Home Contact
Gastenboek lezen
Gastenboek schrijven
Bush Ways Botswana
Puzzels
Links
GOING AFRICA SAFARIS REIZEN
English version

 

Out to Africa   
is   

(klik op logo)


Mee op reis in 2011?
lees hier verder....


 Reisverslagen:

 Foto's:

 Video's:

 Landen info:

 Gamepark info:

 Dieren info:

 Beste reistijd:

 

 

Informatie over nationale parken die we hebben
bezocht in Kenia

Masai Mara GR

De glooiende grasvlakten, dramatische wanden en de prachtige acaciabossen van de Mara vormen het decor van het grootste spektakel van trekkende wilde dieren op aarde.

Het Mara wildreservaat is in 1961 ingesteld en beslaat een gebied van ongeveer 1800 km2. In het zuiden grenst het reservaat aan het in Tanzania gelegen Serengeti Nationaal Park. De Loitaheuvels vormen de oostelijke grens; in het westen ligt het prachtige Esoit Olloolo (Siria) Escarpment, terwijl de noordelijke grens gevormd wordt door de Ithongheuvels.De vergezichten in de Mara zijn onvergetelijk en er is ongelooflijk veel wild te zien. De Mara is ook het toneel van de grootste show van wilde dieren op aarde, die simpelweg The Migration (De trek) wordt genoemd.
De cijfers zijn duizelingwekkend: drie miljoen dieren, een arena met een omtrek van 3200 km en een pektakel dat het hele jaar doorgaat - en dat zich al honderdduizenden jaren achtereen heeft voltrokken. De laatste telling leverde 1,4 miljoen gnoes als hoofdmacht van de optocht. 550.000 gazellen, 200.000 zebra’s en 64.000 impala’s op, en zo kan men de lijst van Afrikaanse grazers en bladeters verder afwerken. Dit zijn de trekkende kudden van The Magration.

In dit uitzonderlijke natuurlijke circus geldt de gnoe al clown, vooral vanwege zijn uiterlijk. Het dier heeft een veel te grote kop in verhouding tot zijn spichtige lichaam en poten. Een lange snuit, een paar te lange horens en een sprietige witte baard als van een Chinese mandarijn completeren het geheel. Gnoes zijn ook vaak aan het dollen. Ze krommen hun rug en maken bokkensprongen, als ware het een imitatie van de ipid-dans van de Masai. Soms hebben deze capriolen een andere, tragische oorzaak. Een gnoe die eindeloos rondjes draait kan het slachtoffer zijn van de larve n van de paardenvlieg die de hersens hebben aangetast en is ten dode opgeschreven. Tientallen dieren storten zich ten einde raad als lemmingen in een ravijn.

Het woord Mara betekent “gevlekt”. Het is niet duidelijk waarom de Masai (maasai) het gebied deze nam hebben gegeven, maar het zou te maken kunnen hebben met het landschap, dat bestaat uit grasland met her de der verspreid staand acacia’s en doornig struikgewas. Het is echter meer waarschijnlijker dat de Mara zo genoemd is vanwege de miljoenen stipjes van de gnoes en andere herbivoren die in de periode tussen eind juni en half september over de vlakte trekken.

De Grote Trek
Wanneer ze het voor het kiezen hadden, zouden de gnoes waarschijnlijk nooit naar de Mara komen. Ze zouden in het zuiden blijven, op de uitgestrekte alluviale vlakte van de Serengeti. Ze vertoeven hier het liefst omdat er bijna geen dekking is waarin roofdieren zich kunnen verschuilen. De gnoes grazen het gras echter binnen de kortste keren af, het land verdroogt en de dieren worden genoodzaakt in noordwestelijke richting weg te trekken, het spoor van de “lange regens” volgend. De grote trek heeft doorgaans een ongeregelde start. Geen van de dieren lijkt te weten wat er gebeurt, met uitzondering van enkele exemplaren in de 1,4 miljoen gnoes tellende kudde die de lucht opsnuiven, het tijd vinden om te vertrekken en in de richting na het Victoriameer gaan lopen. De andere dieren volgen, achterblijvers en kleine groepen, en uiteindelijk vormen ze lange slierten die op de colonnes van Afrikaanse trekmieren lijken. Ze maken voor het meer een omtrekkende beweging pal naar het noorden, waarbij ze elk jaar op precies dezelfde plaatsen de rivier de Mara, Sand en Talek oversteken. Deze route brengt ze naar Kenia, waar ze grazige vlakten zullen aantreffen in het stroomgebied van de Mara en andere rivieren.















Hier zie je de route van de migratie per maand.






De kuddes vallen uiteen in kleinere groepen in de heuvels en in de vallei. De gnoes lopen hier een grote kans om door roofdieren verschalkt te worden, die vanuit het struikgewas een verrassingsaanval kunnen lanceren. Daarom formeren de hordes zich weer zodra de “korte regens” in oktober in de lucht zitten en begint de trek weer, ditmaal in zuidoostelijke richting.

Honkvast Wild
Het weelderige grasland, afgewisseld met croton-struikgewas, met zilverkleurige en roodbruine bladeren, lage heuvels en galerijbos op de rivieroevers, biedt een gevarieerde habitat voor tal van wilde dieren. Er leven veel Afrikaanse buffels en nogal wat neushoorns in de Mara, naast kudden Thompson- en Grantgazellen, topi’s en impala’s. Onder de roofdieren zijn grote groepen leeuwen(de Mara heeft de grootste populatie van Kenia), redelijke aantallen jachtluipaarden en panters, gevlekte hyena’s en zadeljakhalzen. Er zijn meer dan 450 vogelsoorten in dit reservaat waargenomen, waaronder de zeldzame Verreaux’ Oehoe (Bubo Lacteus). Algemener zijn struisvogels, koritrappen, vechtarenden en diverse andere soorten roofvogels.

De Mara is een schoolvoorbeeld van het conflict tussen de natuur en de mens in het moderne Afrika. Hier ligt het raakvlak tussen akkerbouw en veeteelt in het noorden en de laatste grootste migratie van wilde dieren op aarde in het zuiden. Natuurbeschermers en ecologen proberen tegemoet te komen aan de behoeften van de Masai die de grond bezitten. Ondanks tal van problemen geven vele van de resultaten hoop, afgezien van het stropen van olifanten en neushoorns dat overal in Afrika voor grote problemen zorgt. Veel ondernemingen in de toeristenindustrie, zoals tentenkampen, worden beheerd door de plaatselijke landeigenaren, die zich realiseren dat het wild in deze vorm een belangrijke bron van inkomsten kan zijn.

Hoe er te komen
Er zijn twee routes van Nairobi naar de Maasai Mara, de hoog en laag gelegen weg in westelijke richting naar Nakuru, De “hoge” weg is een redelijke geasfalteerde hoofdweg boven langs de wand van de Grote Slenk; de “lage”weg zat vroeger vol kuilen, maar is recentelijk opnieuw geasfalteerd en nu een plezierige route om te rijden. Beide routes voeren naar het noordeinde van de Kedongvallei, op ongeveer 50 km van Nairobi.

Aan de voet van de wand, in het dorp Mia Mahiu, is de afslag links, naar Narok, met borden aangegeven. Narok is de plaats waar het bestuur over de noordelijke helft van het grondgebied, van de Masai zetelt en u ziet er moran (masai-krijgers) en bouwvallige duka’s (winkels). Zestien km verderop aan de goede geasfalteerde weg komt u bij de lagboomvan gt Game Department in Eswaso Ngiro (Bruin water in het Maa, de taal van de Masai). Vanaf hier loopt reen verwarrend aantal paden, vooral wanneer richtingsborden ontbreken, hetgeen vaak het geval is. Neem de afslag naar links, naar Sekenani Gate vandaar rechtdoor via Aitong naar Governors Camp en het westeinde van de Mara.

De route naar Keekorok, het traditionele centrum van het Mara-reservaat, voert van Narok in zuidwestelijke richting over een hobbelige, ongeplaveide weg, een afstand van ongeveer 70 km. Het traject vanuit Nairobi is in totaal ongeveer 230 km lang; het is ook mogelijk om te vliegen naar Keekorok of naar een andere landingsbaan in de Mara.

Accommodatie in de Mara
Keekorok Lodge, in het oostelijk deel van het reservaat, was een traditionele rustplaats op de lange safari van de Serengeti naar Nairobi. Tegenwoordig is het een goed opgezet kamp met cottages en er zijn automonteurs aanwezig.
Mara Serena Safari Lodge, in het westen, is hoog gelegen op een zadel en biedt uitzicht over de glooiende grasvlakten en de in de verte gelegen bergkam Esoit Oloolo. U overnacht hier in stijlvolle lemen Manyatta’s, die een kring zijn gegroepeerd.
In de Mara vindt u tal van kampen met tenten, waaronder het luxueuze Governor’s Camp aan de rivier de Mara. Dezelfde onderneming beheert ook het privé-kamp Paradise en Little Governor’s. Aan de rand van het reservaat liggen Kichwa Tembo Camp en Fig tree Camp. In deze beide kampen kunt u genieten van de authentieke safarisfeer op romantische locaties.
Mara Intrepids Camp is gelegen in het midden van het reservaat en biedt dus een schitterend uitzicht op het wild tijdens de grote trek.
Mara Sarova Lodge ligt ongeveer vijf kilometer binnen de grenzen van het reservaat vanaf Sekenani Gate.
Buiten het reservaat, op ongeveer acht kilometer ten noorden van Oloolo Gate, ligt het Mara River Camp aan de rivier de Mara. Het verder naar het noordoosten, aan de weg naar Ngorengore gelegen Mara Buffalo Camp omvat Banda’s met rieten dak nabij een meertje met nijlpaarden.
Eveneens buiten de grenzen van het reservaat ligt Siana Springs Intrepids Camp, een lodge op ongeveer twintig kilometer van Sekenani Gate.
Mara Sopa Lodge, vlak buiten de oostelijke grens van het reservaat gelegen, past prachtig in het landschap van de Oloolaimutiavallei en het accent ligt hier op de Masai en de flora en fauna.
Ten zuidoosten van de Mara, op een privé-landgoed dat grenst aan de Serengeti, vindt u het klassieke Cottar’s 1920s Camp.
Rond het park ligt een aantal semi-permanente kampen en gastenverblijven, zoals het Cheli & Peacock Mara Camp, een kamp in het reservaat Koyiaki dat alleen in een bepaald seizoen geopend is.
De Rekero Ranch, te midden van de graanakkers op de rand van de Mara, biedt accommodatie voor acht gasten in bungalows met rieten dak.

Campsites
Naast de overvloedige lijst van lodges en luxe tented camps zijn er ook veel campsites in de Masai Mara. De meeste van dze campsite liggen net binnen het reservaat of net daar buiten. Deze budgetvorm van kamperen met zijn eigen exclusiviteit is groeiende in en om de Mara.
Momenteel zijn er ongeveer vijfentwintig campsites. In theorie moet voor accommodatie in de Mara vooraf geboekt worden. Echter voor de campsites is het mogelijk om bij de ingang van het reservaat te boeken.
Bij elke gate ligt wel een campsite in de buurt. De campsite bij Oloololo geeft een mooi uitzicht op de heuvels. De Musiara campsite is erg populair om de veiligheid van het gebied, schaduwrijk is en met veel wilde dieren, waaronder leuuwen in de naaste omgeving.
In de buurt van Talek liggen ongeveer tien campsites ten oosten van de gate, grenzend aan de rivier aan het noorden.
Verschillende van deze tien campsites zijn altijd volgeboekt door touroparators. Ten westen van de Talek gate ligt ook nog Riverside Campsite.

Op ongeveer een halve kilometer van de gate in het Sekenani gebied, liggen vier campsites, net buiten het reservaat.
Tot slot is er nog de Sand River Campsite. Deze ligt bij een waterhole naast de gate met de zelfde naam waar dieren vooral 's-nachts een bezoekje komen brengen.
Met uitzondering van de laatste campsite, waar toiletten en drinkwater aanwezig zijn, hebben de campsites geen faciliteiten.
Bovenop de campsites bij de gates, zijn er ook privé campsites zoals Crocodile Campsite. Naunerri Campsite, ligt drie kilometer van Sand River Gate en de Mara River Campsites, dit zijn er bij elkaar vier, ligt op de oever van een rivier buiten het reservaat. Eén van deze vier ligt vlak ten zuiden van Mara Camp.
In de buurt van Olkurruk Mara Lodge is nog een campsite, die uitkijkt over de vlaktes.

Nakuru NP

Nakuru is one of the alkaline Rift Valley lakes and a fantastic bird sanctuary, its shores populated at times by more than one million flamingoes. The famous ornithologist Roger Tory Peterson defined it as "the greatest bird spectacle on earth". The fortunate sentence has now become a cliché and is used up to fed-up-ism for promotional purposes. Sadly, along the past years flamingoes have vanished sporadically to reappear later in a similarly weird way, but flocks are now greatly reduced.

The park was gazetted in 1968, but since 1961 there was a bird sanctuary at the lake's south sector. With the support of the World Wildlife Fund, Kenyan government started a plan to purchase the adjacent grounds in order to widen the protected area. In 1964 the sanctuary yet included the whole lake, whose surface varies from 5 to 40 km², in addition to a shore strip. Since its gazetting as a national park, both authorities and conservation organisations have kept on winning the battle to private property and human settlings, further broadening the park limits in 1968 and 1974 to its current extension of 188 km².

Although the pictures on this page don't let it show, the truth is that the park lies only 4 km off the populous Nakuru town. This poses various consequences, almost all negative for the conservation of this natural area. After Nairobi National Park, this is the second most accessible park, since Nakuru is the fourth city in the country and the headtown of the Rift Valley. Hence the park receives a high visitor number, more than 100,000 every year, of which a great proportion corresponds to Kenyan citizens and residents.

But traffic is not the only nor the biggest of the threats: uncontrolled dumping from the nearby city produces a strong environmental degradation, to such an extent that at critical times flamingoes have completely vanished from the park. In 1994-95 there were massive flamingo deaths caused by water poisoning with heavy metals and toxins, due to a combination of climatic and human factors that favoured the overgrowth of cyanobacteria and toxic blue-green algae. This resulted in the start up of a program aimed at processing Nakuru's industrial and urban residues, water and pollution monitoring and protection of the lake basin.

On the other hand, encroachment of the environment by the surrounding population and of the rhinos by poachers urged to fence the park perimeter with 74 km of metal wire. The first fence was erected in 1976 and reinforced ten years later with a sun-powered electric fence, thanks to the cooperation of the British Rhino Rescue Trust.

The different measures are directed to protect an exceptionally important area for wildlife conservation, not only birdlife diversity which inspired the park creation but also a great lot of mammal species, native or introduced, which live and breed successfully in the park. Among the latter are rhinos. The park was declared a sanctuary for the protection of these voluminous and endangered animals in 1987. From then on, re-introduction of specimens of both species, black and white, has made Nakuru become one of the main rhino refuges in Kenya and the place where the visitor can easily find two of the five rhino species surviving in the world.

The park covers the lake and a land strip around the northern, eastern and western shores, whereas southward the grounds extend farther to Makalia Falls, which define the south limit. The shores are surrounded by swamps, that during the driest seasons disappear to give rise to huge white salt crusts. The riverine forest opens up southward in a bush and acacia tree savannah. The eastern and western shores are framed by ridges that offer splendid lookouts over the lake: Lion Hill, Baboon Cliff and Out of Africa. At the west shore, Baboon Cliffs are the preferred habitat for some of the park's species, while at east, a part of Lion Hill is covered by a magnificent Euphorbia or candle tree forest, giving the landscape a prehistoric look. The park hosts several picnic areas and some hides have been erected nearby the lake for bird observation.

In addition to birds and rhinos, the park is home for a large number of mammals, including carnivores such as lions and leopards.

The short distance to the city and the frequent conflicts between environment conservation and development of the local communities have prompted a number of projects aiming at improving life conditions in the area and providing the residents a chance to meet this unique wildlife refuge. Kenya Wildlife Service has financed programs for health and education, namely for building classrooms and dispensaries, purchasing equipment and books, etc. On the other hand, the park owns a bus which offers low-priced guided tours to the park for Nakuru residents.

Acces:
The lake and the city of Nakuru are located on the bed of the Rift Valley, 156 km northwest of Nairobi. The road connecting the two cities, the A104, is a tarred and busy route, since it is the main communication artery other than railroad between the country's capital and the valley. The heavy traffic makes it also a dangerous route with a high accident rate, so if you drive, drive safely.

The Nairobi-Nakuru road is the starting route for many safaris. Therefore, plenty of visitors get their first sight of the Kenyan landscape from here. Not a bad place. Suddenly, at the turn of a bend at the highlands' rim, the earth opens up to the huge Rift Valley emptiness. Beside the stands offering their curios, a wooden lookout with a weak look displays a breathtaking view. The visitor obtains here a first impression of the primary role of the Rift Valley in East Africa's physical geography. Some hundreds of meters below, the acacia-scattered Kedong Valley bed conveys a neat and archetypical snapshot of the African landscape. Farther away, you get a glimpse of Mount Longonot, Hell's Gate national park and Lake Naivasha.

From the viewpoint, the road falls down hanging from the steep slopes of Kikuyu Escarpment. Meanwhile, trucks drive up slowly and heavily, and you will witness some impossible overtakings in which you'd better not get involved. Once down the valley, you will leave Longonot and Hell's Gate parks behind, border Lake Naivasha, cross the town of Gilgil and glance Lake Elmentaita before finally reaching Nakuru.

The town of Nakuru is very well communicated with Nairobi. The train, the famous Lunatic Express, also calls here, or precisely all the way round, the city grew at the edge of the railroad, just as many of the major Kenyan towns. Plenty of buses and matatus cover the distance from Nairobi to Nakuru and back, as well as from the Rift capital to the most important towns in the valley and western Kenya.

Due to the proximity to Nakuru town, this is one of the only parks which can be visited in a taxi, though it is definitely not the best way to travel a national park.

Naishi airstrip offers the chance to fly from Nairobi right to the heart of the park, but only during the dry season.

Obviously, Nakuru is accessible as well from Nyeri via Nyahururu, bordering the Aberdare Range (170 km), from Kisumu at the Lake Victoria shore (116 km), or from Naivasha on the main Nairobi road (65 km). If your trip includes a Nakuru-Masai Mara journey or viceversa, you can use the road that joins both towns via Mau Narok traversing the Mau Escarpment (100 km), though during the rains this track may become a quagmire.

The most frequent way for accessing the park is the Main Gate, 4 km south of Nakuru downtown, next to the park's headquarters, where you can reload your Smartcard. From Kenyatta Avenue, take Moi Road and turn left to Stadium Road, which will lead you right to the gate. Here there is also a map showing the spots of the latest animal sightings.

If you come from Nairobi and you want to avoid the Nakuru fuss, you can enter the park through Lanet Gate, though signposting is deficient. Before reaching the city, take the left turn signposted "Lanet Gate", right in front of the Stem Hotel and ahead the railroad bridge. Just after take the right turn-off that runs parallel to the A104. This track will lead you directly to Lanet Gate.

Finally, Nderit Gate lies at the east side of the park, close to Lake Nakuru Lodge. This is a suitable way for visitors arriving from Mau Narok or Lake Elmenteita.

The park's tracks are usually well-kept, still you may find some mud during the rains. The main road circles the lake completely. The north drive is very busy and is hence less interesting for wildlife viewing. The biggest stretch of land in the park is located south of the lake. There is a track network here which is much less visited and where you will have the chance to meet some of the park's herbivores, such as Rothschild's giraffes, the elusive black rhinos and the bulky elands.

Wildlife:
In this brief trip through Nakuru's wildlife, we must by all means start with the flamingoes, traditionally the main attraction in the park. However, nowadays rhinos compete with flamingoes for tourists' attention and photo shots.

Lesser flamingoes gather at the lake shores to filter the water through their beaks and obtain their food, the blue-green algae Spirulina platensis, which proliferate in this aquatic alkaline environment. The birds use up annually 250 tons of algae in each lake hectare. Greater flamingoes also visit the lake, in smaller numbers than their shorter relatives. Flamingoes have likely reached two millions at best times, but sadly over the past years these birds suddenly disappear to return on a cyclic basis, always in smaller flocks. Occasionally and due to pollution, cyanobacteria and some toxic species of blue-green algae thrive in the lake waters and poison the lesser flamingoes. This is the price nature and wildlife are bound to pay for the hard coexistence with the human milieu. Albeit efforts targeted to prevent and avoid these deaths, sprouts regularly happen while flamingoes fly around looking for the cleanest habitat. On the other hand, climatic alterations in one or other way strongly impact the birds' populations: excessive rains reduce the water pH and thus slow down the growth of nutritive algae, whereas severe droughts have occasionally dried the lake up. For some strange reason, flamingoes never form breeding colonies at the lake.

Nakuru national park was declared a rhino sanctuary in 1987, when there were only two resident black rhinos. A further 16 were introduced from Solio Ranch, followed by four specimens brought from Nairobi national park in 1990. The first two white rhinos were introduced in the park from Lewa Downs. In 1995, a bigger group of 10 was brought from South Africa. Secure from poachers' attacks thanks to the electric fencing, the rhino population at Nakuru progresses positively and it is easy to find the white rhinos grazing on the clearings by the lake. The browser black rhinos feed on the bush and forest areas, therefore it is unfrequent to sight them in the open field. Both species are not different in colour, in spite of their confusing denomination; both are greyish. Actually, the "white" epithet is a wrong understanding of the afrikaaner term "weit", which does not mean "white" but "wide". The Dutch settlers named this rhino after its wide and flat snout, suitable for grazing, as opposed to the triangular prehensile lip of the black rhino that serves for browsing.

Other species have been introduced in Lake Nakuru's protected environment. In 1974, Rothschild's giraffes from the Soy Plains, in Eldoret, where they had invaded the wheat farms, were released in the park. These animals have thrived here to such an extent that in 1996 some specimens were donated to Uganda and Soysambu Estate at Lake Elmenteita.

Besides rhinos and giraffes, the park hosts a plentiful mammal life which accounts for more than 50 species. Among the large herbivores you can find both common and Defassa waterbucks, which can be distinguished by the white mark on the rump, a hollow circle in the former and a blurry patch in the latter; impalas, Thomson's and Grant's gazelles, buffalos, plains' zebras, elands, warthogs, dik-diks, duikers (bush and black-fronted), klipspringers, bushbucks and reedbucks (Bohor and mountain). A small hippo herd inhabits the northeastern part of the lake (Hippo Point) and at night grazes around. Other small herbivores include hares and rock hyrax.

Primates are represented by baboons, vervet monkeys and black and white colobus. Stare at the latter with your binoculars. Don't they have a human face?

Predators, lions and leopards, introduced from other areas, have successed at the park in such a way that leopards are becoming a quite common sighting. Some 40 lions populate the park; even if you don't get to see them, since the park is small if you prick up your ears you may hear them roaring from the lodge by night. The two species of hyaena (spotted and striped), mongooses (slender and egyptian), African wild cats, civet cats, silver-backed jackals and bat-eared foxes are present as well. Otters swim at the streams that die in the lake. The rare leaf-nosed long-eared bat is a park oddity, though a sighting is unlikely.

Besides the flamingoes, more than 450 bird species populate the park. Fishing birds are present thanks to the abundant fish in the lake. Graham's tilapia, adapted to the saline waters, was imported from Lake Magadi in 1956 and serves as food for great white pelicans, great cormorants and African fish eagles. The best time for bird watching is the rainy season and during the boreal winter, when the lake hosts a wide range of European migratory species. In addition to those already mentioned, among the water birds outstand the little grebe, white winged black tern, avocet, black winged stilt, cattle egret, great white egret, ducks, hammerkop, yellow billed stork, sacred and Hadada ibis, Egyptian goose, blacksmith plover, sandpipers, grey heron, African spoonbill, African snipe, king fishers and African Jacana.

Among terrestrial birds are the ostrich, secretary bird, marabou stork, ground hornbill, Guinea fowls, starlings, ox pecker, bee eaters, fiscal shrike, Kori bustard, martial eagle, European roller, drongo, mourning dove, augur buzzard, yellow necked spurfowl and tawny eagle.

Lodging:
The nearby Nakuru city offers several choices for accommodation, but no top category hotels. There are two lodges within the park limits:

Lake Nakuru Lodge:
Lake Nakuru Lodge is located at the southeastern end of the park, close to Nderit Gate, on top of a hill overlooking the landscape around the south shore. The place used to be a farmhouse belonging to the vast Lord Delamere's properties. It was purchased to broaden the park limits and was transformed into a lodge. There are 120 beds in attached huts, swimming pool, restaurant and bar. In front of the terrace there is a waterhole where some animals may be found.

Sarova Lion Hill Lodge:
The lodge belonging to the Sarova chain is located near the eastern shore, above Lion Hill and the Euphorbia forest. Formerly it was a tented camp, which was re-built as a lodge. It has 65 rooms chalet-style, swimming pool, sauna, bar and restaurant, as well as an excellent service and a privileged location.

Naishi House:
Naishi House is a self-service lodge belonging to Kenya Wildlife Service. It is composed of one house and an adjacent cottage, both fully furnished. The main building hosts two bedrooms, each with a king size bed and a single bed, plus an equipped kitchen, dining room and an outside terrace with pergolas. The maintenance staff takes care of cleaning and providing firewood, but guests must carry their own food. On the other hand, the cottage has only two single bedrooms, thus it is conceived as an annex to the main house and not an independent facility.

Camping:
There are three public camp sites inside the park. All of them have water and latrines. The Backpackers Campsite is close to the park's Main Gate, near the HQ. It is a very popular and usually crowded place, therefore you can expect everything but repose. It has full toilets. The second one, Njoro, is located next to the Njoro river, 1 km off the Main Gate. Finally, the Makalia is at the south end of the park, far off the lake and close to the waterfall. Actually there are two camp sites here, at both sides of the falls. They are much less used than the former two.

The number of special camp sites varies upon demand, but so far seven are usually available. The most popular ones, frequently used by safari companies, are Nyuki and Nyati, both beneath the acacia trees at the northeast shore, past the Hippo Point when driving from the Main Gate. The latter is smaller. Other sites include Soysambu, Naishi, Reedbuck, Chui and Rhino.

Lake Baringo en Bogoria

Ten noorden van Nakuru wordt het terrein geleidelijk vlakker en buigt de Trans Africa Highway af naar het westen en verlaat de Grote Slenk. De weg naar de volgende vallei loopt echter door. Het Bogoriameer is een smal, langgerekt meer met blauw water, gelegen aan de voet van hoog oprijzende kliffen. Het water is eveneens zout en warme geisers spuiten langs de oever omhoog. Het Lake Bogoria Nationaal reservaat is opgezet ter bescherming van de grote koedoes die voor namelijk op de westelijke hellingen van Laikipiagebergte leven, die ten oosten van het meer oprijzen. Het reservaat beslaat een gebied van ongeveer 110 km2 en omvat het ondiepe zoutmeer dat enorme troepen flamingo’s trekt. Accommodatie is beschikbaar in het Lake Bogoria Hotel, met het enige kuuroord in Kenia. Er zijn drie kampeerplaatsen aan de zuidpunt van het meer, nabij Emos Gate. Er zijn geen voorzieningen en al het benodigde water moet worden mee genomen, omdat het water uit het meer niet te drinken is. Er is ook een kampeerplaats( waar water beschikbaar is) vlak buiten de noordelijke ingang van het reservaat en u vindt een picknickplaats bij de warme bronnen.
Het enkele kilometers noordelijke gelegen Baringo mag u niet missen. Het is het tweede zoetwatermeer in de Grote Slank en twee maal zo groot als Naivasha. Ook nu doet zich dezelfde vraag voor: waarom blijft het water van het meer – zonder uitstroom – zoet? Baringo is rijk aan vogels en ijlpaarden, die ’s avonds op de oever grazen. Eerste klas accommodatie is beschikbaar in de Lake Baringo Club, waar vogelexcursies onder leiding van een gids, boottochten, waterskiën en safari’s per kameel worden georganiseerd. Island Camp op het eiland Oi Kokwa is een luxueuze lodge bestaande uit tenten, met zwembad en faciliteiten voor watersporten. Voorzieningen om te kamperen en banda’s zijn beschikbaar in Robert’s Camp aan de oever van het meer.

Lake Naivasha

Naivasha ligt in de Grote Slenk ten noorden van Magadi en is makkelijk bereikbaar vanuit Nairobi. De rit voert over een afstand van 80 km over de hoofdweg van Nairobi naar Kisumu, die al kronkelend langs de oostelijke flank van de Slenk afdaalt, een olifantenspoor volgend. Terwijl u afdaalt, heeft u een schitterend uitzicht over het meer en de beneden in de vallei gelegen, uitgedoofde vulkanen Suswa en Longonot. Het meer ligt in de vallei op een hoogte van 1890 m boven de zeespiegel.
De omtrek van het meer is door de eeuwen heen zeer veranderlijk geweest, maar Naivasha heeft tegenwoordig een oppervlakte van ongeveer 170 km2.
Het Naivashameer is bijzonder: hoewel er geen zichtbare uitstroom is, is het een van de twee zoetwatermeren( het andere is Baringo) in de Slenk. Er zijn veel theorieën ter verklaring van dit fenomeen, maar geen van alle is geheel bevredigend. De meest logische uitleg is dat er veel water van Naivasha is inderdaad zoet drinkbaar, overvloedig en uitstekend voor de bevloeiing van de omliggende vruchtbare vulkanische grond. Het zal dan ook niet verbazen dat het meer wordt omgeven door landbouwgrond, waarop vele tonnen groenten en bloemen worden gekweekt voor de markten van Nairobi en het buitenland.
Op het oostelijk deel van Crescent Island lig een particuliere jachtclub, waar u een zeiljacht kunt huren. De zondagse zeilwedstrijden doen wellicht vreemd aan op een meer in de Grote Slenk, maar het uitzicht op de wanden van de vallei vanaf het meer is zeer de moeite waard. Onder de vogelsoorten die u het hele jaar door op en rond het meer kunt zien, zijn de Afrikaanse zeearend, visarend, lelieloper, de zwarte porseleinhoen en diverse soorten reigers. In het meer leven nijlpaarden. Rond het meer grazen verscheidene zoogdieren zoals zebra’s, impala’s, Afrikaanse buffels, giraffen, kongoni-hartebeesten en - ’s nacht - nijlpaarden.

Accommodatie is beschikbaar in de Lake Naivasha Country Club, waar de overdadige traditionele Kenya Sunday lunch wordt aanbevolen. Het uitzicht over heet meer vanaf het goed verzorgde gazon, in de schaduw van een koortsboom, is onvergetelijk. Voor een belevenis in de bush kunt u overnachten in het goed uitgeruste Crater Lake Tented Camp, omringd door de wanden van de krater en een eigen wildreservaat. Op de zuidelijke oever van het meer ligt een aantal kampeerplaatsen, met als bekendste Fisherman’s Camp, waar u een banda kunt huren of uw eigen tent kunt opzetten. Rond het meer vindt u ook een aantal uitstekende pensions, waaronder de Longonot Game Ranch; van hier uit kunt u te paard een tocht over de vlakte maken.

Hell's Gate NP

Het Hell’s Gate Nationaal Park, een schitterend deel van het vulkanische gebergte ten zuiden van het Naivashamaar, kreeg in 1984 de status van nationaal park. Het ligt 13 km ten zuidwesten van Naivasha en beslaat een gebied va 68 km2.
Het park bestaat uit een indrukwekkende kloof met hoog oprijzende rotswanden. Dicht bij de ingang staat Fisher’s Tower, een enkel, 25 m hoge rots.
De krachtige geisers zijn met buitenlande steun getemd om energie op te wekken.. Het geothermische project is met zorg uitgevoerd opdat de schoonheid van Hell’s Gate niet zou worden aangetast..
In het nationale park broedt een kolonie Rüppells gieren en een paar lammergieren op rotsen. De lammergieren laten op diverse plaatsen in Hell’s gate van grotere hoogte beenderen op rotsen kapot vallen, zodat ze het beenmerg kunnen opeten. Onder de vele andere soorten roofvogels die er voorkomen is ook de zwarte arend, die meestal rondzweeft. In Hell’s Gate voorkomende zoogdiereen zijn Thomson-gazellen, zebra’s, rotsklipdassen, jachtluipaarden en panters.
U kunt alleen kamperen in het park; andere accommodatie is niet beschikbaar. U doet er verstandig aan om met een lokale Masai-krijger af te spreken dat hij ’s nachts uw auto bewaakt.

Meru NP

Deze reservaten, gelegen in een gebied dat vroeger in trek was bij jagers, zijn oorspronkelijk opgezet om dieren in de natuur uit te zetten. Ze liggen buiten de gebaande wegen en bieden spectaculaire mogelijkheden om wild te zien.

Het Meru Nationaal Park kreeg wereldfaam dankzij Joy Adamson’s boek Born Free, het verhaal van Elsa de leeuwin die weer in de vrije natuur werd uitgezet. Hoewel Meru een van de belangrijkste en mooiste nationale parken in Kenia is, ligt het buiten de gebruikelijke route die de meeste toeristen volgen. Het is echter de moeite van een bezoek meer dan waard. Meru bestaat een oppervlakte van 800 km2 en ligt ten oosten van Mount Kenya, in het semi-aride gedeelte van het land. Het ligt aan weerzijden van de evenaar en de hoogte varieert van duizend meter in de heuvels aan de voet van het Nyambeni gebergte tot minder dan driehonderd meter aan de Tana rivier in het zuiden.

Er zijn twee routes van Nairobi naar Meru Nationaal Park; langs Mount Kenya, via Nanyuki of via Embu. Beide wegen lopen naar de plaats Meru; van hier is het nog 78 km naar het park. Wanneer u via Nanyuki rijdt, kunt u gebruik maken van de westelijke ingang, Murera Gate. Sommige bezoekers vliegen liever om de langzame, kronkelige weg te vermijden.

De belangrijkste toeristische wegen bevinden zich in het westelijke gedeelte van het park; in het oostelijke deel zijn slechts enkele wegen. In het oosten grenst Meru aan het Bisanadi Nationaal Reservaat. In het zuidoosten liggen de nationale reservaten North Kitui en Kora, terwijl het Rahole Nationaal Reservaat ten noorden van Kora ligt. Samen met Meru vormen deze reservaten een beschermd gebied met een oppervlakte van zesenveertighonderdenzeventig vierkante kilometer.

De vegetatie bestaat uit struikgewas; in het noordoosten wordt het beeld bepaald door grasland met lontarpalmen (Borassus) en acacia’s. De Tana, waarin het hele jaar door water staat, is de langste rivier van Kenia en zorgt voor volop water. Door het park stromen tal van andere kleine rivieren. Sommige valleien staan in het regenseizoen deels onder water en vormen zo een moerasachtige biotoop waarin Afrikaanse buffels en waterbokken graag vertoeven.

De Fauna van Meru
Er zijn meestal grote aantallen Afrikaanse buffels te zien in de moerassen en aan de Tana rivier en in de rivier leven nijlpaarden en krokodillen. Vroeger kon men grote kudden olifanten zien in het moerasgebied nabij de oude Meru Mulika Lodge, maar hun aantallen zijn drastisch afgenomen door toedoen van stropers. Zwarte neushoorns waren voorheen talrijk in het park, maar helaas hebben ook zij veel te lijden gehad van stropers; hetzelfde geldt voor kleine beschermde groep witte neushoorns die hier vanuit Zuid-Afrika naartoe gebracht waren in de hoop dat ze zich in het reservaat zouden voortplanten. In 1988 werden de laatste vijf dieren dor stropers gedood. In Meru leven dieren die kanmerkend zijn voor de noordelijke gebieden van Kenia, zoals de Grevy-zebra, spiesbok en de netgiraffe. Dik-diks, gerenuks (die het zonder water kunnen stellen en dauwdruppels drinken) en de grote katachtigen zijn talrijk, maar soms moeilijk te zien door het hogere gras en dichte struikgewas. Elandantilopen en kongoni-hartebeesten hebben een voorkeur voor vochtiger grasland. Kleine koedoes laten zich ’s avonds zien in het struikgewas of in de valleien.

Vogelliefhebbers moeten vooral letten op de vrij zeldzame palmgier (Gypohierax angolensis), die zich voedt met palmnoten en aas. De palmgierzwaluw (Cypsiurus parvus) bouwt zijn nest aan de onderkant van palmbladeren. Langs de Tana rivier komen Pels visuil en de zeldzame  watertrapper voor. De watertrapper lijkt op een slanke eend met een lange hals of een kleine aalscholver. Het is een zeer schuwe soort die meestal onder de overhangende vegetatie langs de oever zwemt. Helm- en gierparelhoenders (met lange, gestreepte halsveren) komen veel voor.

Een Woeste Wildernis
De vergezichten in Meru zijn schilderachtig, soms zelfs abstract. Bij Adamson’s Falls in de Tana rivier zijn blokken graniet onder invloed van weer en water verweerd tot vreemde vormen, als moderne beeldhouwwerken.Op heldere ochtenden zijn de besneeuwde toppen van Mount Kenya in het zuidwesten te zien, maar wellicht het mooiste uitzicht is wanneer de zon achter het Nyambeni gebergte staat, waarbij het tussen de toppen door schijnende licht de indruk van een geromantiseerd religieus schilderij creëert.

Het park is in geologisch opzicht ook zeer interessant. Het grootste deel van het landoppervlak bestaat uit basalt van lavastromen uit het Nyambeni gebergte, met daarboven een laag van rijke bruine en grijze vulkanische of zwarte grond, bezaaid met brokken puimsteen. De rotslaag komt her en der aan de oppervlakte als lage heuvels of kopjes (uitstekende rotspunten) en breekt zo het monotone droge landschap met struikgewas.

Het park wordt grofweg in tweeën gedeeld door de Rojewero rivier, die een abrupte grens vormt tussen twee landschapstypen; aan de ene kant strekken open grasvlakten zich uit tot de heuvels aan de voet van het Nyambeni gebergte, terwijl aan de andere kant dicht Commiphora struikgewas zich over een afstand van honderden kilometers uitstrekt naar het noorden en oosten. Het droge landschap wordt doorsnede door talrijke zandige lugga’s (droge rivierbeddingen). Er lopen 19 rivier en kleinere stromen door het park; in 15 van deze staat het hele jaar door water. Bovendien zijn er talrijke moerassen en bronnen op plaatsen waar de lava op de rotsige onderlaag dun is, en op een breuklijn die van Kinna in zuidwestelijke richting naar Kilimamieru loopt. De belangrijkste bronnen zijn de Kithima ya Mugumu (vijgenboombronnen) en Murera Springs. De voornaamste moerassen zijn Bisanadi, Buguma en Mulika.

De meest luxueuze accommodatie in Meru vindt u in het fantastische, nieuwe Elsa’s Kopje. Dit oord bestaat uit acht stenen cottages met rieten dak, gelegen op de heuvel Mughwango, met een adembenemend mooi uitzicht over de vlakten van Meru. Nabij het Mulika moeras, op de oever van de rivier de Murera, ligt Leopard Rock. Deze gerenoveerde lodge omvat 14 banda’s (rustieke hutten met badkamer). Vanuit de hutten en het hoofdgebouw heeft u uitzicht op een zoutliksteen aan de overkant van de rivier. Een zwembad biedt verkoeling. In het Meru Nationaal Park vindt u een aantal kampeerplaatsen, die op de meeste kaarten zijn aangegeven. De Murera Gate Campsite en Park Headquarters campsite zijn voorzien van toiletten en water. De acht andere kampeerplaatsen in het park hebben geen faciliteiten. Overnachtingen in banda’s van de Kenya Wildlife Service kunnen geboekt worden bij het hoofdkantoor van de KWS in Nairobi. Vlak buiten de westelijke grens worden bij het hoofdkantoor Kindani Rivier Camp, met vijf goed uitgeruste rondavels.

Een gedeelte van Meru is aangewezen als wilderness area; in deze wildernislopen geen wegen en het gebied is alleen bereikbaar met voertuigen met vierwielaandrijving en in het gezelschap van een ervaren gids. Het aan Meru grenzende, 600 km2 grote Bisanasi Nationaal Reservaat, biedt weinig faciliteiten voor toeristen en is zelfs voor terreinvoertuigen moeilijk toegankelijk. Het landschap en de flora en fauna lijken op die van Meru, het meer spectaculaire, langwerpige uitstekende rotsen.

Kora en Rahole
Aan de middenloop van de Tana rivier ligt 1790 km2 grote Kora Nationaal Reservaat, dat beroemdis geworden dankzij het werk van George Adamson en Tony Fitzjohn. De twee hielden zich harenlang bezig met het terug zetten van in gevangenschap opgegroeide leeuwen en panters in de vrije natuur, wat niet zonder gevaar was.

Het landschap van afgelegen Kora, dat ongeveer 130 km van de plaats Garissa ligt, bestaat uit galerijbos langs de Tana en uitgestrekt bushland in het binnenland. Ook is Kora bekend om uitstekende rotsen met hun eigen unieke habitat en fauna. Wild zult u niet in grote aantallen zien, maar af en toe worden er leeuwen, kleine koedoes, olifanten en waterbokken waargenomen. Het deel van de rivier dat door Kora stroomt, is prachtig en wordt bevolkt door nijlpaarden en krokodillen.

In Kora is in 1983 een groot ecologisch onderzoek uitgevoerd door de Nationale Musea van Kenia en de Britse Royal Geographic Society, met steun van d NASA en het United Nations Environment Programme (UNEP). Het onderzoek leverde waardevolle informatie op voor het beheer van een wild deel van Afrika dat steeds meer bedreigd wordt door Somalische herdersvolken. Er zijn geen faciliteit voor toeristen in dit gebied, dat in eerste instantie een reservaat voor wetenschappelijk onderzoek is. Een brug over de Tana vormt de verbinding tussen Kora en het Bisandi Nationaal Reservaat.

Ten noorden van Kora, aan de andere kant van de Tana rivier, ligt het Rahole Nationaal Reservaat. Dit twaalfhonderdenzeventig vierkante kilometer grote, afgelegen reservaat is opgezet om te laten zien dat wilde dieren samen met de lokale stammen in één gebied kunnen leven. Het experiment lijkt echter te zijn mislukt, omdat er veel wordt gestroopt en er overal nederzettingen zijn. Het landschap is prachtig, maar verder is Rahole niet opmerkelijk , Er zijn geen faciliteiten voor toeristen, die zijn aangewezen op het veertig kilometer stroomopwaarts gelegen Meru. In het droge seizoen is Rahole alleen bereikbaar vanuit het oosten, via de weg van Garsen naar Garissa.

Samburu NP

De twee reservaten, Samburu ten noorden van de rivier de Ewaso Ngiro (“bruin water”) en Buffalo Springs ten zuiden ervan, worden gewoonlijk als een geheel gezien door zowel de reisorganisaties als de wilden dieren. Een brug over de Ewasa Ngiro, even stroomopwaarts van Samburu Lodge, vormt de verbinding tussen de twee gebieden. De route van Nairobi naar de reservaten voert ongeveer 300 km over geasfalteerde wegen naar Isiolo, en van daar is het nog 50 km over onverharde weg. De meest handige ingang is Ngare Mara Gate. De weg door het Samburu Nationaal Reservaat, te bereiken via de plaats Archer’s Post, is slecht en alleen te berijden met een voertuig met vierwielaandrijving. De rit is echter interessant omdat u enkele Manyata’s (omheinde dorpen) van de Samburu passeert. Er is ook een landingsbaan. Het landschap van het honderd vierkante kilometer grote Samburu National Reserve , met de grote tafelberg Ololokwe op de achtergrond, is dramatisch; het terrein bestaat het grootste gedeelte van het jaar uit de door de zon gebakken roodbruine klei. Langs de rivier de Eswaso Ngiro, die op het Laikipiaplateau in het westen ontspringt en gevoed wordt door het water dat van de Aberdares en Mount Kenya afvloeit, groeit een brede band van galerijbos, estaande uit acacia’s, tamarindes en palmen. De rivier, een permanente bron van water voor de wilde dieren, stroomt oostwaarts door het Lorianmoeras in de richting van Somalië. Het grootste, centrale, gedeelte van het reservaat bestaat uit droog, open terrein met doornig struikgewas, dat alleen groen wordt in de regentijd.

Wilde dieren
De fauna van Samburu is gevarieerd, met teruglopende aantallen olifanten en talrijke Afrikaanse buffels en waterbokken die foerageren in de vegetatie langs de rivier en in de aangrenzende moerassen. Kuddes impala’s, waarbij een enkele bok over tot wel 50 vrouwtjes en jongen waakt, grazen langs de rivier. Grevy-zebra’s, spiesbokken, giraffen en gerenuks komen alleen in dit semi-aride landschapstype voor. Spiesbokken zijn zeer schuwe, relatief schaarse dieren met een prachtig getekende kop en lange, rechte hoorns. Dik-diks zijn veel talrijker en hebben een voorkeur voor rotsachtige heuvels en droog acaciabos.

Op de oevers van de rivier liggen krokodillen te zonnen. Ook krijgt u vrij gemakkelijk leeuwen, jachtluipaarden en panters te zien omdat de spaarzame vegetatie weinig dekking biedt. Onder de kleinere zoogdieren zijn er de grondeekhoorns, die veel voorkomen rond de lodges, en dwergmangoesten, die in open terrein foerageren. In Samburu zijn meer dan 365 vogelsoorten waargenomen, waaronder de Somalische ondersoort van de struisvogel die in het broedseizoen te herkennen is aan de opvallende blauwe poten. Troepen helm- en gierparelhoenders komen vooral ’s-middags aan de oever van de rivier drinken. De vechtarend, één van de grootste roofvogels, zit vaak op een geëxponeerde zitplaats op de uitkijk. Andere roofvogels, zoals de bateleur en de Afrikaanse dwergvalk zijn hier ook te vinden. Aan de oevers van de rivier leven ijsvogels en Layards textorwevers. De zeldzame Narinatrogon, een schitterende groene vogel met rode buik, leeft ook in het galerijbos.

Accommodatie
De comfortabele Samburu lodge is gelegen op de noordoever van de rivier, nabij de westelijke grens van het reservaat. Hier kunt u zien hoe krokodillen op het afval afkomen en er worden karkassen van geiten in de bomen gehangen om de grote katachtigen, vooral luipaarden, te lokken. Stroomafwaarts van de Samburu Lodge vindt u Larsen’s, het summum op het gebied van luxe tentenkampen. Larsen’s, een klein kamp met zeventien tenten, biedt elegantie in koloniale stijl, een observatieplatform in de bomen om het wild op de uitgestrekte vlakte van Samburu waar te nemen, excursies op zoek naar wild inde late namiddag, dineren bij kaarslicht en koffie rond het kampvuur. In het noordwestelijke deel van het reservaat ligt Samburu Intrepids, een luxe lodge die doet denken aan een fantasiehuis op palen. Met gewelfde rieten daken, grote houten terrassen en vijfentwintig tenten op individuele platforms met uitzicht over de rivier.

De Samburu Serena Safari lodge ligt meer naar het westen, buiten de grenzen van het reservaat. Vlak bij de oostelijke ingang liggen de heldere poelen van Buffalo Springs. Het verhaal gaat dat in de Tweede Wereldoorlog een bom, afgeworpen door een Italiaans vliegtuig tijdens een missie vanuit het bezette Somalië, de plaats Isiolo miste en zodoende de poel vormde.

Campsites
Buffalo Springs heeft vijf campsites met slechte of geen faciliteiten. De public campsites langs de Champagne Ridge, dicht bij de Isiolo of Gare Mara Gate, zijn verstoken van faciliteiten en worden nauwelijks gebruikt, mede omdat ze vlak langs de weg liggen en daardoor niet erg veilig te noemen zijn.
Omdat ze zo weinig gebruikt worden zijn deze campsites door overbegroeiing ook moeilijk vindbaar.
De speciale campsite Kubi Panya, in het zuiden van het park en op de westelijk oever van de Maji Ya Chumvi river, wordt ook nauwelijks gebruikt en kent verschillende berichten over de faciliteiten.

In Samburu zijn drie campsites verspreid langs de oever van de Ewaso Nyiro tussen de Samburu Lodge en de West Gate. Alle drie capmsites liggen op open plekken voldoende voorzien van schaduw door bomen met weinig faciliteiten.
De campsite die het dichtst bij de Samburu Lodge ligt is ook het veiligst. Vanaf de Butterfly public campsite, kun je naar de lodge lopen voor een koud drankje.
Doe dit alleen tot 19.00 uur, omdat tegen deze tijd de gate van de lodge dicht gaat en medewerkers van de lodge vlees neerhangen in een boom aan de overkant van de rivier om een luipaard te lokken.
Loop je toch na die tijd tussen de lodge en de campsite zorg dan dat je een gewapende bewaker bij je hebt. De Vervet campsite, ligt ook vlak bij de lodge en wordt vaak door touroparators gebruikt.

Aberdare NP

Het gebergte in het Aberdare Nationaal Park heeft eigenlijk een nieuwe naam , Nyandarua, maar de oude naam áberdares’houdt stand. In het noordelijk deel ligt de hoogste top, de 3999 m hoge Ol Doinyo Lasatima; de3906 m hoge Kinangop ligt 40 km zuidelijker. Tusen deze toppen ligt een gebied met hoogvenen, een licht hellend landschap met graspollen en grote stukken met boomheide. De ijskoude beken, die rijk aan forellen zijn, zoeken zich een weg omlaag door het hoogveen en vormen op diverse plaatsen watervallen aan de bovenloop van de grote rivieren. De fauna van de Aberdares is rijk en gevarieerd ondanks het periodieke voorkomen van mist en kou. De westelijke hellingen van het gebergte vormen een onderdeel van de wand van de Grote Afrikaanse Slenk. Ze zijn relatief steil en daarom niet zo aantrekkelijk voor wilde dieren als de meer glooiende oostelijke hellingen. Olifanten, Afrikaanse buffels, neushoorns, elandantilopen, waterbokken, bosbokken, rietbokken, diverse soorten duikers, muskusbokken, penseel - en knobbezwijnen, servals, leeuwen, diadeemmeerkatten en hyena’s komen in wisselende aantallen voor in het park en de meeste van deze zijn makkelijk te zien. Neushoorns zijn schaars, maar u kunt ze zien op de hoogvenen en vooral op Treetops Salient. Kuddes olifanten en Afrikaanse buffels houden zich in het droge seizoen op in de bamboezone en het regenwoud. Wanneer de regens beginnen, trekt het wild naar de hoogvenen op het plateau en de lagere delen van Treetops Salient, waar het bos minder dicht is en de bergkammen minder steil zijn.
Het belangrijkste pad in het park is de weg vanuit Nyeri, die omhoog gaat over de oostelijke hellingen en over het hoogveen loopt tot een hoogte van 3170 m, en vervolgens afdaalt via de westelijk hellingen door het landbouw gebied van Kinangop, naar Naivasha. Het Outspan Hotel in Nyeri biedt uitzicht op Mount Kenya in de verte. Er zijn smaakvol ingerichte kamers met open haard en maaltijden in een vorstelijke eetzaal. Lord Baden Powell, de oprichter van de padvindersbeweging (scouting), bracht in de laatste drie jaar van zijn leven op deze plaats door in een cottage, nu een klein museum. Bezoekers van Treetops verzamelen zich bij Outspan Hotel dat zorgt voor vervoer door de koffieplantages naar de beroemde lodge met uitzicht over een drinkplaats en zoutliksteen.
Aan de weg van Nyeri naar het noordwesten ligt de Aberdare Coutry Club.
De Club ligt op een helling van Mweiga Hill en biedt een schitterend uitzicht op Mount Kenya en de Laikipiavlakte. Op een aantrekkelijk terrein van de club vindt u een golfbaan en u kunt er ook paardrijden. Bezoekers van The Ark verzamelen zich hier en worden van hier naar deze lodge vervoerd, een rit van 18 km het Aberdare nationaal Park in., via Ark gate. The Ark ligt bij een natuurlijke drinkplaats, die ’s nachts verlicht is zodat u in het donker actieve dieren kunt waarnemen.
Noordelijker aan de hoofdweg ligt Solio Ranch, een particulier reservaat waar met succes witte en zwarte neushoorns zijn gefokt. Patrick’s Camp in Solio is opgezet naar voorbeeld van een jagerskamp aan het begin van de 20e eeuw.

Kakamega Forest

Niet ver van Kakamega ligt het Kakamega Forest reserve, een uit het oogpunt van natuurbescherming belangrijk reservaat omdat het een overblijfsel isvan de gordel van regenwoud die zich ooit langs de evenaar uitstrekte van West Afrika tot de kust van Oost Afrika. Zaïre is moeilijk te bereizen voor toeristen daarom raakt het oerwoud van Kakamega steeds meer in trek bij natuur liefhebbers die op zoek zijn naar Centraal Afrikaanse zoogdieren, vogels en planten. De toekomst van dit zeldzame biotoop is echter onzeker vanwege de enorme bevolkingsdruk in deze streek. Er is een gastenverblijf, banda’s waar u zelf moet koken, twee kampeerplaatsen en de Rondo Retreat; u kunt ook naar het Golf Hotel in de plaats kakmega.
Ongeveer 50 km ten zuiden van kakmega ligt de stad kisumu, aan de oever van het Victoriameer. Kisumu is de op twee na grootste stad van Kenia, na Nairobi en Mombasa. Als vroegere Port Florence (vernoemd naar de vrouw van een spoorwegingenieur) was deze plaats het oorspronkelijke eindstation van de spoorlijn naar Oeganda. De stad heeft zich sindsdien niet alleen ontwikkeld tot het belangrijkste bestuurscentrum voor het grootste deel van westelijk Kenia, maar ook als haven met faciliteiten voor de bouw en reparatie van schepen. De sfeer is typisch nautisch, wat niet verwonderlijk is gezien de enorme omvang van het Victoriameer, dat met een oppervlakte van 63.000 km2 het grootste meer van Afrika en het één na grootste zoetwatermeer ter wereld is.
Kisumu had veel te lijden van het uiteenvallen in 1977 van East African Community; een politieke en economische unie tussen Kenia, Oeganda en Tanzania waarbij onder meer was overeengekomen dat de drie landen scheepvaart en andere verbindingen met elkaar zouden delen.De stad probeert er weer bovenop te komen door ontwikkeling van lichte industrie en Kisumu is nu weer een regionaal centrum van economische activiteit voor 2 miljoen Luo die op de oever van het meer en in de regio Winam Gulf leven. Vele Luo zijn nog steeds vissers;dit volk is te vinden rond vele visrijke meren en rivieren in Kenia, Oeganda en Tanzania. Accommodatie is beschikbaar in het Imperial Hotel en Sunset Hotel in Kisumu, en in de Nyanza Club, aan de oever van het meer.

copyright: Paul Janssen