd waardoor er veel troep langs de weg ligt. Niet zo erg als op de weg naar Samburu NR, maar toch.
Na de zoveelste drempel bereiken we de ingang van Fischerman’s camp. Een groot groen grasveld ligt voor ons met daaraan grenzend Lake Naivasha. Een stroomdraad moet voorkomen dat hippo’s ‘s-nachts op de campsite komen. Snel pakken we de spullen uit de landcruiser. De campsite heeft voldoende bomen die zorgen voor de nodige schaduw. Nauwelijks hebben we de spullen uitgeladen of Weston begint met de voorbereidingen voor de lunch. Wilfred en ik kunnen een verkennende blik over Lake Naivasha niet langer onderdrukken en lopen richting het meer. Een steiger gunt ons een blik om de met riet begroeide oevers heen. Voor ons ligt Lake Naivasha. Onze laatste stop voor de Masai Mara met uiterst rechts Cresent Island. Vanmiddag na de lunch varen we naar Cresent Island. Eigenlijk is het een schiereiland in particulier bezit. Op het eiland lopen giraffes, impala’s, wildebeesten, zebra’s en nog wat klein wild rond. Het bijzondere is dat je hier net als in Hell’s Gate tussen de dieren mag lopen. In 1999 is Ellen en mij dat eigenlijk best goed bevallen en de verwachting is dat zeker Wilfred het ook wel leuk gaat vinden.
Regenwolken hangen dreigend aan de overkant van het meer wanneer we bij het bootje staan dat ons naar Cresent Island moet brengen. En juist die kant op hangt de bewolking als een sluier boven het water. Een sluier van regen. Met enigszins gemengde gevoelens stappen we in de polyester boot. Mijn zware bergschoenen compenseren hierbij mijn gebrek aan zeemansbenen. De rest volgt. Eén ruk aan het koord van de buitenboordmotor is voldoende om de motor aan de praat te krijgen. In een rechte lijn varen we over het meer richting de regen. Als dat maar goed gaat. Onze lokale bootsman maakt zich geen zorgen. Misschien moeten wij dat dan ook maar niet doen. De boeg van het bootje zorgt voor een behoorlijke waterverplaatsing en een helder witte boeggolf spat af en toe iets over de rand van de boot. Gelukkig weigert de regen om het meer over te steken en zo bereiken we net voor de bewolking begint Cresent Island.
Met de bootsman spreken we af dat we over een uurtje weer bij de boot zijn. Op zich niet al te veel tijd maar de dreigende regen is voor mij aanleiding er niet al te moeilijk over te doen.
Een gids komt ons tegemoet lopen en ontvangt ons. Hij geeft uitleg over het eiland en vertelt dat hij met ons het eiland gaat verkennen. Mochten we de vorige keer nog alleen over het eiland rondstruinen, blijkt dat nu anders geregeld te zijn. Hij geeft aan dat hij voor ons zal proberen om de hier levende python te zien te krijgen. De eerste dieren die we zien zijn een reedbuck en een paar impala’s. De grotere groepen dieren schijnen op een andere plek van het eiland te zijn dat net te ver weg is om binnen een uur te halen. We lopen inmiddels tussen de acaciastruiken wanneer we onze eerste giraffes zien. Tot op korte afstand zijn ze te naderen. Misschien had het nog wel wat dichterbij gekund wanneer onze gids niet de gewoonte zou hebben om bij het naderen van dieren in de handen te klappen en op een manier te fluiten alsof hij een hond commandeert om bij zich te komen. Ik laat het maar bij gefronste wenkbrauwen. Het ziet er allemaal zo natuurlijk uit dat het hem niet af te leren zal zijn. Al met al dus best wat teleurstellend wanneer je het afzet tegen onze ervaringen uit 1999.
We verlaten het acaciabos en bereiken de open vlakte. Regelmatig staat onze gids bij een gat in de grond stil om te kijken of de python zich hier ook versopt. Zelfs bij een ingang van een hol dat nagenoeg dicht zit met spinnenwebben kijkt hij ingespannen naar eventuele sporen. Ik zou zeggen dat de python hier al een tijdje niet gewoond heeft! Maar ik ben een leek, dus wie weet!
Op de vlakte lopen zebra’s, wildebeesten, waterbokken en steeds, zo een tien tot vijftien meter voor ons, onze gids. Steeds weer fluitend en met de handen klappend. Weg dieren. Het is eigenlijk wel een beetje lachwekkend. Het uur zit er al weer op wanneer we richting de boot lopen. Een, je moet alles een keer meemaken gevoel, overheerst. Ik zou echter liegen wanneer ik zou spreken over een prachtige ervaring.
Nog steeds hangen de regenwolken dreigend voor ons. Te zien is hoe de regen even verder op de grond raakt. Het waait inmiddels ook wat harder. Snel stappen we in de boot. Het water is ook wat minder rustig en regelmatig worden de dames achter in de boot nat gespat.
Voor het regengordijn langs zoeken we naar het plekje tussen het riet dat ons de toegang biedt tot de veilige campsite. Hippo’s duiken, wanneer we op een tiental meters passeren, met hun kop onder. Steeds weer denk ik die bevrijdende opening in het riet te zien. Steeds weer heb ik het mis. De regen blijft gelukkig uit. Ik beschouw het maar als een wonder.
Normaal duurt een terugweg gevoelsmatig altijd korter is mijn idee. Maar dit keer zit mijn gevoel er grandioos naast. Opeens verschijnt er tussen het riet een aanlegsteiger die me bekend voor komt. We zijn er. Voor mijn doen stap ik als een volmaakte zeeman de boot uit en bedank de kapitein.
Een bus met schoolkinderen slaat zijn tenten op. Dachten we toch even het rijk voor ons alleen te hebben. Maar er is ruimte genoeg op deze campsite. Het enige wat ik nu wel even snel moet doen is douchen. Met zoveel kinderen kan het wel eens lang duren voordat ik anders aan de beurt ben. De faciliteiten stralen ook uit dat hier wel warm water is en voor je het weet is dat dan weer op. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik eigenlijk wel een beetje toe ben aan een warme douche.
Het is letterlijk en figuurlijk een koude douche wanneer er geen warm water blijkt te zijn. Toch maar snel even poedelen en lekker warm aankleden. De zon schijnt niet meer en dat voel je meteen aan de temperatuur.
Wonderbaarlijk blijft het de hele avond droog. Na het voortreffelijke eten zitten we om het kampvuur dat door Wilfred weer voortreffelijk op peil wordt gehouden.
Ook de schoolkinderen hebben hun eten op. Ze spelen in het donker een spel. Ongezien moeten ze proberen een centraal punt te bereiken waar een leraar staat. De taak van de leraar is om de kinderen te zien voordat ze hem bereiken. Eigenlijk is alles geoorloofd. Het lukt de kinderen echter niet om ook maar één iemand zover te krijgen. Moe van al deze leuke inspanningen zoeken de kinderen hun tent op. Net als wij.
Morgen gaat het Masai Mara avontuur beginnen. We zijn er klaar voor.

Masai Mara

28/09 Lake Naivasha – Masai Mara
De nacht is zo voorbij. Een ietwat kille en vochtige ochtend wordt gekenmerkt door het natte gras en een vochtige tent. In alle rust pakken we onze spullen. Eerst leggen we de tent plat neer om de tent zoveel mogelijk te laten drogen in de opkomende zon.
De rit naar de Masai Mara van vorig jaar staat me nog bij als de dag van gisteren. Een slechte weg vanaf de tweede helft van de weg naar Narok en van Narok naar de Masai Mara. Het laatste gedeelte voerde ons over een tertiaire weg vol hobbels en geulen door de bush. Dat was wel avontuurlijk en prachtig om mee te maken. Nee, het waren vooral die potholes in de verharde wegen, het uit moeten wijken door de bermen en de inhaalmanoeuvres die zorgden voor een vermoeiende reis richting het prachtige park. Stiekem bereid ik me er mentaal al op voor.
We verlaten Fischerman’s camp. Over de vele drempels en om, en soms door, de potholes laten we ook Naivasha achter ons. Via Mount Longonot rijden we richting Nairobi.
Bij de t-splitsing richting Narok slaan we rechts af. Nog even en dan gaat het beginnen, denk ik bij me zelf. Maar de weg blijft opvallend goed. Ik vraag aan Patrick of de weg het laatste jaar onderhouden is. Hij geeft aan van niets te weten. Maar het gaat allemaal wel een keer zo snel en we worden nauwelijks door elkaar geschud. Verbaasd aanvaard ik de toestand van de weg met plezier.
In Narok nemen we even pauze. Weston moet nog wat inkopen doen, Patrick wil nog even langs de garage en aangetrokken door de curioshops, kijk ik of er nog wat speciaals te vinden is. Met de nodige terughoudendheid zoek ik mijn weg door de smalle gangetjes. Voorzichtigheid is geboden om niets om te stoten. Af en toe vertel ik een verkoper dat ik vast aan het kijken ben voor over een paar dagen wanneer we via deze weg weer richting Nairobi rijden. Dat doet wonderen en in alle rust kan ik mijn zoektocht voortzetten. Mijn oog vangt een speciaal masker. Nooit eerder heb ik een dergelijk masker gezien en ik moet er voor waken dat ik niet nu al voor de bijl ga. Op de terugweg, op de terugweg, moet ik me zelf voorhouden. Het wordt bijna dwangmatig, besef ik. Gelukkig bevrijden Patrick en Weston me met hun terugkomst. We stappen de auto in voor ons laatste deel naar de Masai Mara.
We verlaten de hoofdweg richting het park en via de eerder genoemde tertiaire wegen rijden we door de bush ons avontuur tegemoet. Prachtig slingert het pad tussen de acaciastruiken door. Een groen landschap, af en toe een Masai met een kudde geiten en onze drang naar avontuur werken adrenaline verhogend. We verlaten de bush en bereiken de glooiende vlaktes die de Masai Mara aankondigen. Talloze kleine Masai dorpjes met af en toe kleine groepjes wildebeesten of zebra’s zijn de vooraankondiging van wat ons hoogtepunt van de reis moet worden. Maar we hebben al zo veel moois gezien!
Groepen geiten versperren af en toe de weg voordat we rechts van ons de Ololamutiek gate zien. De gate laten we spreekwoordelijk links liggen en we rijden meteen naar onze campsite in de buurt van Sopa lodge en tegen de Ngama Hills aan. Masai mannen beheren de campsite, Amicabpe genaamd. Ik blijf het altijd jammer vinden dat deze manier van kamperen niet tot de mogelijkheden hoort in het park zelf maar dat je gedwongen wordt net even buiten het park je tent op te zetten. Met de ingang van de tent richting de heuvelrug en richting de vlaktes van de Masai Mara zetten we onze tent op. Weston is onder een afdak meteen bezig de spullen te ordenen en maakt even later onze lunch klaar.
Na de lunch is er nog even tijd om het reisverslag te lezen of wat uit te rusten. Tegen 16.00 uur is het zover. We pakken onze camera’s en met een gezonde portie spanning voor wat komen gaat, rijden we de vlaktes van de Masai Mara op. Wildebeesten heten ons welkom in het Makari gebied. Thomson’s gazelles en hartebeesten volgen. Een familie olifanten loopt, wanneer we een klein half uurtje onderweg zijn, langzaam langs de auto. Zelfverzekerd en met een nauwelijks hoorbare tred passeren ze ons. Het enige wat je hoort is het gras dat door de olifanten, met elke pas die ze zetten, opzij wordt geduwd en bij elke ruk met de slurf uit de grond wordt getrokken om vervolgens in de bek te verdwijnen. Het lijkt allemaal in “slow motion” te gebeuren.
Zodra ook de laatste olifant de landcruiser is gepasseerd, rijden ook wij door. Giraffes en struisvogels zijn onze volgende dieren die we zien in een prachtig landschap. De vlaktes en omringende heuvels, zoals Oltukai Hill, Longwalat Hill, gaan prachtig in elkaar over qua landschap en kleur. Door het ontbreken van de zon laat de Masai Mara zich nog niet eens van haar beste kant zien.
We krijgen het signaal dat even verderop een mannetjesleeuw gezien is. We rijden er naar toe. Aan de voet van Oltukai Hill zien we in het halfhoge gras een bemaande kop alert voor zich uit kijken. De leeuw staat op een loopt richting een stukje moeras dat een stukje lager ligt. Buffels genieten van een modderbad gadegeslagen door een volwassen mannetjesleeuw iets boven hun. Ze lijken te beseffen dat een mannetjesleeuw alleen, niets kan beginnen. Ook de leeuw ziet het nutteloze van een mogelijke inspanning in en loopt weg. Op niet meer dan twee meter passeert hij ons. Loopt achter de landcruiser langs en loopt met een haarspeldbocht de heuvel op. We volgen hem op een afstandje en ontdekken dat even verderop een groep van wel duizend buffels staat. De mannetjesleeuw loopt met een omweg en uit de wind, voor ons buiten beeld, om de buffels heen. In de grote groep lopen ook erg jonge buffels waarvan één er ziekelijk en verzwakt uit ziet. Overleeft deze de nacht? We zullen het nooit weten. Even wachten we op een eventuele actie van de leeuw. Deze blijft echter uit en wij rijden door. Verderop aan de overkant van een ontoegankelijk dal, zien we in de verte een dode giraffe liggen. Geen roofdier of aaseter die er momenteel van profiteert.
We rijden door, verlaten de heuvels en keren terug naar de vlaktes. Met ons vieren staan we in de auto en speuren de vlaktes af naar nog meer bijzonders. Verspreid lopen wildebeesten en zebra’s. Niet in de grote getallen waardoor we het de migratie mogen noemen. Nee, daarvoor moeten we nog verder naar het westen van dit prachtige park. Morgen. Ja morgen, dan gaan we daar ons geluk beproeven. Echter het aantal wildebeesten en zebra’s hier stemt me positief.
Bij een gebied met struiken staan een paar auto’s. Onze nieuwsgierigheid wordt aangesproken en we nemen ook een kijkje. Een luipaard houdt zich goed verscholen. Slechts af een toe laat de luipaard toe dat we een schim van hem zien. Hoewel de zon niet te zien is, is te merken dat hij de horizon opzoekt. Het wordt schemer. Tijd om terug te gaan naar de campsite. Al met al zijn we een behoorlijk eind van de campsite weggereden en hebben we de tijd hard nodig om op tijd terug te zijn. Gedurende de weg terug kijk ik regelmatig achterom om te zien of de zon toch nog een mooie rode band aan de horizon achter laat. De wolken zijn echter te hardnekkig.
Tevreden over de eerste dag en game drive in de Masai Mara zitten we bij de keuken waar Weston bezig is om ons avondeten te maken. Lokale Masai houden hem gezelschap of helpen hem. Op de eenvoudig gemaakte bankjes bekijken we nog wat gemaakte foto’s en schrijf ik de ervaringen van vandaag in mijn verslag. Het LCD-venstertje van de fotocamera verraadt al een paar mooie en verrassende foto’s van de mannetjes leeuw bij de buffels.
De dag is lang en inspannend geweest. Na het eten zoeken we het kampvuur op de campsite op en wisselen met nog wat andere bezoekers van de Masai Mara wat ervaringen uit. Mijn gedachten gaan steeds uit naar morgen. Wat gaan we morgen zien, wat voor avontuur gaan we tegemoet. Om die gedachten zo snel mogelijk om te zetten in waarheden, zoek ik de tent op. Met het geluid van hyena’s op de achtergrond val ik in slaap.

29/09 Masai Mara
Regelmatig word ik wakker van de woordenwisseling tussen de hyena’s en de honden van de Masai. De hyena’s hebben de donkere nacht gebruikt om het aan te durven dichter bij de campsite te komen. ’s-Nachts bewaakt een Masai ons. Het gaat zelfs zover dat we begeleiding hebben wanneer we naar één van de longdrop toilets moeten. Vanwege de vochtige nachten is aan een gang naar het toilet geen ontkomen aan.
Het geluid van kuddes geiten die de weidegronden weer opzoeken kondigen de zonsopkomst aan. In een keer komt een heel andere groep dieren weer tot leven. Wanneer we de tent uitstappen is het koud en het gras is erg nat van de douw. Vogelgeluiden omgeven ons en voor ons laat de zon een eerste oranje gloed achter op een heuvelrug. Daarvoor lopen zebra’s en giraffes. Vlak voor ons lopen Masai vrouwen richting een kraan en wachten hun beurt af om water te halen. De dag kondigt duidelijk haar begin aan. En het mooiste is dat we deelnemers zijn aan die bijzondere dag, waarin we op zoek gaan naar de migrerende wildebeesten en misschien wel een crossing.
Na het ontbijt pakken we onze spullen. De motor van de landcruiser loopt al. Een door Weston gemaakte lunch nemen we mee en iets na 07.00 uur vertrekken we.
Voor de Ololamutiek gate langs bereiken we weer de eerste vlaktes van de Masai Mara. Wildebeesten, zebra’s en de gebruikelijke savannedieren zien we. Toch is het nog wel rustig qua dieren en we zijn al even onderweg wanneer ik drie leeuwen rechts van de weg spot. Twee van de leeuwen liggen op een heuveltje wat ze als uitkijkpunt gebruiken. De derde leeuw loopt nieuwsgierig onze kant op en blijft even vlak bij ons staan waarna ze weer terugkeert richting het heuveltje. De twee leeuwen blijven richting het westen kijken alsof ze willen zeggen, “die richting is het op”.
We volgen het advies op en rijden door richting Kikorok lodge. Het landschap is prachtig. Waar de zon de kans krijgt om tussen de wolken door op de Meta Plains te schijnen, licht het landschap als door lichtspotjes vanuit de hemel op. Over het gehele glooiende landschap zijn de spotjes verdeeld. Een groep zebra’s zoekt de veiligheid aan de overkant van een greppel wanneer we stoppen om van ze te genieten. Niet veel verder zien we de eerste echte voortekenen van de migratie. Een lang lint van wildebeesten en erg veel zebra’s steekt de weg over. Links van de weg staan in de verte al duizenden zebra’s en wildebeesten en zoals het wel vaker gaat, volgen de wildebeesten. Fantastisch. De wildebeesten lopen achter elkaar met de nodige bochten achter de zebra’s aan. Je vraagt je af waarom er niet een wildebeest zo slim is om de afstand in minder meters te doen.
Zodra alle dieren de weg zijn overgestoken, rijden wij ook verder. Een paar gieren staan naast de weg. We stoppen om te kijken. Een paar zebra’s staan verderop in het halfhoge gras.
Nauwelijks tweehonderd meter verderop is er weer een reden om te stoppen. Een mannetjes leeuw en een leeuwin liggen half op de weg. Het mannetje heeft prachtige goudblonde manen. Vliegen ontfermen zich over zijn kop en met dichtgeknepen ogen en zijn hoofd omhoog laat hij het zich welgevallen. Het vrouwtje ligt iets tegen hem aan en lijkt te slapen. Zouden ze aan het paren zijn? Opeens vliegen er, ongeveer vijfenzeventig meter van de weg af, een twintigtal gieren uit het gras omhoog. Vlak daarna komen vanuit die richting nog meer leeuwen lopen. Duidelijk mag zijn dat daar iets te eten is geweest. Drie leeuwinnen en negen welpen met volgevreten buikjes komen op ons af lopen. De eerste welpen begroeten het mannetje en de vrouwtjes en spelen wat op de weg. Zo passeert de hele familie om vervolgens langs de weg met ons op te lopen richting het westen. De welpen zoeken elkaar soms op om elkaar kopjes te geven en om even te stoeien om vervolgens weer even aan te moeten zetten om de verloren afstand te overbruggen. Zelf rijden we steeds even voor de groep uit om ze weer op ons af te zien lopen. Prachtig gewoon. Bij een paar struiken zoekt de familie de schaduw op om uit te rusten. Dankbaar voor de mooie momenten nemen we afscheid.
Naarmate we naar het westen rijden, lijkt het gras groener te worden. Dit vermoeden wordt bevestigd door het toenemende aantal wildebeesten. Steeds vaker banen we ons over de vlakte een weg door grotere kuddes wildebeesten. De spanning stijgt met de meter dat we de Mara River naderen.
Sneller dan verwacht staan we bij de gate van de “The Mara Triangle” en dus bij de Mara River. Terwijl Patrick de formaliteiten aan de gate regelt, lopen wij naar de Mara New Bridge over de rivier en kijken hoe deze, voor vele wildebeesten dodelijke rivier, onder ons door stroomt. Gelukkig hebben ze bij de gate ook nog goed onderhouden “long drop” toiletten. Het kan wel eens een lange dag worden en we maken maar gebruik van deze faciliteit.
De Mara Triangle is het westelijke gedeelte van de Masai Mara. De Triangle is vijfhonderd vierkante kilometer groot en ligt tussen de Mara River in het oosten en het Oloololo Escarpment in het westen. In het zuiden grenst de Triangle aan de Serengeti in Tanzania.
Vandaar dus dat dit de plek is om de migratie en crossings te zien.
We rijden door en slaan rechtsaf richting het noorden. Nauwelijks zijn we onderweg en klaar voor wat gaat komen wanneer we onze ogen niet kunnen geloven. Op een open veld met hier en daar wat struiken liggen vier leeuwen. Van de vier leeuwen liggen er drie met ieder een kill. Alle drie hebben ze wildebeest op hun menu staan. Wat moet dit een spektakel zijn geweest bij de jacht die nog niet eens zo lang geleden moet zijn gebeurd. Na even bij de eerste leeuw te hebben gekeken maken we even een rondje langs de leeuwen om vervolgens weer bij de eerste leeuwin uit te komen. Ze ligt aan de achterkant van de wildebeest te eten. Van nog geen tien meter afstand zien we hoe ze de darmen lost bijt van de romp waardoor de darmen naar buiten glijden. Met een hap uit het karkas neemt de leeuwin een stuk vlees in de bek om die stukje bij beetje tot haar te nemen. De kop van de leeuw verdwijnt zo af en toe voor de helft in het karkas.
De leeuwin gaat liggen en begint aan de binnenkant van de achterpoot te eten. Vlees komt met een ruk los. Meet één poot probeert ze de huid van de wildebeest over de knie te trekken zodat de knieschijf bloot komt te liggen. De klauwen zijn daarbij een geducht hulpmiddel.
Tanden knarsen over het bot wanneer ze de knieschijf bewerkt. Het wemelt van de vliegen die op hun manier mee willen profiteren. Het wordt warmer. Voor de leeuw is dit het signaal om de schaduw van de struiken op te zoeken. Ze pakt de wildebeest bij de keel. De tong van de wildebeest hangt iets buiten de bek. Met de wildebeest tussen de voorpoten sleept de leeuwin het karkas richting de struiken. Om de tien meter moet ze even stoppen om op adem te komen. Die tijd gebruiken we om weer voor haar te komen en haar weer op ons af te zien komen. Ik kan haast niet geloven dat we hier als enigen getuige van zijn. Gieren en maraboes storten zich op de resten die blijven liggen. Een jongere leeuw komt achter een struik vandaan en denkt spelend haar moeder te moeten helpen. Met een poot gaat ze op het karkas staan waardoor de leeuwin tot een stop wordt gedwongen. Even later pakken ze gezamenlijk het karkas weer op en slepen het voort richting de struiken. Duidelijk is te zien dat het de jonge leeuw nog aan ervaring ontbreekt. Maar wat boffen we dat we dit mogen zien.
Een tweede leeuw, een jong mannetje, volgt het voorbeeld om de schaduw op te zoeken. Zijn prooi, een wat jongere wildebeest, tilt hij op om vervolgens met een aangespannen nek en de prooi bungelend in zijn bek richting de struiken te lopen. De maag van de wildebeest die nog intact is sleept daarbij over de grond. Wat een kracht straalt deze adolescent uit. De tientallen gieren en maraboes maken lawaai bij het bemachtigen van wat overblijfselen. Voor de leeuw het signaal om met de prooi in haar bek even serieus om te kijken of de aaseters op respectabele afstand blijven. Dat is het geval en met de kop omhoog en het karkas stevig in zijn bek loopt hij door.
Met het gevoel dat de dag eigenlijk al geslaagd is, rijden we door in noordelijke richting langs de Mara River. Bij de eerste kronkelende bochten kijken we of er iets bijzonders te zien is. We zijn op een favoriete plek aangekomen waar wildebeesten de onstuimige rivier oversteken. Maar alles ligt er verlaten bij alsof er nooit iets interessants gebeurt.
Voor ons het teken om het nog wat noordelijker te proberen. Met succes. Op zijn minst tienduizenden wildebeesten, met wat zebra’s en in de verte wat verdwaalde olifanten staan op een open vlakte bij de rivier. Zoveel wildebeesten heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Zelfs vorig jaar niet in de Ngorongoro Crater. Het moge duidelijk zijn dat ze zich verzamelen om op enig moment de Mara River over te steken. Maar welk moment en waar? Dat is altijd maar de vraag met deze zenuwachtige beesten. Wanneer we aankomen, staat een vrouw boven op een auto foto’s te maken van het overweldigende aantal wildebeesten. Op deze manier zie je in ieder geval geen crossing. Wij verstoppen ons in de struiken en wachten af. Wachten af en wachten af. Er staat niets te gebeuren. Sterker nog, de wildebeesten verplaatsen zich naar noordelijker richting. Met een omweg volgen we ze. Ook hier lijkt het er niet op dat ze de rivier oversteken. Het is een heen en weer geloop en twijfel tussen wel en niet gaan. We besluiten om nog meer afstand te nemen om de twee crossings mogelijkheden te kunnen observeren. Een kwartier staan we er wanneer we een groot gedeelte van de wildebeesten voor onze landcruiser langs zien galopperen naar de plek waar we in eerste instantie in de struiken stonden te wachten. De wildebeesten lopen al een half uur in een lange rij voor onze auto lang. Af en toe schieten schrikachtige wildebeesten uit de rij zoals wildebeesten dat kunnen. Het zijn echt rare beesten. Met een bocht voegen ze zich weer in de rij. Opnieuw verzamelt zich weer een grote groep wildebeesten maar, weer steken ze niet over en lopen rustig van de rivier af. Het eindeloze fantastische en typische geluid dat de wildebeesten maken gaat onverstoord door. Het is alsof ze elkaar steeds antwoorden. Een diep kort “hmmm” wordt beantwoord met een iets langere “hmmmmm” en volgen elkaar ritmisch op.
De wildebeesten zoeken een andere manier om bij het groene gras te komen. Ze kiezen daarvoor een smalle doorgang tussen een paar acaciastruiken. Een ondiepe geul moeten ze overbruggen. Op zich zorgt dit al voor een paar spectaculaire sprongen.
Terwijl we van dit alles zitten te genieten, start Patrick de motor met de mededeling dat er een grotere crossing over de Mara River gaande is. Snel rijden we naar de plek waar we vanmorgen nog stonden te wachten. Bij de rivier aangekomen springen we uit de auto en lopen tussen de acaciastruiken door naar de oever. Nog net zien we hoe een laatste deel van ongeveer honderd wildebeesten de Mara River in loopt om springend, zwemmend of een andersoortige manier zo snel mogelijk de oever aan de overkant op te klimmen. Hoewel we het grootste gedeelte van de crossing hebben gemist, zijn we toch blij dat we in ieder geval hiervan getuige mochten zijn. Aan de overkant van de rivier zien we hoe de wildebeesten zich te goed doen van het korte groene gras.
Zo langzamerhand is het tijd om terug te rijden naar de campsite. Het is nog een lange weg terug en wie weet wat we allemaal nog te zien krijgen. Vlak nadat we de “The Mara Triangle” hebben verlaten, rijden we nog een keer richting de rivier. Onder begeleiding van de gewapende gids maken we een korte wandeling om een paar hippo’s en grote krokodillen te bekijken. Echter de voornaamste reden is dat we hier een toiletstop mogen hebben.
Lang duurt het niet voordat we weer door rijden. Totdat we vier blond bemaande mannetjes leeuwen zien is het erg rustig met de dieren. De vier mannetjes liggen onder een boom. Aan weerszijden van de boomstam liggen vrijwel symmetrisch twee mannetjes. De twee andere mannetjes liggen volledig plat hun roes uit te slapen. Ze zijn prachtig en vrijwel ongeschonden. Op een beauty contest zouden ze hoge ogen scoren.
Eigenlijk zijn we wel moe van al die indrukken en de rest van de terugweg zakken regelmatig mijn ogen dicht. Nu is er op dit tijdstip van de dag gelukkig ook niet al te veel te zien buiten de mooie vlaktes om. Elke keer wanneer ik weer opschrik, blijk ik niets gemist te hebben. Hoewel ik me er wel wat voor schaam, kan ik het gewoon niet tegenhouden en dommel ik weer even weg. Tegen 17.00 uur komen we terug op de campsite. Het is een hele rit geweest vanaf vanochtend maar ik heb genoten. Weston is samen met zijn Masai vrienden al weer aan de voorbereidingen voor het eten begonnen. De dag speelt nog eens door mijn gedachten. Al die leeuwen van vandaag waaronder de vier met de drie gedode wildebeesten, de tienduizenden migrerende wildebeesten en dan op het eind nog die vier prachtige mannetjes leeuwen. Ja, die eerste volle dag in de Masai Mara is fantastisch verlopen.
We maken de plannen voor morgen. We willen graag terug naar de rivier om opnieuw ons geluk te beproeven. Hoewel Patrick eerst andere plannen heeft, stemt hij in met ons voorstel. We komen immers voor de migrerende wildebeesten en zebra’s. Onder het genot van een door Weston gemaakte mok African tea passeert opnieuw deze bijzondere dag in mijn gedachten.

30/09 Masai Mara
Onze tweede volle dag begint zoals de eerste. Midden in de nacht onder begeleiding naar het toilet en een afwisselende strijd tussen de honden van de Masai en de hyena’s om wie het luidruchtigst kan zijn. De honden winnen. Potten en pannen rammelen weer als teken dat de nacht zijn einde nadert. Langzaam komt het goede leven weer op gang.
De zon kleurt de hemel lichtblauw op, wanneer we klaar zijn voor een tweede ontdekking van het gebied om de Mara River. Tegen zeven uur vertrekken we. Net als gisteren ontvangen wildebeesten ons als eerste op hun grondgebied. We naderen een moerassig gebied waar een grote groep buffels de weg oversteekt om hun groepsleden in de modder te vergezellen. De sterke buffels moeten zo af en toe flink hun best doen om door de modder te ploeteren. Alles gaat in een gezapig ochtendtempo. Niet veel later zien we twee leeuwen boven op een rots liggen. We rijden er naar toe. Hiervoor moeten we even door het water manoeuvreren. Uitlopers van de rotsen maken dat wat lastig. Het lukt ons en we rijden om de rots richting de leeuwen. Doordat de leeuwen op het rotsblok staan, komen ze op ooghoogte met ons te staan. Prachtig is te zien hoe ze vanaf hier over de vlaktes turen. Het lijkt of ze vanaf hun rijk overzien en controleren. In de verte komt een groep buffels de heuvel aflopen. Het is nog ver weg maar stukje bij beetje komen ze dichterbij. Omdat we twee leeuwen niet in staat achten een buffel in een groep te doden, rijden we verder.
Zebra’s en wildebeesten lopen links van ons in een lang lint richting Tanzania. Zijn we nog net op tijd in de Masai Mara? De meeste groepen wildebeesten staan met de neus naar Tanzania. Nu zegt dat niet alles. Wel vaker verhuizen wildebeesten tussen de landen om later weer terug te komen. Alles is afhankelijk van waar de regens vallen en waar het gras groener is.
We rijden ongeveer halverwege de weg naar de “The Mara Triangle”. Een leeuw op een klein heuveltje eist onze aandacht op. Wanneer we stoppen zien we meer leeuwen. Ze verplaatsen zich door het half hoge goudgele gras en door een greppel richting de struiken. Langzaam volgen we ze, wanneer ze van struik naar struik trekken. Wanneer er voldoende schaduw is trekken ze zich terug. Over leeuwen hebben we niet te klagen.
Eenmaal in de “The Mara Triangle” rijden we weer naar het noorden richting de rivier. Van de slachting van de drie wildebeesten van gisteren is niets meer het zien. Een hippo is laat en loopt nog op redelijke afstand van de rivier. Ongebruikelijk omdat ze overdag eigenlijk in het water zijn om hun huid te beschermen tegen de invloed van de zon. Goed is nu te zien hou log deze nijlpaarden eigenlijk zijn. Even gaat de bek open en zijn de grote en dodelijke tanden te zien. Met een bocht om de auto loopt de hippo naar de rivier, wanneer ook wij ons geluk verderop beproeven.
Hoewel het aantal wildebeesten en zebra’s duidelijk minder is dan gisteren zijn we toch blij dat we weer een aantal duizenden van hen zien. Ze staan verspreid over de vlakte die grenst aan de rivier. Dat is een teken dat er op korte termijn geen crossing te zien zal zijn. Hiervoor moeten ze zich eerst verzamelen, waarna er alsnog vaak een tijd overheen gaat voordat ze daadwerkelijk een crossing durven te riskeren.
We kunnen dus rustig wat rond rijden. Misschien dat op een andere plek zich nog wildebeesten verzamelen. Langs de rivier verkennen we het gebied. Het is rustig qua dieren. Soms zien we een verdwaalde familie wildebeesten, zebra’s of impala’s. Dat duurt tot de lunch. Op een open plek, die we vreemd genoeg nog herkennen van de landing tijdens de ballonvaart in 1999, rijden we naar de rivier. Net als in 1999 liggen hier een twintigtal kadavers van wildebeesten in de rivier. Gieren springen van karkas naar karkas om elkaar te verjagen. Poten van wildebeesten wijzen stijf naar de hemel. Een luguber gezicht. Hier was het dat we in 1999 een decadent champagneontbijt hadden. Nu lunchen we bij de zelfde boom een stuk eenvoudiger. Gelukkig, zou ik haast zeggen.
Na de lunch rijden we nog een keer langs de rivier om te kijken of zich inmiddels wildebeesten verzameld hebben op de oever. Dit is niet het geval en het lijkt er ook niet op dat het op korte termijn staat te gebeuren. Een kleine rekensom heeft als uitkomst dat het verstandiger is om dan rustig terug te rijden richting de campsite. Misschien hebben we onderweg nog een interessante ontmoeting met een bewoner van de vlakte van de Masai Mara.
Het is rustig, erg rustig. Veel dieren laten zich niet zien. Af en toe een groepje wildebeesten.
Een verdwaalde secretary bird verzorgt zijn verendek. Zo midden op de middag is het ook niet de beste tijd om op zoek te zijn naar dieren. Een auto staat stil aan de rand van een gebied met acaciastruiken. Onze nieuwsgierigheid wordt aangesproken en we rijden er naar toe. Een cheeta ligt in een gat in de grond tegen een struik aan. Kop, schouders en voorpoten steken boven de rand uit. Vanaf dit schuttersputje overziet de cheeta de omgeving. Het is net of we geen deelnemer zijn van haar omgeving. Zo tuurt ze steeds langs de auto heen.
De cheeta kruipt uit het gat en drentelt wat heen en weer om een ander perfect plekje onder dezelfde struik te vinden om te liggen. Uiteindelijk lukt het. Al met al staan we er al meer dan een half uur voordat we onze weg vervolgen.
Kilometers verderop loopt een familie olifanten evenredig aan de weg. We stoppen. Geruisloos lopen de olifanten door het gras langzaam van ons vandaan. Weer iets dichter bij de campsite staat een grote mannetjesolifant met, voor de Masai Mara, enorme slagtanden in een modderpoel. Zijn slurf hangt over zijn linker slagtand. Wanneer hij uitgerust is, begint hij aan zijn modderbad. Met zijn slurf gooit hij aan weerzijden van zijn kolossale lichaam de modder omhoog. Dat blijft een fantastisch gezicht. De modder beschermt dit geweldige grote dier tegen de zowat kleinste dieren zoals de parasieten en stekende insecten en de brandende zon.
Tegen 17.00 uur bereiken we, na wederom een lange dag, de campsite. Een koel biertje spoelt het stof in de slokdarmen weg en de tijd tot het warm eten gebruik ik om wat slaap in te halen, te douchen en om het dagboek bij te werken.
Morgen staat in het teken van een verplaatsing richting het gebied bij de Talek gate. Hier zoeken we een campsite om van daar uit het noordelijke gedeelte van de Masai Mara te verkennen.

1/10 Masai Mara
Later dan normaal staan we op. Net als de vorige ochtenden zijn de tenten en het gras erg vochtig. Na een rustig ontbijt pakken we onze spullen in, breken onze natte tenten af en pakken de landcruiser in. De tenten drogen vanmiddag wel weer snel genoeg op wanneer de zon er even een weg door de wolken kan vinden.
Via de heuvels rijden we naar Sarova lodge. Bij Sarova lodge tanken we de landcruiser weer vol. Over de vlaktes rijden we in een rustig tempo richting Talek gate. De dieren laten zich niet zien. We lijken de enigen die op dit moment de ietwat glooiende Mosee Plains verkennen. Leeuwensporen bewijzen het tegendeel. De leeuwen houden zich echter goed verborgen en we krijgen ze niet te zien. Na een klein uurtje rijden, zijn het een paar giraffes die een eind maken aan het vruchteloos turen en speuren. Het lijkt alsof de giraffes ons op staan te wachten. Langzaam schakelen we terug naar een nog lager tempo. Met de typisch nieuwsgierige blik worden we aangekeken. Wanneer we te dicht bij komen lopen de giraffes rustig voor ons uit. We zijn allang van de paden af wanneer Patrick het gaspedaal iets verder in trapt. Dit zet de giraffes aan tot een galop. Zo galopperen de giraffes in een prachtig, vertraagd uitziend tempo, voor de auto uit.
We bereiken weer een pad en volgen het in westelijke richting. Wanneer we langs een eenzame struik direct aan de weg rijden, horen we geritsel. Op ons verzoek komt Patrick tien meter later tot stilstand. Op dat moment schiet er een hyena uit de struiken en rent met de staart tussen de benen weg. Niet veel later bereiken we via de weg tussen Posee Plain en Mosee Plain het gebied bij de Talek gate. Hier is het wat drukker met de dieren. Een hyena staat aan de rand van de struiken tot zijn buik in een moerassig gebied. Met een kop alsof hij zich betrapt voelt kijkt de hyena ons aan. Een tweede hyena ligt aan de rand van het moeras tegen de struiken aan. Langzaam zoekt de hyena meer veiligheid en komt met moeilijke stappen de sompige modder uitlopen. Even verderop staat een groep topi’s versuft half op de weg. Het is alsof ze verdoofd zijn door de zon. Een van de jongere topi’s ligt op de grond en dommelt af en toe weg in de wetenschap dat het aantal topi’s zijn veiligheid waarborgt.
Met de Talek gate in zicht verrast een koppel bat-eared foxes ons met hun aanwezigheid. Een parmantige dribbel van deze kleine diertjes gaat over op een eigenwijze zit waarbij de kont iets scheef onder hun romp draait. De bat-eared foxes zien er slonzig uit. Het is alsof ze een overjarige dikke bontjas aan hebben, waarin de tijd haar sporen heeft achter gelaten met plekken waar haar heeft plaatsgemaakt voor kale plekken. Nee, ze zien er niet gezond uit.
Een eenzame masaivrouw zit bij de gate in de hoop dat ze wat curio’s aan ons kwijt kan. Ze beseft dat de kansen daartoe gering zijn en dringt eigenlijk niet eens aan. Zou ze weten dat we de komende dagen nog wel een paar keer passeren?
Eenmaal op de campsite aangekomen, verkennen we de omgeving. De tenten liggen even te drogen en zijn alweer droog wanneer we terug komen. Ondertussen heeft Weston een lunch in elkaar gedraaid in een tot keuken omgeturnd gebouw dat rondom voorzien is van gaas en een dak van zinken golfplaten. Totdat we tegen 16.00 uur door Patrick worden geroepen voor de avond gamedrive, rusten we uit. De één leest een boek de ander slaapt wat bij in de tent en ik werk het dagboek maar weer eens bij.
Onze eerste verkenning van dit gebied vindt plaats langs de Talek River en op Burrungat Plain. Een boom, waar jaren geleden eens de bliksem moet zijn ingeslagen, staat boven op een heuvel. De boom bestaat alleen nog maar uit een stam, begroeit met woekerplanten, en aan de top twee stompjes wat eens het begin van twee grote takken moet zijn geweest. Twee eagles zitten op de top en steken prachtig af tegen de diepte van de achterliggende lager gelegen vlaktes.
We rijden door langs de groene oevers van de Talek River. In de struiken doen zich een paar olifanten tegoed aan struiken. Rustig kiezen ze hun takken uit om vervolgens met een behendige draai van de slurf de takken van hun bladeren te ontdoen. Iets verderop liggen twee slecht uitziende leeuwinnen volkomen uitgeteld op het korte gras. Ze zijn erg mager. Zo af en toe bewijst een iets op en neer gaande buik dat ze nog leven. Je zou anders denken dat ze dood zijn. Vervolgens duurt het even voordat we wat bijzonders zien. Door een opening in de groene oever en waar de rivier op haar smalst is, zoeken we een weg naar de overkant van de rivier om ook dat gedeelte te verkennen. Een paar auto’s staan verderop stil. De inzittenden kijken richting de bosrand. Even moet ik zoeken en dan zie ik het, “een luipaard in de boom”. Rustig ligt de luipaard op een grote tak. We staan met ongeveer vijf auto’s te genieten van dit uitzicht. Één van de auto’s is van “Big Cat Week”. Een vrouw met donkerblond haar met twee halflange paardenstaartjes tuurt uit de auto van “Big Cat Week” in het rond. Maar dat is Saba Douglas-Hamilton! Ze tuurt de vlakte achter ons af. Langzaam zwenkt ze met haar verrekijker onze kant op. Wanneer ze onze landcruiser bereikt, stopt ze en kijkt een tijdje bij ons naar binnen. Zelf staan we allemaal in de auto. Ik kan me niet beheersen en zwaai even naar haar. Ze laat haar verrekijker zakken en zwaait vriendelijk terug.
Eigenlijk dringt het nu pas tot me door dat het degene is die de spectaculaire documentaire heeft gemaakt over Kamanyak. Kamanyak ,“the blessed one” genoemd door de lokale Samburu, is een leeuwin die in Samburu NR een aantal keren een baby Oryx adopteerde en deze probeerde op te voeden en daardoor de hele wereld verbaasde. Een roofdier dat een jonge antiloop dagen lang verdedigt en beschermt, dat is een documentaire, Heart of A Lioness, waard. Maar het is niet het enige wat ze doet of gedaan heeft. Vooral op Animal Planet en de BBC komt ze regelmatig voorbij in een documentaire. Nu is ze dus bezig met opnames voor Big Cat Week maar ook documentaires zoals: Living with Elephants, Desert Elephants and Lost Lion, Africa Bush Rescue, Elephants of Samburu, Racing with Camels heeft ze onder andere op haar naam staan. Kortom een bekendheid op dit gebied.
Momenteel is ze dus bezig met de opnames voor Big Cat waarin de dagelijkse gebeurtenissen van de luipaard Bella en haar cub Chui volgt. Zou het soms Bella zijn die nu parmantig voor ons in de boom ligt? We staan inmiddels een klein uurtje te kijken en de zon zakt al behoorlijk richting de horizon. Het is de hoogste tijd om terug te rijden richting de campsite.
Eenmaal weer aan de andere kant van de rivier passeren we de twee leeuwen. Er zit nu meer leven in. Langzaam lopen ze naar een stroompje en knielen door de voorpoten om wat te drinken. Patrick krijgt het signaal dat er verderop jonge leeuwtjes zijn gezien. De zon is al achter de horizon verdwenen wanneer we aankomen op de plek waar het jonge leeuwtje moet zijn. We staan nauwelijks stil of een leeuwin schiet uit de bosjes. Meteen er achteraan schiet een klein welpje uit de struiken. Het is het jongste leeuwtje dat we ooit gezien hebben. Kleine samengeknepen oogjes en een blond donsachtig vachtje geven het leeuwtje de vertederende uitstraling. Nauwelijks kan het welpje lopen en het waggelt zo snel mogelijk weer terug naar de beschermende struiken. Wat een prachtige verrassing is dit zo aan het einde van de gamedrive. We spreken met Patrick af dat we hier morgenvroeg meteen weer naar toe gaan om ons geluk te beproeven. Misschien komt het jonge leeuwtje weer de struiken uit om zich op te warmen in de zon en misschien heeft hij of zij ook nog wel wat broertjes en zusjes.
Het is bijna donker wanneer we tussen de wildebeesten en topi’s door de gate bereiken. Weston heeft het eten al klaar en we kunnen zo aanschuiven.

2/10 Masai Mara
Weston kondigt met het bereiden van het ontbijt en de lunch een lange dag aan. Eerst gaan we natuurlijk op zoek naar het jonge leeuwtje. Daarna beproeven we ons geluk nog eens bij de Mara River. Misschien dat we nog getrakteerd worden op een crossing?
Om 06.30 uur staan we bij de gate om toegelaten te worden voor weer een dag met ongetwijfeld veel verrassingen. Twee minuten later rijden we de vlaktes op.
Natuurlijk rijden we eerst naar de plek waar we gisteren het jonge leeuwtje hebben achtergelaten. Patrick weet de plek feilloos terug te vinden. Nieuwsgierig en met hoge verwachtingen naderen we de rand met struiken waar de leeuwin gisteren uit sprong en haar jong zo wankel volgde. Het is stil, heel stil en van een leeuwin met een jong is niets meer te bekennen. Wat zou er gebeurd zijn? Heeft ze het nest verplaatst? Zijn er ergere dingen gebeurd? Vragen die als vanzelfsprekend je gedachten bezighouden. We zoeken verder en ontdekken aan de andere kant van de struiken een grote mannetjesleeuw. Langzaam komt de leeuw de kant van de struiken oplopen. Wat een kolos zeg. Een dik pak manen verpakt de grote kop. We rijden door een opening in de struiken zijn kant op. Rustig wachten we de leeuw op. De zon komt halverwege de horizon wanneer de leeuw de landcruiser passeert.
Langzaam passeren wij de leeuw weer en laten we hem nog eens langs ons heen lopen. Wanneer de leeuw de struiken bereikt, drinkt hij even wat uit een vennetje. Dan zien we verderop een tweede mannetjesleeuw. In het halfhoge gras staat een qua postuur gelijke leeuw. Het zijn duidelijk bekenden van elkaar. Anders hadden we allang een confrontatie gehad. De leeuw in het gras staat met zijn kop naar beneden en is geïntegreerd in iets wat er ligt. We kunnen het niet zien maar zijn bang dat het om het jonge leeuwtje van gisteren gaat. Zekerheid hebben we echter niet. Maar het idee groeit dat er vannacht wel eens een machtswisseling plaats heeft kunnen gehad. Door de struiken zoeken de leeuwen de beschutting van de struiken op. De zon heeft zich inmiddels als een vuurrode bal losgerukt van de horizon. Via dezelfde doorgang door de struiken zoeken we de leeuwen weer op. Een getekend gezicht tussen de struiken verraad de positie van één van de leeuwen. Wat een prachtige kop. Littekens, waarvan sommige redelijk vers, kenmerken de markante kop. Nauwelijks drie meter. Meer is de afstand niet tussen ons en de krachtpatser. Ik schuif naar beneden en door het onderste raampje zoom ik  in op de geweldige kop. Ogen priemen door mijn zoeker en maken me haast onderdanig. De leeuw ligt rustig en verzorgt zijn poten en vacht door ze schoon te likken. Eventjes vergeet ik dat dit mogelijk de moordenaar is van het jonge welpje. Een half uur is zo voorbij. Wanneer de leeuw zich verplaatst, doen wij dat ook. Langzaam rijden we achteruit tussen de struiken uit. Aan de rand van de struiken gaat de leeuw opnieuw liggen. Vanaf hier overziet hij de vlakte. Prachtig ligt hij met zijn kop omhoog en met een interessant, scherp turende blik. Niet voor niets. Een derde mannetjes leeuw komt aanlopen. Het tweede mannetje ligt inmiddels een tiental meter voor onze landcruiser.
Het derde mannetje loopt mank. Zijn linker achterpoot probeert hij zo veel mogelijk te ontlasten. In een rechte lijn loopt de derde leeuw naar de plek waar we gisteren het welpje zagen. Geïnteresseerd onderzoekt hij het gebied rond de struik en neemt de geuren in zich op. Door dit flehmen, waarbij de lippen van de leeuw omhoog en naar achteren worden getrokken en de enorme tanden bloot komen te liggen, wordt het Jacobson’s orgaan aangesproken dat ver achter in de bek van de leeuw zit. Het Jacobson’s orgaan produceert dan een soort gecombineerde geur/smaak waardoor de leeuw kan herleiden wat mogelijk gaande is of is geweest. Wij hebben daar weer andere zintuigen om waar te nemen wat er nu gaande is. Deze waarnemingen doen steeds meer vermoeden dat hier mogelijk vreselijke dingen gebeurd zijn.
We besluiten om de omgeving nog verder te onderzoeken naar mogelijke hints. Overal waar struiken zijn zoeken we. Zebra’s, wildebeesten en topi’s passeren we, maar we hebben er haast geen oog voor. De zoektocht heeft echter geen resultaat. Vlak voordat we het opgeven en richting de Mara River willen vertrekken, zien we een volgevreten leeuwin op haar kont zitten. Ze zit dicht bij een drooggevallen geul. Hierin ontdekken we waarom ze die dikke buik heeft. Een half leeg gevreten kadaver van een wildebeest ligt verborgen voor de hyena’s die even verderop nieuwsgierig in het rond lopen.
Langzaam rijden we richting het zuiden. De vlaktes glooien en naarmate we zuidelijker komen groeit het aantal wildebeesten. Langzaam raken gedeeltes van de vlaktes gevuld met groepen wildebeesten afgewisseld met zebra’s. Een van die groepen zebra’s staat bij een watertje omgeven door prachtig groene struiken en bomen. Een jonge zebra drinkt bij zijn moeder en weer twee andere zebra’s verzorgen ieders rug door met de tanden de huid te bewerken. Een secretary bird loopt parmantig naast de auto. De hoofdtooi van deze ranke vogel is gevoelig voor de wind en de zwarte veren wapperen als een verentooi van indianen aan zijn hoofd. Over één van de heuvelruggen loopt een familie elandantilopen in een lange rij. Ik tel er twintig. Af en toe springt een eland met vier poten gelijktijdig in de lucht. De grootste antilopen lijken dan net ezels. Als door een signaal ingegeven staan ze opeens allemaal stil om even later weer als op commando door te lopen.
De vlaktes zijn inmiddels groener geworden door het korte maar stevige gras. Het gras waarvoor de wildebeesten hun leven wagen. Een paar heuvels scheiden ons nog van de Mara River en de plek waar de meeste crossings plaatsvinden. Plotseling wijst Wilfred richting een eenzame acaciastruik en roept gelijktijdig, “een cheeta”. Onder de acacia ligt inderdaad een cheeta ontspannen om zich heen te kijken. We rijden er naar toe. Alsof we er niet staan, blijft de cheeta geconcentreerd zijn omgeving verkennen. Achter hem staan op ongeveer tweehonderd meter een paar giraffes. Nog wat verderop loopt een kleine groep wildebeesten niets wetend van de cheeta vandaan. Na een kwartier rijden we door. Een heuvel passeren we rechts wanneer we de Mara River zien.
De vlaktes aan de overkant van de rivier ogen leeg. Het zijn de vlaktes waar we eergisteren en de dag daarvoor nog het overweldigende aantal wildebeesten zagen. Een groep van enkele honderden wildebeesten staat wel op de oever van de rivier en zijn bezig met een spel van gaan of niet gaan. Een spel zoals wildebeesten dat alleen kunnen spelen. We rijden naar de rivier toe en stellen ons verdekt op. Het duurt even voordat een paar zebra’s de oversteek wagen. Eerst is het een zebra die redelijk rustig oversteekt. Daarna volgen er vier die kennelijk wat angstiger zijn en met grote sprongen en veel waterverplaatsing de crossing wagen. Geen van allen komen ze in gevaar. De wildebeesten laten echter op zich wachten. We nemen meer afstand. Vanaf een heuvel en achter een struik wachten we af. Regelmatig is een wildebeest zover om te springen en de gok te wagen. De oever is echter een paar meter hoog en de twijfel is groot. Is het niet de twijfel die de rem er bij de wildebeesten op zet, dan zijn het wel een paar toeristen die, hangend uit een raampje, de boel komen verpesten. De wildebeesten schrikken en opnieuw kunnen we van voren af aan beginnen. Ondertussen gebruiken we onze lunch. In het zilverpapier wat we nieuwsgierig open maken zit fijn gesneden lamsvlees. Een banaan, wat brood, beleg, een eitje en drinken maken de lunch kompleet. Inmiddels staan we al een uur of twee te wachten op een crossing. De wildebeesten staan echter nog steeds het spel te spelen waar ze zo goed in zijn. Het weer is redelijk fris en dat maakt dat mijn blaas de grens van het toelaatbare wel heeft bereikt. Goed kijk ik om me heen of er geen roofdieren in de buurt zijn en stap uit. Uit het zicht van de wildebeesten sta ik naast de landcruiser. Pffff, ik wist niet dat het zo een opluchting kon zijn. Eenmaal weer binnen zit dat toch een stuk prettiger.
Een zoveelste aanzet voor een crossing wordt onderbroken. Een deel van de wildebeesten zoekt de beschutting van de struiken op de oever langs de rivier op, om niet veel later weer terug te keren. Er hoeft maar één wildebeest te schrikken en de rest van de groep deinst weer tientallen meters terug om vervolgens dezelfde afstand naar de rivier weer in een weloverwogen tempo af te leggen. Iets wat zo weer een kwartier kan duren. Het spel blijft zich herhalen. Het spel waarvan ik eerder al schreef dat de wildebeesten dat zo goed konden spelen. Ook nu winnen de wildebeesten. We staan er nu zeker vier uur en kunnen het ons niet langer permitteren om te blijven staan. We moeten nog helemaal terug naar de campsite bij de Talek gate.
De cheeta heeft zich verplaatst van de acaciastruik naar een plek tegen de heuvel aan tussen een paar grote stenen. De tijd dwingt ons om opnieuw een kijkje te nemen. Net als bij de andere dieren die we nog zien. Wildebeesten, zebra’s een paar olifanten en topi’s wijzen ons, via Meta plains en Burrungat Plain, de weg naar de campsite waar we vlak voor het donker aankomen. Een bijzondere dag is weer ten einde gekomen en met een biertje sluiten we de dag af.

3/10 Masai Mara
Onze laatste dag in de Masai Mara breekt aan. Wat gaat deze dag ons brengen? We blijven in ieder geval hier in de buurt om de Mosee, Posee, Burrungat en Mata plains te verkennen.
Natuurlijk zoeken we ook langs de Talek River naar mogelijk een luipaard. We zullen zien.
Na het ontbijt vertrekken we. Even moeten we wachten voordat de gate open gaat en we het Talek gebied voor ons zien liggen. Het begint meteen goed. Een familie hyena’s loopt links van de weg. Ze worden gevolgd door een auto met daarin mensen die de hyena’s tracken en bestuderen. Een paar van de hyena’s hebben een halsband om. Nuttig maar onooglijk om te zien. Wanneer de voorste hyena’s te ver voorop lopen, wachten ze even op hun achtervolgers die sneller afgeleid zijn. Het zijn de jongere hyena’s die van alles zien en moeten onderzoeken.
Nog geen kwartier later zien we een tweede groep hyena’s. Of ze bij dezelfde familie horen, weten we niet. Langzaam rijden we achter de hyena’s aan. Ook van deze groep zijn er een paar hyena’s die een halsband om hebben. De hyena’s brengen ons naar een pas gedode wildebeest. In het gras ligt het kadaver. Het rode vlees contrasteert in het gras. Nog steeds heeft de zon zich niet laten zien. Een van de hyena’s begint aan het kadaver te peuzelen en trekt met zijn sterke kaken het vlees van de romp. Andere hyena’s blijven op respectabele afstand. De maag van de wildebeest ligt apart. Na elke hap kijkt de hyena op of er geen dreiging is.
Elke volgende hap van het kadaver bevestigt dat de dreiging er niet is. Toch vindt de hyena dat het kadaver verplaatst moet worden. Zo trekt ze het kadaver richting de weg. Andere hyena’s durven nu ook dichter in de buurt te komen. Wel met respect, maar toch.
Steeds vaker durft een hyena, die lager in de hiërarchie staat, een hap van het rode vlees te nemen. Van een schranspartij, zoals je dat op de televisie wel eens ziet, is echter geen sprake.
Via de Burrungat Plain rijden we richting de Talek River. In de verte loopt een groepje wildebeesten. Verder is het rustig op de vlakte. Op het midden van de vlakte staat een gebied met struiken. Precies op de hoek liggen een paar leeuwen. Vanaf hier turen ze over de vlakte naar de wildebeesten die op een hopeloze afstand van ze verwijderd zijn. Op het moment dat Patrick de landcruiser stilzet, verdwijnen de leeuwen de struiken in. We rijden om de struiken heen in de hoop dat we de leeuwen opnieuw kunnen spotten. Rustig rijden we met de klok mee om de struiken. Meter voor meter turen we tussen de struiken door totdat we de leeuwen uiteindelijk terugvinden. We vinden zelfs meer leeuwen dan we mochten verwachten. Een paar jongere leeuwen spelen met de takken. Gericht springen ze in de takken om ze naar beneden te buigen. Ik kan niet herkennen waarom ze dit doen. Misschien zit er wel een vogelnestje in de top van de struiken. Steeds weer springt een leeuwtje omhoog om vervolgens op zijn achterpoten te balanceren. Dan verplaatst de aandacht van de leeuwen zich naar iets anders en lopen ze tussen de struiken door richting het pad waar we zo even nog reden. Natuurlijk volgen we de leeuwen om te kijken wat er gaat gebeuren. De landcruiser hebben we al juist gepositioneerd om de leeuwen uit de struiken te zien komen. Eenmaal uit de struiken, lopen de leeuwen voor de landcruiser langs en gaan even verderop liggen.
Het ziet er naar uit dat de leeuwen hun roes hier gaan uitslapen. Zelf zijn we helemaal niet toe aan een slaapje en turend over de vlaktes vervolgen we onze weg richting het westen. Ons doel is de Talek river.
Patrick krijgt te horen dat er luipaarden zijn gesignaleerd bij de rivier en met een verhoogde snelheid rijden we over de vlakte richting de Talek river. Daar aangekomen zien we al een paar auto’s staan, waaronder ook die van Saba Douglas Hamilton. Bag Cat Week staat hier opnames te maken van de twee luipaarden Bella en Chui, twee hoofdrolspelers in deze fantastische natuurserie. Bella de moeder en Chui haar zoon hebben in de bosjes een kleine prooi. Regelmatig lopen ze met de prooi en een gedeelte daarvan heen en weer. Het is net alsof ze de prooi beetje bij beetje verplaatsen om op een rustigere plek ongestoord verder te eten. Ondertussen doet Saba verslag van wat er gebeurt. Het is niet voor het eerst dat we getuige zijn van dit soort opnames. In 2002 in Botswana waren we een paar dagen getuige hoe de Kratt brothers met opnames bezig waren voor National Geographic over een groep leeuwen bij een waterhole in Savuti. Deze groep leeuwen doden olifanten en de opnames die we later op de televisie terug zagen waren spectaculair.
Nu staan we dus bij Saba. Zonder het allemaal te veel te romantiseren, lijkt het me een prachtig, maar zwaar, leven.
Bella en Chui zijn ondertussen beiden in de struiken verdwenen en wij vertrekken voor een verlaat ontbijt de vlaktes van de Masai Mara om later die dag nog eens terug te keren. Ons bewust dat dit dan de laatste gamedrive wordt van een prachtige rondreis. Een eigen migratie door Kenia.
Na een voortreffelijke lunch, wat luieren en het aanhikken tegen het einde van ons avontuur, starten we onze laatste gamedrive. Nog eenmaal rijden we over de prachtige vlaktes en genieten van de uitzichten en de dieren. Een gier in een topje van de boom doet het zelfde en ziet net als ons een paar olifanten van acaciastruik naar acaciastruik lopen om de lekkerste takken te verorberen. Verder is het eigenlijk vrij rustig qua dieren. Verspreid over de vlaktes rijden hier en daar wat auto’s die net zoals ons op zoek zijn naar wat meer bijzondere momenten. Maar ook deze auto’s blijven rijden als teken dat ook zij niets gevonden hebben.
Steeds smaller worden de paden waar we over heen rijden. Tussen heuvels door rijden steeds dieper de Mara in en turen onder en tussen de struiken en in het gras. Uiteindelijk hebben we succes. Een leeuw en leeuwin liggen hun roes uit te slapen. Hadden we bij toeval het eerder gelegen weggetje ingeslagen hadden we ze niet gezien. We nemen onze tijd. Wie weet, ze zouden zo maar eens kunnen gaan paren. Dat we hier een tijdje blijven staan, blijft niet onopgemerkt. Een tweetal andere auto’s komt naast ons staan. Het mannetje ligt inmiddels op zijn rug en maakt geen aanstalten om te gaan paren. Vliegen in de liezen deren hem niet. Ook het vrouwtje schijnt niet de behoefte te hebben om het mannetje op andere gedachten te brengen. Terwijl we terugrijden richting Talek gate, lijkt het of de dieren weer bereid zijn zich te laten zien. Hyena’s liggen op de weg. Kort drinken ze nog wat water uit de plassen op de weg voordat ze voor ons plaatsmaken. De zon zakt al behoorlijk richting de horizon. Een rode gloed verschijnt onder een paar donkere wolken, waaruit schuin een lokale bui valt. Dan opeens zien we twee leeuwen. Metertje voor metertje besluipen ze in het schemer een groep wildebeesten. De wildebeesten zijn zich van geen gevaar bewust en grazen onwetend door. Elke keer wanneer een wildebeest opkijkt, duiken de leeuwen in het hoge gras of blijven met gebogen poten bewegingsloos staan. Het is prachtig om te zien hoe de leeuwen op deze manier de wildebeesten naderen. Voor ons gaat het echter te langzaam. We hebben geen tijd meer om de afloop te zien. Het is al te donker en we moeten snel naar de gate om de dieren hun rust te gunnen.
In hoog tempo rijden we richting de gate. Links en rechts van ons opeens veel wildebeesten, zebra’s en hartebeesten verspreid over de vlaktes. We zijn niet de enigen die nog in het park zijn. Stofwolken verraden elke afzonderlijk auto die net zo hard op weg is richting gate. Vlak voor de gate staan nog een paar auto’s bij elkaar. Snel rijden we er nog even naar toe. Een cheeta wordt omgeven door wel acht auto’s. Angstig kijkt de cheeta hoe ze ingesloten wordt. Voor ons het teken om te verdwijnen en niet deel te nemen aan dit schouwspel.
Onze laatste safaridag zit er op. Op de campsite drinken we er een biertje op en eten voor het laatst een voortreffelijke maaltijd van Weston. Met de leeuwen van vandaag komen we op een totaal van tweeënnegentig leeuwen. Eerder in Samburu NR sprak ik de verwachting uit dat we, gelet op het aantal leeuwen dat we daar al gezien hadden, tijdens deze reis de honderd leeuwen wel zouden halen. Niet dus. Maar klagen mogen over het aantal grote katten dat we gezien hebben mogen we beslist niet. In die wetenschap zoeken we voor het laatst tijdens deze reis onze slaapzak op.

4/10 Masai Mara - Amsterdam
Zonder het echt te willen stap ik mijn tent uit. Ik wil eigenlijk niet dat er een einde komt aan deze fantastische reis. Maar veel tijd om hierover na te denken heb ik niet. We moeten terug naar Nairobi om vanavond weer terug te vliegen naar de werkelijkheid.
Een laatste vleug van de Masai Mara nemen we in ons op wanneer we de terug weg aanvaarden. De landrover volgepakt, het dak dicht en een stille weg terug. Een stille weg terug totdat we rechts van de weg een paar leeuwen zien zitten. Het zijn jonge leeuwen. Vijf in het totaal. Verderop ligt nog een mannetje. Opeens denk ik aan de telling. Achtennegentig leeuwen. Niet slecht. We rijden nauwelijks twintig meter verder om een paar bosjes heen en zien meteen een leeuw en leeuwin in het halfhoge gras liggen. Gieren bemoeien zich met het achtergelaten karkas. Het vrouwtje komt op het mannetje aflopen en begint op een uitdagende manier met haar lichaam voor het mannetje te draaien. Meteen herken ik het. Ze gaan paren.
Wat een ongekend afscheid van deze reis. Kan het mooier? Steeds op zoek geweest en gewacht op parende leeuwen, en dan in onze laatste minuten in de Masai Mara zien we ze en komt de teller daadwerkelijk op honderd leeuwen te staan. Waarom heb ik nooit zoveel geluk in de loterij?
Nauwelijks ligt het vrouwtje voor het mannetje of hij komt overeind om aan zijn verplichting te voldoen. Heel even maar. Een flinke brul maakt een einde aan zijn daad en rustig gaat hij weer liggen. Alleen het sigaretje ontbreekt.
Met een zeer tevreden gevoel rijden we richting de gate. We scoren nog een leeuwin die rustig langs de weg ligt. Vreemd genoeg zien we weinig andere dieren.
Buiten de grenzen van de Masai Mara aanvaardt iedereen weer rustig de verplichte terugreis.
Het gaat snel, te snel. Gelukkig stoppen we nog even bij een curioshop en kan ik mijn hart weer ophalen. Ogen scannen de nieuwe shop af. Een hebberig gevoel maakt zich dan weer van me meester. Maar verstand zegeviert deze keer. Nou ja, een klein souveniertje dan. Een kalebas omringd door allemaal schelpen dat als muziekinstrument kan dienen.
Omstreeks het middaguur bereiken we Nairobi. Het huis van David is onze eindbestemming. Ans is er ook en gezellig praten we na over onze belevenissen en vooral over ons kampeeravontuur in de Aberdares en de Chania Falls. Uitdrukkelijk maken we reclame voor dit stukje afwisselende natuur in Kenia.
De tijd vliegt door alle verhalen. We moeten nog naar Hotel Boulevard om ons op te frissen en onze bagage weer te ordenen en goed in te pakken voor de terugreis. Belangrijk om goed in te pakken is de giraffe. Als die maar heel overkomt. Een dagkamer in het hotel biedt uitkomst en iemand van het hotel is bereid om de giraffe goed in te pakken.
Voor ons vertrek naar het vliegveld lopen we nog even naar een paar kleine winkeltjes bij de ingang van het hotel. In 1999 hadden we hier ook al zoveel schik. Opnieuw komt er veel humor bij de kleinste aankoop kijken. Een verkoopster wil ons niet weg laten gaan. Telkens wanneer we aanstalten maken, trekt ze Ellen weer aan haar arm en steekt weer een heel verhaal af. Je moet haast onvriendelijk worden om van haar af te komen. Daarvoor is alles echter te spontaan. Uiteindelijk lukt het ons.
In het hotel nemen we nog een laatste maaltijd. Patrick haalt ons op en brengt ons naar het vliegveld. Van Ans heeft hij de opdracht gekregen om te wachten totdat we door de incheckbalie zijn met de giraffe. Kan deze onverhoopt niet mee, dan kan ik hem aan Patrick geven en komt de giraffe wel op een andere manier naar Nederland. Maar alles gaat goed. We moeten wel wat bijbetalen maar dat nemen we voor lief.
Het einde van een voortreffelijke vakantie is een feit. Afrika heeft zich, mede door de fantastische diensten van AV-tours & Safaris bewezen.

copyright: Paul Janssen